Review: Louis Paul Boon - Mijn kleine oorlog & Blauwbaardje in wonderland

Mijn jonge leven heb ik gewijd aan de verspreiding van het woord van Louis Paul Boon. Geen slinkse truc liet ik onbenut om groot en klein, arm en rijk, mooi en lelijk warm te maken voor de boeken van het Aalsterse genie met de korte beentjes dat dit ...

Bart Vanegeren

Mijn jonge leven heb ik gewijd aan de verspreiding van het woord van Louis Paul Boon. Geen slinkse truc liet ik onbenut om groot en klein, arm en rijk, mooi en lelijk warm te maken voor de boeken van het Aalsterse genie met de korte beentjes dat dit jaar negentig geworden zou zijn. 'Mijn kleine oorlog', Boons oorlogskroniek uit 1947, was indertijd een van de makkelijkst te slijten werkjes: jonge gasten vonden het dunne boekje geknipt voor de leeslijst op school; bejaarden gebruikten Boons oorlogsverslaggeving graag als springplank naar herinneringen aan hun kleine oorlog; en alle tussenliggende leeftijdscategorieën verleidde ik moeiteloos met de geschiedkundige waarde, de literaire kwaliteit of de ontroerende oerkracht van 'Mijn kleine oorlog'.

Vijfenvijftig jaar na verschijnen heeft het boekje nog altijd niks aan relevantie ingeboet, zo leert de nagelnieuwe Werkuitgave van 'Mijn kleine oorlog'. De 500 bladzijden tellende turf bundelt de tekst van het oermanuscript ('Vertellingen over den oorlog'), de voorpublicatie in het weekblad Zondagspost, de eerste druk uit 1947 én de herziene tweede druk uit 1960 - allemaal met wetenschappelijke precisie gekommaneukt. 't Is veel - eerlijk gezegd: té veel. Al dat papier neemt de contouren aan van een mausoleum - minder een Werkuitgave dan een Zerkuitgave. Daarom verdient deze springlevende tekst gauw óók een handige pocket van hooguit 200 bladzijden: het indrukwekkende oermanuscript, een dagboekachtige brainstorming van 145 notities (notitie 26: 'En van de duitschers gesproken, dat het allegelijk simpathieke menschen zijn, maar dat ze vaneigens van ons gedacht niet zijn.'); de ruwe tekst van de eerste druk met 'zinnen als verwrongen rails'; het enkel in Zondagspost verschenen pareltje 'Weerzien van Oostende'; en de nieuwe fragmenten uit de tweede druk. Ik durf er zelfs voor pleiten om uit de vier beschikbare versies van het boek in de geest van Boon de definitieve 'Mijn kleine oorlog' samen te rapen, maar dat dient de toegankelijkheid zo erg dat 't vast wetenschappelijke heiligschennis is.

De Werkuitgave bevat ook een nawoord van Kris Humbeeck. Ik ken de man goed, maar zelfs wie 'm ook maar een beetje kent, is ervan op de hoogte dat hij van geen ophouden weet: dit nawoord telt 140 bladzijden, zodat de Boon-biograaf onderhand genoeg voorgepubliceerd heeft voor drie biografieën. Voor dit uitstekende artikel is Humbeeck Maurice De Wilde-gewijs in het oorlogsverleden gedoken, wat spectaculair fotomateriaal en verrassende getuigenissen opgeleverd heeft. Hij beschrijft overtuigend de geschiedenis en de grootsheid van dit kleine boekje, het jongere broertje van het net zo cynische en klassieke 'Voyage au bout de la nuit' van Louis-Ferdinand Céline. In een geïmproviseerde reeks snapshots vat Boon het fysieke, psychische en morele verval in een kapotte tijd in een bezette stad, waardoor hij doolde met het notitieboekje in de hand. In '46 schreef hij in De roode vaan dat hij tijdens de oorlog 'meegeleefd heeft met zijn tijd lijk een regendruppel meeleeft met het onweer' - seismografie in tijden van maatschappelijk stormweer.

Is 'Mijn kleine oorlog' u te somber, nu de Republikeinse verkiezingsoverwinning in Amerika een oorlog tegen Irak echt onafwendbaar gemaakt heeft en de dagen bovendien ontstopbaar korten? Geen nood, er is immers een Boon voor elke stemming of gelegenheid: als tweeëntwintigste deeltje in de Vlaamse Bibliotheek van Uitgeverij Houtekiet verscheen 'Blauwbaardje in wonderland en andere grimmige sprookjes voor verdorven kinderen', een verzameling van tien sprookjes die Boon in de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw op de trein schreef, pendelend naar zijn werk bij de krant Vooruit. Hij leende vrijelijk cyclopen, kasteelheren en reuzen bij de broertjes Grimm, maar schonk ze geestiger en absurder avonturen, opgevrolijkt met seks en geweld. Hoe lichtvoetig hij het wedervaren van zijn sprookjesprinsessen ook noteerde, uiteindelijk klinkt Boons waarschuwing aan het adres van de zijn ondergang tegemoet snellende mensheid in de grimmige sprookjes even wanhopig en afgrondelijk als in 'Mijn kleine oorlog':'Van het leven dat wij droomden is ook in de hemel het leven slechts de schijn.' - grimlachend het einde tegemoet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234