Revue Lanoye: 'Geloofs- en slachtafval'

Meer slachtingen dan ooit, chaos alom, en meer navenant dierenleed. Dat wordt de oogst van Weyts

'De komkommertijd is de primetime van de politieke kneuzen'

Niet één stalinorgel kan met zo veel kabaal zo veel voorstellen tegelijk lanceren als Ben Weyts. Al schieten ze bij hem alle kanten op, en vaak hun doel voorbij. Geeft niet! Voor hem tellen het grote gebaar en het spervuur, méér dan een trefzeker beleid.


Etter of doorzetter?

De kern van zijn standpunt over onverdoofd slachten klonk nochtans logisch. Hij vatte die ook zelf goed samen. Toch aan het begín van elk van zijn vele zomerinterviews — de komkommertijd is de primetime van de politieke kneuzen. ‘In een beschaafde samenleving moeten we dierenleed maximaal vermijden.’ Vervolgens echter spitste hij zijn aandacht toe op één enkel dossier: de tijdelijke slachtvloeren tijdens het mohammedaanse Offerfeest, dat al over een paar weken zal plaatsvinden. Weyts wil verbieden dat daar nog onverdoofd wordt geslacht, zonder verdere boe of bèèè, en zonder verdere overgangsperiode.

Kort daarop viseerde hij álle onverdoofde godsdienstige slachtingen, ook die in erkende abattoirs. Zijn daadkracht spatte van papier, tablet en flatscreen af. Op VTM, reeds op dag één: ‘Ik zal resoluut doorzetten!’ Verdoofd door eigen glorie rende hij vervolgens een halve week rond als een kip zonder kop, dwars door allerlei porseleinkasten, ook die in zijn eigen partij en zijn eigen regering, totdat hij zijn voorstel uiteindelijk zélf vakkundig de nek had omgewrongen. Toch voor wat betreft het politieke draagvlak en de uitvoerbaarheid ervan. Of ook de maatschappelijke neveneffecten snel wegebben, valt nog te bezien.


Van kappen en koppen

‘Dit heeft niets met bepaalde geloofsgemeenschappen te maken. Dit is geen wij-tegen-zij-discussie.’ Wie een blik wierp op de internetfora onder menig Weyts-interview, wist beter. De godsdiensthaat tegen één enkele bevolkingsgroep kolkte je tegemoet. Ze besmet en bemoeilijkt dit debat met moedwillig opgeklopte polarisatie, die ieder compromis nog verder zal wegduwen — wat net de bedoeling is van sommige digitale knokploegen.

Wie hun bestaan en hun gestook ontkent, geeft blijk van naïef wegkijkgedrag. Het zijn niet alleen hangjongeren die problemen creëren, ook hangbejaarden met een laptop verneuken steeds meer de boel, samen met nostalgische Vlaams Belangers die terugverlangen naar hun scores van weleer. Het internet is daarbij hun laatste hoop, en een sabotage van een belangrijk debat als dit vormt hun schaarse brandstof.

Maar laat ik, als praktiserend vleeseter en zoon van een slager, eerst zelf mijn bescheiden mening geven. Slachtingen horen thuis in abattoirs, niet in de badkuip. En ja, er moet zo weinig mogelijk pijn aan te pas komen voor het betrokken dier, en daar moet alles op worden ingezet, na een zo breed mogelijke discussie. Idealiter, als je het alleen aan mij vraagt, moet ieder slachtdier verdoofd aan zijn eind kunnen komen. Maar zonder overgangsperiode belanden we daar niet. Daarom zie ik niet in waarom tijdelijke slachtvloeren, onder supervisie van de overheid, een onoverkomelijk obstakel zouden vormen, in periodes dat het debiet van reguliere abattoirs tekortschiet.

Ik begrijp geen fluit van de noodzaak om in groepsverband per familie één schaap te willen killen, maar ik begrijp ook Tomorrowland niet helemaal, laat staan risicowedstrijden in het voetbal, of de Rally van Ieper, met zijn terugkerende risico op dodelijke accidenten. In al die gevallen gaat het om een specifieke vraag van burgers die integraal deel uitmaken van onze samenleving, en die moet hun wensen organiseren of minstens accommoderen.

Binnen aanvaardbare perken? En rekening houdend met alle regels? Uiteraard. Filosoof Maarten Boudry schreef het in Knack: ‘De wet moet gelden voor iedereen. Een uitzondering voor bepaalde religies is discriminatie jegens ongelovigen en andere religieuze strekkingen.’ Het zal Boudry verbazen, maar ik geef hem overschot van gelijk. Omdat zijn redenering zich ook laat omdraaien. De wet móét gelden voor iedereen. Dus je kunt niet alleen de slachtmethodes van één of twee religies aan banden leggen, en tegelijk veel grotere uitzonderingen tolereren voor de jacht, de pelsdierkwekerijen en de hardnekkige uitwassen van onze wereldvermaarde vleesindustrie, die het hele jaar doorgaat.

‘Gelijke monniken, gelijke kappen!’ Dat riep een non reeds in mijn kleutertijd, vlak voor ze me een verdiende draai om de oren gaf.


Halal stroop

Niet alle felle reacties op de islamitische of joodse slachtmethodes zijn racistisch gekleurd, en ze zijn niet allemaal verneukeratief bedoeld. Ik verkies trouwens heftige discussies boven discussies zoals we die vroeger voerden — slap of helemaal niet. Maar ik heb de stellige indruk dat sommige geschokte reacties ook een vorm van bezwering inhouden, de uitdrijving van een vaag schuldgevoel.

Geconfronteerd met beelden van islamitische slachtingen, worden we geconfronteerd met beelden van slachtingen tout court, en van hoe er wordt omgesprongen met dieren. Het wegkijken dáárvan is de erfzonde van alle vleesetende stedelingen die liever niet weten hoe een biefstuk op hun bord is terechtgekomen, en hoe dat beest heeft moeten leven vóór het werd gedood. De onbehaaglijkheid omtrent dat besef laat zich gemakkelijk projecteren op de slachtgewoontes van anderen. En die kleine duiveluitbanning kan dan weer de meest groteske vormen aannemen.

Oeps! Bijna had ik geschreven dat de huidige afkeer van halal zelfs doet denken aan de afkeer van koosjer in de jaren 30 en 40. Zulke opmerkingen laat ik liever over aan de professionele reljood Michel Freilich. Bij hem hebben ze tenminste effect. Hij vernoemde Hitler één keertje en minister Weyts gooide zijn handdoek meteen in de ring. Mij is dat, als eenvoudige relnicht, nooit gelukt. Terwijl ik, via lotgenoten, toch ook een zekere claim zou kunnen ontlenen aan de vernietigingskampen.

Genoeg koket geklaag, het ging over voeding. Ik herinner me, jaren geleden, een bezorgde moeder op de radio, nagenoeg huilend omdat haar zoon op zomerkamp een halal worst had gegeten. Ze sprak als was haar koter terminaal besmet. Een typisch Vlaams fenomeen is die hysterie niet. In Le Soir vond ik het verslag van een uitslaand brandje op de site van SudPresse. Een kort bericht meldde dat Le Vrai Sirop de Liège zijn halal-certificaat had behaald. Goed voor de internationale export! Maar ook goed voor een exploderend lokaal internetforum en een lawine van boze telefoons. Fervente klanten zwoeren nooit nog hun boterham te beleggen met Sirop de Liège. Anderen zagen aan de einder Eurabia al opdagen: straks zou ook onze mayonaise en onze peekes-stoemp eraan geloven! Terwijl het recept voor de Luikse stroop al die tijd onveranderd was gebleven.

‘Het leeuwendeel van alle producten is halal,’ getuigde een hoge pief bij het Europese centrum voor halal-certificaten. ‘Ook die van bijvoorbeeld Nestlé. Maar steeds meer producenten verhullen dat certificaat, om hun lokale clientèle niet te kwetsen.’ Zo? Het hoeven niet altijd cartoons te zijn die mensen de kast opjagen. ‘Ik vrees de dag,’ monkelde ULB-sociologe Corinne Torrekens, ‘dat mensen te horen krijgen dat kraantjeswater ook halal is.’

Islamoloog Michaël Privot sloot af met een tip voor dierenrechtenactivisten. Wil je het verbruik van ganzenlever en levend gekookte kreeften definitief doen kelderen? Lanceer het gerucht dat ze halal zijn. Wat ze – voor de goede orde – níét zijn. Ze zijn, zowel voor joden als islamieten, wat paardenvlees is voor de Engelsman. Not done, op het barbaarse af.


Holland gidsland?

In Nederland werd de discussie jaren geleden al afgesloten. Een volledig verbod op onverdoofd slachten werd door de Eerste Kamer, onze Senaat, verworpen. Met grote meerderheid, en niet in tegenstrijd met de Europese regelgeving, wat Weyts ook moge beweren. Gek overigens, dat hij nooit met Nederland schermt als voorbeeld, maar des te meer met IJsland. Zijn we nu ook al geen orangisten meer, bij de N-VA?

Mijn achtbare collega Arnon Grunberg schreef toentertijd dat ‘het initiatief tegen onverdoofd ritueel slachten wordt gevoed door het verlangen de islamitische minderheid te vernederen’. Als tegenvernedering stelde hij voor om Marianne Thieme, indienster van het voorstel, tentoon te stellen in een kooi op het Binnenhof. Zoiets zou ik nooit durven schrijven. Ik ga minister Weyts integendeel gelijk geven. Dat is vernederend genoeg.

In ieder vraaggesprek kwam hij erop terug: waarom kiezen onze moslims niet voor alternatieven, zoals een geldelijke vervanggift? Of waarom gaan ze niet gewoon over tot verdoofd slachten, zoals zo veel moslims doen in zo veel andere landen? Dat lijkt mij inderdaad, zeg maar, dé hamvraag. Er zijn twee mogelijke antwoorden. Ofwel zijn in Vlaanderen bij toeval alleen de stomste, koppigste en meest hardleerse moslims samengestroomd. Ofwel hebben ze in andere landen politici die leper, diplomatischer en domweg minder amateuristisch omspringen met hún moslims.

'Meer slachtingen dan ooit, chaos alom, en meer navenant dierenleed. Dat wordt de oogst van Weyts'

Het buitenland heeft ons bovenal geleerd hoe opgefokt dit debat kan worden. Welke beleidsmaker begint er dan aan, zonder vooraf zijn coalitiepartners erin te betrekken? Zonder dekking van een regeerakkoord, zelfs zonder cruciale steun in zijn eigen partij? Nabilla Ait Daoud is in de grootste stad van Vlaanderen schepen van Dierenwelzijn. ‘Onverdoofd slachten is niet meer van deze tijd.’ Uit de mond van een moslima klinkt dat geloofwaardig en aanmoedigend. Waarom liet haar partijgenoot, minister Weyts, zich dan niet door haar flankeren, terwijl hij zijn nieuwe beleid wilde aankaarten? Tegelijk voorzag hij niet eens dat de Antwerpse orthodoxe joden het volstrekt oneens zouden zijn met de stelling van schepen Ait Daoud. De lokale fractieleider van hun beider partij is nochtans André Gantman, notoire spreekbuis van een groot deel van de Joodse gemeenschap. Overleggen Weyts en Gantman dan niet met elkaar, over een gebeurtenis die uitgerekend in Antwerpen grote implicaties kan hebben? En waar blijft onze parttimeburgemeester in dit alles – hun beider partijvoorzitter Bart De Wever, de Welbespraakte?

Inmiddels is verharding op alle fronten het enige resultaat van de methode-Weyts. ‘Ik ben als sjiiet niet verplicht om een schaap te offeren, een gift is efficiënter en je helpt er mensen mee, maar ik ben tegen dat verbod,’ zo beargumenteerde Jusef Madhloum in De Morgen zijn beslissing om dit jaar toch maar een schaap te slachten. Zo is de mens, van welke gezindte dan ook. Balsturig en dwars als hem iets wordt verboden op een manier die lijkt te getuigen van een dubbele standaard.

Meer slachtingen dan ooit, chaos alom, en meer navenant dierenleed… Dat wordt de oogst van Weyts. De Engelsen hebben daar een schrijnend mooie term voor, afgeleid van een mislukte slachting: ‘a bloody mess’. En dan moet het Offerfeest zelf nog komen.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234