null Beeld

Review: Ozark Henry - Birthmarks

Spuugzat waren ze het in 1998, ten huize van de familie Goddaer. Altijd maar op kousenvoeten rondsluipen, niesbuien en hoestaanvallen krampachtig verbijten, of in eindeloze stilte wachten in de kelder tot het rode opname-lampje doofde, terwijl opa ge...

Spuugzat waren ze het in 1998, ten huize van de familie Goddaer. Altijd maar op kousenvoeten rondsluipen, niesbuien en hoestaanvallen krampachtig verbijten, of in eindeloze stilte wachten in de kelder tot het rode opname-lampje doofde, terwijl opa gemelijk siste dat het er tijdens de oorlog een stuk vrolijker aan toeging in de schuilkelders. Eén verdieping hoger had zoon Piet de huiskamer omgebouwd tot geluidsstudio, en dat hebben ze geweten.

Het resultaat, het met behulp van een bevriend programmeur, handenvol samples en referenties aan zowat de halve West-Europese muziekgeschiedenis samengestelde 'This Last Warm Solitude', bleek een fantastisch must-have album dat ondanks alle computertoestanden even organisch oogde als een volgens de regels der kunst gebakken chateaubriand (vegetarische fans van Ozark Henry mogen hier een groente naar keuze bij verzinnen).

Later, toen P.G. voor zijn derde cd poogde de strijkers van het voltallige Audrey Riley Octet onder te brengen in de badkamer, was de maat vol en werd hij vriendelijk verzocht naar een 'echte' studio te verkassen. 'Birthmarks' werd dus ingeblikt met live muzikanten, en wie voorzichtig met die nieuwe Ozark wil kennismaken, raden we aan te starten met de vinnige drive van de vanzelfsprekende single 'Rescue', een spetterende joyride door een wasem van gestaag druppelende keyboards. Rij vervolgens door naar 'Seaside', een bleek dooraderde ballad waarin machtige getijden elkaar traag aflossen. En rust dan uit bij 'Sweet Instigator', dat zich na een Moby-achtige intro ongegeneerd ver openspreidt, terwijl een kritische gitaar sporadisch de wenkbrauwen optrekt als het wat te gladjes dreigt te worden.

En op 'Word Up' gaat een oppeppend lite-soul koortje in de clinch met de ouderwetse elegantie van een waaier strijkers en een zanger die voorwaar aan het croonen slaat, een discipline die we doorgaans bij gevorderde carrières opmerken (Elvis Costello, Bryan Ferry). Knap.

Er wordt kortom een schitterende eerste helft gespeeld, maar daarna loopt het een beetje mis. Nandrolon ondertussen uitgewerkt of te veel cheerleaders geneukt tijdens de rust, we weten het niet, maar op 'Intersexual' zakt de spanning als een WTC-toren in elkaar. Jazzy triphop, vroege Sting en zelfs late Simple Minds, het mengsel levert slechts bitter weinig op, al past dat natuurlijk als een condoom zo strak bij het onderwerp van deze song (cyberseks).

Van de regen in de drop raken we vervolgens met het saaie, in louter grijstinten uitgevoerde 'Rainbow', dat wel een per ongeluk tot song gepromoveerde oefensessie lijkt. En ook verder worden er vooral routineuze, aseptische sfeertjes bedacht, en zijn, Gillette-nog-aan-toe, de scherpe kantjes meestal de pineut. Alleen afsluiter 'This Is All I Have', een geslaagde poging in de richting van een standard genre 'My Funny Valentine', weet ons nog te bekoren.

Maar laten we wel wezen, met een voor de helft meer dan uitstekende cd laat Ozark Henry nog altijd een groot deel van de concurrentie achter zich. En u?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234