Review: Rickie Lee Jones - Duchess of Coolsville

Een fan incasseert rake klappen in z'n leven. Er zijn duizend voorbeelden van artiesten die briljant debuteren en vervolgens met elke plaat minder worden. Ook Rickie Lee Jones debuteerde briljant, en het is geen toeval dat de titel van de driedubbele...

Een fan incasseert rake klappen in z'n leven. Er zijn duizend voorbeelden van artiesten die briljant debuteren en vervolgens met elke plaat minder worden. Ook Rickie Lee Jones debuteerde briljant, en het is geen toeval dat de titel van de driedubbele anthology 'Duchess of Coolsville' verwijst naar een song op die eerste plaat. Alleen: zitten we twintig jaar later nog op haar overschotjes te wachten?

Ja. (Suspense is nooit mijn sterkste kant geweest). Rickie Lee heeft een extreem artistiek temperament, en de momenten waarop ze dat kamerbreed laat hangen zijn niet aan mij besteed: intellectualistisch gezwam in exotisch bedoeld maar irritant Franglais, té jazzy arrangementen, multiculturele experimentjes waarvan de bedoelingen beter zijn dan de melodie... Dié Rickie Lee zou gebaat zijn bij een strengere producer, maar die houdt ze buiten de deur, want haar rolmodel Joni Mitchell doet ook alles zelf. Niettemin leveren drie cd's minstens een dozijn parels op. Ik ben vooral blij dat de mooie duetten met minder bekende muzikanten van de vergetelheid zijn gered. Het ingetogen 'Autumn Leaves' met bassist Rob Wasserman, bijvoorbeeld. De spookachtige ballad 'Easter Parade' met The Blue Nile. Het speelse 'Makin' Whoopee' met Dr. John. De knappe concertfragmenten, totnogtoe alleen verschenen op een allang vergane twelve inch. De tijdens een soundcheck godzijdank opgenomen briljante spielerei 'Atlas' Marker', met Bill Frisell.

Op haar beste momenten ('Coolsville', 'Weasel and the White Boys Cool', 'The Last Chance Texaco', 'Living it up'...) kon Rickie Lee een beroep doen op gedienstige topmuzikanten die een subtiel, glorieus, foutloos én warm klanktapijt weven van het soort dat ook 'Little Criminals' van Randy Newman boven zichzelf deed uitstijgen. Soms wil ze te krampachtig Miles Davis achterna (je krijgt soms het gevoel dat ze popmuziek eigenlijk te min vindt, net zoals goeie acteurs met een groot ego per se willen regisseren). Maar als ze zich houdt aan haar grootste talent - rijke harmonieën en wonderlijke melodieën; easy listening met een complexe structuur - is het genieten van ballads als 'Skeletons' en 'On a Saturday Afternoon in 1963'. Wie nog niets van Rickie Lee in huis had, kan ook z'n voordeel doen met haar beste songs, die hier gerecycleerd worden: het onverwoestbare 'Chuck E's in Love', natuurlijk - de meest originele manier om niet 'I love you' te zeggen - en 'Pirates' en al die andere songs die samen een genre op zich vormen. Want als je een artiest definieert als iemand die muziek maakt die je vanaf de eerste noten herkent als van hem/haar en van niemand anders, dan is Rickie Lee Jones een topartiest. En op hoeveel platen staan 48 songs en hooguit een handvol stinkers?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234