null Beeld

Review: Echo & The Bunnymen - Flowers


The return of the Mac: Ian McCulloch, de over alles & nog wat bijzonder boeiende meningen hebbende loudmouth die zich na het verscheiden van zijn groep ontwikkelde tot een soort Leonard Cohen for the deaf sloot uiteindelijk vrede met - 't is een ma...

Marc Coenen


The return of the Mac: Ian McCulloch, de over alles & nog wat bijzonder boeiende meningen hebbende loudmouth die zich na het verscheiden van zijn groep ontwikkelde tot een soort Leonard Cohen for the deaf sloot uiteindelijk vrede met - 't is een makkelijke, ik geef het toe - zijn eerste sergeant Will Sergeant en jaagt elf songs de wereld in die hard hun best doen om te bewijzen dat het heden 1985 is, drummer Pete De Freitas nog leeft en alles nog moet beginnen.

Niet dus.

Echo and the Bunnymen maakten in hun tijd kamerbreed gearrangeerde weltschmerz ('Seven Seas', het nog steeds fabelachtig spookachtige 'The Cutter', de radioclassic 'Bring on the Dancing Horses'), gestoffeerd met altijd op zijn minst interessante teksten. Ooit speelden de Bunnymen tegen Julian Cope's Teardrop Explodes in de halve finale van de wereldbeker beste new wave-groep uit Liverpool, en ze wonnen glorieus: Cope rookt de laatste tijd fulltime bananenschillen in een hutje bij Stonehenge.

Op deze plaat klinken de Bunnymen alsof ze, twintig jaar na datum, de new wave opnieuw aan het uitvinden zijn.

't Zijn handige pasticheurs: opener 'King of Kings' heeft méér dan naast 'Dancing Barefoot' van Patti Smith gelegen, 'Supermellowman' is 'Dear Prudence' revisited, 'Buried Alive' is gewoon de riff van 'Sweet Jane' van de Velvet Underground, gecombineerd met de gitaarlijn van Bowies 'Heroes' en 'Life Goes on' zou zo op de debuut-lp van de Searchers ('Needles and pins!') gestaan kunnen hebben. De hele plaat lang probeert Will Sergeant ook te bewijzen dat hij in hetzelfde gitaristenklasje als The Edge zat.

Dat hindert allemaal nauwelijks: ze mogen stelen als de raven, op de geroofde skeletten bouwen ze de ene prachtsong na de andere: 'Supermellowman' beschikt over een uit goudrag bestaand refrein en ook 'Make Me Shine' is top: een tot over zijn oren verliefde McCulloch kwettert een eind weg op een hypnotisch bedje gitaren waar ik, en ik doe nochtans mijn best, geen kwaad woord over kan zeggen.

Een vrolijke Frans zal McCulloch wel nooit worden: hij hoort thuis in het rijtje sombermansen à la Thom Yorke maar hij vult zijn horror vacui tenminste niet op met het zelfingenomen geneuzel dat van Yorke toch langzamerhand de risee van de pop maakt.

De wereld mag dan al finaal naar de kloten zijn, hij schrijft er tenminste wél leuk bekkende songs over die ideaal zijn 's nacht op de autostrada van Metz naar Nancy, waar je 250 kilometer lang de turbo kunt geselen zonder tegenliggers. 'Everybody Knows' is zo'n roadsong, met een drive die vele jonge knakkers hen zullen benijden. Ook 'An Eternity Returns', pure Doors maar dan zonder orgeltje, barst tijdens het refrein open als een rijpe zweer waar geen Clearasil tegen bestand is.

Of dit soort van post-Velvet Underground-pop in deze steeds sneller zijn eigen kinderen opvretende trendy wereld der moderne muziek - héhé - gesmaakt zal worden door een publiek dat groter is dan hun eigen familiekring: ik durf het te betwijfelen.

Samengevat - want het is al middag en er moet nog een varken gekeeld - ik zou deze plaat niet beluisteren in het gezelschap van een scheermesje. In alle andere omstandigheden: wél.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234