Review: Portishead op Pukkelpop 2014 (Marquee)

Beth Gibbons heeft een keelgat als het hellend vlak van Ronquières, en ze slikt daarmee aldoor ‘s werelds sociaal onrecht, persoonlijke frustraties, confrontaties met naar voetschurft ruikende lul-de-behangers, en andere issues naar binnen – waarna ze al dat vuil walgend en bedekt onder het gal weer uitspuwt in de micro. Het resultaat is – een mens zou het niet zeggen – pure pracht. Dat is Portishead.

Achtereenvolgens, daar in de Marquee:



‘Silence’, dat een binnenkomer was om ‘he-hey, wat een neut van een binnenkomer’ tegen te zeggen. De openingssong van ‘Third’ was vandaag ook het toegangsticket voor een show die de perfecte spagaat zou maken: van diep borende adrenalineshots tot kropvullend mooie ontroering.

‘Mysterons’, dat twintig jaar na datum nog steeds een van de hoogtepunten op ‘Dummy’ is (en van de hele nineties bijeen), en desgevolg vanaf de eerste noten met applaus en kippenvel onthaald werd. Er hoorden voor de gelegenheid lasergeluiden bij, maar in de topsong die ‘Mysterons’ heet is plaats voor veel.

‘The Rip’, en zeg dat wel.

Een geil trage, bijna jazzy versie van ‘Sour Times’. Je begon terloops steeds vaker naar Beth Gibbons te staren, de überfrontvrouw die nog steeds net zo nederig en gekromd en diep getormenteerd over haar microfoonstandaard geleund staat als toen 1994 nog een fris, jong blaadje was. Het zou – als dat inderdaad al jaren de eerstaangewezen houding is – weleens een act kunnen zijn, is de voordehandliggende bedenking die je je maakt (terwijl je er vroeger altijd van overtuigd was dat het meisje Gibbons problemen had en gered moest worden). Maar de suspension of disbelief wordt ver gerokken als Gibbons ‘’Cause nobody loves me’ kreunt.

‘Machine Gun’, en iemand naast mij vloekt: ‘Ja godverdomme, ze hebben alleen maar topsongs; zo is het gemakkelijk om indruk te maken.’ Presenteerde zich aanvullend ook nog als prima wapen voor de frontlinie: de aan de naden scheurende, onpeilbare, afwisselend okerkleurig, donkerblauw en roetzwart kleurende stem van Gibbons. En het moeilijk te volgen gevoel voor perfectionisme van Barrow en Utley.

‘Over’ was daar het directe gevolg van, in een meesterlijke versie.

Twist ending: de beste songs moesten toen nog komen. Niet ‘Glory Box’, dat evenwel heel krachtig was, en ook niet het nieuwe (respectievelijk heel dancy en heel donkere) spul.

Wél:



‘Cowboys’, een song om in een klein, donker doosje te allen tijde met je mee te dragen.

‘Roads’, misschien wel hun beste ballad, en hier in de allerbeste versie die we ooit van hen hoorden.

‘We Carry On’, dat alle sequels en alle restenergie – met een vermorzelende beat en een scheurende riff – in één bijzonder gestroomlijnde ruk de nek omwrong.


Tweets

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234