'Rijker dan je denkt': 'Eén goede raad: als u op zolder iets ontdekt waarvan u denkt dat het geld waard is, blijf er dan vooral af'

Antiek is hipper dan ooit, zeker op tv. Dit najaar laat ‘Rijker dan je denkt’ al voor de zevende keer hoopvolle Vlamingen hun verborgen schatten voorleggen aan experts. Onze Man ging alvast eens kijken op de taxatiedagen in Gent en probeerde niets te breken. ‘Vorige week nog rolde een Chinese vaas uit een deken: 1.700 euro in scherven.’

'Eén goede raad: als u op zolder iets ontdekt waarvan u denkt dat het geld waard is, blijf er dan vooral af'

Ooit begon de VRT – toen nog BRT – met een antiekprogramma waarbij experts, naar het voorbeeld van de ‘Antiques Roadshow’ op BBC, objecten van kijkers taxeerden. Dat werd afgevoerd wegens gebrek aan succes. Dertig jaar later behoren zowel ‘Rijker dan je denkt’ als ‘Stukken van mensen’ tot de meest bekeken programma’s van respectievelijk VTM en VIER. In crisistijd hoopt de Vlaming kennelijk dat een lang verwaarloosd erfstuk op zolder, in het rommelhok of in de kelder een onvermoed appeltje voor de dorst blijkt.

Dat is niet onmogelijk. In Engeland vond de ‘Antiques Roadshow’ een werk van Antoon van Dyck dat op bijna 500.000 euro werd geschat. Tijdens het vorige seizoen van ‘Rijker dan je denkt’ bleek een onooglijk, uit een kartonnen doos in de garage opgedolven vaasje van de hand van edelsmid Pavel Ovchinnikov, ooit hofleverancier van de tsaar. Zijn werk haalt bij Sotheby’s tot 735.000 dollar, expert Frederic Rozier schatte het vaasje op ‘slechts’ 20.000 euro. Ook gevonden: een 17de-eeuwse cello ter waarde van 70.000 euro. Dat lijkt me genoeg om u óók de kartonnen dozen op zolder te doen plunderen voor een uitstapje naar de taxatiedagen van ‘Rijker dan je denkt’, waar één van de 29 kunstkenners een blik kan werpen op de buit.

Vandaag zullen experts Rudi Heselmans, Bruno Speybrouck en Peter Bernaerts me wegwijs maken in de wereld van de zolderschatten. Voor de ingang van de Bijloke in Gent vormt zich ’s ochtends vroeg alvast een lange rij hoopvolle Vlamingen. De zenuwen staan strak gespannen. Een man rolt moeizaam een zwaar standbeeld over de kasseien van de esplanade, in de hoop zonder beschadiging zijn bestemming te bereiken. Een koppel draagt een enorme, loodzware houten kist mee en een zakje van Zeeman. De inhoud van dat plastic zakje zal later waardevoller blijken dan de kist.

Rudi Heselmans «Mensen zijn heel zenuwachtig bij het uitpakken en weer inpakken. Terecht, want vaak is hun schat slécht ingepakt. Op de taxatiedagen van vorige week rolde een gladde Chinese vaas uit een slordig aangespannen deken. Die vaas was de helft van een paar. Dat paar had je voor 2.000 euro kunnen verkopen, de vaas die overbleef was nog slechts 300 euro waard. Zelf heb ik al objecten van 400.000 euro in mijn handen gehad, maar op 45 jaar tijd heb ik nog nooit iets laten vallen.»

Sommige mensen hebben slechts één object meegebracht. Een pendule. Een 19de-eeuws Jezusbeeld. Een opgezette blaasvis. Een stel draken ‘van Japanachtige aard.’ Een terracottabeeld. Een ridderhelm. Een inktpot in empirestijl. Een snuifdoos. Een Duits jachtgeweer met bajonet uit 1907. Een Romeinse munt. Een Etruskische amfoor. Een Indonesische draagzak. Een vogelkooitje uit ragfijn filigraan. Een hengst in gekleurd glas ‘uit Venetië of Rusland of zo’. Een drumstel – ‘gekocht voor 16 euro, maar onze zoon heeft nu een ander dus dit mag weg.’ Anderen gokken op de wet van de aantallen: als je maar genoeg objecten meebrengt (zestien stuks, in één geval!), dan moet één ervan toch iets waard zijn. Een mevrouw wil af van haar collectie aan het koningshuis gerelateerde prullaria. Een andere sleurt het accordeon van haar grootvader mee, en schilderijtjes uit de jaren 1940, én een viool ‘van 105 jaar oud’. Dat laatste garandeert helaas niets: in tegenstelling tot wat de leek denkt, zijn niet alle versleten violen een Stradivarius. Al ontdekte ‘Rijker dan je denkt’ vorig jaar toch een aftandse viool die, samen met de strijkstok, 16.500 euro waard was.

Sommige hoopvolle kijkers kochten hun vermeende schat op een rommelmarkt, maar zelfs het containerpark brengt geld op: een van de vuilnisbelt geredde teddybeer bleek 5.000 euro waard. Een man laat een fotoboek uit de 19de eeuw schatten dat hij vond bij het opruimen van de inboedel van een café, ‘achter een paneel in een vieze kleerkast op de derde verdieping.’ Ik zie mensen die de experts vol vertrouwen benaderen, alsof ze een bank binnenstappen om te cashen. Eén man glundert dermate dat hij lijkt te vermoeden dat zich áchter het piepkleine schilderijtje in zijn hand het verdwenen paneel van ‘Het Lam Gods’ bevindt. Anderen zijn fatalistischer. ‘Ik maak me geen illusies, hoor,’ is de openingszin van één van hen. Terecht, zo blijkt enkele seconden later. Geduldig bekijkt de expert alle zeventig borden van een oud servies uit Doorniks porselein, om zeker te zijn dat geen ervan – het veel oudere en duurdere – Delfts porselein is. Helaas.

Het luistert nauw. Het verschil tusen ivoor en ivorine (namaak) is het verschil tussen waardevol en waardeloos. Een bronzen beeldje van Auguste Rodin kan een miljoen euro opbrengen, maar een surmoulage (een postume nageut) van exact hetzelfde beeldje slechts enkele honderden euro. De antiekwereld heeft haar eigen hiërarchische logica, met eigen onlogische uitzonderingen. Een olieverfschilderij is meer waard dan een aquarel, die meer waard is dan een pentekening, die meer waard is dan een houtskooltekening, die meer waard is dan een ets, die meer waard is dan een zeefdruk, die meer waard is dan een litho, die meer waard is dan een affiche. Maar niet altijd: een ordinaire poster van ‘Star Wars’ haalde 4.500 euro. En een verfomfaaid stripalbum van ‘Lucky Luke’ bleek nog 900 euro waard.

Wat wel altijd geldt: een olieverfschilderij is uniek, terwijl een zeefdruk, een poster of een litho dat per definitie nooit zijn. Heel wat mensen die zich geen museumstuk van Picasso of Dalí konden veroorloven, kochten jaren geleden dan maar een litho. Maar niets wordt zo vaak vervalst als litho’s.

Heselmans «Tegenwoordig is de techniek van offsetvervalsingen zo goed dat je het verschil niet meer met het blote oog kunt zien. Daarom gebruik ik een vergrootglas dat 120 maal vergroot. Een uv-lamp is ook nuttig, om herstellingen en restauraties bloot te leggen op schilderijen en bij keramiek. En met een op je computer aangesloten microscoopje kun je de kleinste oneffenheid in de textuur waarnemen. Een vervalser bood mij ooit een 17de-eeuws topwerk aan, een Hollands landschap. Hij had zich goed ingedekt: hij had een 17de-eeuws paneel gebruikt met een 17de-eeuws stempel en een 17de-eeuws doek. Maar het pigment was recenter. Hij vroeg er doelbewust 7.000 euro voor. Hij wist dat ik voor die relatief lage prijs niet zou investeren in verder onderzoek. Had hij 700.000 euro gevraagd, dan zou elke zichzelf respecterende handelaar een bijkomende wetenschappelijke analyse bestellen en zou hij tegen de lamp lopen.»

'Als we telkens moeten geloven dat een object door een kasteelheer als dank aan een meid werd geschonken, dan zijn er meer kastelen dan huizen' Peter ­Bernaerts

Er zijn duidelijk nog nooit zoveel vervalsingen in omloop geweest als vandaag. Iemand bracht een fles champagne ‘van Napoleon’ mee, Réserve de l’Empereur, … uit 1978. Ik zag een ‘echte’ Permeke… geschilderd op een nieuw doek, met nietjes bevestigd aan de lijst, gekocht op tweedehands.be.

Bruno Speybrouck «Vaak schermt men met ‘officiële’ certificaten, maar een certificaat is makkelijker te vervalsen dan een schilderij. Eén meneer kwam vorig jaar aandragen met een waardeloos schilderijtje. Op de achterkant daarvan plakte een groepsfoto waarop hij Vincent Van Gogh meende te herkennen. Op basis daarvan had hij een lijvig document samengesteld om zijn stelling dat het ‘een échte Van Gogh’ betrof te staven. Maar ik zag meteen dat die foto een anachronisme was: de kleding kwam niet overeen met de periode waarin Van Gogh leefde. Ik heb ook bluffers geweten die mij een ‘oude meester’ presenteerden, geschilderd op triplex.»

Op alle regels van de kunst bestaan uitzonderingen. Een aftands strijkijzer is niets waard, tenzij je kunt bewijzen dat het toebehoorde aan Maria Callas of Marilyn Monroe. De intrinsieke waarde van zo’n gebruiksobject – per definitie géén kunst – is minimaal, maar wat de verzamelaar koopt, is allure, status en glamour, in de hoop dat een vleugje van de mythe op hem afstraalt. En ook in de kunstwereld zijn ze merkengek. Een horloge is een banaal gebruiksobject dat onderhevig is aan slijtage, waardoor de waarde gradueel afneemt. Behalve als het een Patek Philippe is. Een Rolex Daytona die toebehoorde aan Paul Newman werd aan een verzamelaar verkocht voor… 16 miljoen euro. Een Breguet Grande Complication haalde op een veiling 29 miljoen euro. Voor één zakhorloge!

'Wie wanhopig af wil van wat hij zelf als rommel beschouwt, gelooft tegelijk rotsvast dat een ander voor die rommel grof geld zal bieden'


Beter dan origineel

Verzamelaars verzamelen de gekste dingen. In de Bijloke daagt een man op met meer dan 3.500 Volkswagenautootjes en aan het merk gerelateerde parafernalia. Twee zolders vol, genoeg om een eigen museumpje te beginnen of de hoofdzetel van Volkswagen jaloers te maken. Op één zeldzaam item jaagt hij nog: ‘Een whiskyfles in de vorm van een Volkswagen Kever.’ Voor speelgoedautootjes gelden in de antiekhandel ongewone wetten: als de verzamelaar verzuimd heeft om ook de dikwijls half vergane kartonnen opbergdoosjes bij te houden, is zijn collectie minder dan de helft waard. Ik vraag de Volkswagenkenner om een tip. ‘Op rommelmarkten moet je al twee uur vóór het openingsuur paraat staan. Meestal is dat om vijf uur ’s ochtends, neem dus een zaklamp mee. En je moet meteen álle kraampjes afspeuren. Als je pas aankomt als de markt al bezig is, hebben de kraampjeshouders zelf alles wat de moeite is al afgeroomd.’ Een mevrouw heeft op zo’n rommelmarkt voor slechts één euro een handtas van Hermès op de kop getikt. Ze hoopt genoeg geld te vangen ‘voor een cruise op de Middellandse Zee’. Een andere handtassenfreak maakte vorig jaar een tas van Chanel buit voor 7 euro: ze bleek er 1.200 waard, een winstmarge van bijna 20.000 procent.

Sommigen hebben hun eigen maatstaven. ‘Onze pa kon het indertijd amper betalen, dus dat zegt iets, hè.’ Of: ‘Ons ma was toen nog heel verliefd op onze pa, dus ze zal zeker geen prul gekocht hebben.’ Een andere man omschrijft zijn banale glas als ‘zéker van Lalique’, omdat hij die naam ooit hoorde waaien.

Heselmans «Mensen nemen hun wensen voor werkelijkheid. Als hun schilderijtje vaagweg lijkt op iets wat de neef van de buurman van Van Gogh had kunnen maken, dan is het in hun ogen zeker en vast een échte Van Gogh.»

Peter Bernaerts «Over de herkomst wordt bovendien vaak gelogen. Als we telkens moeten geloven dat het object in kwestie door een kasteelheer als dank voor bewezen diensten aan een meid werd geschonken, dan zijn er meer kastelen dan huizen. We krijgen soms ook boude, onlogische beweringen te horen. Dan duwt zo iemand ons een slechte kopie van een oude meester in handen en zegt hij: ‘Dit exemplaar is béter dan het origineel in het museum!’ Iemand beweerde dat zelfs over een reeks tekeningen naar Picasso’s ‘Guernica’.»

Ik zie de experts gretig gebruik maken van hun tablet om gangbare verkoopprijzen op te zoeken.

Bernaerts «Het internet is voor ons een tweesnijdend zwaard. Zonder internet geen handel. Dankzij databases als Artprice en Artnet en de vele websites van veilinghuizen is ook de consument beter op de hoogte. Maar daardoor zijn er ook meer kapers op de kust en beseffen kopers soms niet dat je net op een veiling een uniek stuk op de kop kunt tikken. Bij veilingen heerst een hoogdringendheid – het is nu of nooit, bied te laat en je hebt het gemist.»

Heselmans «De kunsthandel is totaal veranderd. Vroeger werden huizenhoge drempelgelden gevraagd om in Knokke of op de Zavel een kunstgalerie te beginnen. Dat is allemaal weggevallen. Nu heerst het internet en leven we in een tijdvak waarin onmetelijk rijke mecenassen méér topkunst in huis hebben dan om het even welk museum. Alleen al in China zijn er meer dan 2.000 privémusea!»

Speybrouck «Ik heb nog de tijd meegemaakt dat zelfs de catalogi van prestigieuze Engelse veilingzalen geen foto’s bevatten, of enkel slecht afgedrukte prentjes in zwart-wit. Je moest je er ter plaatse van vergewissen of het iets was. Tegenwoordig zit ik meer voor het computerscherm dan op de weg. Maar parate kennis en ervaring blijven onbetaalbaar, want je moet al die informatie kunnen interpreteren.»

Tegenwoordig wanen heel wat leken zich ook zélf expert, dankzij informatie op Google of Catawiki, de Nederlandse website waar online veilingen worden gehouden. ‘Ik heb al op Catawiki gekeken en mijn handtas is 3.500 euro waard,’ beweert een vrouw uit Kortrijk.

Bij heel wat mensen bespeur ik een door wensdenken ingegeven gedachtekronkel: wie wanhopig af wil van wat hij zelf als rommel beschouwt, gelooft tegelijk rotsvast dat een ander voor die rommel grof geld zal bieden. De experts zijn te beleefd om het op te merken, maar ik zie sommige mensen hun iets voorschotelen waarbij je zelfs als leek blind moet zijn om niet te beseffen dat het troep is. Of hoopte die man uit Gent écht dat een versleten en bovendien beschadigd plastic kinderbord iets waard zou zijn? Een andere man had een lelijke vaas uit chroom bij, ‘uit de 19de eeuw.’ Kan niet: toen werd chroom enkel gebruikt als component in verflegeringen.

'Vooral in de moderne kunst is er vaak geen enkel verband tussen de esthetische waarde en de markt­waarde' Rudi Heselmans

Zo tactvol mogelijk maken experts duidelijk dat het schilderijtje dat ooit door overgrootvader werd aangekocht, en waarvan de vermeende waarde in de familie mythische proporties heeft aangenomen, na een objectieve analyse door een buitenstaander waardeloos blijkt.

Heselmans «Een kleurrijk familieverhaal gaat altijd vergezeld van een gezagsargument van één of andere vermeende autoriteit die ooit heeft gezegd: ‘Doe dat nooit weg!’ Of een sluwe verkoper die zijn veel te hoge prijs rechtvaardigde met de loze bewering: ‘Dit zal mettertijd gewéldig in prijs stijgen!’»

De gevolgen van zo’n waardeoordeel zijn af te lezen op de teleurgestelde gezichten van de eigenaars. Opa valt van z’n voetstuk, en de schoonzoon werpt zijn vrouw een blik toe die zegt: ‘Daar zie, jarenlang al dat gelul en die loze beloften over zo’n prul!’ In één geval had opa het lot een handje geholpen: hij had op een wintertafereel van Andreas Schelfhout zélf een schaatser overschilderd, waardoor de waarde exponentieel daalde. Een man heeft een gravure meegebracht: ‘‘Als ooit het huis in brand staat,’ zei mijn vader, ‘vergéét dan uw moeder, maar red deze prent!’ Waarop mijn moeder zei: ‘Néé: de afbeelding beschermt het huis tegen brand. Dus als het hier toch afbrandt, dan is dat het bewijs dat de gravure een vervalsing is. Dan laat je ze beter hangen en red je mij!’’

De experts zijn de hele dag opvallend beleefd en vol mededogen. ‘Decoratief’ is vaak een eufemisme voor ‘waardeloos’. Eén van hen beoordeelt een schilderijtje als ‘een seriestuk’ – ik zou zeggen: ‘Een aan de lopende band vervaardigd en op de markt verkocht prul.’ Het hardste oordeel dat ik vandaag hoor, is: ‘Zonde van de verf. Innige deelneming.’ Heel af en toe permitteert een expert zich monkelend een vleugje ironie: ‘Dit werd geschilderd door een zondagsschilder… Op een zondagnamiddag, tegen de avond aan… Toen hij al een paar glaasjes jenever op had.’

Speybrouck «Mensen vergeten ook vaak dat antiek trendgevoelig is. In de tijd van de fermettes bestond daar een hele industrie rond. Antiquairs verkochten dan tal van objecten die in het interieur van zo’n fermette niet misstonden: koper, tin, olielampen. In de moderne, minimalistische interieurs van nu wil niemand die nog.»

Bernaerts «De kunstmarkt is de voorbije jaren duchtig door elkaar geschud. Van de 19de eeuw tot een jaar of dertig geleden leden mensen aan horror vacui: elk hoekje van het huis werd volgestouwd met kunst, antiek en bric-à-brac. Romantische schilderijen in de salons, talloze prenten in de trapzaal, oosterse tapijten, Chinese vazen, vitrineobjecten zoals Delfts porselein en koper en tin in zwaar gesculpteerde kasten… Het hield niet op. Tegenwoordig zijn interieurs veel strakker, met alle gevolgen van dien voor de handel in antiek. Als de moderne mens nog art nouveau of 19de-eeuwse snuisterijen smaakt, moeten die van topkwaliteit zijn. Ouderdom op zich of zelfs het feit dat een stuk uit nobele materialen werd vervaardigd, garandeert dus geenszins een hoge prijs.»

Speybrouck «Ook zwaar gesculpteerde eiken meubels zijn niet langer gegeerd, tenzij de kwaliteit uitzonderlijk is. Maar trends volgen niet altijd de wetten van de logica: religieuze beelden uit Europa zijn in prijs gedaald en Afrikaanse beelden zijn in prijs gestegen, terwijl dat in wezen ook religieuze beelden zijn.»

'Religieuze werken zijn in waarde gedaald. Al was religie vroeger vaak een excuus om naakte vrouwen te schilderen: dat helpt om zo'n doek toch verkocht te krijgen'


Poetszieke huisvaders

Een man legt Speybrouck een 18de-eeuws landschap met een godsdienstig tafereel voor. ‘Ik heb het een halve eeuw geleden gered van een brandstapel,’ glundert de eigenaar. Jammer genoeg is het paneel erg beschadigd. Maar ook al is restauratiewerk niet goedkoop, toch is het vaak een rendabele investering: vorig jaar werd een waardeloos gewaand doekje na restauratie 4.000 euro waard.

Speybrouck «Algemeen geldt: hoe somberder het onderwerp, hoe beter de kwaliteit moet zijn. Niemand wil een duistere, deprimerende én bovendien slecht geschilderde sterfscène aan de muur. Maar als het een echte Goya blijkt, liggen de zaken heel anders, dan bel ik meteen het Prado en is de vinder miljonair. Hetzelfde geldt voor religieuze schilderijen, kruisafnemingen en dergelijke: de tijdgeest miskent ze, maar als er een Rogier van der Weyden opduikt, hap ik meteen toe en staan de potentiële kopers in de rij. Nu, religie was in vorige eeuwen voor kunstenaars vaak een excuus om naakte vrouwen te schilderen, dat helpt om zo’n doek vandaag verkocht te krijgen.»

'­Antiek is trend­gevoelig. De tijd van de fermettes is voorbij' Bruno ­Speybrouck

Wie als onstuimig kind te wild omging met familieschatten, moet daar nu voor boeten. De wetten van de antiek zijn onverbiddelijk: als een porseleinen vaas één minuscuul barstje of loshangend scherfje vertoont, daalt de waarde drastisch. Eén bezoeker heeft daar duidelijk moeite mee. ‘Sorry meneer,’ sust Rudi Heselmans. ‘Wij bepalen de kunstmarkt niet. Van mij mag alles wat mooi is heel veel geld waard zijn, maar zo werkt het helaas niet.’ Vooral in de moderne kunst is er vaak geen enkel verband tussen de emotionele of esthetische waarde en de marktwaarde.

Speybrouck «Eén goede raad: als u op zolder iets ontdekt waarvan u denkt dat het geld waard is, blijf er dan af. Onze Vlaamse huismoeders en -vaders zijn soms poetsziek. Zo zagen we twee vliegtuigschroeven uit hout. De ene eigenaar had het zijne helaas volledig afgeschuurd tot op het blanke hout. De andere had, zoals het hoort, het patina, de inscripties en de labels intact gelaten. Ik zag ook een Afrikaans masker waarvan het unieke patina was weggepoetst, da’s rampzalig.»

Ik vind ‘Rijker dan je denkt’ vooral leerrijk. In de Bijloke kwam ik bijvoorbeeld te weten dat er vlak na de oorlog geen geld meer was en dat bijgevolg elke Duitse stad haar eigen bankbriefjes liet drukken, die een maand geldig waren. Tachtig jaar later zijn die amper de prijs van oud papier waard, ‘maximaal een paar euro per stuk’, meent de expert. Maar algemeen heb ik de indruk dat de meeste mensen naar Gent zijn afgezakt omdat ze geld ruiken, niet omdat ze animo voor kunst hebben. Buiten staan drie mensen die ik in de zaal al een paar uur heb zien mokken, nu maken ze openlijk ruzie. Bij een inboedelverdeling had één van hen een waardeloos lijkend object gekozen waarvan zij nu, op basis van iets wat ze tijdens het programma heeft opgevangen, denkt dat het bingo koekenbak is – véél meer waard dan gedacht, dus. Ze was ‘vergeten’ om het object mee te brengen, beweert ze, maar ik vermoed dat ze het elders wil laten evalueren, zonder de jaloerse pottenkijkers uit haar familie erbij.

Hoe is het tot slot gesteld met de verborgen schatten in ons land, vergeleken met de ons omringende landen?

Heselmans «In Engeland hebben ze veel meer, door hun rijke koloniale verleden en het feit dat Engeland tijdens de twee wereldoorlogen amper werd gebombardeerd. Wij Vlamingen hebben niet enkel zware oorlogsjaren moeten incasseren, maar ook nog een Spaanse en een Franse overheersing. Vooral Napoleon was een plunderaar, hij heeft onze kunstschatten massaal naar Parijs versluisd. En zijn manschappen volgden dat slechte voorbeeld: met heelder karavanen van afgeladen volle karren versasten ze gestolen goed van Vlaanderen naar Frankrijk en Corsica. Slechts 20 procent daarvan is later gerecupereerd. Maar toch: onze zolders en kelders blijven schatten prijsgeven.»

Het zevende seizoen van ‘Rijker dan je denkt’ is vanaf eind oktober te zien op VTM.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234