null Beeld

Review: Nick Cave & The Bad Seeds - Kicking Against The Pricks

Nick Cave, zwerver en vagebond, heeft stof doen opwaaien. Eerst met The Birthday Party, de eerste Australische groep die door alle barricades heen stormde; het orkest verbaasde en verbijsterde met psychopatische muziek en onaangepast gedrag. The Birt...

Nick Cave
The Birthday Party
The Bad Seeds
David Bowie
Bryan Ferry
Elvis Costello
"Kicking against the pricks"
"Tupelo"
John Lee Hooker
"Avalanche"
Leonard Cohen
"Wanted man"
Bob Dylan
John Cale

Cave start met "Muddy water": unheimliche viool, luguber orgel, een slepende ziekte van een song over hoe een man de strijd opgeeft om een stukje land te vrijwaren van de Rivier, over de pletwals van het lot. Het is briljant en het zet de toon: modderig water vult de aderen van Nick Cave. Haat en wraakzucht en tomeloze woede en kwaaie gitaren wellen dan op in "I'm gonna kill that woman" van John Lee Hooker en uit Caves grommende stem blijkt dat hij elk woord méént: een eigenzinnige en onvergetelijke bewerking. Dan volgt "Sleeping Anleah", een hallucinant walsje dat Cave echt probeert te zingen zoals zangers dat zouden doen: niet onaardig maar in dit hoge gezelschap ook niet echt opmerkelijk. "Long black veil", een "Tom Dooley"-achtige klaagzang, is dat wél: het gaat over een onschuldige die, om de eer van zijn vrouw, blijft zwijgen en gehangen wordt wegens moord, een van die dingen die ons allemaal wel 's overkomen. Van hoogtepunt naar hoogtepunt: van het wonderlijke 'Long black veil" naar een rottende versie van Jimi Hendrix' "Hey Joe", het vervolg op "I'm gonna kill that woman". Krakende gitaren, spuwende Cave, zwart als de nacht. Zeker niet minder qua betrokkenheid en pijn is "The singer", de single en een Johnny Cash-song, waarin Cave mompelt en gromt als een geslagen hond en de Seeds immer weer hetzelfde spelen.

De andere kant van de medaille: kant twee. Het begint met een rituele, kung fu-versie van Lou Reeds "All tomorrow's parties" en dan, plots, gaat de storm liggen voor de stilte van het absolute juweel op "Kicking against the pricks"; het heet "By the time I get to Phoenix", werd geschreven door de nu geheel vergeten Jimmy Webb, en was, geloof ik, ondermeer een hit voor Glenn Campbell. "By the time…" is op zich al een prachtige song maar Cave haalt er nog meer uit dan erin zat: de Seeds bootsen een klok na, en Cave zingt, sigaret in de mondhoek, zoals hij nog nooit gezongen heeft. Wie deze klassieke ballade van het afscheid aanhoort, zal 'm nooit, zelfs niet in een dronken bui, vergeten.

Aan de drugs en als Jim Morrison klinkt Cave vervolgens in Alex Harveys "The hammer song"; "Something's gotten hold of my heart", ooit een hit voor de grote Gene Pitney, klinkt soms als een grap en soms als een ode aan The Walker Brothers; "Jesus met the woman at the well" is een verrassend zuiver en meerstemmig gezongen gospel; "The carnival is over", eigenlijk het bekende studentenlied over de kikker en de ooievaar, sluit ironisch af. Want je weet natuurlijk nooit wat je aan Nick Cave hebt. Stortte hij na elke take in elkaar van de emotie of van het lachen? Mij kan het niet schelen. Het gaat erom dat "Kicking against the pricks" van Nick and The Bad Seeds snijdt en naar de keel klauwt en bijblijft. Het is geen aangename plaat, geen achtergrondmuziek; men zal "Kicking against the pricks", de meest toegankelijke plaat van Nick Cave, nooit in warenhuizen horen. Mij

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234