Revue Lanoye: 'Vergeet niet wie de baas is (bis)'

Het ministerschap van Gatz draait om de enige materies waarin hij werkelijk beslagen is. Zichzelf, zijn carrière en zijn naamsbekendheid.

'Het geloof van dasdragende volwassenen in de vrije markt benadert steeds meer het geloof van 3-jarige kleuters in de paasklokken'

Net als ieder heethoofd krijg ik graag gelijk, maar zelden kreeg ik zo snel en zo degoutant veel gelijk als aangaande de VRT. Nog maar afgelopen zomer waarschuwde ik op deze eigenste pagina’s voor de sluipende afbraak van onze staatsomroep, in een Revue Lanoye getiteld ‘Vergeet niet wie de baas is’. Wat onze Vlaamse regering aan haar eigen zendstations zou gaan opleggen, zo schreef ik toen, was geen korset meer, maar ‘een kolderesk geformuleerde wurgstoel’.

Ik citeer hier graag opnieuw, en met even grote walg als toen, de officiële aanbeveling waarop ik dat oordeel van me baseerde. Alle VRT-activiteiten die niet uitdrukkelijk waren toegelaten, zouden voortaan verboden zijn, tenzij er vooraf kon worden aangetoond ‘dat ze marktversterkend zouden werken, wat hun noodzakelijke financiële middelen waren, en wat hun kwalitatieve meerwaarde zou zijn voor de democratische, sociale en culturele behoeften van de Vlaamse samenleving’.


Rioolblad FM

Op het eerste gehoor klinkt die aanbeveling saai, maar netjes. Bij een tweede lezing ontdekt zelfs een debiel de slecht verhulde moordaanslag-op-afbetaling. Temeer omdat de aanbeveling kort daarop gevolgd werd door een rondje draconische bezuinigingen. Eens te meer. En eens te meer zonder al te veel argumentatie.

Het meest ridicule symbool van inhoudelijke inmenging lag wat mij betreft hierin. Onze regering verbood haar eigen omroep om nog langer weekendinterviews aan te bieden op zijn internetsite, teneinde de ‘marktwerking van de krantenbijlages niet te verstoren’. Waarom verbied je dan niet ineens het hele VRT-journaal? Wat Martine Tanghe opleest, moet ’s anderendaags ook nog in de krant verschijnen. Wat is de logica? Behalve die van de beknotting?

Bovendien mocht de VRT ook geen andere digitale initiatieven meer ontwikkelen. Tenzij na het vervullen van alle bovengenoemde procedurestappen. Ze komen neer op een feitelijk verbod, vermomd als bureaucratische processie van Echternach. Het is bovendien een merkwaardige eis vanwege een viptent-regering die op alle andere vlakken juist belooft – in dienst van haar vriendjes in de businessseats, te weten: de Vlaamse ondernemer en zijn onuitputtelijke pamperbehoefte – om voor hem wél zo snel mogelijk alle obstakels, regeltjes, formulieren en noem maar op uit de weg te ruimen. Met inbegrip van vakbonden, stakingsrechten, mystery calls – noem ook hier maar op. ‘Zodra we dat doen, komt alles vanzelf in orde! Overal! Altijd!’ Het geloof van dasdragende volwassenen in de vrije markt benadert steeds meer het geloof van 3-jarige kleuters in de paasklokken.

Het spoorloze opruimen van de hele VRT hoort daar op langere termijn gewoonweg bij. We spreken hier nota bene over een tijdvak waarin commerciële weekbladen zonder enige overheidsbelemmering mogen uitdijen van print naar radio (Story FM) en van print naar tv (Libelle TV). Mij niet gelaten, hoor – vrijheid blijheid. Maar als commerciële uitgevers zich op het audiovisuele ijs mogen wagen, zie ik geen reden om een staatsomroep het omgekeerde te verbieden. Tenzij dát natuurlijk juist de strategie is. Draai na draai: meer verwijten, minder zuurstof.

‘Wees dan liever bloedeerlijk over je bedoelingen,’ besloot ik. ‘Blaas onze openbare omroep op met een knal. En niet laf en langzaam, zoals nu.’


Back to blue

Mijn analyse kwam me op een uitgebreide uitbrander te staan van Jean-Jacques, de jongste kosmische nevel die opstijgt uit het liberale planetarium genaamd ‘Familie De Gucht’.

Jean-Jacques nam het opvallend ruimhartig op voor zijn partijgenoot Sven Gatz, tevens minister van Cultuur en voogdijminister van de VRT. Een portefeuille waarvoor Jean-Jacques zélf grandioos werd gebuisd bij het verdelen van de posten vooraf, en waarvoor we Sven Gatz na één jaar effectief beleid nog grandiozer moeten buizen.

Steeds meer krijg je de indruk dat het ministerschap van Gatz niet om de materies draait waarvoor hij bevoegd heet te zijn, maar om de enige materies waarin hij werkelijk beslagen is. Zichzelf, zijn carrière en zijn naamsbekendheid. Na amper één jaar in functie schrijft onze excellentie al een boek dat, getuige de titel, de allure draagt van licht ironische, maar daardoor dubbel behaagzieke memoires: ‘Bekentenissen van een cultuurbarbaar’.

Zoals we inmiddels gewend zijn van ons voormalig sympathieke ketje, verdedigt Gatz daarin meer zichzelf dan zijn beleidsdomeinen, laat staan al wie erin werkzaam is. De persoonlijke willekeur waarmee hij inmiddels eigenhandig jonge kunstenaars afpoeiert of heropvist – zónder uitleg en mét desavouering van commissies die hij niet zelden zelf om advies had gevraagd – riekt naar een heropleving van een paternalistische en personalistische cultuurpolitiek die zo belegen en provinciaal is als het heropleven van het ganzenrijden in Stabroek. Folklore met cavatenten eromheen: ziedaar ons hedendaagse Vlaamse patrimonium. Het verschilt in weinig van de bestuurscultuur van onze vertegenwoordigers.

Maar laat ik hier niet verder in detail treden over de krijtlijnen van Gatz’ bewind. De arme man heeft ze zelf niet eens mee onderhandeld. Wat hem niet belet ze klakkeloos uit te voeren, op bevel van de twee concurrerende partijen die hem met tegenzin dulden op Vlaams niveau, omdat ze anders geen regering konden vormen op federaal niveau. Je moet daar, zoals de verkiezingsslogan van Open VLD luidde, inderdaad maar ‘goesting’ voor hebben. Vijfde wiel aan de wagen spelen, om vooral andermans ontlasting te mogen opruimen.

Tegelijk bleek Gatz opeens wél honderdduizend (100.000) euro te kunnen vinden om ook eens aan de Mensen in de Straat te gaan vragen wat zíj van kunst en cultuur en de bijbehorende minister verwachten... Hun aanbevelingen waren op het gênante af voorspelbaar, iedereen had ze gratis en voor niets kunnen bedenken tijdens een verloren kwartiertje – maar daar gaat het nu niet om. Dít is de hamvraag. Is er, behalve vroegtijdige memoires en favoritisme op de vierkante centimeter, eigenlijk íéts dat Gatz uit zichzelf heeft op te hoesten? In ruil voor zijn titel en verloning van minister? Jazeker. Op 15 maart verklaarde hij in zakenkrant De Tijd het volgende, geheel en al uit eigen mond: ‘De VRT heeft een marktaandeel van meer dan 60 procent. Je kunt je afvragen of dat gezond is.’

Gezond? Ik heb zelden zo’n heldere en toch misselijkmakende samenvatting gezien van zelfvervullende propaganda in tijden van de Bende van de Onzichtbare Hand. Als een privaat bedrijf marktleider is, dan zet VOKA het in de bloemen en wordt de CEO door zijn collega’s juichend bekroond tot Ondernemer van het Jaar. Als een staatsbedrijf goed boert, wordt het afgeschilderd als een bedreiging. Nee: als een besmettelijke ziekte waartegen dringend een remedie moet worden gevonden. En die remedie heet elke keer weer ‘afslanking’, met een geheide vermindering van het marktaandeel als gevolg.

Dat verminderde aandeel wordt dan meteen weer naar voren geschoven als het bewijs van de structurele inefficiëntie van álle ambtenaren, en als de noodzaak voor nieuwe ingrepen. Welke? Afslanking! Weer met een vermindering van het marktaandeel tot gevolg. Et cetera, enzovoort. Een kroniek van aangekondigde aderlatingen.

Totdat er geen bloed meer over is.


Jihadbakkers en bladwijzers

De rechtstreekse intimidatie van de VRT gaat inmiddels almaar crescendo. Na staatssecretaris Theo Francken – aka: ‘The Drama-Queen of Tweets’ – begon zelfs de kneus der kneusjes, Joke Schauvliege, onze staatszender af te bekken. Nota bene om een tv-interview waarin haar beleid genadeloos te kijk was gezet door een prima geïnformeerde Man van de Straat, de onvolprezen burger Wouter Deprez.

Schauvliege eiste op hoge poten van de VRT wat zij niet had geëist tijdens een interview met haarzelf, kort daarvoor. Joke wilde ‘wederhoor’ en ‘kritische vragen’. Een beetje een pijnlijk verzoek, aangezien ze er tijdens haar eigen beurt in geslaagd was om zichzelf ook in haar eentje totaal in de nesten te praten, zelfs zónder een tegenstrever voor haar neus... Wordt het niet hoog tijd om Joke ‘Frisse Wind’ Schauvliege tegen zichzelf in bescherming te nemen? En vooral: onszelf tegen haar?

Dat zulke tweederangsfiguren vandaag de dag hun handen proberen schoon te wrijven door op de VRT te kakken, is meelijwekkend tot verwaarloosbaar. Als echter ook een voogdijminister toetreedt tot de rangen der verbale afpersers, worden we dertig jaar in de tijd teruggekatapulteerd. Naar een periode toen partijvoorzitters nog nét niet zelf de vragen stelden, de camera’s aan- en uitzetten en de slagbomen van de parking bedienden. Mediamanipulatoren. Poetins en Erdogans avant la lettre, weliswaar – toegegeven – op Madurodam-formaat.

Maar manipulatie blijft manipulatie. En in exact die traditie plaatste Gatz zich, door te dreigen met ‘een aangescherpte beheersovereenkomst’ na één enkel interview met één Syriëstrijder die opnieuw niet hard genoeg op de rooster gelegd zou zijn. Is dát wat elke VRT-journalist voortaan te wachten staat? Bij iedere al dan niet vermeende fout of onwelgevallige noot? Dat de héle tent aan de Reyerslaan opnieuw het mes van een verminderd budget op de keel krijgt gezet?

En wat is dat toch met Vlaamse politici, dat ze voor anderen eisen wat ze zelf zo zichtbaar slecht verteren? De helft wíl gewoon al niet meer komen opdagen voor een interview dat niet in hoofdzaak over hun privéleven en hun hobby’s zal gaan. Ze zitten liever daarover te kirren en te kakelen op veiliger gronden, die ze zelf uitkiezen. Journalistiek in Vlaanderen? Als er een ziektebeeld moet worden geconstateerd, dan is het er één van structurele lafheid en algehele poedeligheid. Van alle betrokkenen.

Een echte minister van Media zou aandringen op hardtalk voor iederéén, en niet alleen voor de psychotische jihadbakker die verdorie straks óók al op de Boekenbeurs zijn eigen boek zal zitten te signeren. Ik mag hopen dat ze hem naast de ironische cultuurbarbaar Sven Gatz plaatsen. Dan kunnen ze, bij wijze van wederhoor, elkaars boekje signeren. Met Joke Schauvliege als bladwijzer. Komt het schaap toch nog van pas.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234