Review: J.M.H. Berckmans - Het onderzoek begint

Behalve als schoenenverkoper en medicijnman heeft J.M.H. Berckmans ook talent als doordouwer: 'Het onderzoek begint' (Nijgh & Van Ditmar) is alweer zijn tiende prozaboek in dertien jaar, de bloemlezing 'Berckmans' beste' en enkele afleveringen van zi...

Bart Vanegeren

Behalve als schoenenverkoper en medicijnman heeft J.M.H. Berckmans ook talent als doordouwer: 'Het onderzoek begint' (Nijgh & Van Ditmar) is alweer zijn tiende prozaboek in dertien jaar, de bloemlezing 'Berckmans' beste' en enkele afleveringen van zijn eenmanstijdschrift 'Berckmans' biotoop' niet meegerekend. Voor die volharding buig ik met respect het hoofd, want het schrijverspad van Berckmans ging niet bepaald over rozen: geen prijzen, geen herdrukken en dus allesbehalve gouden bergen. Hij bleef veroordeeld tot de goot, ondanks herhaaldelijke kritische bijval en publieke schouderklopjes van gezaghebbende vakbroeders als Tom Lanoye en Kees van Kooten.

Koot verklaarde in feilloos steno: 'Grote street poetry credibility, eerlijk, zuiver.' De straatwaarde van Berckmans valt inderdaad nauwelijks te overschatten. Zijn natuurlijke omgeving is de marge, waar OCMW-personeel, deurwaarders en psychiaters 'm behoeden voor erger. Schroot tussen het schroot, dobberend in een poel van verderf. Al bij al is 't een godswonder dat Berckmans zijn negenenveertigste verjaardag gehaald heeft, nota bene in het bezit van alle ledematen en organen.

Natuurlijk is zo'n leven aan de zelfkant een woekering van vele verhalen, anekdotes en geruchten. Zelf heeft de schrijver in zijn werk uitvoerig verslag uitgebracht van zijn handelingen in Barakstad (Antwerpen) en meer bepaald in de Grauwzone (het stukje Zuid dat Berckmans bestrijkt). Genadeloos leidt hij de lezer rond in zijn leven, gebiedt 'm niet te veel op de rommel te letten, en fluistert 'm toe dat zijn biotoop boek na boek verengt en stilaan hoogst claustrofobische dimensies aangenomen heeft. De dorpsgek gelijk, heeft Berckmans allang niet meer het alleenrecht op fratsen uit zijn dolle bestaan. Geregeld rolt een beklemmende mare door literair Antwerpen: nu eens heeft Jean-Marie zijn jaarlijkse schrijfsubsidies op een week tijd door zijn neus gejaagd, dan weer is hij 's nachts aangekleed in een volle badkuip beland en is hij de dag nadien met een haardroger zijn broek te lijf gegaan teneinde gekleed op een lezing te kunnen verschijnen. Fun, fun, fun.

Maar de ene Jean-Marie is de andere niet. De precieze peripetieën van het wonderlijke bestaan van J.M.H. Berckmans doen er gelukkig niet toe. 't Gaat om het bewonderenswaardige metier waarmee hij zijn ervaringen eerst uitzuivert en vervolgens grotesk opblaast, tot het verbijsterende beeld van een kapotte ziel in een kapotte tijd ontstaat.

Verhaal na verhaal verkent Berckmans de apocalyps, boek na boek probeert hij een passende soundtrack bij het einde der tijden te schrijven. Zijn debuut uit '77, 'Brief aan een meisje in Hoboken', kotste punkgewijs woede en walging uit. Zijn comeback in '89, 'Vergeet niet wat de zevenslaper zei', bood loepzuivere Joy Division. In 'Het zomert in Barakstad', misschien wel zijn beste boek, benaderden de voortwoekerende new-wave en noise bijwijlen de grootstadspoëzie van Einstürzende Neubauten. Na dat hoogtepunt koos Berckmans een andere strategie: hij liet steeds meer het verhaal los en zocht zijn heil in freejazz-achtige experimenten met stromende rijmen en bezwerende mantra's.

De jazzy Berckmans raakte mij een beetje kwijt, ik bleef doof voor zijn ritmische gefrazel. Met 'Het onderzoek begint', het kroontje op vijfentwintig jaar schrijverschap, ben ik weer mee. Het motto, de (lichtjes aangepaste) aanhef van 'All that jazz' van Echo & the Bunnymen, slaat perfect de brug tussen de new-wave van Berckmans' eerste periode en de freejazz van Berckmans' tweede periode. Ook het proza in 'Het onderzoek begint' laveert op het scherp van de snee tussen rijmende improvisaties en meedogenloze observaties.

Het ritme zit perfect in de paranoïde tirade 'Hun weten van geen kloten'. Berckmans is gevat en geestig in het dagboek 'Lente in Alaska' ('Zondag Luik-Bastenaken-Luik. Vandaag Kanapee-Stoel-Kanapee.') en in twaalf geweldige brieven ('Soms ben ik het zo beu als koude pap. Maar ik kan ook moeilijk zelfmoord plegen, dat heb ik al eens geprobeerd en de gevolgen waren goed fout.'). Tussendoor introduceert Berckmans een nieuw genre, de bagatel, een soort snelle kijkoperatie in een gekwetste ziel: 'Soms sterf ik en soms sta ik uit de doden weer op, al navenant, al naargelang mijn klak op mijn kop staat en de richting van de wind.' In 'Het onderzoek begint' is een Lazarus aan het woord.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234