Rhiannon Giddens: 'Als kind werd ik overal de deur gewezen, nu vindt iedereen mij 'één van hen'

Rhiannon is niet alleen een mooi liedje van Fleetwood Mac, het is ook de voornaam van het veel te goed bewaarde muzikale geheim Rhiannon Giddens (42). Gewapend met een banjo en een alles verpletterende stem voorziet ze oude volksvertellingen en countryklassiekers van een nieuw elan. En om het helemaal mooi te maken: dezer dagen is ze te ontdekken op maar liefst twéé nieuwe platen.

In februari verscheen ‘Songs of Our Native Daughters’, een plaat waarop Giddens samen met drie andere zwarte banjospeelsters (Leyla McCalla, Allison Russel en Amythyst Kiah) zowel herinterpretaties als nieuwe nummers brengt over de mishandelingen en vernederingen die de zwarte (slaven)vrouw in Amerika heeft moeten én nog steeds moet doorstaan. De plaat is een soort van muzikale aanklacht op het kruispunt van de #MeToo- en Black Lives Matter-beweging. Daarnaast brengt Giddens samen met de Siciliaanse multi-instrumentalist Francesco Turrisi nu ook ‘There Is No Other’ uit, een plaat die geproducet werd door Joe Henry en waarop ze met Arabische muzikale invloeden flirt.

Nadat ze in ‘La La Liebens’ op Radio 1 een korte maar krachtige sessie mocht spelen, strikte uw reporter Rhiannon Giddens in de gangen van de VRT voor een al even kort maar krachtig interview.

HUMO Ik zag je voor het eerst in 2013, tijdens een folkconcert in New York ter ere van de Coen brothers-film ‘Inside Llewyn Davis’. Het was T Bone Burnett die dat concert had georganiseerd, en die, naast de cast van de film, ook artiesten als Elvis Costello, Joan Baez én ene Rhiannon Giddens had uitgenodigd op het podium van de legendarische Town Hall.

Rhiannon Giddens «Dat concert geldt nog altijd als het grote keerpunt in mijn carrière – plots stond ik op de kaart. Ik vergeet het nooit: ik was op vakantie in Frankrijk met mijn toenmalige man en ons pasgeboren kindje, toen ik midden in de nacht telefoon kreeg van T Bone Burnett, met de vraag of ik zin had om op te treden in New York. ‘Euh, sure.’ Van hem mocht dat met mijn toenmalige band, Carolina Chocolate Drops, of solo... De groep lag op dat moment half in duigen, dus koos ik ervoor om alleen te komen, meteen mijn allereerste solo-optreden ooit. Ik herinner me vooral de afterparty in het hotel, met Joan Baez. Op een gegeven moment zijn we daar nog een potje beginnen te jammen. Voor het concert zelf was ik zo gespannen dat ik me er amper iets van herinner. Ik dacht alleen maar: oké, ik ben hier om de geest van Odetta te eren. Supergeconcentreerd was ik.»

HUMO Je hebt toen samen met Gillian Welch en Carey Mulligan ‘Didn’t Leave Nobody but the Baby’ gezongen, het wiegeliedje uit die andere Coen brothers-film, ‘O Brother, Where Art Thou?’. Als schier onbekende kwam je eventjes de show stelen van de groten der aarde, met dank aan je stem én je bloedrode jurk.

Giddens «Ik stond op het punt naar New York te vertrekken, toen ik besefte dat ik eigenlijk niks deftigs had om aan te doen. Mijn schoonmoeder en ik hebben die jurk toen snel gekocht in Dublin. Bijna had ik hem níét aangedaan die avond, omdat ik hem zo over the top vond. Maar het was: go big, or go home (lacht).De recensies waren gelukkig allemaal lovend, dat deed enorm deugd om te lezen daags nadien.

»Maar het belangrijkste gevolg voor mij was dat T Bone toen ter plekke besliste dat hij en ik samen een plaat moesten maken. Dat werd ‘Tomorrow Is My Turn’ (een plaat met covers van o.a. Dolly Parton en Nina Simone, red.). Hij vroeg me ook om mee te werken aan ‘The New Basement Tapes’ (waarop o.a. Elvis Costello en Jim James aan de slag gingen met onuitgebrachte songteksten van Bob Dylan, red.).»

HUMO Voor zowat het voltallige Mumford and Sons was de soundtrack van ‘O Brother, Where Art Thou?’, die T Bone Burnett samenstelde, dé introductie tot bluegrass. Geldt dat voor jou ook?

Giddens «Toch wel. Voor ik die film had gezien, had ik zelfs nog nooit van The Carter Family gehoord. Maar dé reden waarom ik rond mijn 18de de banjo heb opgepikt, is omdat ik zo gepassioneerd raakte door social dance. Nadat ik afstudeerde, heb ik me volledig op contradancing gestort, een vorm van social dance. Dat is onbekend in Europa, maar te vergelijken met squaredansen, en vooral niet te verwarren met linedansen. Het komt erop neer dat koppels in rijen dansen, begeleid door banjomuziek. Ik werd eerst verliefd op de dans, en dan op de muziek, en dus besloot ik om zélf banjo te leren spelen.»

HUMO Je bent het kind van een zwarte moeder en een blanke vader, groeide op in North Carolina, maar woont al enkele jaren in Dublin. Ben je de Europese roots van de folk gevolgd?

Giddens «Neen, de liefde. Ik ben getrouwd geweest met een Ier. Intussen zijn we uit elkaar, maar ik blijf in Ierland wonen om bij mijn kinderen te zijn.»

HUMO De samenwerkingsplaat ‘Songs of Our Native Daughters’ kwam er nadat je in het Smithsonian Museum of African American History and Culture in Washington dagboeken van slaven doornam. In hoeverre voel je je verwant met die verhalen?

Giddens «Zeer. Ik zie er niet zwart uit en niet blank. Op school werd ik door de zwarte meisjes als te wit gezien, en door de blanke meisjes als te zwart. Nu vind je misschien dat die zwarte meisjes me racistisch behandelden, maar daarmee ga ik niet akkoord. Er is pas sprake van racisme wanneer je vanuit een machtspositie redeneert, en die hebben zwarten in de Verenigde Staten nog altijd níét. Het is wel zo dat we allemáál – zwart én blank – bevooroordeeld zijn.

»Er is tegenwoordig veel te doen rond ‘culturele toe-eigening’ – of het pakweg als blanke vrouw geoorloofd is om je haren te laten invlechten als een zwarte vrouw. ‘Wat is daar nou mis mee?’ hoor je vaak. Maar ik krijg de kriebels van blanke upper class fotomodellen die eventjes hun haren laten invlechten om hun marktwaarde te verhogen, terwijl zwarte vrouwen in de VS nog altijd ontslagen worden net omdat ze hun haren traditioneel dragen. Het is heus niet allemaal zo onschuldig als het lijkt. Het heeft allemaal te maken met je intenties: zijn die authentiek of wil je gewoon geld verdienen op de kap van een ander?

»Nu, ik meng zelf ook volop muzikale invloeden. Maar ik denk wel dat ik dat met respect doe, dat ik authentiek ben.»

HUMO Je andere nieuwe plaat ‘There Is No Other’, met Francesco Turrisi, heeft als centraal thema dan weer dat er meer is dat ons bindt dan dat ons scheidt. Wat zijn je persoonlijke ervaringen op dat vlak?

Giddens «Door mijn rare uiterlijk vinden mensen te pas en te onpas dat ik ‘één van hen’ ben. Hoe vaak me al niet gevraagd is of ik een native American ben! Kom ik in India, dan denken ze dat ik van daar kom. Hetzelfde in ongeveer héél Latijns-Amerika. Ik vertel het hier nu lollig, maar het is eigenlijk te gek voor woorden: als kind werd ik de deur gewezen door groepen die mijn eigen afkomst vertegenwoordigden, tegenwoordig vinden ze me overal ‘één van hen’. Gelukkig vinden ze me in het grijze Dublin toch een béétje exotisch.»

HUMO Slotvraag: ben je eigenlijk vernoemd naar ‘Rhiannon’ van Fleetwood Mac?

Giddens (droogjes) «Neen.»

HUMO Is Rhiannon dan een doodgewone naam in North Carolina?

Giddens «Ook niet (lacht). Mijn moeder was tijdens haar zwangerschap aan het lezen in de ‘Mabinogion’, het Welshe epos. En toen ik geboren ben, besloot ze me te noemen naar de Welshe godin Rhiannon. Mijn moeder is raar. Niet zo raar als Stevie Nicks, maar toch raar.»

There Is No Other’ verschijnt op 3 mei bij Warner. Rhiannon Giddens speelt op 8 december in Het Depot in Leuven.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234