null Beeld

Rik De Saedeleer (87) over zijn carrière en de Rode Duivels

Twintig jaar lang was Carl Huybrechts een bevoorrechte getuige bij een zich twee maal per week voltrekkend wonder in commentaarcabines aan de rand van voetbalvelden: terwijl Rik De Saedeleer dribbelde tussen voetbalwijsheden en wisecracks, turfde Huybrechts nauwgezet de doelpunten, overtredingen en hoekschoppen.

Sinds De Saedeleers afscheid in 1994 bleven de twee vrienden elkaar geregeld treffen om een boompje over voetbal op te zetten. Dat deden ze sinds januari van dit jaar ietwat gerichter dan voorheen, en dat resulteerde in een boek: 'Rik De Saedeleer, de stem van ons voetbal' (Borgerhoff & Lamberigts), zowat de memoires van de intussen 87-jarige ex-voetbalverslaggever. Exclusief voor Humo selecteerde Huybrechts een sprekend fragment over het prille begin van De Saedeleers carrière. Meteen peilde hij ook maar naar 's mans bevindingen over de stand van zaken in het huidige Belgische voetbal. Moeder, moet er nog zand zijn?

undefined

«Wat zeker moet beginnen te draaien is de afwerking - doelpunten maken. We hebben goede aanvallers, maar geen Erwin Vandenbergh. Als die twee halve kansen kreeg, maakte die een goal. Ze zeggen dat Lukaku zo'n spits kan worden, misschien, maar ik betwijfel dat. Je hebt dat of je hebt dat niet, en als je dat hebt heb je het van jongs af aan. Maar misschien wordt hij beter, zeker als hij in Engeland wat regelmatiger kan spelen. Er blijft hoop.»

«Een Van Moer heb je niet in elke generatie. Ik heb het al enkele keren gezegd in de kranten, voor zover ik nog in de kranten kom: wij hebben genoeg klasrijke verdedigers om defensies voor twéé nationale ploegen samen te stellen. Dat ze Kompany nu eindelijk eens naar het midden schuiven. Hij komt het dichtst bij het type speler dat we daar nodig hebben. Die kan verdedigen én dribbelen, die heeft een goede korte pass én een lange pass, die kan scoren als hij aansluit, dat bewijst hij zelfs als achterspeler. Ik begrijp Leekens niet dat hij dat niet doet. Verdedigers genoeg die geen steken laten vallen zoals Kompany dat af en toe wel doet. En hij zal er nóg laten vallen op die positie, omdat hij een technicus is die wil voetballen. Kompany heeft nooit de reflex om zijne plancher tegen de bal te zetten en 'm een patat te geven. Hij zal de bal controleren, een tegenstander proberen voorbij te gaan. Als je hem op het middenveld zet, zou dat al veel oplossen.»

«Eén van mijn beste vrienden was Remy Van De Kerckhove. Hij was een ploegmaat bij Racing Mechelen - we vormden samen jarenlang de linkerflank - en een zeer geletterd man. Hij had op jonge leeftijd al een dichtbundel uitgegeven, dat was bekend. Toen de openbare omroep van start ging, in 1953, werd hij gevraagd als eerste voetbalverslaggever. Zijn taak bestond erin commentaar te schrijven en in te lezen bij de enige competitiewedstrijd die werd gefilmd. Dat gebeurde afwisselend door de NIR en de RTB: de ene week zorgde de Nederlandstalige omroep voor de filmploeg en de montage, de andere week de Franstalige. De omroepen zaten toen samen op het Flageyplein.»

«In de aanloop naar het EK van 1960 in Frankrijk, het allereerste Europese kampioenschap, kreeg de BRT - zo heette de Vlaamse openbare omroep inmiddels - de vriendschappelijke wedstrijd Zweden - Finland aangeboden. Dat was in juni, dus er was geen concurrentie op de Belgische velden - als er in die tijd één andere wedstrijd, zelfs in bevordering, tegelijkertijd met een andere werd gespeeld, dan mocht je op televisie geen livevoetbal uitzenden. Al was het Zemst tegen Sint-Katelijne-Waver. Enfin, Herman Verelst zei me dat ik hem moest opvolgen als commentator - dat was hij een tijd geweest. Ik durfde eerlijk gezegd niet. Ik had zoiets nog nooit gedaan, mijn Nederlands was niet zuiver genoeg: ik weigerde. Maar hij zei: 'Heb je Stockholm al ooit gezien? Nee? Aaah, toch eens de moeite. Bekijk het zo: zelfs als je het zo slecht doet dat we je nooit meer terugvragen, is het toch de trip waard. Het kost je niets hé, integendeel.'»

«Toen ik stopte met voetballen, wilde ik helemaal niet de journalistiek in, en al zeker niet naar de televisie. Dat was een nog heel vaag en grijs medium, bijna niemand had een toestel. Mijn echte roeping was coach worden. Op het einde van mijn spelerscarrière ging ik al naar de Heizelschool. En zeggen dat ik, toen ik op de Heizelschool zat, al een aanbieding als trainer op zak had van onder meer Boom en Willebroek. Ik heb er lang spijt van gehad dat ik daar niet op ben ingegaan. Maar zoals je zei: als commentator vond ik toch een uitlaatklep voor mijn trainersambities. Ik kreeg toegang tot de grootste toernooien in de wereld, en ik werd er nog voor betaald ook.»

undefined

Het volledige artikel leest u in Humo 3712 van dinsdag 25 oktober 2011.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234