null Beeld

Review: The Detroit Cobras - Baby


The Detroit Cobras - u wint op een commerciële zender naar keuze grof geld als u raadt uit welke Amerikaanse stad zij komen - is een covergroepje dat zijn hemel al dubbel & dwars verdiend heeft met die ene, onweerstaanbare single uit 2003, 'Ya Ya ...

Charlie Poel


The Detroit Cobras - u wint op een commerciële zender naar keuze grof geld als u raadt uit welke Amerikaanse stad zij komen - is een covergroepje dat zijn hemel al dubbel & dwars verdiend heeft met die ene, onweerstaanbare single uit 2003, 'Ya Ya Ya (Looking for My Baby)'. Een ritssluiting die hoorbaar naar beneden gaat, een hese vrouwenstem (die van zangeres Rachel Nagy) die suggestief 'Veeeery niiiice' kreunt en de kartelige, in soul en r'n'b ondergedompelde garagerocker die er op volgt: meer moet dat voor ons niet zijn. (Dat Nagy in een vorig leven exotische karakterdanseres was, en daarvoor naar verluidt slager, deed onze verbeelding ook op hol slaan, we geven het toe.)

Van de oorspronkelijke Cobras blijven alleen nog de vrouwen over - naast Nagy is dat gitariste Mary Restrepo - maar dat mag de pret niet drukken, want de Cobras zijn een gewiekst covergroepje gebleven, dat zijn liedjes bij de ouwe soul- en r'n'b-knakkers betrekt maar zich wel hoedt voor een té voorspelbare keuze. En dus passeren op 'Baby', de vierde DC-plaat, opnieuw songs van goed volk de revue (Clarence Carter, Gary 'US' Bonds, Betty Harris, Ruby Johnson, "5" Royales, Hank Ballard and The Midnighters, Percy Sledge en Irma Thomas, om de bekendsten te noemen) maar zult u er geen klassiekers op aantreffen. Of het zou 'It's Raining' moeten zijn. Dat Nagy met die soulballade even overtuigend wegkomt als Irma Thomas in 1961 (en hààr versie is in le Château P. toch de absolute tranentrekker), is op zich al een reden om 'Baby' tenminste een luisterbeurt te geven in een cd-zaak in uw buurt.

Van The White Stripes, die eerder hand- en spandiensten verleenden, is er op 'Baby' geen spoor - al wordt Meg White in de liner notes bedankt, net als fans van het eerste uur zoals Peter Buck, Jackie DeShannon of Little Steven - maar gebleven zijn de analoge lofi-opnamekwaliteit (een must in de White Stripes-periferie), de aan Ronnie Spector van The Ronettes schatplichtige stem van Nagy, de feestmuziek (rock-'n-roll, rhythm and blues, girlgroup sound, soul en garagerock: wat een machtig brouwsel!), het spelplezier én de vrije, blije gedachte dat het only rock 'n' roll van een covergroepje is. Opmerkelijk: het eerste eigen nummer, het allerlei lichaamsdelen prikkelende 'Hot Dog (Watch Me Eat)' - 'I have a hot dog in each hand/Oooh what a hot dog/Watch me eat a hot dog/Come on baby, let's have fun' - blijft moeiteloos overeind naast de andere hoogtepunten: opener 'Slippin' Around', 'Weak Spot', 'Mean Man' en 'The Real Thing'.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234