null Beeld

Review: Ronald Giphart - Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid

't Leek best een goed idee: een gevestigde naam uit de Nederlandse letteren houdt een jaar lang een dagboek bij en het resultaat wordt uitgegeven in de prestigieuze reeks ego-documenten Privé-domein. Een beter idee was geweest even te bedenken dat d...

't Leek best een goed idee: een gevestigde naam uit de Nederlandse letteren houdt een jaar lang een dagboek bij en het resultaat wordt uitgegeven in de prestigieuze reeks ego-documenten Privé-domein. Een beter idee was geweest even te bedenken dat de Privé-domein-delen van al die literaire giganten meerdere jaren omspannen en dat het niet aardig is iemand te vragen in een jaar tijd een dagboek bijeen te schrijven dat de vergelijking met al die bejubelde, meerjarige kronieken moet doorstaan. Eerder faalden Rogi Wieg, Boudewijn Büch en Maarten 't Hart al, en ook Ronald Giphart, die het hele jaar 2001 een dagboek bijhield, levert met 'Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid' geen goed boek af.

Natuurlijk is Giphart bij momenten uitzonderlijk grappig. Bijvoorbeeld als hij weer eens kond doet van een vrolijke belevenis met zijn zoontje Broos, overduidelijk gezegend met wat wetenschappers ooit als het Giphart-gen zullen ontsluieren: ''Jij bent poep,' zei hij tegen mij, en tegen Mascha: 'Jij bent pies.'' Of als hij politiek hogelijk incorrect uit de hoek stuift, zoals wanneer hij in het verslag van een signeersessie Lulu Wang laat zeggen: 'Wie was ej aan de beult?' Hergé is voor minder van zijn kuif ontdaan en kaalgeschoren.

In zijn roman 'Giph' heeft Giphart zijn vlucht in de leukigheid geduid en tot iets van zijn generatie opgetild: 'Van jongs af aan vallen wij overal buiten. Wij waren te jong voor punk en te oud voor house, te onbevangen voor het linkse geëmmer van de roaring seventies en te cynisch voor de nieuwe zakelijkheid van tachtig. Wij zijn notoire mislopers, gedoemde tussenpausen, een 'lost generation'.' Intussen heeft de geschiedenis de generatie van Giphart ruim bedeeld met collectieve trauma's: zowel vóór 2001 (de vuurwerkramp in Enschede, het falen van de Nederlandse Blauwhelmen in Srebrenica), als in 2001 (het puin van de WTC-torens bedolf ook het gidsland Nederland, dat een heftige opstoot van vreemdelingenhaat meemaakte), als na 2001 (het rad van Fortuyn).

Toch blijft Giphart onvermoeibaar op zijn 'humortrommeltje' roffelen. Na een reisje naar Bosnië geeft hij zichzelf 'voor het eerst in negentien jaar' een week of drie schrijfvrij. Elders luidt het: 'Waarover zou ik moeten schrijven in verscheurde, door oorlog of armoe geteisterde landen? Ik zie mezelf niet in mijn humorpotje roeren naast een hongerig kind, een verbrande weduwe of een vrouw wier man en zoons zijn afgevoerd onder toeziend oog van Nederlandse soldaten.' Met andere woorden: bij Giphart is humor geen wapen tegen verveling, frustratie of stuurloosheid. 't Is gewoon lolbroekerij om de lolbroekerij, waar op zich natuurlijk niks op tegen is. Maar als het iets (of heel wat) minder is, zoals in 'Het leukste jaar uit de geschiedenis', verzeilt zo'n lokale moppentapper algauw in steriel cabaret, dat ideeën- en gevoelsarmoede lijkt te moeten maskeren.

Erger is de collateral damage van dit in leukigheid strandend dagboek: vantussen de bladzijden stijgt de penetrante walm van eigendunk op. Voor Giphart zitten zalen geheid barstensvol, voor zijn werk lopen vooral mooie en gewillige meisjes warm. Hij etaleert in interviews en op café een briljante spitsvondigheid, is 'sprakeloos' bij het vernemen van wat hij 'vorig jaar aan boeken had verkocht'. Het allerergste is dat Giphart met dit dagboek zondigt tegen zijn Hoogstpersoonlijke In Stenen Tafelen Gebeitelde Literaire Grondwet: boeken mogen nooit saai zijn. Helaas, wat Giphart zijn 'reality novel' noemt, is in hetzelfde bedje ziek als reality soaps en reality tv: een lobotomie helpt om geboeid te blijven door de eindeloze stroom vergaderingen, lezingen en ontmoetingen met schrijvers, tv-makers en andere creatievelingen. Giphart heeft het herhaaldelijk over 'de peristaltiek van de roem' - 't valt te vrezen dat enkel zijn scatologisch georiënteerde zoontje daarbij kraait van plezier.

In een zeldzaam helder moment bekent Giphart: 'Mijn grootste angst is dat er dingen aan mij voorbijgaan, dat ik er als schrijver niet uithaal wat erin zit, dat ik niet schrijf wat ik zou kunnen schrijven.' Die angst is meer dan terecht, een decennium na zijn debuut lijkt Giphart in de eerste plaats een nijvere commerçant geworden die een winkeltje in grappen en grollen drijvende houdt en daartoe zijn zucht naar klandizie zijn verlangen naar kwaliteit heeft laten versmachten. Jammer van al dat talent.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234