Revue Lanoye: 'Requiem voor een versleten Piet'

Ik schaam me in de eerste plaats zelf te pletter voor het boertige ontkennen van de ranzige kanten van onze erfenis.

'Kom je geld hier maar spenderen, lieve Hollandse vrienden. Wij leveren op bestelling racistische nostalgie'

In tegenstelling tot zijn middeleeuwse baas bestaat Zwarte Piet pas sedert circa 1850 en onderging hij sindsdien toch al menige kostuum- en rolwissel. Van knuppeldragende boeman tot irritant vrolijke frans. Waarom lokt zijn nieuwste transformatie dan zulke heftige discussies uit?

Het eigenlijke onderwerp wordt gevormd door de furieuze reacties én de botte spot aangaande zijn mogelijke retouche. Zwarte Piet zelf is slechts de stemvork van een collectief slecht geweten en een moedwillig mank geheugen. In stand gehouden onder het mom van een onaantastbaar kinderfeest.


MENSENVLEES EN MCDONALD’S

In Vlaanderen is sinterklaasdag veel minder een fenomeen dan in Nederland. Wij kennen zelfs regio’s waar men liever Sint-Maarten viert, patroon der bedelaars. Hoewel Sint-Maarten en Sinterklaas in vestimentaire flair en festiviteiten steeds meer samenvallen, ligt hun beider oorsprong dus mijlen en eeuwen van elkaar verwijderd. Ook de Sint is blijkbaar leverbaar in allerlei vormen en gedaantes. Het verhaal dat in mijn Waaslandse jeugd over hem de ronde deed, was bijvoorbeeld bepaald gruwelijk.

Onze bereden bejaarde belandt bij valavond in een gure uithoek en bestelt in een verlaten herberg een pittig gerecht. De herbergier schotelt hem stukken gepekeld vlees voor, opgediept uit een ton. Sinterklaas herkent meteen de smaak van kindervlees – niemand die zich afvraagt waar hij die kennis vandaan haalt... Hij straft de herbergier en herstelt de gezouten en gevierendeelde jongens, die nog lang en gelukkig leven, met alleen wat jeuk aan hun lasnaden, op regenachtige dagen. Zo dicteerde me toch mijn eigen manke geheugen. Na wat googelen kwam ik te weten dat mijn Sint-Niklase Sint niet gebaseerd is op een Romein of een spanjool, maar op een Turk avant la lettre, Nicolaas van Myra. Er bestaan dus al eeuwenlang meerdere Sinten. Waarom zouden er niet meerdere soorten Pieten mogen bestaan? En hoelang duurt het nog voor de meest commerciële van hen – de Amerikaanse, met zijn rendieren en zijn belachelijke luchtslee – zijn concurrenten de gracht inrijdt? Royaal gesponsord als hij is, door McDonald’s en de Hollywoodfabriek?


HET PIETENTEKORT

Inheemse conservatieven zouden zich dan ook beter daarover zorgen maken: straks vieren hun kleinkinderen alleen nog maar Halloween en een ‘Ho, ho, ho!’ gillende Santa Claus, die het moet stellen zonder het gezelschap van wie dan ook. De arme kerel heeft zelfs geen Stroopwafelpiet aan zijn zij. En al zeker geen zwarte snaak met een afrokapsel, dikke rode lippen, gouden ringen in zijn oren, een malle muts en de hele verdere opsmuk van een adellijke page.

In het wapenschild van mijn geboortestad zie je een gelijkaardig tekort. Rechts prijkt een raap, die onverwoestbare parel der zandgronden. Links staat de tobbe met die drie herstelde jongeren erin. En in het midden staat dus die ouwe Turk voor te wenden dat hij prima ingeburgerd is, omdat hij liturgisch verantwoorde bisschopskleren en een krullende staf mag dragen... Verder ontbreekt in het wapenschild van de stad die Sint-Niklaas heet, ieder spoor van Zwarte Piet.

Wie zich per se op historie en traditie wil beroepen om hem mordicus te behouden, heeft bijgevolg geen poot om op te staan. Het is traditioneler, Europeser, Vlaamser, logischer – noem het zoals je wilt – om dat juist niet te doen, en om spontane wijzigingen op hun beloop te laten. Of om zelf eigenhandig te morrelen en te schaven aan die hele goedheilig man, zijn afkomst en zijn voorkomen, én aan dat van zijn trawanten.

En daar is wel degelijk reden toe.


TREKPLEISTER EN PEPERNOOT

De schepen van Toerisme van de stad waar ik nu woon, nodigde onlangs in een videofilmpje alle Nederlanders uit om in Antwerpen Sinterklaas te komen vieren ‘zoals het hoort’. Met een ‘echte Piet’, nog volop zwart et cetera, dus zonder ‘onnozelheden’ of varianten. Onder het voorwendsel dat men van een kinderfeest geen politiek dispuut mag maken, deed onze schepen juist dát. Hij voegde er – zelf ook maar een kind van zijn tijd – een commerciële dimensie aan toe. ‘Kom je geld hier maar spenderen, lieve Hollandse vrienden. Wij leveren op bestelling racistische nostalgie.’ Hij smeet grijnzend alvast een handvol on-Vlaamse pepernoten naar het oog van de camera.

Het heeft zeventig jaar geduurd voor de flaminganten openlijk inzagen dat ze fout zaten waar het die andere zwartzakkerij betrof – het collaboreren met nazi’s. Ik wens mijn stad toe dat haar bestuurlijke elites dit keer iets eerder het licht mogen zien. Niet eens alleen om filosofische, maar juist ook om commerciële redenen. Wie van een nostalgische Zwarte Piet een toeristische trekpleister wil maken, krijgt niet alleen hardleerse Hollanders over de vloer.

Mijn parttimeburgemeester bekende in het gratis blaadje van De Lijn – een vervoersmaatschappij, geen vermageringsbedrijf – dat hij op een spoedig bezoek hoopt van zijn Londense collega, Boris Johnson. Ik zou hoger mikken en tezelfdertijd ook Michelle Obama en haar twee dochters uitnodigen. Met de hele Angelsaksische wereldpers in hun kielzog verzameld, vergasten we hen vervolgens op het nieuwste hoogtepunt in onze citymarketing: het sinjoorse sinterklaasfeest op aloude wijze…

Een perfect internationaal mediadebacle, met blijvende schade voor al wat Antwerps is.


HET BEEST IN LEOPOLD

In welke provincialistische bokaal zwemt een schepen van Toerisme rondjes, als hij niet eens beseft hoe wijdverspreid de afkeer is van blackfacing, alleen al in de godganse Engelstalige wereld? Die afkeer zal terecht verbonden worden aan een erfenis die we zelf niet meer zien, omdat we ze al decennialang wegschminken.

Onze stad is om te beginnen stinkend rijk geworden als doorvoerhaven voor het rubber en alle andere koloniale waren die uit Congo werden weggeroofd. De eerste grootschalige mensenrechtenorganisatie in de geschiedenis, geleid door een zwarte Amerikaan (G.W. Williams) en een homoseksuele Ierse nationalist (Roger Casement) richtte zich juist tegen dit schrikbewind, dat naar schatting zes miljoen Congolezen het leven heeft gekost. Dat is zoveel als er Vlamingen bestáán. De opgang en de neergang van die beweging staat te lezen in een prijswinnend boek van publicist en journalist Adam Hochschild, ‘King Leopold’s Ghost: A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa’. Het wordt nog steeds massaal gelezen, althans toch in de States en het Gemenebest.

Onze stad is vervolgens ook tijdens de economische boycot tegen het apartheidsregime blijven functioneren als doorvoerhaven, dit keer voor wijn, fruit en diamanten. Daarin stonden we vast niet alleen, maar Vlaanderen was wel ongeveer de enige streek ter wereld die ook nog eens een politieke pro-apartheidslobby kende, Protea. Weinig Afrikanen weten dat. Als ik het hun vertel, grenst hun ontzetting aan ongeloof. Die wordt er niet kleiner op als ik eraan toevoeg dat mijn trotse regio desondanks – of misschien wel vanwege dat verleden – amper straten of pleinen bezit die vernoemd zijn naar Nelson Mandela. Vorig jaar, ik geloof in Kortrijk, protesteerde nog een jong gemeenteraadslid tegen zo’n plein, ‘vernoemd naar een communistische terrorist’. Hij werd teruggefloten, dat weer wel. Tot zijn grote verbijstering, dat ook.

Antwerpen bezit inmiddels één van de grootste petrochemische havens van de wereld, Angola is één van de nieuwste petroleumlanden. Denkt onze schepen van Toerisme werkelijk dat álle Angolese bobo’s en bezoekers onthecht hun schouders zullen ophalen bij het zien van een officieel volksfeest, waarbij een bejaarde blanke man vergezeld gaat van een stereotiepe jonge zwarte helper? Net zoals vroeger iedere missionaris en elke koloniale gewestbeheerder hun eigen boy in dienst hadden? En wat gaan we vervolgens doen – de verontwaardiging van zulke Angolezen wegzetten als kortzichtige overgevoeligheid jegens ónze inheemse tradities?

Veel geluk met dát debat. Zeker als het moet worden gemengd met het afsluiten van een belangrijke zakendeal.


LANGE TENEN, BLANKE ZIEL

Je zou denken dat juist Vlamingen begrip moeten hebben voor lange tenen en symbolische retouches. Eveneens in Kortrijk – ik kan het niet helpen – vroeg de nieuwe schepen van Economie aan Frituur Grand Place om van naam te veranderen. ‘Wij zijn de stad van de Guldensporenslag. Dan kies je voor je frituur geen Franse naam.’

In mijn geboortestad kreeg het Kardinaal Mercierplein jaren geleden zijn vroegere naam terug, Oudaan. Allicht omdat kardinaal Mercier zich een eeuw geleden neerbuigend uitliet over het Nederlands. ‘Niet geschikt voor hoger onderwijs.’ Over onderdrukte Vlamingen zou de kardinaal hebben gezegd: ‘Er zijn nu eenmaal rassen die moeten leiden en andere die moeten gehoorzamen.’ Hoeveel flaminganten halen, een eeuw na dato, onthecht hun schouders op voor zo’n uitspraak? Ik ken er niet één. Ik ken er wel die, als een zielig revanchistisch bittergarnituur, weigeren te applaudisseren voor de Rode Duivels, omdat zoiets zou lijken op applaudisseren voor een belgicistisch wij-gevoel, hoe tijdelijk ook.

De gevoeligheden van Angolezen en Zuid-Afrikanen zullen me overigens worst wezen. Ik schaam me in de eerste plaats zelf te pletter. Niet zozeer voor onze hele erfenis, maar voor het boertige ontkennen van de ranzige kanten ervan. Zwarte Piet is gekleed zoals een kindslaafje van rijke families in de 17de eeuw, uitgedost als page, op feestjes geshowd als een zeldzame hond. Een gebruik dat uit Spanje en Portugal naar de Nederlanden kwam overgewaaid. Het zullen er vast niet veel zijn geweest. Dat hoop je althans. En je probeert weg te redeneren wat je over andere slaven hebt gelezen. Hun lot in alle tijden. Uitbuiting, verwaarlozing en misbruik, ook seksueel. Als je één keer een schilderij hebt gezien waarop zo’n kind staat, kun je niet meer terug. Je ziet Zwarte Piet nooit meer met dezelfde ogen als in je jeugd. En eigenlijk waren die gouden ringen in het oor van Pieterman er al te veel aan. Die verwijzen even rechtstreeks naar de slavenhandel: zo verzamelde de slaaf het kapitaal voor zijn vrijlating, ooit, misschien.


HUP HUGO, HUP

De Londense burgemeester bood in 2007 zijn excuses aan voor de rol van zijn stad in de slavenhandel. In Amsterdam en Rotterdam, zelfs in Middelburg, staan monumenten die het Nederlandse aandeel en zijn slachtoffers erin erkennen. Veel is dat niet. Maar wat hebben wij? Tenzij een schepen van Toerisme die strooit met pepernoten en vette knipogen?

En die niet eens zijn feiten op een rij heeft. Dankzij Hugo Matthysen kent de Antwerpse intocht van Sinterklaas al jarenlang een licht psychedelische kant, waarbij steeds meer wordt geëxperimenteerd en geschoven met de klaasfiguur en al zijn figuranten. Goed zo, Hugo. Maak er een kakelbonte bende van. Een kruising tussen de Kakkewieten en de Rode Duivels. En help ons zo om een niet onaardige traditie te redden. Door ze verstandig en bijtijds te veranderen.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234