null Beeld

Review: Jeroen Brouwers - Stoffer en blik


'Angèle Manteau liegt dat het ervan onweert en het verontrustende is, dat iedereen haar klakkeloos lijkt te geloven en haar woorden devoot indrinkt als met limonadesiroop op smaak gebrachte en gealcoholiseerde pis van de Heilige Maagd persoonlijk....

Kristoff Tilkin


'Angèle Manteau liegt dat het ervan onweert en het verontrustende is, dat iedereen haar klakkeloos lijkt te geloven en haar woorden devoot indrinkt als met limonadesiroop op smaak gebrachte en gealcoholiseerde pis van de Heilige Maagd persoonlijk.' Met 'Stoffer en blik - Herinneringen aan een periode (1964-1970)' wil Jeroen Brouwers, die jarenlang als redacteur voor de nu hoogbejaarde barones werkte, de systematische geschiedvervalsing van zijn voormalige werkgeefster voorgoed rechtzetten: 'Alle beweringen en geruchten die erover in omloop zijn, alle onwaarheden, fantaseersels, fabuleersels, al dit schimmelende vuil moest maar eens met stoffer en blik worden opgeruimd. Uit mijn hoofd ermee!'

Het ooggetuigenverslag in het eerste hoofdstuk - een tableau vivant ten kantore NV Manteau te Brussel, anno 1964 - slaat gelijk gensters: de jonge redacteur Brouwers treedt toe tot een equipe die met ijzeren hand geregisseerd wordt door directrice Angèle. Eén pennentrek volstaat om de sfeer te schetsen: 'Waar zij verscheen stak poolwind op.' Dat de barones al decennialang volhoudt dat ze alleen boeken uitgaf vanwege hun literaire kwaliteit, veegt Brouwers van tafel: 'Eerder dan naar de literatuur die ze uitgaf, ging de interesse van de directrice uit naar de cijferkolommen in de boekhoudjournalen.'

Brouwers ruilt zijn plumeau daarop in voor een grove borstel, waarmee hij prompt de Literator en Dandy-in-het-diepst-van-zijn-burgermansgedachten Ward Ruyslinck de oren uitwast: de verongelijkte toon waarop de schrijver van 'De ontaarde slapers' het tijdens interviews (onder meer in Humo in 1999) over zijn gefnuikte carrière heeft, doet Brouwers schuimbekken. Het hoofdstuk heeft veel weg van een partijtje kickboksen: Brouwers trapt Ruyslinck tegen de schenen ('Heden bevindt hij zich op of zelfs al over de grens van de vergetelheid'), duwt 'm een paar keer ruw de touwen in ('Ruyslinck schrijft een alledaags, verrassingloos confectie-Nederlands als uit de rekken van C&A') en werkt de boel af met een welgemikte uppercut - Ruyslinck zou zijn goeiige echtgenote richting touw en balk hebben gedreven.

Minder schrijnend, zij het vanuit historisch oogpunt onmisbaar, is Brouwers' portret van Theo Oegema van der Wal, de totnogtoe onzichtbaar gebleven lector-redacteur die het Manteau-fonds tussen 1959 tot 1972 systematisch castreerde. Brouwers verhaalt hoe Oegema - gewapend met een bloedrode pen en aangevuurd door de geldhongerige madame Angèle - de manuscripten van Vlaamse schrijvers tot ongevaarlijke, doodsaaie literaire pulp bewerkte: 'Hoe Vlaamse halfliteratuur als onvolgroeid gewas uit de grond werd getrokken en als hoogwaardig fruit op de markt gegooid.' Slechts één bijna-debutant durfde het aan de middelvinger op te steken: de tweeëntwintigjarige Walter Van den Broeck, die beleefd vraagt zijn manuscript per omgaande te laten geworden.

'Stoffer en blik' staat tot aan de knieën in de weemoed: 'Al die reeds lang door de kaken des tijds vermorzelde namen van verdwenen mediocre schrijvers! Men zou er melancholiek van worden,' monkelt de kluizenaar uit Zutendaal. De tijd vliedt, het graf gaapt, en de schrijver verleent zijn literaire vijanden van weleer zowaar gratie: wanneer Brouwers zijn voormalige pispaal Julien Weverbergh ter sprake brengt, die de ijlings naar Nederland gedeserteerde directrice bij de NV Manteau opvolgde, is de toon verrassend mild: 'Van mijn polemieken tegen hem (…) neem ik geen syllabe terug, maar een vriendschap die dergelijke loopgravenstrijd overleeft, waaruit wij beiden met diepe, elkaar toegebrachte littekens te voorschijn zijn gekomen, moet wel van schokbeton zijn.' Jos Vandeloo, in 'Vlaamse leeuwen' nog een amateurbakker van literaire bolussen, heet nu 'een vriendelijke, levensblije, slimme Limburger met een kek hoedje'. Way!

Door het kritische oeuvre van Jeroen Brouwers waart het motto van zijn literaire vader Herman Teirlinck, 'Liever geschuwd om mijn waarheid, dan gezocht om mijn schijn.' 'Stoffer en blik' bevat dan ook genoeg stof om Brouwers' opponenten - al was het maar voor de vorm - naar de hartstreek te doen grijpen. Of de lezer zich de keel wil laten dichtschroeven door Brouwers' heerlijk melancholische gekanker, of het uit Schadenfreude op een onbedaarlijk grijnzen wil zetten, mag hij helemaal zelf uitmaken.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234