null Beeld

Review: Mick Jagger - Goddess in the Doorway

Volgend jaar vieren de Stones hun veertigste verjaardag, en terwijl Keith Richards vruchteloos op zoek blijft naar de definitieve riff die ooit, in 1967, per toeval uit zijn gitaar viel toen hij Anita Pallenberg voor het eerst in hare pure zag, geeft...

Volgend jaar vieren de Stones hun veertigste verjaardag, en terwijl Keith Richards vruchteloos op zoek blijft naar de definitieve riff die ooit, in 1967, per toeval uit zijn gitaar viel toen hij Anita Pallenberg voor het eerst in hare pure zag, geeft Jagger er solo alvast een lap op, te vergelijken met de mep die Muhammad Ali ooit uitdeelde aan Jean-Pierre Coopman. Omringd door een keure goden uit de demi-monde van de rock (Bono, Pete Townshend, Rob Thomas van Matchbox 20 en Lenny Kravitz) bewijst hij dat hij het ook alleen kan.

Opener 'Visions of Paradise' leads the way: zenuwachtige drums, moordrefrein en bijzonder intelligente tekst over da power of love, een discipline waarin Jagger, mocht hij doorgeleerd hebben, moeiteloos een doctoraat gehaald zou hebben. Daarna is het een beetje zoeken: moderne gospelsong 'Joy' heeft wel iets (Bono op stem, namelijk) maar te weinig, en 'Dancing in the Starlight' is maar zozo.

De machtige mokerslag 'God Gave Me Everything', gezegend met een vette Lenny Kravitz-riff, blaast daarentegen iedereen moeiteloos van de sokken: nogmaals blijkt dat een goed lied niet meer dan drie akkoorden en één goeie yell nodig heeft. 'Hide Away' lijdt wat onder Jaggers fake Amerikaanse tongval, maar al bij al is dit aanstekelijk Caraïben-country met een falsetto-refrein waar ze in Nashville alleen maar van kunnen dromen. Ook 'Don't Call Me Up' beschikt over een bluesy maar tegelijk glorieus refrein waaruit blijkt dat zelfs een bijna zestigjarige die bij zijn geboorte in een vat testosteron gevallen is nog kan overlopen van romantische gevoelens.

De titelsong 'Goddess in the Doorway' is een ambitieus geval waarin een Afrikaanse jodel, een dementerende post-Chic-riff en nog wat exotica net iets te veel tegelijk proberen te bewijzen. 'Lucky Day' heeft de groove van 'Beast of Burden', maar had ook op een cd van de Radios kunnen staan: tel uit je winst. Ook 'Everybody Getting High' is wat gewoontjes: Joe Perry van Aerosmith smijt enthousiast met dikke solo's, maar 't klinkt allemaal wat overgearrangeerd, een euvel waaraan wel meer nummers lijden, want er wordt iets te vaak een overbodige viool uit één of andere sampler gehaald om het laatste gaatje te vullen.

Nee, dan liever 'Gun', dat met subtiele én distorted gitaren van Pete Townshend, de violen uit 'Shaft', een bubbelbadritme en een goor refrein uitgroeit tot een hoogtepunt op een cd zonder echte laagtepunten. Op 'Too Far Gone' gaat de krasse knar op zoek naar het Arcadia zijner jeugd: geen nostalgie, maar een klare kijk op wat voorbij is en wat er in godsnaam foutging, met alweer ambitieuze violen à la Craig Armstrong en die ongelofelijke, moeiteloos alle registers beheersende slangenbezweerdersstem.

Op de weemoedig mooie afsluiter 'Brand New Set of Rules' beweert Ol' Satyricon dat hij trouw zal zijn aan zijn nieuwe lief: 'I'm gonna change, mark my words.' Ha bloody ha.
Voor de volledigheid: de mysterytrack is een één minuut durende dronkenmansbrawl op nachtclubpiano. En dan is het definitief op.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234