null Beeld

Review: Serge Gainsbourg - Love on the Beat

Vijftien jaar is hij al dood, Serge Gainsbourg, de kettingrokende sater die maar al te graag tegen schenen schopte, maar ook tijdeloze chansons schreef, ja zelfs Franstalige rock die niet lachwekkend overkwam. Wij hernemen nog 's Rudy Vandendaeles bespreking van Gainsbourgs schandaalplaat 'Love on the Beat' uit 1984.

Rudy Vandendaele

Pietro Aretino (1492-1556) liet ooit een sonnet uit z'n pen vloeien dat begon met de volgende versregels: 'Laat ons nu naaien, lief, op slag en onvervaard / Want tot dat doel zijn wij het leven ingetreden / Bewonder jij het lid? Wel, ik bemin de schede:/ Zouden die niet bestaan, dan was de aard' niets waard.' Door Italiaanse dichters te citeren zou ik wel eens dat laatste, zorgvuldig gecultiveerde restje street-credibility kunnen kwijtspelen, maar dat risico loop ik graag, want tegenover een man als Gainsbourg moeten egards in acht genomen worden. En bovendien vat bovenstaand kwatrijn uitstekend de levenshouding van de laatste der Franse dandy's samen. Serge Gainsbourg: Franse jood van Russische afkomst, ex-kunstschilder, ex-barpianist, acteur, fotograaf, cineast, hartlijder,kettingroker, alcoholist, mondain fuifnummer, pro­vocateur, cynicus, querulant, seksuele alleseter, aforist ('Wie heeft de Titanic doen zinken? Iceberg, alweer een jood.'), schrijver van de voortreffelijke novelle 'Evguénie Sokolov' (Gallïmard) en na­tuurlijk briljant auteur-compositeur. Vijfenvijftig is hij nu, de peetvader van de Franse rock, en hij is door het leven getekend en slecht getekend, al sinds zijn geboorte eigenlijk. Puilogen, zeiloren en een haak­neus, één van de drie is al voldoende om gebukt onder te gaan, maar hij heeft ze alledrie. Zijn moeilijk in de markt liggende fysiek - ik blijf beleefd - is zijn image geworden, hij heeft zijn lelijkheid omgeplooid tot een soort makabere charme, een dwarszittende look.

Gainsbourg, eeuwige stoppel­baard, eeuwig een Gitane in de mondhoek, gestaag whisky drinkend, is pure klasse en laat zich omringen door niets anders dan pure klasse, of het nu om vrouwen gaat of om muzikanten. Op z'n vorige twee platen 'Aux armes et caetera' en 'Mauvaises nouvelles des étoiles' wou hij reggae, the real thing, en daarom vloog hij naar Jamaica waar hij Sly & Robbie en Rita Marley inhuurde. Nu reggae een beetje op z'n retour is en de ware beat niet langer in Kingston slaat, trok Gainsbourg naar New York, het epicentrum van de withete, hartstochtelijke, verzengende elektro-funk, de grensvervaging tussen sound en sex.

Dat hij dit geluid nodig had voor z'n 'Love on the beat' spreekt bijna vanzelf. Sex is op één song na het allesoverheersende thema van deze elpee, en niet zomaar sex, maar sex in al z'n verschijningsvor­men, zelfs de meest ongeoorloofde. Laat ik even beginnen met het zwakste nummer van de plaat, een song naar een étude van Chopin: 'Lemon incest'. Gainsbourg zingt dit nummer, om het een beetje realistisch te houden, met zijn dochtertje Charlotte. Hij heeft het over 'l'amour que nous n'f'rons jamais ensemble'. Het is een wat onbenul­lig liedje dat helemaal buiten de muzikale sfeer van de plaat valt en er dus beter niet had opgestaan. Als je de rest van de elpee hoort, is deze schoonheidsfout vergeeflijk, want hoe ademloos stuwend klinkt de titelsong 'Love on the beat' niet, waarin Gainsbourg z'n monsterhit 'Je t'aime moi non plus' eventjes scherpstelt. Een ritme dat uit de lendenen komt, levensechte paarkreten van de Simms Brothers op de achtergrond en Gains­bourg in z'n sas: 'plus tu cries plus profond j'irai'. 'No Comment' is een ironisch auto-interview waarin Gainsbourg op funky wijze z'n seksuele voorkeuren te kennen geeft.

En dan is er natuurlijk ook de homosex: 'l'm the boy', tendresse in zwart leer; 'Harley Davidson of a bitch', een rnoordverhaal in leather scene-sfeer met een gewelddadige rumble-gitaar van Billy Rush en tenslotte de verblindende diamant 'Kiss me hardy', een zuivere soul-ballad die herinneringen aan Marvin Gaye oproept, met een door de Simms Brothers delicaat gezongen refrein. Een ander hoogtepunt is het hemelse, onthecht mooie 'Sorry angel', een balsemende ballad over het wrede spel der liefde. De enige seksloze song op 'Love on the beat' is 'Hmm hmm hmm': Gainsbourg zingt over schrijfangst en geeft toe dat hij geen Edgar Allan Poe is, noch een Rimbaud, noch een Antonin Artaud. Zijn kunst is zoals hij in interviews zelf heeft gezegd een minor art. Ik denk daar anders over. Billy Rush, Stan Harrison (allebei van Southside Johnny and the Asbury Jukes), Larry Fast en Serge Gainsbourg hebben een bijzondere plaat gemaakt.

In alle bescheidenheid zou ik hetgeen Boris Vian in 1958 over de debuutplaat van Gainsbourg schreef, willen herhalen: 'Bande de cons sortez cinq francs de votre poche et achetez le disque de Gainsbourg'. Hou er wel rekening mee dat de tijden ondertussen duurder geworden zijn.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234