null Beeld

Review: Sonic Youth - Screaming Fields of Love

Een paar weken al reizen we in het verzameld werk van Sonic Youth rond, met stijgende opwinding van elpee naar elpee, van song naar song springend, want hoe langer we ernaar luisteren hoe boeiender het bizarre muzikale universum wordt dat het Newyorkse viertal in die dertien jaar op hun platen heeft uitgetekend.

De ondoorgrondelijke, beklemmende wereld van duisternis en muzikaal nacht en ontij die in de groeven van vroege underground-klassiekers als 'Kill You Idols', 'Confusion Is Sex' en 'EVOL' ligt te broeien; de experimentele lo-fi avant la lettre op het grappige zijsprongetje 'The Whitey Album' (alleen al de moeite waard vanwege die goddelijke, door de SY-mangel gehaalde versie van 'Addicted to Love': Kim Gordon maakt er met een paar rake kreunen een bloedgeile, haast perverse dansvloerstamper van); de gemutileerde, eigenzinnige noise-pop van 'Sister', 'Daydream Nation', 'Goo' en het geweldige 'Dirty'.

Een indrukwekkend rijtje platen dat samen zowat de bijbel van de Amerikaanse punkrock vormt, een schatkamer waar heelder generaties gitaargroepen bewonderend en met lang vingers in hebben rondgedwaald. In die zin valt de invloed van Sonic Youth nauwelijks te onderschatten.

Sinds hun debuutelpee in '82 zijn ze weliswaar stapje voor stapje in de richting van de mainstream pop opgeschoven - leg lappen woeste punkrock als 'Inhuman' en 'Brother James' naast latere singles als 'Dirty Boots' of 'Sugar Kane' en u weet meteen wat we bedoelen - maar ze zijn al die jaren hondstrouw gebleven aan hun eigen rigide sound en opvattingen: de idee dat het grote publiek en het valse applaus dat uit hun handpalmen opstijgt sucks, het uitgangspunt dat muziek per definitie een zekere dwarsigheid dient te bezitten, dat op elke aai een vuistslag moet volgen, dat aan een mens alleen maar schenen zitten opdat men ertegen zou kunnen stampen.

Gewoontjes zal Sonic Youth daarom wel nooit klinken: het zit niet in de natuur van het perfect op elkaar afgestemde gitaar-tweespan Thurston Moore en Lee Ranaldo, twee bijna-veertigers met de mentaliteit van een zestienjarige Butt-head, rebelse kwajongens in het diepst van hun gedachten, eeuwig jonge honden die steeds zullen bijten in de hand die hen wil voeden, zeker wanneer die hand uit de dure mouw van een Armani steekt. Het wringt met de rommeldrums van Steve Shelley (soms krijg je de stellige indruk dat in zijn basdrum een dooie hond ligt weg te rotten).

Het rijmt niet met de stem van Kim Gordon, tot in het graf één van onze all time favourite rock 'n' roll-women: de Madonna met manieren, de Courtney zonder kuren. Hoe zij haar stembanden plooit rond 'Protect Me You' (van de elpee 'Confusion Is Sex'), een badje kommer en kwel waarin twee flink overstuurde gitaren voorzichtig golfjes maken. Hoe zij van het aan een vermoorde roadie opgedragen doodsprentje 'JC' (van de elpee 'Dirty') met een stem waarvan je het afwisselend warm en koud krijgt (in paniek graait men naar zijn mentale kranen) een ontroerend en pakkend in memoriam maakt. Tienermeisjes kunnen daarom beter naar Kim Gordon luisteren dan naar hun moeder.

De muziek van Sonic Youth heeft altijd rond extremen gedraaid, het overschrijden van grenzen met de bedoeling nooit meer terug te keren; verder te gaan aan het prikkeldraad waar voorlopers als Suicide en The Stooges stopten, omdat ze onderweg al genoeg bloed hadden gelaten; blind rond te tasten in het niemandsland van de rock.

Die verkenningstocht staat nu handig samengevat op 'Screaming Fields of Love', een verzamel-cd die in vogelvlucht de periode '82-'88 overloopt. Van opener 'Teenage Riot', een song waarmee Sonic Youth wilde bewijzen dat ze ook reguliere, melodieuze popdeunen uit hun gitaren kunnen knijpen (met glans geslaagd), wordt terug in de tijd gegaan tot 'I Dreamed I Dream', een pareltje van de titelloze debuut-ep dat SY tot in de kern typeert: het nummer jengelt aanvankelijk lekker weg, maar na een paar minuten gebeurt er iets vreemds met het drumritme, sukkelt de song van de weg en is de luisteraar alweer op het verkeerde been gezet.

Tussen die twee songs in zitten vijftien juwelen verscholen: van 'Death Valley '69', een waanzinnig hoorspel over de moord op Sharon Tate met Lydia Lunch in een onvergetelijke gastrol, tot 'Expressway to Your Skull', een heerlijk tussen je oren oplossende song, waarin prachtig subtiel met uitdijende waaiers gitaar-noise wordt omgesprongen; van duistere diamanten als 'Beauty Lies in the Eye' en 'Starpower'. Het zijn fiere bloemen op een mestvaalt, lelijke muziek waar een vreemd soort schoonheid van uitgaat en bovenal: verplicht voer voor wie dacht dat de alternatieve rock begint bij Nirvana en stopt bij Offspring en Green Day.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234