null Beeld

Review: Pearl Jam op Rock Werchter 2014

Pearl Jam. En je dacht: ‘’t Is goed, Eddie. Zing nog een liedje.’

Hard en log, dat was Pearl Jam bij de aftrap. Te lang, ook. ‘Rearviewmirror’, ‘Animal’: u en wij weten dat het geen gebrekkige songs zijn, maar ze kwamen vandaag niet in hun beste gedaante. Het ging op de duur lijken als jongens die – gezellig, in het repetitiehok – onder elkaar lustig op gitaren aan het rammen waren. Technisch niks op aan te merken, maar klinisch. Statisch. Saai, eigenlijk. En de impact op het publiek was navenant: het rammen werd schaapachtig onthaald.

Hun setlist week sterk af van die van de dag voordien in Polen. Het pleit voor de groep dat ze zich – anders dan de meeste andere die hier dit weekend zijn gepasseerd – niet laten verleiden tot een gemakzuchtige copy/paste-oefening. Nog positief: dat ze geen gimmicks nodig hadden om hun classic rock aan de man te brengen. In de rug van Mike McCready en Stone Gossard niets dan een kaalgeslagen decor. Er slingerden hier en daar wat enthousiaste lampen heen en weer, maar verder was de fles rode wijn die Eddie Vedder overal patserig met zich meesleurde het enige decorstuk.

Vedder: als hij genoegzaam voor zich uit staat te glimlachen, gaat hij ineens op Bill Murray lijken. Het kan ook aan de stokerij in onze maag liggen. Of anders aan de vaststelling dat Vedder vandaag een paar keer uitvoerig lost in translation bleek. Nu en dan las hij een fragment voor van de tekst die voor hem in fonetisch Nederlands op een blaadje was geschreven. ‘Goeiendagavond, Werkter. Wanneer een friend in Seattle mij vrachen zol: ‘Choe is et ewees?’ Ik zou zagen: het was spesjiaal!’

Het was lief en goed bedoeld, maar het was werken om te begrijpen wat hij nu eigenlijk aan het brabbelen was. Er kwam applaus, maar dat was meer voor de moeite die hij zich getroost had dan voor de (in een andere taal ongetwijfeld) hartverwarmende boodschappen over zijn zus en over België. Je verwachtte elk moment dat hij ‘Daanke foor die bloemen aut Hoolant’ zou zeggen. En je dacht: ‘’t Is goed, Eddy. Zing nog een liedje.’

Eerder had zich ook al tot een verwarde speech laten verleiden. Over wat er, voor zover hij het zich kon herinneren, in de jaren tachtig aan goeie muziek te rapen viel. Niet zo gek veel, bleek al gauw. ‘Tot de Pixies op het toneel verschenen.’ Nu wou het geval dat diezelfde Pixies op datzelfde moment in The Barn stonden. Waarna hij het glas – in casu: de fles – op hun gezondheid hief.

Maar we zouden het over de muziek hebben. Na ongeveer een derde van de show was er een wijdbeens ingezet ‘Why Go’ dat om reprises smeekte. Je zag een stel ouder wordende doerakken zich op het podium in het zweet werken. Het was aandoenlijk, maar ook: mooi. Het was: een legendarische groep die zijn vijfde adem teruggevonden heeft en zelden de indruk geeft aan de astmaspuit te moeten. Er was hardnekkig kippenvel bij ‘Jeremy’. Omdat het ‘Jeremy’ was, niet omdat ze er een onverbeterlijke versie van hadden meegebracht.

‘Betterman’ en ‘Black’ raakten ons pal in the feels. Er was Midlake, de groep die hier eerder op de dag in The Barn stond en nu ook bij Pearl Jam enkele songs mee mocht komen spelen. En beter dan tijdens het bijzonder krachtige ‘Daughter’ (met inbegrip van een ‘Where Is My Mind’-intermezzo) verwachten wij het dit weekend niet meer te hebben. ‘Elderly Woman Behind the Counter In a Small Town’ viel tegen, wegens te wankel op de benen. ‘State of Love and Trust’ was goed. ‘Do the Evolution’ beter. En de bisronde was opgebouwd rond het olijke duo ‘Alive’ en ‘Rockin’ In the Free World’ van ome Neil: het voldoet, zullen we maar zeggen.

Was het een goed concert? Absoluut. Pearl Jam heeft de ervaring, het talent en de songs. Het zou onrustwekkend zijn als ze uit die combinatie geen goed concert konden puren. Was het een uitstekend Pearl Jam-concert? Bij momenten: absoluut. Over de hele lijn: nee.

Het was goed; dat moet maar voldoen. Goed?


Quote

(Vedder, die zich voorover buigt om de pancarte van een fan te lezen) ‘Uhm, no, I can’t and won’t sleep with you in your tent, Sir.’

Thank you very much, ladies & gentlemen, we were your opening band for Kings of Leon.’

I was never cool in high school. Thank God for that! Trust me: being too cool too soon is no good. Those cool guys never end up on a stage like this one. The Black Keys, Midlake: none of them were cool guys in high school. The cool guys are now – I don’t know – accountants. They’re smoking cigars and cheating on their wife. I keep telling my own kids – and I tell you kids right now: don’t peak too early.’

(Tot het publiek) ‘Thank you for being the best part of the band.’


Tweet

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234