null Beeld

Review: The Man Who Wasn't There

Van alle wonderlijke personages die de broertjes Coen tot nu toe uit hun briljante koker hebben gewrongen, is Ed Crane, de kettingrokende hoofdfiguur van 'The Man Who Wasn't There', veruit de sympathiekste. Ed (Billy Bob Thornton), die zijn brood ver...

Erik Stockman

Van alle wonderlijke personages die de broertjes Coen tot nu toe uit hun briljante koker hebben gewrongen, is Ed Crane, de kettingrokende hoofdfiguur van 'The Man Who Wasn't There', veruit de sympathiekste. Ed (Billy Bob Thornton), die zijn brood verdient in de kleine kapperswinkel van zijn schoonbroer, glijdt door het leven zoals hij zijn klanten knipt: op volautomatische piloot, zwijgzaam, inert. Ed maalt nergens om, heeft niks te zeggen, en wordt zelden door iemand opgemerkt: 'I'm a ghost,' zo beschrijft hij zichzelf. Kortom, een man naar ons hart. De grote trouvaille van 'The Man Who Wasn't There' is dat Joel en Ethan Coen deze deerniswekkende man de hoofdrol laten spelen in een film noir-verhaal dat door de grote James M. Cain zelve neergepend had kunnen zijn (de film had evengoed 'The Barber Always Cuts Twice' kunnen heten). Wanneer Ed begint te vermoeden dat zijn vrouw Doris (een wederom schitterende Frances McDormand) er een buitenechtelijke liaison op nahoudt met haar baas, Big Dave (een alweer angstaanjagende James Gandolfini), schiet hij een heel klein beetje wakker uit zijn sluimertoestand, en begint hij - meer uit dadendrang dan uit hebzucht - Big Dave te chanteren, waarop hij helemaal in overeenstemming met de regels van de film noir, tot over zijn oren in een kluwen van moord, overspel en bedrog belandt. Alle film noir-ingrediënten zijn present (een sfeervolle zwart-witfotografie; een doorrookte off-screenstem; en zelfs een halve femme fatale, in de gedaante van een veertienjarig nimfje dat Ed vaagweg het hoofd op hol brengt), maar de Coens zouden de Coens niet zijn als ze deze overbekende clichés niet enigszins zouden opdraaien en omwringen. Geheel in harmonie met het karakter van hun lome hoofdpersonage, hebben de broers het tempo van 'The Man Who Wasn't There' opvallend traag en sloom gehouden, zó traag zelfs dat sommigen onder u zeker van oordeel zullen zijn dat er scènes geknipt hadden kunnen worden. Maar let op: de kurkdroge wijze waarop Ed de tragische gebeurtenissen off screen becommentarieert, het stalen pokergezicht van Billy Bob Thornton en de volgehouden lijzigheid die de Coens opzettelijk in hun film hebben gelegd, beginnen na een tijdje onweerstaanbaar op de lachspieren te werken. 'The Man Who Wasn't There' is eigenlijk een tragikomedie in de oorspronkelijkste betekenis van het woord: er valt geweldig veel te lachen, maar de ondertoon is uiterst droef. Grote blikvanger van 'The Man Who Wasn't There' is de grandioze slaapwandelvertolking van Billy Bob Thornton, die me zowaar deed terugdenken aan mijn eigen kapper van weleer, Jef de Mompelaar, die, terwijl hij me kortwiekte, de ene sigaret na de andere opstak en de rook onachtzaam in mijn haren blies. Het zij hem, vanaf heden, helemaal vergeven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234