Revue Lanoye: 'De holle salvo’s van de lach'

Het lekkere aan de fundamentalistische variant van de vrije meningsuiting? Je mag uit je nek zitten lullen wat je wil, niemand kan je iets verwijten, want het lullen is belangrijker dan wat je zegt.

'Het lekkere aan de fundamentalistische variant van de vrije meningsuiting? Je mag uit je nek zitten lullen wat je wil, niemand kan je iets verwijten, want het lullen is belangrijker dan wat je zegt'

Betoonde Charlie Hebdo zich in zijn nieuwste nummer niet alleen wansmakelijk en cynisch, maar daarbovenop ook nog eens ‘ondankbaar’? Tienduizenden Twitterati vonden van wel.

Na de bloedige aanslag in januari – twaalf doden, tien gewonden – hadden ze de gedecimeerde redactie nog massaal hun steun toegezegd. ‘Je suis Charlie!’ In diverse Franse steden stapten 3 miljoen burgers op, verenigd door die hartenkreet. De wereld scandeerde mee, vooral in het Westen dan toch. Zelfs de nieuwsredactie van de VRT – voorheen niet echt berucht om haar activisme – poseerde achter dat meervoudig uitgeprinte ordewoord. ‘Nous sommes tous Charlie!’

En nu liet uitgerekend een survivor van de bloedigste Franse aanslag sinds de Algerijnse Oorlog zijn sarcastische licht schijnen op de grootste humanitaire ramp sinds WO II – de vluchtelingenstromen. Trouw aan zijn kompanen en hun gezamenlijke eed van smakeloosheid gebruikte hij daartoe de afbeelding van een lijk. Geen lijk met kogelgaten en ouderdomsvlekken, zoals dat van zijn aan flarden geschoten collega’s. Hij koos voor iets dat nog meer pijn deed. Want wat geen pijn doet, kan vandaag de dag geen humor zijn. Dus koos hij voor het onlangs iconisch geworden kinderkadaver van een 3-jarige peuter. Kleurig gekleed en reddeloos verzopen. Het lijfje al gestrand, maar het hoofdje nog deinend in de waterlijn rond Fort Europa.

Niemand had bij het zien van de dode kleuter de aanvechting gevoeld om ‘Je suis Aylan al-Kurdi’ te twitteren. Allicht ook uit vrees om in zijn naam een paar tikfouten te maken. Maar dat donderde niet. De foto zelf zei genoeg. Ook zij werd wereldwijd gedeeld. De onschuld in persoon leek te zijn geschonden en vermoord.

En nu, zo scheen het velen toe, werd de onschuld een tweede keer ontheiligd. Door de tekenstift van iemand die men nog geen jaar geleden had verdedigd als nagenoeg de essentie van alle Europese beschaving: een spotprentmaker. Een koene ridder van de onvervalste vrije meningsuiting en van de gulle, onvervaarde lach...

Leed is eeuwig en universeel. De lach daartegen is lokaal, aan plaats en tijd gebonden. Hij dateert al waar je bij staat.


De poedel van de pompadour

De oude fans van Charlie Hebdo, die hebben nog wél een fijn gevoel voor zieke humor. Maar ook zij zijn in de afgelopen decennia flink gedecimeerd geraakt. Niet eens door een lachstuip of door een spectaculaire aanslag, maar door een vergrijzend en vanzelf uitstervend abonneebestand. Alsook door het geeuwverwekkende niveau van steeds herhaalde gore grappen over steeds weer dezelfde onderwerpen... Wie ‘het systeem’ lang genoeg op de korrel neemt, wordt er op de duur zelf één. Het establishment is juist dol op klootzakken van een zekere leeftijd, als ze maar afkomstig zijn uit dezelfde bourgeoisfamilies als de meeste machthebbers. Spectaculaire processen wegens laster en eerroof dragen dan zelfs bij tot de reputatie van een dader, in plaats van er afbreuk aan te doen. Iedereen is graag rebel in eigen kring, of die titel nu klopt of niet.

Wie inmiddels in de verre, uitzichtloze banlieues van de Lichtstad is moeten opgroeien, ziet geen verschil tussen de rivaliserende clans van intello’s op de Rive Gauche. Voor zo iemand is Charlie Hebdo even weinig subversief als indertijd de incontinente poedel van Madame de Pompadour. Jazeker, dat beestje bevuilde zo nu en dan de hofhouding. Maar het had er wel een vaste stek en kluif, en het werd er zelfs met enige vertedering erkend en geduld.

‘Onze stoute Charlie, toch! Tegen wie heeft die deugniet nu weer zijn poot opgetild?’


Wormen en maden

Is het mij menens met zo’n denigrerende analyse, over slachtoffers van een gruwelijke moord? Ik weet het zelf niet, en het kan mij weinig schelen. Ik pas mij aan hún waarden en normen aan – het ontkennen van alle waarden en normen. Dat is het lekkere aan de fundamentalistische variant van de totaal vrije meningsuiting. Je mag uit je nek zitten lullen wat je wil, niemand kan je iets verwijten, want het lullen is belangrijker dan wat je zegt. Comfortabele onschendbaarheid. Zolang er geen gekken met kalasjnikovs binnenvallen, tenminste.

Maar stel dat ik het bovenstaande wel degelijk zou menen? Dan zullen bij uitstek de ware fans van Charlie mij onverminderd toejuichen, omdat ze nu eenmaal bereid zijn om overál mee te lachen. Zelfs wanneer ik stel dat de aanslag op Charlie in se niet veel meer was dan een geslaagde sick joke van de geschiedenis, waarbij twee categorieën van pathetische losers door elkaars toedoen alsnog het walhalla van de eeuwige roem konden betreden.

Mocht ik kunnen tekenen, dan schetste ik ze zo.


Niet langer op de pof

Enerzijds heb je een hoop bezatte, uitgebluste ouwe zakken, die hun talent al een paar decennia hebben overleefd. Ze worden net zo lief, vanwege een paar gerecycleerde kriebels en voorspelbare uitzuipdroedels vol gedateerde blasfemie, de hersens uit het hoofd geschoten. Door – anderzijds! – een duo van opgefokte, achterlijke jihadsukkels die zelfs te stom zijn om behoorlijke fascisten te worden genoemd.

Chérif en Saïd: zucht... Twee op jonge leeftijd wees geworden broers, die op het moment van de feiten wel al meer dan dertig jaar oud zijn, maar toch nog steeds niet mans genoeg om eindelijk ook eens iets in hun eentje te verhapstukken. Voor eeuwig staan ze nu als volgt geboekstaafd: twee mentale dreumesen met een baard, hand in hand huppelend van kattenkwaad naar massamoord, waarbij ze hun verongelijkte slachtofferschap van vroeger blijven misbruiken als drijfveer voor hun woedende sturm-und-drang als jongvolwassene.

Maar in plaats van ordentelijk te leren hiphoppen of graffitispuiten, of in plaats van echt soldaatje te gaan spelen met echte tegenstanders in een echt oorlogsgebied, vallen ze met zware wapens een nauwelijks beveiligd kantoortje binnen om een stel ongewapende tekenaars uit de weg ruimen van wie de oudste 80 is. Vanwege een paar krabbels en kriebels. Het is maar wat je dapperheid noemt, en stoere mannelijkheid, en religieuze revanche, en eergevoel.

Desalniettemin bezorgden deze beide partijen, dankzij de bittere ironie van Vadertje Geschiedenis, aan elkaar de eeuwige roem en de vervulling van hun innigste dromen. De daders werden eindelijk ook zélf eens voor de radio geïnterviewd, net als hun voetbalidolen, vlak vóór ze als Butch Cassidy en The Sundance Kid het moordende politievuur tegemoet zouden lopen. Jammer evenwel, dat het script van de werkelijkheid hun zulke verwarde en potsierlijk hautaine replieken schonk. Ze betitelden zichzelf meermaals als ‘martelaren’. Maar ze klonken nog altijd als twee tragische stumpers met meer trauma’s dan verdiensten.

En de oude aartsprovocateurs? Die konden zichzelf met hun bloed en wonden overtuigen dat hun levenswerk toch nog steeds belangrijk was. Zoals ze altijd al hadden gehoopt. Alleen jammer dat ze het niet meemaakten, maar in tegenstelling tot henzelf overleefde ‘het vrije woord’ de moordpoging grandioos. De oplage van Charlie steeg in één week van 30.000 exemplaren naar bijna 8 miljoen. De pof in menig Parijs café kon eindelijk worden betaald.

En dankzij het restant hadden de overlevende redacteuren ook eens een tástbare reden om onderling slaande ruzie te maken. Met het risico op nog meer doden en processen.


Het saldo van de lach

Natuurlijk is het bovenstaande plaatje vertekend, naast de kwestie, onvolledig, karikaturaal, flauw – noem maar op. Het is dan ook een verbale cartoon, en elke cartoon reduceert en simplificeert. Dat is zijn doel.

Maar het is ook de reden waarom ik Charlie Hebdo al jarenlang niet meer kocht. Wie wel nog, eigenlijk? Het was me allemaal te voorspelbaar en te ongenuanceerd geworden. Het blad voelde al jaren aan als de zoveelste jeugdclub waaruit je dringend weg moest groeien. Vaak in verbazing terugkijkend op de legendarische uren die je er hebt meegemaakt. Verdienen ze wel het etiket ‘legendarisch’? En wie is er veranderd – jij, de club, de andere bezoekers, of het tijdsgewricht tout court?

'Door die misselijke cartoon van Aylan mag Charlie Hebdo weer zijn wat het altijd al was: een vergaarbak van gewilde vunzigheid'

De nieuwe cartoon, die met het jongetje Aylan, was bijtend op het degoutante af, en bijgevolg geslaagd – maar enkel in de traditie van Charlie. Wie zich daarover beklaagt? Omdat zij of hij dat T-shirt met ‘Je suis Charlie’ niet meer kan dragen? Die koopt best niet alleen een nieuw T-shirt, maar ook een nieuw stel hersens. Dit is Charlie, ten voeten uit. Dit was het blad altijd al. Hier heb je voor betoogd – en dit is niet eens het vunzigste voorbeeld. Wen eraan!

En ja, akkoord, ik ken de uitleg wel: uiteraard werd niet dat jongetje zelf bespot, maar de hypocrisie van Europa, en de schrijnende leegheid van de westerse droom waartoe zovelen hun toevlucht zoeken... De vraag blijft evenwel of je, om dat punt te maken, per se een verdronken kleuter nodig hebt. Goed wetend dat niet alleen miljoenen Twitterati er kennis van zullen nemen, maar ook de vader, die vast verteerd wordt door een onnoemelijk schuldbesef, boven op zijn verdriet. Ik moest denken aan hem. Heel eerlijk? Mijn hart kromp in elkaar. Blij dat ik dan toch geen tekenaar ben. Mijn hand zou dienst weigeren, denk ik.

Zeker als ik, kort geleden, zoveel goede vrienden zo bloedig had verloren.


Rauw berouw

Desalniettemin dacht ik toch ook, for old times’ sake, en met mijn twee zielen in één borst – een oude en een nog oudere: ‘Hèhè! De geest van Charlie is eindelijk terug!’

Niet alleen de aanslag zelf, ook de nasleep heb ik slecht verteerd. Met onder andere die hypocriete ‘Mars voor de Republiek’ in de straten van Parijs. In de voorste gelederen zag je niets dan hoogwaardigheidsbekleders. Zij – daar, toen? Ter ere van Charlie? Geen grap zo wrang als die. Voor de helft betrof het zelfs hoge piefen die afkomstig waren uit een land waar de staatsveiligheid inheemse collega’s van Charlie Hebdo eigenhandig neer zou schieten. Zonder dat we er ooit iets van te weten kwamen.

Ze werden ongemoeid gelaten, en hier en daar zelfs toegejuicht. Dát – en niet wat ik hierboven schreef – vond ik een symbolische tweede moord op de oude cartoonisten van wie ik in mijn jeugd zo heb gehouden, van wie ik allang afscheid had genomen, maar van wie ik de dood net zo lief betreurd en letterlijk beweend heb.

Die balans hangt nu opnieuw un poco waterpas, met die misselijke cartoon van Aylan. Op zijn minst mag het blad nu weer zijn wat het altijd al was: een vergaarbak van gewilde vunzigheid, in plaats van een mierzoet baken van medeleven en verfijning. De klootzakken zijn er opnieuw als klootzak aan de macht. En als dat meer dan 7 miljoen nieuwe lezers moet kosten? Het weze zo. ‘Tant pis, Charlie!’

Benieuwd of ook dat een hit wordt op het internet.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234