Review: Goodbye, Dragon Inn

Het zijn heftige weken geweest, met 'Exils' en 'Gegen die Wand' - koortsige, excessieve, van het leven bezeten films, even onstuimig als zestienjarige meisjes die op elektrische gitaren tekeergaan. Nu is het tijd om ons terug te trekken in stilte en ...

Het zijn heftige weken geweest, met 'Exils' en 'Gegen die Wand' - koortsige, excessieve, van het leven bezeten films, even onstuimig als zestienjarige meisjes die op elektrische gitaren tekeergaan. Nu is het tijd om ons terug te trekken in stilte en weemoed; tijd om ons terug te trekken in het Fu-Hu Grand Theater, een bioscoop in Taipei die duidelijk zijn beste tijd heeft gehad. Hier, in dit immense en verloederde cinemacomplex, speelt 'Goodbye, Dragon Inn' zich af, een zwaar nostalgische, zielsontroerende, briljante film van Tsai Ming-liang ('The Hole', 'What Time Is It Here?'). Terwijl op het gigantische scherm van de Fu-Hu voor de allerlaatste keer - de bioscoop gaat sluiten - 'Dragon Inn' wordt geprojecteerd, een martial arts-klassieker uit de jaren zestig, gaat de ouvreuse, een gehandicapte jonge vrouw, door het immense complex - meer een bunker dan een bioscoop - hinkend op zoek naar de projectionist, die in rook lijkt te zijn opgegaan. Intussen horen we magische, Lynchiaanse geluiden: het ratelen van de projector, het zuchten en kreunen van de verwarmingsbuizen, het tikken van de regen, de muziek en de stemmen uit 'Dragon Inn' - soundscapes uit een andere wereld. De eerste dialoog weerklinkt pas na vijftig minuten: 'Wist je dat hier geesten ronddwalen?' vraagt een man die in de krochten van de Fu-Hu een sigaretje staat te roken, en zijn woorden tillen de film meteen op naar een hoger bewustzijnsniveau. Want ja, nu die man het zegt - die schaarse toeschouwers in de zaal, zijn dat niet de acteurs uit 'Dragon Inn', die als versteend naar hun jongere zelf zitten te kijken? Of zijn het misschien verdwaalde geesten, die geen afscheid kunnen nemen van hun favoriete bioscoopzaal? U hebt het intussen geraden: 'Goodbye, Dragon Inn' is géén 'Bourne Supremacy' - het duurde ongeveer een uur voordat wij konden inloggen in het extreem trage ritme en de lang uitgerekte scènes, die soms zo lang aanslepen dat je intussen rustig een sigaretje kunt oproken (sommige shots worden zelfs zó lang aangehouden dat het hilarisch wordt, zoals de scène met de gays aan de pisbakken: dit is Monthy Python op downers, Tati in slowmotion). Maar de trage tred werkt, vreemd genoeg, uiteindelijk enorm bevrijdend: Tsai Ming-lee duwt je zijn kadrages in, dwingt je te kijken naar de beelden, en net zoals een regenboog ineens vanachter een wolkendek te voorschijn kan springen, zo beginnen ineens allerlei weemoedige klanken naar boven te drijven. 'Goodbye, Dragon Inn', zo begon het ons stilletjes te dagen, snijdt eigenlijk krék dezelfde thema's aan als 'Cinema Paradiso': het is een nostalgisch adieu aan de cinema van weleer, maar dan zonder de junkfoodstroop en de fastfoodmeligheid uit Giuseppe Tornatore's Italiaanse tranentrekker. U hebt het inmiddels wel begrepen: wij hebben ons in 'Goodbye, Dragon Inn' verloren zoals een man zich in een vrouw kan verliezen. Kijkers die uit zijn op kant-en-klare hapjes zoals 'The Terminal' zullen hier maar niks aan vinden, maar de melancholieke gevoelsmensen onder u zullen tot tranen toe worden bewogen. Aan alle slaven van de weemoed: dit, broeders en zusters, is ónze film.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234