Review: Van Morrison - Down the Road

Hij mag er nog uitzien als een kruising tussen Bompa Lawijt en Billy Turf, in de Rich List van de Sunday Times eindigt hij op een eervolle 874ste plaats: zijn fortuin wordt geschat op een coole 40 miljoen pond.
Niet slecht voor de kleine dikke met ...

Hij mag er nog uitzien als een kruising tussen Bompa Lawijt en Billy Turf, in de Rich List van de Sunday Times eindigt hij op een eervolle 874ste plaats: zijn fortuin wordt geschat op een coole 40 miljoen pond.

Niet slecht voor de kleine dikke met tieten uit Belfast, brompot hors catégorie want beschikkende over een sneer à la Jack Nicholson die de kloekste bouwvakker tot een pannekoek herleidt.

Maar wát een oeuvre: liederen vol jazz en blues en nevel en poëzie die makkelijker binnenglijden dan een malt whiskey van een goed jaar. Bob Dylan is zijn grootste fan en vice versa; beiden gaan eigenzinniger dan een vrouw met fullblown PMS hun eigen weg, alleen luisterend naar de muziek in hun eigen hoofd. En maar goed ook.

Al sinds het einde van de jaren zestig werkt Morrison rustig aan een briljante carrière, met songs die qua onvergetelijkheid redelijk onvergetelijk zijn: 'Astral Weeks' en 'Moondance', zijn eerste solo-platen na zijn punkperiode bij Them, zijn platen die hun tijd zo ver vooruit waren dat ze ter plekke tijdloos werden. Ontelbaar zijn de huwelijken waarop een ontroerde bruidegom tijdens de openingsdans 'Have I Told You Lately' bromt, een sleper die beter sleept dan de sleepboot die de Titanic uit het droogdok sleepte.

't Is bijzonder moeiteloos klinkende en structureel onmodieuze muziek, barstend van ongecomplexeerd muzikantenplezier, met wortels diep in Ierse folk, swingjazz en Mississippi Delta-blues.

En het is weer van dattum op zijn nieuwe, die opent met een simpel statement: 'Down the Road I Go' en wat de wereld van mij denkt interesseert mij geen fuck, al barst ik van heimwee. Inclusief mondmuziek, een zoemende Hammond en de bekende improviserende uithalen van the man himself. 'Meet Me in the Indian Summer' is een shuffle die rechtstreeks uit de sixties komt, en 'Steal My Heart Away' is helemaal speculaas: rillingen loopt in rotten van drie over de ruggengraat, met Matt Holland op een ingetogen flugelhorn die desondanks gaten in de ozonlaag blaast. 'Hey Mister Dj' is dan weer vroege Sam Cooke, een swingerd van heb ik jou daar, over de magie van de disc jockey en daar bedoel ik niet fucking Carl Cox of bleedin' Judge Jules mee, en Morrison ook niet. Lijkt mij.


'Talk is Cheap' is al even simple but fab: blues in D, met vlinderende violen, en 'Choppin' Wood' is boogiewoogie vol mededogen over de scheepsherstellers van Belfast, met een tekst vol miserie op een vrolijkmakende beat. En zo gaat dat maar door, prachtsong na prachtsong, om te bleiten zo mooi in 'That's what makes the Irish heart beat' à la Ray Charles op een freewheelende cover van 'Georgia on My Mind', lyrisch op 'Whatever Happened to PJ Proby' (ik denk: zelfmoord) en ouderwets mijmerend over vroeger in het grommend gezongen 'The beauty of days gone by': oudezakkenmuziek, absoluut, maar ik hoop dat ik op mijn 56 even geweldig mag zijn, zij het met minder vet op de heupen.

Fat chance!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234