null Beeld

Robbert Ammerlaan - Zijn eigen land

Niet iedereen was zo onder de indruk van Harry Mulisch als hij zelf. Het minst van al was zijn eigen moeder dat, heeft zijn vriendin Kitty Saal eens opgemerkt. Op het Christelijk Lyceum in Haarlem heeft men hem onthouden als een verwend joch, een luidruchtige praatjesmaker, een bankenvernieler. En toch: ‘Zijn eigen land’ (De Bezige Bij), het nieuwe boek over Mulisch van zijn uitgever en vriend Robbert Ammerlaan, maakt duidelijk dat er aanleidingen zat zijn om behoorlijk onder de indruk te raken van Harry Mulisch.

Dat Mulisch van zijn eigen arrogantie een prettige performance wist te maken, is bekend. Arrogantie is een te klein woord voor Mulisch, zei zijn vriend Hein Donner eens, die er ook een fraai alternatief voor bedacht: ‘Een onverwoestbaar zelfbehagen.’ Maar Mulisch berichtte op een roekeloos openhartige manier over veel meer aspecten van zijn persoonlijkheid, en niet alleen om hun briljante verwoording zijn die gedachten interessant. Of hij zo geniaal was als hij zelf dacht, verdient verdere studie. Dankzij het nieuwe boek weten we nu alvast dat hij met zo’n groot hoofd ter wereld kwam, dat zijn moeder ingescheurd raakte, ze werd zonder verdoving genaaid. Ook de factuur van de verloskundige diensten is bewaard.

Mulisch wou zijn eigen leven zien als een bron van inzicht, en vond daarom dat hij zijn verleden moest verzorgen ‘zoals men ook zijn lichaam verzorgt’. Hij deed dat in zijn talloze autobiografische geschriften, maar ook door een halve eeuw lang te bouwen aan het Mulisch-laboratorium, de werkplek aan de Leidsekade door hemzelf beschreven als ‘mijn eigen land’. Daar kon Ammerlaan de dagboeken, brieven, notities, foto’s en documenten inkijken die het kloppend hart vormen van ‘Zijn eigen land’. De afbeelding van zijn ziel, noemde Mulisch die ruimte ook een keer, en zijn ziel ziet er absoluut fraai uit in de kleurenafbeeldingen in dit boek.

Ammerlaan heeft ervoor gekozen het onbekende materiaal te presenteren aan de hand van een twintigtal reisverhalen, gewoonlijk geen onverwachte uitstappen voor wie met Mulisch’ leven bekend is: ouders, oorlog, revolutie, Hitler, vriendschap… Wat al min of meer vertrouwd is, geeft hij een nieuwe glans; wat nieuw is, krijgt meteen een interessante bedding. Ammerlaan is het soort gids dat nooit zélf in de weg loopt, maar verduiveld goed weet wat het museum voor fraais in huis heeft.

Helaas was Mulisch geen consequent dagboekschrijver, want dan zou er nog meer te smullen geweest zijn. Hier is hij bij aankomst vanuit Haarlem in de stad Amsterdam, in januari 1958: ‘Het is niet te overzien waar ik aan begonnen ben in Amsterdam. Ik vreet.’ Hij vrat met name vrouwen, zo blijkt uit een aantekening van de 26ste van die maand: ‘15 vrouwen in 26 dagen. Een soort trots, maar niet helemaal.’ De claim van de Herald Tribune dat hij ergens in de jaren 70 zijn 2.000ste verovering had gescoord, gaat daardoor niet zo overdreven klinken. Overigens vergeet Ammerlaan niet Mulisch’ superieure reactie daarop te signaleren: ‘Misschien waren het er wel meer, maar het idee dat ik ze zou tellen!’ Gemeten langs de feministische lat van het blad Opzij kreeg Mulisch ooit een -3, in dit boek herinnert zijn vrouw Sjoerdje Woudenberg eraan dat hij eigenlijk een 19de-eeuwse vrouw zocht, bekwaam in bed en huishouding.

De compositiegaven van Ammerlaan blijken zeker ook uit het hoofdstuk waar hij de relaties van Mulisch met het Nederlandse koningshuis schetst, en het contrast uitbuit tussen Mulisch die als fellow traveller van de provo’s in de jaren 60 het ‘walgelijke’ huwelijk van Beatrix met de Duitser Claus wou boycotten en de bejaarde Mulisch die in zijn dagboek tevreden ronkte bij het ophalen van zijn vriendschappelijke passages ten paleize. ‘Het blijft eigenaardig: ontspannen praten met de vrouw die op alle munten en postzegels staat.’ Graag liet hij zich daar ook de onmetelijke rijkdom tonen, uiteraard zonder helemaal onder de indruk te raken, want: ‘Zij hebben alles, maar ik bezit wat ik heb geschreven.’

Ook voor wie graag het gekibbel volgt tussen de groten van onze letteren die zo bezorgd zijn om hun plaats in de pikorde, is er nieuw voer. Een dagboekcitaat uit 1983 van de immer felle Mulisch: ‘Céline is een infame, ongewassen antisemiet, die ten onrechte de kogel is ontlopen die voor hem bestemd was; zijn Nederlandse leerlingen Hermans en Van het Reve hebben intussen ook hun bijdrage geleverd tot het fascisme. Er loopt een rechte lijn van hun bewondering voor Céline naar hun eigen racisme (Gelukkig heb ik althans Van het Reve al tien jaar geleden een blauw oog geslagen.)’

Het is geen begoocheling dat onze letteren veel braver zijn geworden.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234