Review: Iggy Pop - Skull Ring

Voor de jongelui die dachten dat Detroit pas sinds de komst van The White Stripes rock city geworden is: even snel een rewind naar 1969, graag, het gezegende jaar waarin de in het lokale trailer park opgegroeide James Newell Osterberg besloot voortaa...

Voor de jongelui die dachten dat Detroit pas sinds de komst van The White Stripes rock city geworden is: even snel een rewind naar 1969, graag, het gezegende jaar waarin de in het lokale trailer park opgegroeide James Newell Osterberg besloot voortaan als Iggy Pop door het leven te gaan en samen met de broers Ron en Scott Asheton het titelloze debuut van The Stooges op een nietsvermoedende wereld los te laten. Ruim dertig jaar later zijn 'The Stooges' en de opvolgers 'Fun House' en 'Raw Power' nog steeds drie van de kwaadste, gevaarlijkste, meest intense en compromisloze rockplaten aller tijden, drie essentiële klassiekers vol explosieve, mokerende riffs als '1969', I Wanna Be Your Dog', 'No Fun', 'TV Eye', 'Loose', 'Search & Destroy' en 'Your Pretty Face Is Going to Hell'.

Fast forward naar 2003: de in 1973 bij gebrek aan succes, interne ruzies en een overdaad aan drugs ontbonden Stooges hebben voor het eerst in dertig jaar weer samen in één studio vertoefd, en vier nieuwe songs opgenomen die te horen zijn op 'Skull Ring', Iggy's nieuwste cd. Dat is - voor iedereen die ook maar een béétje van elementaire, primitieve rock houdt - belangrijk nieuws. En na beluistering van het resultaat durven we zelfs te zeggen dat het ook goéd nieuws is: 'Little Electric Chair', 'Skull Ring', 'Loser' en 'Dead Rock Star' laten horen dat de Stooges weinig van hun vroegere scherpte en drive verloren zijn: rauwe proto-punk die maar net onder het niveau van de vroegere klassiekers blijft.

Nog beter nieuws is dat er nog veel meer adrenalinestoten op 'Skull Ring' staan, want naast de Stooges spelen ook Sum 41 (één song), Green Day en de vuilgebekte Peaches (elk twee songs) en de geweldige Trolls mee, Iggy's min of meer vaste begeleidingsgroep van de afgelopen jaren (zes songs).

Hoogtepunten? Het supergeile 'Motor Inn' (waarin Pop in een dubieus hotelletje iets goors met Peaches doet), de lekker meebrulbare punkpopsingle 'Little Know It All', 'Perverts in the Sun' (een vrij accurate beschrijving van Humo's TTT-redactie op TW 2003), 'Inferiority Complex' ('People are mean when they get the chance,' zingt Iggy. 'I'm waiting for the tugboat of respect'), 'Til Wrong Feels Right' (een soortement bluessong die niet in de Fat Possum-catalogus zou misstaan) en vooral het razende 'Nervous Exhaustion', een lillende brok punk die om God-weet-welke reden alleen als hidden track aan de plaat toegevoegd is.

Oké, op 'Skull Ring' staan ook een paar wat al te makkelijke vullertjes, en als geheel is dit zeker niet de meest essentiële plaat uit de carrière van The Jean Genie, maar whatever: dit is een rockplaat zoals we ze zeer graag hebben. Laat de concurrentie verder eerst maar 's bewijzen dat ze dit jaar met nog wat beters voor de dag kunnen komen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234