Review: The Loft

Eindelijk: de loft opent (opnieuw) zijn deuren.

Tiens, we hébben dit precies al eens meegemaakt.’

Oké, het is misschien wat voorspelbaar om een review over ‘The Loft’ (na de Vlaamse, de Hollandse en de Amerikaanse versie ontbreekt alleen nog de Bollywood-adaptatie) met zo’n flauw zinnetje te laten beginnen, maar het is nu eenmaal zo: het ‘Maar we hébben dit al eens doorworsteld!’-effect was tijdens de persvisie vanmorgen (die overigens met een halfuur vertraging begon: heel even vreesden we dat de film na drie jaar wachten nóg niet klaar was) zó overweldigend groot dat we dachten dat we net als weerman Phil uit ‘Groundhog Day’ in een tijdlus waren terechtgekomen.

Honderdenvier minuten lang doorliepen we krek dezelfde sentimenten als in 2008. Na vijf minuten dachten we: ‘Wow, wie van die vijf scheefpoepende vrienden zou die chick aan de bedstijlen hebben vastgeklonken en hebben opengekerfd?’ Na ongeveer een halfuur begonnen we de draad wat kwijt te raken – niet omdat we de snelle opeenvolging van plot twists verwarrend vonden, maar gewoon omdat de whodunit-vraag ons totaal niet wist te elektriseren. En naar het einde toe, na de zoveelste plotwending die het hele verhaal voor de zoveelste keer doet kantelen, kwamen we tot precies dezelfde conclusie als zes jaar geleden: dit raakt onze kouwe kleren niet.

Op de look van de film valt nochtans niets af te dingen. Erik Van Looy beschikt misschien niet over het vernuft van Brian De Palma of Alfred Hitchcock (twee thrillerregisseurs die puur op talent zelfs het meest onnozele scenario naar duizelingwekkende visuele hoogtes konden stuwen), maar in ‘The Loft’ doet hij wat hij moet doen: het zaakje hyperprofessioneel – en hier en daar met toetsen van cinematografische klasse - in beeld brengen (met dank aan de uitmuntende Belgische director of photography Nicolas Karakatsanis).

Waar het probleem van ‘The Loft’ dan wél ligt? It’s the script, stupid.

Het oorspronkelijke scenario van Bart De Pauw hebben wij, met die getelefoneerde plotwendingen, die doorwrochte flashbackstructuur en die steeds shiftende focus waarbij iedereen zich om beurten verdacht maakt, altijd al een tikkeltje kil gevonden – meer vernuftige mechaniek dan meeslepende cinema. En op één of andere manier lopen die mankementen – te veel narratieve assemblage, te weinig karakterontwikkeling – in de Amerikaanse adaptatie van scenarist Wesley Strick nog wat meer in het oog.

Zo valt het nu pas écht op dat de meeste dialogen nogal onwaarachtig klinken (de personages spreken niet als normale mensen, maar als Hollywoodtypetjes); dat de plot een zekere subtiliteit mist (dat gedoe met die Latijnse spreuk is een mooi voorbeeld van een plotelementje dat als een kanonskogel in je gezicht wordt afgevuurd); en dat die vijf vrienden zich meer gedragen als karikaturen dan als mensen van vlees en bloed: Marty de sidekick-dikzak (Eric Stonestreet), Chris het morele geweten (James Marsden), Philip de psycho (telkens als Matthias Schoenaerts in beeld verschijnt, deelt hij een kopstoot uit of drukt hij iemand met geweld tegen de muur – zijn personage lijkt wel een running gag).

‘In feite zondigen de makers tegen de eerste Wet van Hitchcock, die voorschrijft dat een thriller pas écht werkt als je tenminste een heel klein beetje bezorgd bent om de hoofdpersonages,’ zo schreven wij in 2008 over ‘Loft’. We gaan het geen twee keer zeggen.

'The Loft' is vanaf 15/10 te zien in de bioscoop.


Bekijk de trailer:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234