null Beeld

Review: The Strypes op Rock Werchter 2016

Zanger Ross Farrelly - zijn acné nog steeds niet ontgroeid, eeuwige donkere zonnebril op – begroette het Werchterpubliek in een rood geruit pak. Achtergrondmuziekje: The Pogues hun ‘Dirty Old Town’. De Ieren waren met ons.

Werd dit een thé dansant in de Crawdaddy Club in het groene Richmond bij Londen, die roemruchte club waar The Yardbirds ooit begonnen (toch de grote voorbeeldgroep van de Ierse Strypes), en waar jongens en meisjes nog met z’n tweëen swingden, op een warme zondagnamiddag in die zorgeloze sixties? De zon zei van wel.

Want ineens waren ze daar, nog aarzelend in de eerste song ‘Mystery Man’, voluit in die heerlijk ritmische showstopper ‘Get Into It’: zonnestralen. Farrelly’s jasje ging uit, om godbetert een rood geruite ondervest te onthullen. Om in zo’n bompavestje geen millimeter aan cool in te boeten, moet je het type frontman zijn dat Farrelly is. Hij heeft een verlegenheid die kan tippen aan die van Ian McCulloch, die hij eveneens verstopt achter een donkere bril en even onhandig-arrogante podiumpose. En hij heeft vooral de stem. Als spierwitte Ier, halve puber bovendien, weggeraken met een uitstekende cover van ‘Smokestack Lightning’, de bluesklassieker die z’n definitieve vorm kreeg van Howlin’ Wolf, de meest struise aller zwarte negers: geruit petje af.

Die cover zat pal in het midden van de set en was het hoogtepunt van The Strypes hun aanwezigheid op Werchter 2016, want met de zon verdween halverwege ook de vaart uit het sixtiesfeestje. We weten allemaal dat The Strypes geen groep zijn van sneakers en Apps en laptops, wél van brothel creepers en punkbadges en mondharmonica’s. En waar al dat retrogedoe in het verleden bij groepen als Ocean Colour Scene of Kula Shaker op een gegeven moment potsierlijk werd, hebben The Strypes nog het voordeel van de jeugd. Hun onbehouwenheid, de opgestoken ‘two fingers’ naar het publiek, een drummer met een zonnebril groter dan z’n hoofd, hun oprechte liefde voor Bo Diddley, hun straatse Iers (alleen al hoe bassist Pete O’Hanlon de song ‘Cruel Brunette’ inleidde: om van te smelten) – al die branie en charme maakt dat hun songs nooit als stijloefeningen aandoen.

Maar de nummers die universeler en ‘meer van deze tijd’ moeten klinken, zoals ‘Three Streets’ en ‘Cruel Brunette’, ze haalden niet alleen de vaart uit het sixtiesfeestje, ze klonken ook aan de doordeweekse kant. ‘Blue Collar Jane’, de oersong van The Strypes, redde aan het eind de set. Die song is voor The Strypes wat ‘Ricochet’ was voor The Van Jets: een eerste teken van leven, een garagesong vol fouten, maar ook vol belofte, vol things to come. Die dingen zijn er bij The Van Jets ook gekomen, intussen. Dat ‘Blue Collar Jane’ vandaag de set van The Strypes redde; ik weet op dit moment niet of dat nu goed of slecht is.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234