Robocop Brandon Mechele, revelatie bij landskampioen Club Brugge: 'Ik ga niet van de daken schreeuwen hoe goed ik ben. Ik ben geen snoever'

Brandon Mechele (25) overstijgt de voetbalclichés. Na een jeugd vol twijfels – ‘Slikken en incasseren, zo heb ik het overleefd’ – ontpopte de bescheiden verdediger zich geruisloos tot de seizoensrevelatie van landskampioen Club Brugge.

'Ivan Leko heeft van mij een betere speler gemaakt, in Sint-Truiden al. Hij geeft zóveel vertrouwen: voor iemand als hij loop ik door een muur'

Brandon Mechele «Ik denk niet dat iemand nog had gedacht dat we kampioen zouden worden na onze vroege Europese uitschakeling in augustus. Er kwam veel kritiek, maar de trainer is blijven geloven in zijn manier van werken. De ploeg heeft zóveel stappen gezet, en zie wat nu het resultaat is.

»Ik speel hier al sinds mijn 6 jaar. Club is een deel van mij, ik doorliep alle jeugdreeksen. Dat ik voor het eerst landskampioen kan worden met de club waar ik ben opgegroeid: ongelooflijk! Ook mijn trainers van toen zijn vast trots, zij hebben ook hun steentje bijgedragen. Ik hoor trouwens dat ze mij bij de jeugd vaak als voorbeeld aanhalen. Leuk, toch?»

HUMO Zo groot was het geloof in jou nu ook weer niet: je gold nooit als het grote talent.

Mechele «Oké, maar nu sta ik er wel. Voor een stuk is dat ook de verdienste van de trainers, al deed ik het meeste werk natuurlijk zelf. Ik had al lang geleden kunnen stoppen, maar ik heb doorgezet. En zie nu, ik kan van op de eerste rij een titel meemaken. Eindelijk.»

HUMO Je vergeet de titel van 2016.

Mechele «Die tel ik niet mee, ik heb dat seizoen amper gespeeld. Ik was blij voor de club, maar het voelde niet als mijn titel.

»We werden kampioen, dus de keuzes van de trainer (Michel Preud’homme, red.) zullen wel juist geweest zijn. Daar kan ik niets tegen inbrengen. Maar het deed pijn. Het seizoen voordien speelde ik zo goed als alles. We wonnen de beker van België en bereikten de kwartfinales van de Europa League. Ik was vertrokken, tenminste dat hóópte ik. Maar die zomer gebeurde er iets raars: Benoît Poulain kwam en ik begon te twijfelen. Ik haalde mijn oude niveau niet meer, er kwam wat kritiek en uiteindelijk speelde ik nog maar weinig.»

HUMO Waar lag het aan?

Mechele «Niet aan het vertrouwen van de trainer volgens mij. Hij koos gewoon voor het duo Denswil-Engels. Twee uitvoetballende verdedigers, iets waar zij beter in zijn dan ik.

»Na dat kampioenenjaar begon ik opnieuw met de beste bedoelingen aan de voorbereiding, maar al na twee weken scheurde ik de ligamenten van mijn enkel: zes weken out. Daarna liep ik een barst op in mijn kuitbeen, nog eens zes weken aan de kant. En in december volgde nóg een scheurtje. Zoveel pech op enkele maanden tijd, dat was er te veel aan. Ik zag geen andere uitweg dan weg te gaan, maar de twijfel bleef: ‘Heb ik wel de juiste keuze gemaakt?’»

HUMO Van de landskampioen ging je naar STVV, dat voor het behoud speelde.

Mechele «Ik wist niet waaraan ik me kon verwachten, maar het viel reuze mee. Dankzij – en dat meen ik oprecht – de Limburgse gastvrijheid. Ik lag meteen goed in de groep, en we speelden écht goed voetbal. Ik amuseerde me! Ook al omdat ik bij een trainer terechtkwam (Ivan Leko, red.), die me zijn volle vertrouwen gaf. Ik kwam geblesseerd aan op de winterstage, waardoor ik apart moest trainen, maar de hele tijd kwam hij vragen hoe het met me ging. Twee, drie trainingen later stond ik in de ploeg: ik was vertrokken.»

HUMO Toch had je spijt dat je na de bekerwinst van 2015 niet op aanbiedingen van Celtic Glasgow en Hamburg was ingegaan: ‘Achteraf gezien was de keuze om bij Club te blijven verkeerd.’

Mechele «Nu vind ik dat uiteraard niet meer (lacht). Weet je, zoiets flap je eruit door frustratie. Toen die aanbiedingen kwamen, was ik helemaal niet klaar voor een stap naar het buitenland. Ik had al moeite met de stap naar STVV, kun je nagaan. Ik heb nu eenmaal graag mijn familie dicht bij mij. Voor het eerst was ik van thuis weg en speelde ik voor een andere ploeg dan Club Brugge. Koken, de was en de plas doen: ik had dat nooit eerder gedaan. Maar het lukte wonderwel. Als mens ben ik in Sint-Truiden helemaal opengebloeid. Mocht de kans om naar het buitenland te gaan zich nu aandienen, zou ik niet bang meer zijn om de stap te wagen.»

HUMO Wat was het plan: na een halfjaartje STVV eens zo sterk terugkeren naar Club?

Mechele «Helemáál niet! Ik dacht niet aan een terugkeer, ik zat met mijn gedachten al bij Zulte Waregem. Die club had zich een jaar eerder al gemeld, maar toen mocht ik niet weg, en nu kwam ze opnieuw kloppen. Mentaal had ik al afscheid genomen van Club. Op sociale media las ik dat de supporters me te min vonden. Ook al speelde ik al mijn hele leven voor Club, het stemde hen niet milder in hun oordeel. Nu lees ik het allemaal niet meer – véél beter zo (lacht).»

HUMO Wat heeft je toch tot een terugkeer bewogen?

Mechele «De trainer! Toen Leko kwam, zette dat alles op zijn kop. Hij wilde mij er graag bij. Ik twijfelde, de concurrentie was tenslotte niet min. Maar hij legde me uit hoe hij wilde spelen en daar had ik een goed gevoel bij. We besloten het een maand aan te kijken. Dat viel mee, en ik bleef.

»Leko heeft van mij een betere speler gemaakt, in Sint-Truiden al. Hij geeft zóveel vertrouwen: voor iemand als hij loop ik door een muur. Zoals hij praat tijdens een bespreking, dat doet iets met mij. Van de eerste keer al had ik er meteen volop zin in: de match kon niet snel genoeg beginnen. Hij ráákt me. Iemand die dat voor mekaar krijgt, zal van mij altijd meer terugkrijgen dan nodig. Ik beschaam niet graag iemands vertrouwen.»

HUMO Van een overbodige verdediger transformeerde je in de man die leiding geeft aan de Brugse defensie, die in ‘Extra Time’ mee aan tafel mag, en van wie sommigen vinden dat hij een kans verdient als Rode Duivel.

Mechele «Het kan snel gaan, hè? (lacht) Vroeger zou ik veel meer bezig geweest zijn met wat er over mij wordt gezegd. Nu hoor ik het van anderen en lach ik het weg. Eén slechte match en ze fluiten me weer uit, denk ik dan. Maar voorlopig is die match nog niet gekomen (lachje).

»Ik had wel gehoopt om met de Rode Duivels tegen Saoedi-Arabië te mogen spelen. Vooral omdat iedereen erover sprak. Ik was een beetje ontgoocheld, maar goed, een dag later was dat al voorbij. Ik weet wat ik kan en wat niet. Ik wil niets forceren.»

'Alcohol zegt me niets, en uitgaan heb ik nooit gedaan. Die ene keer dat ik het toch deed, kwam ik mijn vriendin tegen. Da's geluk hebben, hè'


Jet van de baas

HUMO Philippe Clement, je trainer bij de Brugse beloften, zei drie jaar geleden al: ‘Brandon kan elke spits in zijn zak steken, de nationale ploeg is de volgende stap.’

Mechele «Heeft hij dat gezegd? Wel, aan die stap werken we nog (glimlacht). Puur verdedigend hoor ik bij de beteren in België, dat durf ik wel te zeggen. En de nationale ploeg, we zien wel of het ervan komt. Ik wil vooral niet overkomen als een snoever, ik ga niet van de daken schreeuwen hoe goed ik ben. Er zijn genoeg voorbeelden van spelers die dat wel deden, die de stap naar de nationale ploeg zetten en plots veranderden.»

HUMO Je maatje achterin bij Club, Bjorn Engels, miste het EK van 2016 door een blessure. Een jaar later vertrok hij naar Olympiakos: een foute keuze voor wie het Griekse voetbal een beetje volgt. Dat blijkt nu ook.

Mechele «Hij wilde absoluut weg, en kreeg daar ook voortdurend vragen over. Als er zich dan geen clubs aanbieden uit de competitie waar je naartoe wilt (de Engelse Premier League, red.), wordt het lastig. Mij zal het niet overkomen: pas als de mogelijkheid zich aandient, zal ik nadenken over vertrekken, en niet eerder. De Duitse competitie zegt me wel wat, maar net zo goed blijf ik voor altijd hier. Zoals het nu gaat, zou ik dat niet eens erg vinden.»

HUMO Herinner je je nog die wedstrijd waarin Club Anderlecht versloeg met 4-0 en jij en Bjorn Engels, twee Brugse jeugdproducten, het Brusselse spitsenduo Aleksandar Mitrovic en Matías Suárez onzichtbaar maakten?

Mechele «Heel goed zelfs: ik was die dag te laat op de club! (lacht) Tien minuten maar, en het gevolg van een misverstand, maar toch. De trainer had me net zo goed op de bank kunnen zetten, en me niet laten spelen. Gelukkig toonde hij begrip. Nu, buiten die ene keer ben ik nog nooit ergens te laat gekomen.»

HUMO In de winter van 2013 mocht je voor het eerst mee op stage naar Marbella.

Mechele «Bjorn was geblesseerd en ik werd opgetrommeld om de ploeg achterna te vliegen in de privéjet van de voorzitter (Bart Verhaeghe, red.). Ik zat pas voor de tweede keer in een vliegtuig, en plots zat ik naast de baas van de club! Dan ben je toch wat geïntimideerd, hoor. Ik had hem nooit eerder ontmoet, laat staan gesproken.

»Na die stage keerde ik terug naar de beloften. Pas op het eind van dat seizoen maakte ik mijn debuut: drie invalbeurten tijdens de play-offs. Dat was een begin, maar om vast in de ploeg te raken, wist ik dat ik nog vooruitgang moest boeken. Het seizoen erna was het zover: ik stond meteen in de basis en we klopten Anderlecht.»

HUMO Wat heb jij met Brussel? Je vader voetbalde voor SCUP Jette, las ik.

Mechele «Mijn beide ouders zijn Oostendenaren, maar mijn pa groeide op in Anderlecht. Mijn opa werkte bij Philips en is daarom met zijn gezin naar Brussel verhuisd. Mijn oma en opa wonen er nog steeds: vanuit hun appartement, op de 25ste verdieping, kun je het stadion van Anderlecht zien.

»Mijn vader heeft er nooit veel over verteld, maar ik weet dat hij een harde verdediger was. In zijn straat woont een oud-ploegmaat van hem. Die vertelde me dat je beter je voet terugtrok als hij in de buurt was. Zo ben ik niet, ik ben een faire verdediger. Dat je je mannetje staat is normaal, maar ik maak geen vuile overtredingen. Mijn pa heeft me trouwens nooit met zichzelf vergeleken: hij vindt alleen dat ik meer moet coachen.»

HUMO Je bent een kind van de zee.

Mechele «Helemaal. Ik heb altijd aan zee gewoond, tot mijn 13de in Oostende, daarna in Bredene. Ik heb zelfs enkele vissers in de familie. We hadden het niet breed thuis, maar wat we nodig hadden, was er. Ik was altijd buiten met mijn drie jaar oudere broer. Op straat, op de pleintjes, overal waar we konden voetballen. Ik heb ook nog even geskatet en basket gespeeld. Het strand interesseerde ons niet echt. In al de jaren dat we in Oostende woonden, zijn we er nooit geweest. Of toch, één keer, en toen werden we allebei ziek (lacht).

»Strand, dat was voor ons Spanje. Elk jaar reden we met de auto naar een camping in de buurt van Rosas, net over de grens met Frankrijk, op zowat 100 kilometer van Barcelona. Vele jaren brachten we daar onze vakanties door, samen met een deel van de familie. Tentje opzetten en relaxen, met de fiets de streek verkennen: heerlijk! Zo ben ik opgegroeid en dat is blijven hangen. Er gaat niets boven kamperen. Toen mijn vriendin en ik onze eerste vakantie op hotel doorbrachten, voelde ik me helemaal verloren. De volgende keer zijn we gaan kamperen.

»Mijn ouders gaan nog elk jaar kamperen in Spanje. Ik mis het wel. Twee zomers geleden ben ik op een vrije dag tijdens de voorbereiding snel heen en weer gevlogen om het nog eens mee te maken. Eén dag maar, puur uit nostagie (lacht).»

HUMO Een kamperende profvoetballer, het is eens wat anders.

Mechele «Vind je? Volgens mij weten ze dit niet eens op de club.»

'Ik hoef niet in de schijnwerpers te staan. Anderen helpen, dáár haal ik mijn voldoening uit'


Teambelang voorop

HUMO Je was amper 5 jaar toen je ouders je aansloten bij Bredene. Dat is jong.

Mechele «Mijn vader was er jeugdtrainer. Daar is hij mee gestopt toen ik al na een jaar naar Club Brugge kon en hij me naar de trainingen moest brengen. De eerste keer dat we de Olympialaan indraaiden en dat stadion voor ons zagen opdoemen, daar was ik als kleine jongen diep van onder de indruk. Nu, op die leeftijd staat voetbal nog gelijk aan plezier maken. Ik besefte niet hoe groot Club Brugge wel was. Thuis waren we geen supporters. Dat is pas later gekomen, toen ik met mijn vader naar de thuiswedstrijden begon te gaan.»

HUMO Was voetballer worden een jongensdroom?

Mechele «Helemaal niet. Ik was een wat tengere jongen en zat tussen ploegmaats die bijna allemaal bij de nationale ploeg speelden, behalve ik. In mijn puberteit had ik bovendien veel groeipijn aan de knieën, waardoor ik van de ene kleine blessure in de andere sukkelde. Er was toen zelfs even twijfel of ik wel mocht blijven. Pas bij de beloften werd het ernst en heb ik alles op het voetbal gezet. Ik volgde Sport en Beweging aan de hogeschool, maar miste bijna alle lessen. Ik heb de examens nog afgelegd, en ben dan gestopt om het een jaar als voetballer te proberen. Dat is gelukt, van mijn lichting ben ik één van de weinigen die nu in het eerste elftal van een eersteklasseclub staan. Geduld wordt beloond (lachje).»

HUMO Volgens Philippe Clement ben je als een spons: je neemt alles snel in je op.

Mechele «Dat klopt, denk ik. Niet alleen in het voetbal, trouwens. Op school had ik een leerkracht geschiedenis die bijzonder boeiend over haar vak kon vertellen. Dat maakte ook iets in mij los. De Sagrada Familia in Barcelona, of het Oude Rome: ik vind dat interessant. Het hoeft niet altijd over voetbal of mooie auto’s te gaan.»

HUMO Was je een goede leerling?

Mechele «Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een onvoldoende had. Ik nam ’s ochtends in Oostende de trein naar Brugge, en na school nam ik de bus naar het stadion. De combinatie met het voetbal lag me wel. Ik maakte vlijtig mijn huiswerk, probeerde niet te laat te gaan slapen en stond de volgende ochtend weer vroeg op om de trein te halen. Da’s een trekje van mij: ik hou van structuur en routine. Het helpt om het beste uit mezelf naar boven te halen. De keerzijde is dat zich een lichte paniek van mij meester maakt als die routine onverwacht doorbroken wordt. Ondertussen heb ik geleerd om de dingen te nemen zoals ze komen, maar vroeger had ik daar wel moeite mee. Inwendig dan, ik liet het niet blijken.»

HUMO Volgens je moeder ging je altijd stipt om twintig over tien slapen.

Mechele (verbaasd) «Dat klopt niet: meestal trok ik rond elf uur naar bed. Was dat haar eerste interview? Misschien was ze wat zenuwachtig (lacht).»

HUMO Nog steeds volgens je moeder was je erg veeleisend op school. Als je ontevreden was over je punten ‘bonkte hij met zijn hoofd tegen de muur.’

Mechele (verbaasd) «Waar haalt ze dát? Zo lijkt het wel of ik een autist ben! (lacht) Er was wel competitie in de klas, en als ik minder punten had dan de anderen, was ik kwaad op mezelf. Ik wilde altijd de beste zijn. Maar ik bonkte echt niet met mijn hoofd tegen de muur. Nu, als het wel zou kloppen, draag ik er toch geen gevolgen van (lacht).»

HUMO Waarom leg je de lat zo hoog voor jezelf?

Mechele «Tja, goeie vraag. Ik wil altijd het onderste uit de kan halen, waardoor ik weleens pieker: ‘Was het wel goed genoeg?’ Ik wil dat iedereen trots op mij is. Als ik niet hard genoeg mijn best doe, ga ik denken dat mensen mij niet graag meer zien. Da’s de twijfelaar in mij, hè. Mijn zelfvertrouwen is nooit erg groot geweest. Op school was ik een meeloper, ik nam nooit het voortouw, bang als ik was van wat anderen zouden denken. Elke tegenslag was een deuk, waarna ik mijn zelfvertrouwen beetje bij beetje weer moest opbouwen. Het laatste anderhalf jaar gaat het stukken beter: ik hou al veel minder rekening met wat anderen denken over mij.»

HUMO Het klinkt anders wel heftig. Hoe heb je het overleefd?

Mechele «Door veel te slikken, zeker? Incasseren en laten passeren. Dat is niet altijd makkelijk, maar ik heb nooit een punt bereikt waarop het me te veel werd. Nu trek ik sneller mijn mond open, ik heb geleerd om me te verdedigen. Vroeger hield ik alles voor mezelf.

»Ik was op vrij jonge leeftijd zelfstandig en heb altijd geprobeerd mijn problemen zelf op te lossen. Ik val nog altijd niet graag anderen lastig. Mijn vriendin vindt dat ik er sneller over moet praten als ik ergens mee zit. Dat is wat zij doet: zij komt ermee naar mij. Maar ik denk altijd eerst aan een ander en dan pas aan mezelf. Zo ben ik ook voor de ploeg: mezelf wegcijferen en het teambelang voorop plaatsen. Ik hoef niet zelf in de schijnwerpers te staan. Anderen helpen: dáár haal ik mijn voldoening uit.»

'Een tegenstander uitschelden, met racistische beledigingen of zo, zal ik nooit doen. Terwijl het wel vaak gebeurt op een voetbalveld, héél vaak zelfs'


Meer smeerlap

HUMO Je bent maniakaal met je vak bezig. Volgens je moeder – wéér zij – weiger je sinds je 12de om nog frieten te eten.

Mechele «Dat is wél waar. Thuis aten we elke zondag frieten. Het was de tijd dat sporters steeds meer voedingsadvies kregen. Ook de club gaf tips over wat gezond was, en wat niet. Als ze je zoiets op die leeftijd zeggen, geloof je dat. Ik nam het mee naar huis: ‘Ik wil geen frieten meer.’ Ik heb nooit nog frieten gegeten. Wél patatas bravas, maar dat zijn geen échte frieten, hè? (lacht) Alcohol zegt me niets, en uitgaan heb ik nooit gedaan. Die ene keer dat ik het toch deed, kwam ik mijn vriendin tegen. Da’s geluk hebben, hè? (lacht)»

HUMO Van jou wordt gezegd dat je als geen ander door je pijngrens gaat. Zelfs met een gebroken teen geef je niet op.

Mechele «Ik brak die teen in de wedstrijd tegen Oostende. Enkele dagen later speelden we voor de beker tegen Kortrijk. Niets aan de hand: spuitje erin en spelen. Maar er volgden verlengingen en tegen dan was de verdoving uitgewerkt. Toen heb ik op mijn tanden moeten bijten! Na die wedstrijd kon ik amper nog stappen.

»Het klopt dat ze me vaak moeten afremmen, al ben ik het laatste jaar wel meer naar mijn lichaam beginnen te luisteren. Dat deed ik vroeger niet: ik ging door tot ik erbij neerviel.»

HUMO Wie niet beter weet, zou denken: beenharde verdediger, die Mechele.

Mechele «Ik ga altijd voor de bal. Doelbewust een foutje maken, of iemand pijn doen met een tackle: ik zou het niet kúnnen. Op iemands tenen gaan staan: ik háát het. Of een tegenstander uitschelden, met racistische beledigingen of zo, zal ik nooit doen. Terwijl het wel vaak gebeurt op een voetbalveld, héél vaak zelfs. Ook door spitsen, trouwens.

»Ik hoor weleens dat ik wat meer een smeerlapje zou moeten zijn, maar dat ligt niet in mijn aard. Ik vind ook niet dat ik daarin moet veranderen. Het gaat toch ook op mijn manier? Een professionele fout maken om de counter eruit te halen, tot daar aan toe. Maar een smerige overtreding begaan of iemand treiteren, dat interesseert mij niet. Dan ben je niet bezig met de match, en ik ben altijd gefocust.»

HUMO Waaraan dank je je bijnaam Robocop?

Mechele «Jesper Jörgensen (ex-ploegmaat bij Club, red.) is daarmee begonnen. Hij zag me vaak tekeergaan in de fitnesszaal. Als een robot, vond hij.»

HUMO Fitnes je nog steeds zo fanatiek? Op je vrije dag nam je de trein en de fiets naar de fitnesszaal.

Mechele «Dat was toen ik nog bij de beloften speelde. Ondertussen ga ik met de auto. Die fiets stond aan het station.»

HUMO Had je hem gestolen?

Mechele «Euh, gevónden. De míjne was gestolen, en toen stond die fiets daar. Niet op slot. Eigenlijk is dat niet stelen, hè? Nu, het maakt niet uit want ondertussen heb ik hem niet meer. Hij werd gestolen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234