Review: PJ Harvey op Rock Werchter 2016

Was PJ Harvey een geheim, ik zou haar verklappen.

Dit is een bijzonder concert, besefte ik na twee nummers. Dit is zo’n zeldzame avond waarop alles samenvalt. De vrouw van wie ik elf maanden geleden de voornaam stal om ‘m aan m’n dochtertje te geven. Haar band. Hun plaat. Hun concert. Elk liedje in de set van PJ Harvey, op die te koesteren zaterdagavond in The Barn, was het mooiste liedje ter wereld.

Plechtig waren ze het podium opgekomen, PJ Harvey en haar mannen, als een legerbataljon dat, nog voor het naar de strijd trekt, al rouw in de ogen heeft. Een grote trommel klopte een suïcidaal ritme, op het hoofd van Polly Jean hield een diadeem de droevige veren van een kraai bij elkaar, en alles was klaar, alles was zo ontzettend kláár voor een concert dat al m’n hartkamers zou meubileren.

'Meer dan ooit is Polly Jean een meisje van tien op tien'

Je moest de plaat kennen, dat wel: wie nog niet naar ‘The Hope Six Demolition Project’ had geluisterd, kreeg een lidkaart van een merkwaardige sekte in de maag gesplitst. Het is een heel-veel-luisteren-plaat, één grote, provocerende weerhaak: je moet een poos met ‘The Hope Six Demolition Project’ samenleven voor je haar mag huwen. PJ Harvey is ervoor naar Kosovo geweest, naar Afghanistan, en naar de wijken in Washington waar er gevangenisstraf staat op dromen van geluk. Ze heeft genoteerd hoe je ellende spelt, en ze heeft er vervolgens liedjes over gemaakt – akelige, prachtige, uit wanhoop en ontzetting geboren liedjes over oorlog, armoede, dood en zoekgemaakte vrede. De grunge is nog maar een vage herinnering voor PJ Harvey. Ze is niet meer geïnteresseerd in het ongeluk in haar eigen hoofd. Ze kijkt naar de wereld, en ze kijkt góéd.

Haar verontwaardiging werd ons geluk, daar in The Barn. ‘Chain of Keys’ wierp al meteen een cruciale vraag op: hoeveel kippenvel moet je hebben voor je officieel een poelier bent? En het werd alleen maar gevaarlijker en intenser. Wanneer ze samen zongen, PJ Harvey en haar mannen – bijvoorbeeld in ‘The Ministry of Defence’ – weekte dat iets in me los waar ik maar moeilijk de vinger op kan leggen. Een kleurige weerloosheid was het, een sentiment dat tegelijk naar wanhoop en geluk hintte, iets waar ik vroeger, toen ik nog tranen op overschot had, om gehuild zou hebben. Je kon onmogelijk ‘The Community of Hope’ horen en niet in een dozijn stukjes verkruimelen, net zoals je niet naar die saxofoon in ‘The Ministry of Social Affairs’ kon luisteren zonder tien melancholische jaren ouder te worden. In élk van die 75 kostbare minuten zat een bokshandschoen die je de ontroering in mepte. Soms was het de steelgitaar, soms de frasering. Soms de backings, die eraan herinnerden dat in een ideale wereld Nick Cave en PJ Harvey een koppel waren gebleven. Soms de saxofoon. Vaak de teksten. En altijd de songs. Die liedjes. ‘Medicinals’, ‘When Under Ether’, ‘Dollar, Dollar’, ‘River Anacostia’: monsterlijk mooi. Ik geloof dat ik harten heb horen breken.



Een opsomming: John Parish, Mick Harvey, Alain Johannes, Terry Edwards. Dat is een lijstje waarmee buikige mannen muziekquizzen winnen. Maar het is ook het niet eens volledige overzicht van de muzikanten die op het podium in de schaduw van PJ Harvey logeerden, en daar met plechtige ernst in emotioneel vakwerk handelden. Ze stonden daar als pittig geparfumeerde butlers, als tedere romantici, als uit leliezacht sentiment opgetrokken believers. Hoe godsgruwelijk móói was het toch om te zien hoe PJ’s band ‘The Six Demolition Project’ begrépen heeft, van de eerste noot tot de laatste echo.



Ergens halverwege gaf PJ Harvey een passje achteruit, naar 2010, toen ze met ‘Let England Shake’ ook al een plaat uithad die essentieel is om haar graag te zien. In ‘The Glorious Land’, ‘The Words That Maketh Murder’ en het titelnummer kwam Engeland met je netvlies flirten: je zag haar morsig uitgelichte kusten, haar traag ademende platteland, haar nukkige hoofdstad. En die tragisch onnozele Brexit, natuurlijk: ik vond de Europese Unie leuker toen ik die nog mocht delen met PJ Harvey.



In de finale ging ze nog dieper spitten. Maar je mocht je niet vergissen: ‘To Bring You My Love’ en ‘Down By The Water’ waren geen oude vrienden die lauwe pils kwamen drinken op de klasreünie. Er zat niets plichtmatig aan, bedoel ik: PJ Harvey zong alsof ze zelf pas ontdekt heeft dat er in die liedjes meer passie en pijn zit dan de Wereldgezondheidsorganisatie toelaat. En dat de punkette in PJ nog een geldig paspoort heeft, mocht blijken uit het ziedende ‘50ft Queenie’.



Meer dan ooit is Polly Jean een meisje van tien op tien. Die kristalheldere stem, die présence, die zorgzaamheid waarmee ze over haar liedjes moedert, die ruwe, in geen Instagramkiekje te vatten reis die ze voor ons in The Barn organiseerde: Rock Werchter werd een glorious land waar een koningin met zachte ogen over regeerde.


Het moment

De lichten die weer aangingen na het concert, en in ieders ogen hetzelfde lezen: ‘We hebben iets bijzonders meegemaakt.’


Het publiek

Spaarde zich tien jaar therapie uit.


Quote

PJ Harvey wist in welk land ze op het podium stond: ‘A Line in the Sand’ droeg ze op aan Ann Demeulemeester.


Tweet

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234