Robert Smith (The Cure): 'Als ik mijn kinderdroom had nagejaagd, was ik groenteboer geworden'

Er leven, zei hij ooit zelf, twee compleet verschillende individuen in het lichaam van Robert Smith van The Cure: een neurotische controlefreak en een zelfdestructieve dromer. De voorbije veertig jaar hebben ze samen – verspreid over dertien studioplaten, tien ep’s en vijf livealbums – een wonderbaarlijk universum gecreëerd: Cureland, dat op vrijdag 28 juni op Rock Werchter nog eens dik twee uur lang zijn deuren opengooit zodat u er vrij in kunt verdwalen.

'Overdaad zit in mijn genen. Begin jaren 80 zaten we met de hele groep zwaar aan de... tja, aan álles eigenlijk'

Uitgelezen vertrekpunt: de 7 Hoofdzonden van Robert Smith en Robert Smith. ‘Ik word amper beïnvloed door andere artiesten, omdat ik zowat alle popmuziek slecht vind.’

Robert Smith (60) stamt uit een katholieke familie en woonde tot 1980 – toen hij al 21 was – de zondagsmissen bij in de kerk van zijn geboortedorp Crawley: hij is dus op zijn minst bekend met de hoofdzonden. De back catalogue van The Cure is thematisch bovendien zo uitgebreid en gevarieerd dat er voor elke zonde minstens zeven passende titels te vinden zijn. Voor tekst en uitleg moeten we het, onder meer met dank aan de negen (!) interviews die collega Serge Simonart voor Humo tussen 1984 en 2004 met Robert Smith had, ook al niet ver zoeken.

Op Werchter mag u straks trouwens een verbluffende versie van Jukebox Cure verwachten. Doem en dans door elkaar, met royale grepen uit de tientallen hits die ze doorheen de jaren schreven. Van ‘Pictures of You’, ‘Lovesong’, ‘Just Like Heaven’ en ‘In Between Days’ over ‘A Forest’, ‘Lullaby’, ‘The Caterpillar’ en ‘Friday I’m in Love’ tot ‘Close to Me’, ‘Why Can’t I Be You?’ en ‘Boys Don’t Cry’, ongeveer in die volgorde en met nog een twintigtal andere songs erdoorheen.


Hebzucht

De nettowaarde van Robert Smith wordt geschat op 20 miljoen pond, een bedrag dat veel hoger had kunnen liggen – in acht genomen dat The Cure tientallen miljoenen platen heeft verkocht en decennialang zalen en stadia uitverkocht. Maar financieel heeft Smith zijn bandleden altijd opvallend genereus behandeld: ook al komt alles bij The Cure voor het overgrote deel uit de koker van Smith, de songwriting credits worden netjes verdeeld onder alle muzikanten die op dat moment bij de groep spelen. Opvallend, voor een frontman die bekendstaat als milde dictator en in Humo ooit zei: ‘Ik kan best verdragen dat een ander groepslid een beter idee heeft. Als dat ooit zou gebeuren.’ Bovendien heeft The Cure een enorm verloop: toen de band vorige maand de Rock & Roll Hall of Fame werd ingeleid, stonden op het podium maar liefst elf huidige of voormalige leden, en dan waren sommige passanten uit de Cure-geschiedenis niet eens uitgenodigd.

Smith heeft lang geweigerd om Cure-songs te verkopen voor advertentiedoeleinden: ‘Ik wil niet dat de mensen aan tandpasta moeten denken als ze ‘Close to Me’ horen.’ Hij stopte met dat voornemen in 2003, toen ‘In Between Days’ uitgeleend werd voor een Fiat Punto-spot. En nog eens in 2007, toen ‘Pictures of You’ digitale camera’s van HP moest helpen verkopen. Niet dat hij het geld nodig heeft: Smith heeft nul dure scheidingen achter de rug en hoeft, in tegenstelling tot pakweg John Cleese, Paul McCartney en Neil Diamond, zijn pensioen niet uit te stellen om één of meer ex-vrouwen uit te betalen.

Robert Smith «Ik heb al eens in een top twintig van de rijkste popsterren gestaan, en dat vind ik obsceen. Dat soort informatie overschaduwt de muziek. Het irriteert me ook dat de échte rijken, die hun geld op veel minder elegante manieren hebben verdiend, nooit in zo’n lijst staan. Waar is de lijst van de twintig rijkste wapenhandelaars?»

Over alle cadeautjes die hij door de jaren heen van zijn fans heeft gekregen, is volgens Smith ook een excentrieke verhandeling te schrijven.

HUMO Ik dacht dat een vleermuis als jij van z’n fans alleen bizarre cadeaus zou krijgen.

Smith «In de jaren 80 gaf iedereen me pluche beesten. Zelfs toen ik al inktzwarte platen als ‘Faith’ en ‘Pornography’ had gemaakt, bleven de teddyberen en knuffelpoezen komen. Vanaf ‘Disintegration’ vonden vooral onze Amerikaanse fans het plots hip om met bloed gevulde proefbuisjes op het podium te katapulteren, als een soort van offerande. Ik heb zelf bloed, dank u. En dan, vanaf ‘Wild Mood Swings’, kregen we plots weer volop pluche beesten. Wie daar de logica van inziet, mag het zeggen. En op de ‘Bloodflowers’-tournee kreeg ik niks dan boeken. Dat waardeerde ik nog het meest. Ook al geven de fans mij altijd boeken in hun eigen taal: zelfs onze Roemeense fans gaan er blijkbaar van uit dat ik Roemeens lees. Overigens heb ik het altijd een beetje pervers gevonden dat jonge mensen cadeaus geven aan een veel rijkere en oudere popster.»

HUMO Heb je ooit iets gestolen?

Smith (grijnst) «Niets.»

HUMO Kom, kom. Om te beginnen is het einde van ‘The Lovecats’ een lowbudgetkopie van de apotheose van ‘A Day in the Life’ van The Beatles.

Smith «Oké. Het lijkt erop. De term ‘lovecats’ is overigens ook gestolen, uit een roman van Patrick White, een schrijver die ik iedereen van harte aanbeveel. Eén van mijn perversies is wel dat ik geregeld probeer Cure-songs te laten klinken als nummers van andere groepen. ‘Catch’ is bijvoorbeeld mijn parodie op The Jesus and Mary Chain. ‘Hot Hot Hot’ was mijn idee van Chic. En ‘Why Can’t I Be You?’ is mijn Janet Jackson-song.

»Maar eigenlijk durf ik te zeggen dat ik nauwelijks beïnvloed word, want ik vind zowat alle popmuziek slecht. En de dingen die ik goed vind, zoals Jimi Hendrix en The Doors, vind ik dan weer zó goed dat het nooit in me zou opkomen om hen te kopiëren, want wat zij deden wás al perfect.»

Valse noot in Cure-land was het proces dat drummer en toetsenist Lol Tolhurst tegen Smith aanspande. Tolhurst was een Cure-man van het eerste uur – maar later ten prooi gevallen aan drank, drugs en eigenwaan – die Robert Smith er via een opzienbarende rechtszaak (met tientallen Smith-lookalikes in het publiek; de rechter wist niet wat hem overkwam) van beschuldigde The Cure ‘gekaapt’ te hebben. Zijn klacht werd uiteindelijk afgewezen. Twee decennia later werd Tolhurst trouwens tijdelijk weer aan boord gehesen, voor de ‘Trilogy’-tour van The Cure: het beste bewijs dat Smith geen aanleg heeft voor rancune...


Woede

... Maar voor kleine en grote ergernissen des te meer. Smith – dezer dagen nochtans een bezadigde, minzame, zelfs enigszins verlegen man – stoort zich al decennia aan journalisten en casual muziekfans die hem onterecht als een onetrickpony zien, als een soort fantoom dat in een vochtig slot alleen maar morbide nummers schrijft. Men heeft Smith ook lang een goth genoemd (of: The Gothfather, Master of Melancholy, King of Doom and Gloom, enzovoort), terwijl hij live minstens twintig songs speelt waar een beetje goth van zou weglopen.

Een ontoereikende compilatie van Smiths voornaamste andere ergernissen:

– Misverstanden over zijn teksten. Tijdens de Golfoorlog zag Smith zich bijvoorbeeld genoodzaakt een persconferentie te organiseren om persoonlijk uit te leggen dat de Cure-debuutsingle ‘Killing an Arab’ naar ‘De vreemdeling’ van Albert Camus verwees en níét islamofoob bedoeld was, zoals enkele kletsgrage Amerikaanse radio-dj’s hadden beweerd. ‘Het was surreëel. Ik moest de levensvisie van Camus uitleggen aan een zee van ongeïnteresseerde gezichten.’

– Zichzelf. Smith spaart zichzelf niet, en heeft naar eigen zeggen een uitgebreid cv aan gênante momenten. Ooit stond hij stomdronken in het bad van Julian Schnabel te pissen, een andere keer kotste hij Billy Corgan onder, maar het ergst vindt hij die keer toen hij zijn grote held David Bowie mocht interviewen voor de radio: ‘Ik kwam dronken aan op de afspraak en heb eigenlijk twee uur lang over mijn held heen zitten praten. Mijn openingsvraag was: ‘Zijn we het eens dat je sinds 1982 niets goeds meer gemaakt hebt?’ (kreunt)’

– De andere leden van The Cure. The Cure was ooit een tijdbom, en tijdbommen ontploffen. Er was een tijd dat vuistgevechten semialledaagse kost waren bij de band. Op het podium provoceerden ze elkaar elke avond: ‘We speelden om ter luidst of we rekten de songs zo lang dat de handen van de drummer begonnen te bloeden. We sprongen zelfs in het publiek om op de vuist te gaan met gasten die iets hadden geroepen dat ons niet beviel.’

Morrissey. Jaren 80-citaat: ‘Pff, er zit in The Smiths niet eens iemand die écht Smith heet.’

– Koppige platenbazen. In 1989 was Elektra, toen het label van The Cure in Amerika, na een eerste luisterbeurt niet te spreken over ‘Disintegration’. Ze noemden het ‘commerciële zelfmoord’ en, in een persoonlijke brief naar Smith, ‘doelbewust tegendraads’, en stelden de release meteen met enkele maanden uit. ‘Disintegration’ zou uiteindelijk hun vlotst verkopende plaat worden en maakte van The Cure een stadionband in de VS.

'Met kort haar zie ik eruit als een baldadige hooligan: winkeliers denken dat ik hen kom overvallen'

Robert Palmer. In 1981 stond The Cure op Torhout-Werchter net vóór Palmer geprogrammeerd. Om hem op de zenuwen te werken, liet de band hun set bewust veel te lang uitlopen, onder meer middels een tien minuten lange versie van ‘A Forest’, waarna bassist Simon Gallup luid ‘Fuck Robert Palmer and fuck rock and roll!’ schreeuwde. Terug te vinden op YouTube.

Enkele van de bekendste Cure-songs zijn het gevolg van onverwerkte trauma’s. ‘Lullaby’ bijvoorbeeld, was geïnspireerd door de gestoorde slaapliedjes die zijn vader hem zong toen hij als kind niet kon slapen. ‘Hij verzon ze steeds ter plekke, en ze kenden altijd een gruwelijke afloop. Iets als: ‘Slaap nu maar, lief kindje – of anders word je straks misschien helemaal nooit meer wakker!’

In 1982 had The Cure mot in Brussel. Een bekende anekdote: tijdens hun Europese tournee voor ‘Pornography’ kregen Smith en bassist (en doorheen de jaren uitgegroeid tot Smiths voornaamste rechterhand) Simon Gallup ruzie over een caférekening in Straatsburg. De spanning klaarde nooit helemaal op, en enkele weken later kwam het in de coulissen van de Ancienne Belgique in Brussel tot een handgemeen. ‘Vóór het optreden dacht ik al: over een uur is het afgelopen met The Cure, laten we er een memorabel optreden van maken,’ vertelde Smith veel later tegen een journalist van Het Laatste Nieuws. Net voor de bisronde wisselden de leden van instrument: Smith wilde drummen, Gallup nam de gitaar van Smith en Lol Tolhurst speelde dan maar bas. Het klonkt afschuwelijk. En toen kwam er nog een roadie (en toogmaat van Gallup) het podium opgesprongen om ‘Robert Smith is a cunt’ in de microfoon te roepen. Smith antwoordde met een paar drumsticks tegen het achterhoofd van Gallup. Het begin van achttien maanden radiostilte.

Smith «Eigenlijk was het allemaal de schuld van mijn vader (grijnst). Echt: als het aan mij had gelegen, was ik zelfs nooit in Brussel geraakt. Na die ruzie in Straatsburg had ik eigenlijk het eerste vliegtuig terug naar huis genomen. Voor mij was het over and out. Maar mijn vader wilde me niet binnenlaten: ‘Je hebt een verantwoordelijkheid als entertainer. De mensen hebben kaartjes voor jullie shows gekocht. Hop, terug de baan op!’ En dus...»


Afgunst

Smith «Rond de tijd dat we ‘Faith’ (1981) aan het opnemen waren, en dus al een beetje bekend begonnen te worden, keerde een groot deel van onze oude vrienden zich ineens tegen ons. ‘Jullie zijn veranderd!’ kreeg ik toen vaak te horen. Ik weet niet of dat waar was, maar het klopt wel dat we geen tijd meer hadden om nog naar dezelfde pubs als vroeger te gaan – we moesten over heel Europa gaan optreden. Ik heb in die tijd veel vrienden verloren aan jaloersheid en sour grapes. We voelden ons daardoor steeds meer geïsoleerd, en ongelukkig, en dat is op ‘Faith’ bijzonder goed te horen.»

Voor afgunst heeft Smith zelf naar eigen zeggen geen talent. Voor bewondering des te meer, en hij bleek in het verleden zelden te beroerd om zijn helden om een handtekening te vragen.

Smith «Ik heb de handtekening van David Bowie, van de eerste keer dat ik hem ontmoette, en van de legendarische balletdanser Rudolf Nurejev. Ik ben niet zo’n balletfanaat, maar ik ben altijd een bewonderaar van Nurejev geweest omdat hij in mijn ogen een onbereikbaar fysiek ideaal belichaamde. Zeker voor iemand die eruitziet zoals ik (lacht). En ik heb ook de handtekening van Tommy Cooper, de legendarische komiek die stierf op het podium, midden in een sketch. En Alex Harvey heeft ooit mijn T-shirt gesigneerd. En ik heb Janet Jacksons handtekening. En die van Liz van de Cocteau Twins. Je ziet het, ik ben een echte nerd (lacht).»


Traagheid

In de begindagen van The Cure weigerde Smith vaak te gaan slapen. Hij ontzegde zichzelf nachtrust omdat hij dacht dat dat zo hoorde voor echte artiesten, en omdat hij wilde testen of slaaptekort psychedelische bijwerkingen had die inspirerend konden zijn. Tegenwoordig gaat Smith op een normale dag slapen om zes uur ’s ochtends, om terug op te staan tussen één en twee uur ’s middags.

Smith vertelde zijn platenfirma ooit dat hij vliegangst had, alleen maar omdat hij vermoedde dat hij op die manier minder tourverplichtingen zou hebben. ‘Ik hield de leugen drie jaar vol, van 1989 tot 1992, en in die tijd hebben we de Atlantische Oceaan twee keer overgestoken met het legendarische cruiseschip QE2, om in Amerika te touren. Ik moest dus toch op tournee, maar zo konden we dat op zijn minst toch een beetje beschaafd doen.’ Smith is verder ook aards genoeg om de tournees van The Cure zo te organiseren dat hij zoveel mogelijk voetbalwedstrijden kan meepikken of kan gaan diepzeeduiken.

'Ik ben nooit ambitieus geweest. Als ik mijn kinderdroom had nagejaagd, was ik groenteboer geworden'

Smith «Ik ben eigenlijk nooit echt ambitieus geweest. Als ik mijn kinderdroom had nagejaagd, was ik groenteboer geworden. Al besef ik dat ik er wellicht niet echt goed in was geweest. Ik had te veel tijd verkwist aan het mooi leggen van het fruit en de groenten, zorgen dat de kleurenschema’s goed zitten en zo. Een succesvolle groenteboer moet ook kunnen roepen naar oude vrouwtjes die de druiven te veel bepotelen. Ik zou ook de neiging voelen om mijn fruit weg te geven; er is altijd iemand die het meer nodig heeft dan ik. Er zou wel altijd een lange rij voor mijn winkel staan – de mensen zouden elkaar vertellen over die idiote winkelier die al zijn waar weggeeft. I’d be fucking useless.»

HUMO Je hebt je hele volwassen leven bij The Cure gespeeld. Stel dat je morgen met een schone lei kon beginnen en je diensten zou aanbieden in een advertentie. Hoe zou die dan luiden?

Smith (giechelt) «Misschien zo: ‘Mislukte zanger zoekt werk als luie gitarist.’ Of: ‘Hysterische drugsverslaafde zoekt aansluiting bij groep van geheelonthouders.’»

The Cure staat live al jaren bekend om zijn lange, intensieve sets, en ook tijdens de lopende tournee spelen ze op elk concert om en bij de 29 songs, waaronder meestal acht bisnummers.

Smith «Vermoedelijk het gevolg van een trauma dat ik opliep toen ik in 1974 een concert van David Bowie bijwoonde. Ik had maanden gespaard om een kaartje te kunnen kopen, maar al na 40 minuten was het optreden afgelopen. Ik had een magische avond verwacht, maar vijftig minuten nadat het was begonnen zat ik al op de bus terug naar huis. Een teleurstelling die ik nooit ben vergeten. Noem het goede werkethiek: de mensen betalen om ons te zien spelen, dus geven wij waar voor hun geld.»


Hoogmoed

Smith is ijdel genoeg om geen bril te dragen, ook al is hij zo bijziend dat hij tijdens optredens zijn publiek amper ziet. Maar dat beschouwt hij als een voordeel: ‘Als de fans halverwege in slaap vallen, merk ik niets (lacht).’

Hij is de eerste om toe te geven – beter: met kracht te benadrukken – dat hij niet samenvalt met zijn imago. ‘Vroeger dacht ik dat leven en werk hand in hand moesten gaan. Dat als ik over uitzichtloosheid wilde schrijven, ik dat met het mes op de pols moest doen. Maar sinds ik daar anders over nadenk, heb ik veel meer lol en is The Cure creatiever en beroemder dan ooit geworden. Net zoals Iggy Pop ook niet 24 uur per dag het wandelende verzekeringsrisico is dat hij op het podium speelt.’

Sinds 1983 hebben de donkere eyeliner, de uitgesmeerde lippenstift, het zwarte XXXL-overhemd en het paddenstoelkapsel van Smith een soort menselijk logo gemaakt: hij is het vleesgeworden geluid van zijn eigen band. Het is deels uit ijdelheid – ‘Met kort haar zie ik eruit als een baldadige hooligan: winkeliers denken dat ik hen kom overvallen. En zonder make-up heb ik een vormloos gezicht’ – maar Smith beweert dat hij allang niet meer stilstaat bij zijn podiumoutfit: het is een automatisme geworden, een ritueel en ook een beetje een masker om zich achter te verschuilen. Maar de tijd dat MTV elk uur een update van zijn make-up en kapsel bracht, is gelukkig al lang voorbij.

'Vroeger dacht ik dat als ik over uitzichtloosheid wilde schrijven, ik dat met het mes op de pols moest doen. Sinds ik daar anders over denk, heb ik veel meer lol en is The Cure beroemder dan ooit geworden.'

Regisseur Tim Burton had Smith destijds gevraagd om muziek te schrijven bij de film ‘Edward Scissorhands’ (1990), en hem zelf het script toegestuurd, maar Smith had het te druk met de opnames van ‘Disintegration’ en moest dus beleefd weigeren. En toch zit hij onrechtstreeks in de film: het kapsel van Johnny Depps Scissorhands is expliciet gebaseerd op het vogelnest van Smith.

In de cult comedy-show ‘The Mighty Boosh’ zat ooit een item over Goth Juice, haargel met als verkoopsslogan: ‘Het krachtigste haarproduct known to man. Gemaakt van de tranen van Robert Smith.’

Smith (in Het Laatste Nieuws) «Dat vond ik wel grappig. Achteraf hebben ze dat spul ook echt verkocht. Het zag eruit als apensperma.»


Onkuisheid

Smith gaat er prat op over élk onderdeel van het leven te schrijven, en dus ook over seks. ‘Jupiter Crash’ is bijvoorbeeld een subtiele song over te vroeg klaarkomen, ‘All I Want’ over luid schreeuwend klaarkomen. ‘Want’ gaat over iemand die zijn problemen probeert te vergeten met drank en betekenisloze seks. Drie keer raden wat Smith in ‘The Lovecats’ (geschreven als grap in het midden van de nacht, toen hij stomdronken was) bedoelt met ‘We should have each other with cream’. En directer dan ‘Let’s Go to Bed’ kan een song over kezen niet zijn.

Smith «Ik dacht: al die zeikerds die in popsongs lullen over versieren en neuken en eeuwige liefde... Let’s cut the crap en laten we zonder omwegen ter zake komen: ‘Kom, we duiken de koffer in.’ Botter kon niet. En ik had er allemaal van die verschrikkelijke synthesizer-riffs uit die tijd opgeplakt. Resultaat? Een wereldhit. Dan denk je echt: zijn zij gek of ben ik het?»

Robert Smith trouwde in 1988 met schoolvriendinnetje Mary Poole, met wie hij samen is van toen ze allebei 14 waren. ‘Ze heeft me ontmaagd. Ze was niet het mooiste maar wel het liefste meisje van de school. Zij is diegene die me ’s morgens ziet, naakt en kwetsbaar... en ze spaart me niet. Mary is wat mij normaal houdt.’ In 1987 is ze dansend te zien in de clip van ‘Just Like Heaven’, op Beachy Head, een steile klip die al honderd jaar een favoriete plek voor zelfmoordenaars is.

Smith, in 1990 gevraagd in welke herinnering hij graag eeuwig zou blijven leven: ‘Mijn allereerste dans met Mary.’ Naar verluidt was dat op Bowies ‘Life On Mars’. ‘Lovesong’, The Cure-wereldhit uit ‘Disintegration’, was trouwens zijn huwelijksgeschenk voor haar. ‘Ze vindt het een mooi liedje, maar ik geloof dat ze liever diamanten had gehad.’

Op de vraag of hij ooit in de verleiding is gekomen om met iemand anders in bed te duiken, zei hij in Humo in 1986:

Smith «Groupies bestaan, maak je niet ongerust. Maar niet voor The Cure. Vroeger niet en nu niet. Vooral nu we wat meer succes hebben zou het ontstellend makkelijk zijn om het geilste uit het aanbod tot mij te nemen, maar ik haat dat gedoe.

»Anderzijds schijnt er toch een perverse natuurwet te gelden die bepaalt dat, hoe obscuurder we zijn, hoe possessiever en fanatieker de fans zich gedragen. Die haken dan ook meteen af als ze merken dat ze hun huisorkest met anderen moeten delen.»


Gulzigheid

HUMO Kies één van je songtitels uit als titel voor je autobiografie.

Smith «‘Never Enough’. Ik ben gulzig, en ik ken geen maat en ik heb een addictive personality.»

Siouxsie Sioux gaf Smith begin jaren 80 al, toen hij nog een magere slungel was, de bijnaam Fat Bob – volgens de overlevering omdat hij toen onder zijn kleren vaak zijn pyjama aanhield. Veel later was The Fat Bob Band de naam van een Engelse Cure-covergroep. En ooit bood een Britse journaliste Smith een vermageringspil aan tijdens een interview.

HUMO Je zei ooit dat je vroeger ‘bijna altijd’ dronken het podium opliep.

Smith «Ik heb altijd veel gedronken. Overdaad zit in mijn genen, mijn hele familie bestaat uit zware drinkers. Ik had vroeger ook paniekaanvallen. Begin jaren 80 zaten we met de hele groep zwaar aan de... tja, aan álles eigenlijk. Alles behalve heroïne, en zelfs daar hebben we even mee geflirt, het ene groepslid al wat meer dan het andere.

»Ik herinner me dat ik na een tournee midden jaren 80 thuiskwam en dat mijn huisdokter zei: ‘Wat je ook aan het doen bent, stop er meteen mee of je bent binnenkort dood.’ Maar ik heb een sterk gestel. Ik drink nog steeds veel, maar alleen bij speciale gelegenheden. Vroeger dronk ik elke dag, de hele dag door. Drinken was een ritueel voor de groep.

»Zelfs ten tijde van ‘Bloodflowers’ namen we nog drugs, meer uit gewoonte dan uit enthousiasme. Ik ben niet zozeer uit zelfbescherming gestopt met dat Olympisch drinken, maar uit kwaliteitsoverwegingen. Ik begon te merken dat schijnbaar geweldige opnamen die ik ’s avonds laat dronken had gemaakt de volgende dag waardeloos bleken te zijn.»


The Cure speelt op vrijdag 28 juni op Rock Werchter. Info & tickets.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234