null Beeld

Review: Elton John - Songs from the West Coast

Samen met da king of overbite Freddy Mercury belichaamt Elton John het decadente Engelse poofterdom van de jaren tachtig: enig verschil is dat Het Konijn allang hartstikke dood is, terwijl Reggie met de regelmaat van een soort van klok nieuw werk afs...

Marc Coenen

Samen met da king of overbite Freddy Mercury belichaamt Elton John het decadente Engelse poofterdom van de jaren tachtig: enig verschil is dat Het Konijn allang hartstikke dood is, terwijl Reggie met de regelmaat van een soort van klok nieuw werk afscheidt. Eerlijk gezegd: ik zat er niet op te wachten. Maar ik zat ook niet te wachten op CD&V, lerarenstakingen en miltvuur en die zijn er ook, dus: vooruit met de geit.

Het zou al te gemakkelijk - maar niet geheel onjuist - zijn Elton af te schilderen als een bijzonder ongezellige fatso met een kringspier die er moet uitzien als de lekke binnenband van de driewieler van de kleine, maar de mens heeft wél meer popclassics geschreven dan u en ik na een stevige brainstormsessie van drie uur kunnen opnoemen.

Alleen dateert zijn beste werk uit het begin van de jaren zeventig, toen hij met cd's als 'Madman across the Water' en vooral 'Goodbye Yellow Brick Road' zijn piano deed rocken als Little Richard in zijn meest oversekste dagen. Daarenboven beschikte hij in de vorm van Bernie Taupin over een tekstschrijver om u, je en gij tegelijk tegen te zeggen.

Op zijn 54ste en na een indrukwekkende kwakkelperiode, met uitzondering van de door de bloedjes die ik liefdevol kinderen noem in alle omstandigheden meezingbaar geachte muziek voor Disney's 'Lion King', heeft hij nu de beste Elton-cd gemaakt sinds zo lang dat ik het mij niet meer kan herinneren.

Hij heeft zoveel metier dat er op elke cd van hem wel iéts staat waar je niet van over je nek gaat, maar op 'Songs from the West Coast' lijkt hij eindelijk zijn tweede prostaat gevonden te hebben.

Het opent allemaal stijlvol en voornaam met 'The Emperor's New Clothes', een pianoballade waar hij het patent op heeft, met een veelmazige tekst over zelfbedrog (waar hij ook een patent op heeft) en de fijne gitaren van Davey Johnston, een ouwe getrouwe die, mocht hij in het onderwijs werken, al lang met pensioen zou zijn.

De toon is gezet en de rest van de songs glijdt al even makkelijk binnen: 'Dark Diamond' is een aarzelend soort reggae, met klagerige mondharmonica van Stevie Wonder; 'Look Ma, No Hands' heeft dezelfde sfeer als het werk van de onderschatte Marc Cohn en 'American Triangle' en 'The Ballad of the Boy with the Red Shoes' zijn beheerste ballades met homo-erotische toets, waar zelfs een structurele tettenzot als uw (mc) wel oren naar heeft.

Vruchteloos zoek ik naar een stinker: het kan toch niet zijn dat iemand die zich in zijn vrije tijd graag verkleedt in Louis Quatorze zoveel goeie smaak heeft? Zelfs een wat kleffe liefdessong als 'I Want Love' heeft, door zijn ontwapenende toon, wel iets en 'Birds' is gewoon een verdomd fijne song. Op 'The Wasteland' vindt Elton zelfs de blues, want dit is een handige bewerking van iets van Muddy Waters, met smerige gitaren: rijkemansverdriet, maar van een hoge meezingbaarheid. 't Klinkt allemaal wel heel volwassen en Crocodile Rock it ain't, maar er is niets verkeerd mee.

Zoals mijn oude moedertje placht te zeggen: 't is ook iemands kind.

Iemands kind heeft een fijne plaat gemaakt.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234