null Beeld

Rik Coppens in 20 Humo-citaten

Rik Coppens, de koning van het Kiel, die donderdag is overleden, was een geboren entertainer. Ook als hij interviews gaf, iets waaraan hij zogezegd een hekel had. Schijnbeweging hier, bravourestukje daar, een beetje provoceren en heel vaak scoren: zelfs op het blad bleef Coppens swingen. Als eerbetoon: een best of uit meer dan veertig jaar Humo-interviews.

Rik Coppens «Als kind had ik altijd een bal bij. Thuis hadden we nogal een grote binnenkoer en een groot achterhuis: bovenop de ijskelder waar de vis zat (Coppens’ vader was vishandelaar, red.), was een soort zolder, dat was een geweldige speelruimte. En dat was altijd maar bal, bal, bal. Tegen de muur, want ik speelde het liefst alleen. Ik vond dat al die anderen het niet zo goed konden als ik, die waren te zwak. Als ik een één-twee wilde doen, kwam de bal niet terug, of hij kwam te laat, of niet op de juiste plaats, dan vond ik dat minder plezant. Maar met die muur lukte die één-twee altijd. Als het echt niet anders kon, mocht mijn broer weleens in het doel staan.»

Coppens «Een topvoetballer, dat word je niet, dat bén je. Voetbal moet in je lijf zitten. Ik was zestien toen ik in de eerste ploeg stond. Toen al was ik de voetballer die ik altijd gebleven ben.

»Ik heb, geloof ik, nooit wat geleerd van een trainer. Of toch, één ding, van een jeugdtrainer: hoe ik een bal moest leggen bij een corner of een vrije schop. We speelden toen nog met van die zware ballen met een nestel, dus het maakte wel een verschil hoe je dat ding op de grond legde. Maar de echt fundamentele zaken? Ik heb nooit geluisterd naar een trainer. Een trainer moet zijn beste voetballers hun goesting laten doen.»

Coppens «Toptrainers, da’s ook weer een mode, hè? Da’s weer Hollands, die hebben daar altijd van die woorden voor. Toptrainer, totaalvoetbal, pressievoetbal… ik zou niet weten wat dat is, een toptrainer. Maar ik ken wel veel trainers die het zeker nooit zullen worden.»

Coppens «Onlangs hoorde ik op Club Brugge, na de wedstrijd tegen Anderlecht, minister Willy Claes bezig. Hij vergeleek een voetballer met een klassiek musicus. Uit beleefdheid ben ik niet tussengekomen, maar ik vond dat hij er compleet naast zat. Een klassiek muzikant speelt van het blad, maar ik improviseerde voortdurend. Grote voetballers zijn jazzmannen. Die spelen niet van het blad, die spelen op feeling. Voetbal is een kunstvorm.»

Coppens «In onze tijd leefden wij niet onder de stress van de voetballers van nu. Dat is een enorm verschil. Ze moeten presteren, het moet goal zijn. Soms zie ik ze kansen missen en kan ik maar één verklaring vinden: de stress. Ik kende dat niet. Mij kon niets gebeuren: zo stond ik op het veld. Ik had het gevoel toch de beste te zijn, dus durfde ik iets uit te proberen. Er schoot me iets te binnen en ik deed het. Er stond toch niks op het spel voor mij. Nu heb ik gehoord dat er zelfs op training al iets op het spel staat. Vroeger was het plezanter, en daardoor ook attractiever.»

Coppens «Ik kon zeker uitdagend zijn. Een man dribbelen en wachten tot hij terugkwam om hem dan opnieuw te dribbelen. Vooral tegen vuile spelers deed ik dat graag. Om op een sportieve manier revanche te nemen. Maar dan moesten we wel al 2-0 voor staan. Of de keeper dribbelen en wachten tot hij opnieuw was rechtgekrabbeld en hem dan pas binnenschieten: ook plezant.»

Coppens «Ik heb het al 150 keer gezegd, maar ik vind het spijtig dat er niet meer tv-beelden van mij bestaan. Mijn spel zou ongelofelijk gegeven hebben op tv. Mijn bewegingen in close-up, dat zou fantastisch geweest zijn. Die waren telegeniek, circusachtig.»

Coppens «Met een type speler als ik kán je geen kampioen worden, daar moet je van uitgaan. Want de ene keer is hij zat en de andere keer is hij niet nuchter.»

Coppens «Sommige dingen die ik tegen journalisten zeg, meen ik, andere niet. Je mag toch nog zwanzen, neen? Maar je moet wel altijd doen alsof je het wel degelijk meent, anders is het geen zwans meer.»

Coppens «Dat ik soms zat op het veld stond, is fel overdreven. Eén keer herinner ik me. Een vriendschappelijke wedstrijd. Ik was helemaal tuut-tuut. Ik scoorde geen enkele keer. Na de match dacht ik dat ik erbarmelijk had gespeeld. Kwamen ze me toch niet vertellen dat ik zes doelpunten op een schoteltje had aangereikt, zeker?»

Coppens «Ik wou wel winnen, maar om daar nu dingen voor te laten die ik graag deed, zoals uitgaan en een pintje pakken? Ik ben een individualist, ik deed graag mijn zin. Bovendien had ik er geen financieel voordeel bij om beter te presteren. Als ik nu had kunnen spelen – met transfers naar het buitenland, televisie, Europacups – dan had ik er misschien iets meer voor gedaan, maar toen? Wij waren amateurs. Beerschot was een kleine ploeg in een klein land, er werd over ons niet gepraat. En kampioen spelen was niet eens nodig, want wij trokken genoeg volk zonder titel, er zat elke keer 20.000 man.

»Een speler zoals ik kan nooit 30 wedstrijden op hetzelfde niveau spelen. Ik kon 10 wedstrijden winnen op mijn eentje, nog eens 10 wedstrijden behoorlijk spelen en dan 10 gewoon slecht. Zo ging dat altijd. Maar wat had het publiek liever? Een kampioenenploeg zonder Coppens? Of een Coppens zonder kampioenenploeg? Dát is een pertinente vraag, zie.»

Coppens «Ik heb ooit een bal recht in de tribune geschopt, naar meneer Vanden Boeynants (politicus en vleeshandelaar, red.). Om hem het verschil te laten zien tussen een voetbal en een gehaktbal.»

Coppens «Ik heb ook – toen ik trainer van Beerschot was – een keer een bal buiten het Vanden Stockstadion getrapt omdat ik kwaad was op de arbiter. Met mijn buitenkant voet over de tribune. Arie Haan zei dat hij zoiets nog nooit had gezien. Niet verstandig, zeiden de mensen, en achteraf hebben we Anderlecht nog twaalfhonderd frank moeten betalen voor de bal. Maar wat moest ik doen? Op die arbiter zijn smoel kloppen? Dát zou niet verstandig geweest zijn.»

Coppens «Ik ben altijd een besproken figuur geweest. Je was voor Coppens of je was tegen Coppens. Ik liet niemand onverschillig. Dat heb je tegenwoordig bij een Van Himst toch niet, hè? Dat is toch wel een mindere categorie. Een groot sportman wordt opgehemeld én afgebroken tegelijk, voor zo iemand bestaat geen tussenmaat.»

Coppens «Wie zich aan mijn gedrag irriteert, is een klootzak.»

Coppens «Of mijn manier van spelen nu nog denkbaar is? Natuurlijk. Die is eeuwig. Alle grote spelers zijn eeuwig.»

Coppens «Dat vedetten meer betaald krijgen dan anderen vind ik verkeerd. Franz Beckenbauer is de best betaalde speler van Bayern München. Ik heb horen zeggen dat die negen miljoen frank per jaar krijgt. Maar een Gerd Müller heeft er ‘maar’ zes. Wel, ik begrijp dat niet, want Beckenbauer zonder Müller is Beckenbauer niet meer. Dat is hij zelfs niet zonder die stomme Schwarzenbeck. Hij heeft al zijn ploegmaats nodig. Maar het is onze stomme maatschappij die dat zo wil. Wie bepaalt er dat een dokter meer krijgt dan een havenarbeider?»

Coppens «Dit leven en verder niks, daar geloof ik in. Ik ben katholiek opgevoed, ik heb al mijn communies gedaan – een stuk of twee, geloof ik – maar het enige wat ik onthouden heb is: ‘Gaat en vermenigvuldigt u.’ En God heeft niet gezegd hoe, hè? Ik ben voor de mohammedaanse godsdienst, jong. Een man moet meerdere vrouwen hebben, dat is het meest natuurlijke, het meest gezonde. Als ik ooit zou geloven, word ik mohammedaan, verdomme. Hier zijn ’t allemaal hypocrieten. Eeuwige trouw en zo, da’s zo zot als een deur.»

Coppens «Di Stefano is de beste voetballer die ik gekend heb, samen met Pelé. En Puskás. Maar in alle bescheidenheid: ik hoorde thuis in die categorie.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234