null Beeld

Review: Eels (OLT Rivierenhof)

We hebben Eels weer gezien.

Echt waar. Ze lagen te slapen op de trein naar Brussel van 7.29, dauwdruppeltjes tegen het koude raam aanblazend. En niet alleen dan, kort daarna liepen we ze ook nog eens tegen het lijf in het station: dakloos deze keer, met een lege koffiebeker kleingeld en een halfliterblik Jupiler in de knuisten. En die avond konden we zweren dat we ze op straat hadden gezien, al huilend een brief in stukken scheurend.

Eels is namelijk meer dan een band geworden. Ze zijn een sentiment, een gevoel. Een getergde levenshouding. Eels, en dan vooral E zelf, is iedereen die een keertje te veel de ring in gemoeten is voor een boksmatch met Het Leven, en niet anders kan dan finaal tegen het canvas gaan. Eels is: je paraplu vergeten zijn nét als het begint te regenen, en dan net dankzij die paraplu neergebliksemd worden die ene keer dat je hem wél eens bij had. God schiep de dag, en E heeft het hem nog altijd niet helemaal vergeven.

Zondag hebben we Eels wéér gezien, de enige echte versie deze keer - die met E zelf. In een ver verleden heette E naar verluidt nog gewoon Marc Oliver Everett, maar doorheen de jaren is de man steeds meer op een goeie straatlegger gaan lijken: aan één klinker heeft hij genoeg.

Er stonden stoelen op de staanplaatsen van het Rivierenhof, de arena op zakformaat die het komende anderhalf uur zou gaan dienen als Eels' woonkamer. Je had het een veeg teken kunnen noemen, maar wanneer E dan uiteindelijk Disney-kraker 'When You Wish Upon A Star' inzette, wist je weer waarom: ervoor gaan zitten zou je toch, dus kon er maar beter een stoel staan wanneer je neerplofte. Een stem van zalvend schuurpapier, hoe gek ook, en jongleren met breekbaarheid in 'The Morning'. Even verderop stond het nieuwe 'Parallels' op de tippen, dapper te doen alsof het al een grote jongen was.

Allemaal vakkundig aan elkaar gepraat door E zelf, die zoals altijd weer het midden hield tussen de ideale gastheer en de verlegen gast, en verdienstelijk aan elkaar geplakt door de rest van Eels. Zelden zo'n perfecte kruisbestuiving gezien tussen een band en de plaats waarin ze hun instrumenten omgorden, trouwens. Want ook het Rivierenhof deed weer érg z'n best om er sprookjesachtig uit te zien. Neem nu de laatste vijf minuten voor aanvang: een plagende regenbui die heel even dreigde de avond natter te maken dan wenselijk, maar die er plots het zwijgen toe deed nét voor E een eerste voet op podium zette. Zo perfect dat het zelfs een beetje op uitsloverij begon te lijken.

Niet dat een beetje regen de avond zou vergallen voor E: hij weet immers dat hij zélf de donkerste wolken meesleurt in z'n zakken. Maar de man steekt gelukkig ook graag de draak met zijn duivels. 'Here's one that's also a bummer', waarschuwde hij u voor 'My Timing is Off', gevolgd door 'A Line in the Dirt' – 'A total bummer', aldus E – en 'It's a Motherfucker' ('This one's a double bummer, guys. Brace yourselves'). Tot hij plots besloot dat er al genoeg getreurd werd in de zomer van 2014, 'A Daisy Through Concrete' ertegenaan gooide, en van de voorstelling van zijn muzikanten erna een comedynummertje maakte.

Geen 'New Alphabet', zelfs geen 'Hey Man (Now You're Really Living)'. Wel een swingend 'I Like Birds', en 'My Beloved Monster' die de tweede helft zonder moeite op hun naam schreven. 'Alles is mogelijk. Zelfs dat een loser als ik op zo'n mooie plaats mag spelen voor zulke mooie mensen': je zou hem een knuffel willen geven, de manier waarop E elke keer weer tegen z'n eigen schenen staat te schoppen. En die kans kreeg u ook: met nog een kwartiertje te gaan, sprong hij de frontstage in en nodigde hij iedereen uit hem eens goed tegen de vest te trekken – 'an American custom', noemde hij het zelf. Een bestorming was het resultaat, gevolgd door een bijzonder opgetogen versie van 'I Like the Way This is Going'. Dat hij in Werchter eerder deze maand gewoon hetzelfde deed, vergaf je hem graag.

Eén ronduit ontroerend 'Blinking Lights' en één magistraal 'Last Stop: This Town' verder lag dan uiteindelijk toch 'The Look You Give That Guy' te wachten (oef!), maar écht grienen deed u het mooiste op 'Can't Help Falling in Love', van die andere E. Alleen Everett op piano, en z'n eigen band die hem achteraf het luidste applaus gaf. En het slotakkoord heette dan wel 'Turn on Your Radio' van Harry Nilsson, het werd niettemin van kop tot teen in de nationale kleuren van Eels geverfd: gitzwart en goudgeel.

We hebben Eels weer gezien zondag. In het Rivierenhof, deze keer. Wie de nodige portie hoerenchance had, kan dat vanavond nog eens doen op dezelfde plek. Wij zullen er niet zijn - zóveel geluk is ons vreemd - maar we kunnen alvast niet wachten tot we ze weer tegen het lijf lopen op de 7.29 naar Brussel. Wordt een práchtig weerzien.


Het moment

Eentje kiezen? Beginnen we niet eens aan, vriend.


Het publiek

Bleef na afloop meer dan een halfuur joelen om meer, en liet zich daarbij niet ontmoedigen door de roadies van Eels, die ondanks alles gewoon doorgingen met het podium afbreken. 'Het kan nog altijd akoestisch!', sprak er eentje hoopvol nadat de versterker van E van het podium gerold werd - die wonderlijke 'mathematisch kan het nog'-mentaliteit van de Belg: we hopen dat ze dit jaar op z'n minst mocht meelopen in het Nationaal Defilé.


Quote

'Are you ready to rock? (Gejuich) 'Yeah, about that...' - Wie kwam om te headbangen, mocht meteen beschikken van E.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234