Revue Lanoye: 'De samenzwering'

Akkoord, ik héb – ik beken! – Van Halewyck op de Boekenbeurs in zijn gezicht uitgelachen. Noem het een eresaluut.

'Akkoord, ik héb – ik beken! – Van Halewyck op de Boekenbeurs in zijn gezicht uitgelachen. Noem het een eresaluut'

Vergeef me! Ik heb me vorige week monsterlijk vergist aangaande Karl Drabbe – een voormalige uitgever bij de eertijds katholiek-correcte boekenboer Pelckmans. Ik had foutief ingeschat dat zijn eenmansdrama snel overschaduwd zou raken door de grootste vluchtelingencrisis sinds WO II en dat de man op weg was naar totale vergetelheid. Dat was buiten een waard gerekend die zelf met de vergetelheid flirt. De gewezen Sacochen-Koning van de Zelf Opgeklopte Commotie, Jean-Marie Dedecker. Een markant redenaar en uitgekookt strateeg die, na zestien jaar van noeste toppolitiek, toch maar mooi is opgeklommen tot oppositieleider van de Middelkerkse gemeenteraad.

Wie het kleine niet eert, is de wereld niet weerd!


ZOETWATER-PAPOEA’S

Dedeckers gedroomde bühne blijft evenwel de kosmos, afgaand op de galmende toon van zíjn stuk over Drabbe. Het verscheen laat en enkel digitaal, zij het op de grootste click farm van Vlaanderen – de site van Knack, die elke week steeds minder lijkt op haar moederblad.

‘Gesubsidieerde cultuurcenakels! Gauche caviar! Zelfcensuur! Framing, shaming, uitsluitingsmechanismen!’ Jean-Marie schuimbekte als vanouds één enkele kant uit. ‘Politiek correcte onverdraagzamen! Politiek correcte kerk! Politiek correcte si en la!’ De ‘Zoetwater-Papoea’s!’ ontbraken, maar voor de rest herkent u ze wel. De driftige paukenslagen waarmee de Kapitein Haddock van Oostende vroeger zo vlot gehoor vond bij een inmiddels allang weer weggelopen electoraat.

Maar dit keer plofte Dedecker ook een feitelijk argument op zijn gevechtsmat neer. Hij refereerde aan zijn eigen korte carrière in het boekenvak. Zo gaat dat, met populisten. Elke aanspraak vertrekt bij een natuurwet of bij het gezonde volksverstand, maar ze eindigt altijd in de eigen navel.

‘Te veel ‘rechtse’ schrijvers in je portfolio hebben is gevaarlijk voor een uitgever. In De Morgen van 3 september 2011 verklaarde uitgever André Van Halewyck: ‘Onze relatie met Tom Lanoye is sterk bekoeld sinds we Dedecker publiceerden.’’


ROZENGEUR EN BAGGER

Ik heb bij uitgever Van Halewyck twee boekjes uitgegeven. Het laatste dateert van 1984. Dat is 31 jaar geleden. Het inmiddels onvindbare kleinood vol schertsgedichten heette ‘Bagger’, mijn voorspellende gaven alle eer aandoend.

Ik verliet Van Halewyck – hij was toen de baas van het bescheiden maar ongegeneerd linkse Kritak – omdat ik hem een aandoenlijk amateuristische kwast vond aan wie ik nooit mijn echt scheppende werk zou toevertrouwen. Ik heb hem daarvoor gewaarschuwd, alvorens ik dat eerdere boekje bij hem uitgaf – mijn officiële eersteling, in 1983. Dat was een bundeling van satirische kritieken die ‘Rozengeur en maneschijn’ heette, als ik hier dan toch reclame mag maken voor mijn onvindbare drukwerken.

'Doe het, Jean-Marie! Geef mij billenkoek met je Middelkerkse zweepje! Ik verdien dat, na al die jaren'


Ondanks mijn waarschuwing gaf Van Halewyck het toch uit, de tedere optimist. In de hoop dat mijn professionele mening over hem zou bijdraaien. Quod non. Dat onze relatie dertig jaar later ‘bekoelde’ omdat hij besloot Jean-Marie Dedecker uit te geven, is bijgevolg een lichtjes verkeerde voorstelling van zaken. Akkoord, ik héb – ik beken! – Van Halewyck op de Boekenbeurs in zijn gezicht uitgelachen, ik geloof zelfs op de openingsreceptie. En dus niet achter zijn rug, zoals de meeste van zijn vrienden en collega’s deden, en vaak nog altijd doen. Noem het een eresaluut aan een gezamenlijk verleden, of noem het de onbeschoftheid van een eeuwige puber – mij een rotzorg. Ik zou het morgen opnieuw doen, indien de lust me bekroop. Wat allicht de reden is waarom Van Halewyck met zijn staart tussen de benen de hoek omloopt zodra hij me ziet komen aanzetten.

De reden van mijn lachende sneer? Die komt neer op wat Dedecker ook zelf probeert te doen, in al zijn loeiende debatten en getikte filippica’s. Luid en duidelijk, en niet gespeend van spot: je tegenstanders en vooral je vroegere medestanders confronteren met hun tegenstrijdigheden, hun windvaankwaliteiten en hun opportunistisch winstbejag. Waarom zou een kritisch mens dat niet doen?

Mij is alleen, voorlopig toch, nog nooit overkomen wat Dedecker in 2010 overkwam in Brugge. Een openbaar panelgesprek van de Vlaamse Volksbeweging werd stopgezet omdat hij, toen nog als parlementariër, stomdronken en molenwiekend om zich heen begon te schelden, tegen al zijn tegenstrevers, de vrouwen op kop. Eén deelnemer meldde achteraf zelfs dat hij zich fysiek bedreigd had gevoeld, omdat de gewezen judocoach er meerdere keren aan herinnerde dat hij nog steeds een zwarte gordel bezit.

Met mij maak je zoiets niet mee. Mocht ik al een zwarte gordel ambiëren, dan was het er een van kant en broderie. Al kan die, soit, evenzeer bedreigend overkomen. Zeker als ik een glas te veel opheb.


VERRE VERZETSHAARDEN

Van Halewyck was, behalve uitgever bij Kritak, jarenlang de bezieler van Het Andere Boek. Toentertijd was dat een jaarlijks rabiaat gezellig links familiefeest met vrijwilligers als personeel, met boekverkoop als excuus en met het cordon sanitaire tegen extreemrechts als polonaisemuziek. Ik heb er menig uur gesleten met benefietoptredens, onbezoldigde debatten onder gelijkgestemden en stroeve maar ongetwijfeld interessante discussies met Zuid-Amerikaanse campesino’s uit een verafgelegen verzetshaard. Ik had die jaren voor geen goud ter wereld willen missen. Al besef ik dat ze grondig voorbij zijn en al ben ik daar, toegegeven, ook niet áltijd rouwig om.

Dat juist deze Van Halewyck twee decennia later een paar titels van Dedecker zou uitgeven? (Zolang ze rendabel bleken, tenminste.) Tot daar aan toe. Maar dat hij in interviews ook ongevraagd begon op te hoesten dat hij zijn auteur bovenmatig intelligent vond? En dat hij, Van Halewyck, het zelfs ‘voor 80 procent’ volledig met hem eens was? Zoiets blijft op mijn mentale kietelspieren werken. Niet alleen gezien Van Halewycks gauchistische verleden en Dedeckers bedenkelijke palmares. Dat soort openlijk mouwvegende uitgevers? Die komen op mij over als een bruid met een houten been, een stinkende adem, een bochel en een toch breed stralende glimlach. Dat mens heeft iets te verbergen. Of schuldbesef, of schulden, of allebei. ‘The Lady smiles too much.’

En heel eerlijk? Ondanks zijn huidige niet onaardige fonds blijf ik Van Halewyck een weinig competente stoethaspel vinden. Toen zijn collega Harold Polis vorig jaar werd buitengewurmd bij De Bezige Bij Antwerpen, ging André daarover pontificaal uit zijn nek zitten lullen bij ‘Terzake’. De geschokte auteurs van de Bij noemde hij – onbedoeld smalend, zo beweerde hij later, wat zijn uitspraak nóg knulliger maakt – ‘het B-team’.

Hopla! Wég kans! Een rasuitgever zou alle pers mijden, desnoods uit geveinsde tact. Om vervolgens in de luwte de besten der gedumpte schrijvers te troosten met opbeurende complimentjes, de belofte van een warme stal en een treffelijk voorschot. Zó doe je dat. Tenzij je, zoals Van Halewyck, nog altijd meespeelt in derde provinciale.


VIRUSSEN EN POSTJES

Had ik de bovenstaande opmerkingen voor mezelf moeten houden? Ik dacht het niet. ‘Zelfcensuur is de ergste vorm van censuur. Ze doodt de creativiteit.’ Dat zeg ík niet. Dat staat in het stuk van Dedecker over Drabbe. Nota bene als verwijt aan het adres van voltallig links.

Zou het? Mij lijken ‘uitsluitingsmechanismen vanwege een gedachtegoed’ een bijverschijnsel te zijn van rechts. Dedecker zelf is het beste voorbeeld. Hij werd uit de partij gezet die hem als wit konijn had binnengehaald – de VLD. Daarna verbrak de CD&V het kartel met haar partner N-VA, omdat zij Jean-Marie had opgevist als een inmiddels behoorlijk bruin konijn. Waarna de N-VA-top besliste om toch maar níét met hem naar de stembus te trekken, zoals ze hem nochtans beloofd had, maar om integendeel het kartel met de tsjeven in ere te herstellen... De enige reden was, telkens weer, Dedeckers gedachtegoed en zijn bijbehorende stijl. Marianne Thyssen gewaagde van methodes die niet thuishoren in een democratie, Karel De Gucht spreekt nog altijd van ‘die fascist’.

Zodra Jean-Marie eindelijk een eigen partij had, de LDD, begon hij zelf met de leden ervan ambras te maken. Over hún gedachtegoed. Het resulteerde in schorsingen, overloperij, vetes en verwijten van ‘graaicultuur’ en ‘postjesjagerij’... Antwerps LDD-voorzitter Jurgen Verstrepen sprak in Gazet van Antwerpen over ‘spijtige ontslagen, die nodig zijn om onze partij te zuiveren van mensen die als computervirussen met slechte bedoelingen naar ons zijn gekomen, teneinde de problemen van andere partijen bij ons te importeren’. Dat klinkt als de kopie van een onverzoenlijk-rechtse asielnota, maar dan toegepast op het eigen ledenbestand.

De conclusie is duidelijk. Wat Ho Chi Minh was voor de oorlogszuchtige Vietnamees, is Jean-Marie Dedecker voor de rechtsgezinde Vlaam. Ho versloeg twee koloniale machten, Frankrijk en the States, en hij hield een derde onder controle, China. Dedecker deed in feite nog beter. Hij reed drie traditionele partijen in de wielen. En zodra hij zijn eigen partij had, begon ook die vanzelf te schiften.

Ho Chi Minh kreeg een mausoleum in Hanoi, Jean-Marie is de chief whip van een Belgische kustgemeente. Alle verhoudingen in acht genomen komt dat op hetzelfde neer.


BEJAARDENZORG EN BILLENKOEK

Had ik ook het bovenstaande ongeschreven moeten laten? Natuurlijk niet. Het is, behalve een vorm van bejaardenzorg, een geval van ruilhandel. Ik geef Dedecker wat hij zo lang heeft moeten missen. Aandacht. In ruil zal hij mij in zijn volgende vlammende stuk andermaal toedichten wat ik niet bezit. Macht.

De droite caviar zit nu eenmaal vol complotverslaafden, en de vrijmetselaars en de joden hebben al jaren afgedaan als de heimelijke poppenmeesters van onze samenleving. Alles is aan modes onderhevig, zelfs achtervolgingswaan.

Wie zijn er in de plaats gekomen van de franc-maçons? Geloof het of niet: schrijvers en kunstenaars tout court. Wíj besturen de planeet. Reken maar! Daarom blijk ik dertig jaar na dato nog altijd te wegen op een uitgever die ooit twee dunne boekjes van mij uitgaf. En daarom heb ik, vanop afstand, allicht zelfs de beslissende rol gespeeld in de malaise bij Pelckmans. Een bedrijf waar tot voor kort Johan Van Overtveldt, onze huidige minister van Financiën, nochtans bestuurder was. Misschien zelfs terwijl hij ook nog eens hoofdredacteur was van Knack, of Trends. Maar laat ik daar niet dieper op ingaan, of ik word zelf een complotdenker.

Doe het, Jean-Marie! Geef mij billenkoek met je Middelkerkse zweepje! Maak mij groter dan ik ben. Ik verdien dat, na al die jaren.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234