null Beeld

Rod Stewart (Sportpaleis - Antwerpen)

Ik zie er nog goed uit voor mijn leeftijd (107), maar mocht ik zoals Rod Stewart 368 jaar zijn, betwijfel ik sterk of ik nog de culot zou hebben om gehuld in een spannende broek en gelakte dansschoentjes ‘Da Ya Think I’m Sexy?’ te zingen. En niet alleen is Rod absoluut de enige rockster die zijn hot legs en zijn pezige lijfje nog in zijn garderobe van vijftig jaar geleden kan persen, hij is inderdaad, ook voor strikte heteroseksuelen als ik, nog benijdenswaardig sexy.

Rod heeft geleid wat de Engelsen ‘the life of Riley’ noemen, a charmed life, een leven van feesten en vrouwen en drinken en plantrekkerij. Vooral dat laatste. Gisteren vertelde hij met zichtbaar genoegen hoe platenfirma’s hem indertijd afwezen: ‘They didn’t like my nose, my clothes or my voice.’ Wie laatst lacht, best lacht, was zijn boodschap, niet zonder leedvermaak. En een detail dat, vind ik, enorm voor hem pleit, is dat Rod al die jaren heeft geweigerd om de dikke puist/moedervlek naast z’n mond te laten verwijderen. In de showbizz, waar álle oneffenheden lang vóór de eerste hit worden gezandstraald, is dat een statement dat kan tellen, trust me.

De inhalige, schaamteloze opportunist Rod is de voorbije halve eeuw met veel weggekomen: mindere platen, matige songs, volksmennerij, seksisme, lange afwezigheden… Hij is iemand die al vijftig jaar zijn haar föhnt en sprayt (of denkt u dat die pieken vanzelf overeind blijven staan, ook na twee uur optreden en zweten?) Thuis speelt hij met modeltreintjes. Maar niets van dat alles heeft ooit zijn imago als potente, onweerstaanbare casanova aangetast. Ja, we zijn jaloers.

Rod Stewart hoort thuis in de categorie ‘trends komen en gaan, maar jukeboxen blijven altijd bestaan’. De categorie die zich bijgevolg een vleugje kitsch, een paar ton massamennerij en meer van hetzelfde kan veroorloven. De categorie waarin ook tijdgenoten Joe Cocker en Tina Turner thuishoorden. Maar Joe is dood en Tina had zich gisteravond opgesplitst in Rods drie backingzangeressen.

Gisteren probeerde Rod Stewart het Sportpaleis in Antwerpen plat te spelen. De T-shirts aan de souvenirstand waren duidelijk ontworpen door een computer op basis van Google Earth of Streetview, want daarop stond deze stop van de tour vermeld als ‘Merksem’. Letterlijk álles aan deze show was customized: het gordijn, het podium, de microfoonstandaard en zelfs de microfoon zelf, een hagelwit fallussymbool. En Rod weet dat hij zich een overwinning garandeert op basis van zijn hits. Gisteren maakte hij daarover dit zelfrelativerende grapje: ‘En dan nu een song van mijn laatste cd. (Eén vrouw uit het publiek gilt) O, was u het, mevrouw, die dat ene exemplaar van die cd in België kocht?’

Als een gewone stem wordt overbelast, wordt ze hees. Als een hese stem zoals die van Rod wordt overbelast (door leeftijd, zwaar leven en lang op tournee), wordt het stembereik een soort gruyèrekaas met gaten. En hese stemmen verslijten sneller. Het mag dus een klein mirakel heten dat de hese drawl van Rod Stewart nog zeer behoorlijk performant was.

Toch was dit geen briljant concert en amper een waardig afscheid. Was het de slechts iets meer dan halfvolle zaal, waarin de grote lege plekken met zwarte doeken waren gecamoufleerd? Altijd moeilijker om een halflege zaal op temperatuur te krijgen. Dat het Sportpaleis verre van uitverkocht was, lag minstens voor een deel aan het feit dat Rod graag geld verdient zonder zich daarvoor uit te sloven. Hij doet geen promotie, geeft zelden of nooit interviews. In Engeland verkoopt hij nog moeiteloos grote zalen uit omdat hij daar meer dan hier een instituut is, a household name, a national treasure. Buiten Engeland en Schotland wordt dat anno 2016 iets lastiger.

De hoge prijzen van de tickets hielpen evenmin. Voor 500 (!) euro konden fans een zitje op de eerste rij kopen, zonder meet and greet, maar wel met een paar souvenirs, en een Rod die een akoestische set speelde, zittend op de trap, vlak voor de neus van de fans met dat Hot Ticket, om die toch éven het gevoel te geven dat hij enkel voor hen zong.

Af en toe haperde de jukebox ook: hits werden onderbroken door te lange saxofoonsolo’s of dansjes of vioolsolo’s of verkleedpartijen, alles om Rod de kans te geven om even op adem te komen. Van z’n oude briljante groep uit z’n hoogdagen was niemand meer over. En Rod spendeerde iets te veel tijd aan het trappen van voetballen, die hij, tamelijk indrukwekkend, vaak schijnbaar achteloos tot op de vijftigste rij kon plaatsen.

Eerlijk is eerlijk: de stem was iets minder dan in zijn hoogdagen, maar zeker geen afgang. En zijn charisma en joviale aura van kwajongen maakte veel goed. Hij liet zich speels op het podium vallen, snoot ongegeneerd z’n neus, vaagde zweet van de kale kop van de saxofonist, teasede ons door bijna een anekdote over zijn nasty habits te vertellen, maar bedacht zich… Het was het soort concert waarbij de ster een applaus krijgt en vrouwen gillen (faut le faire, op z’n 71ste) als hij z’n kostuumjasje uittrekt.

En de hits, die waren er allemaal. Ik kan de keren niet tellen dat ik naar een concert ben getrokken om één nummer live te horen, waarop die eigenwijze ster dat niet speelt. Deze keer ontbrak het prachtige ‘Handbags and Gladrags’, (bekend uit de komische televisieserie ‘The Office’) dat Rod níét speelde. Bugger. Maar alle andere klassiekers waren er wel, van ‘The First Cut Is the Deepest’ en ‘Tonight’s the Night’ tot ‘You’re in My Heart’, ‘Some Guys Have All the Luck’, ‘Maggie May’, ‘I Don’t Want to Talk About It’, ‘Stay with Me’ en ‘Can’t Stop Me Now’, opgedragen aan zijn vader Bob (‘Out there now, in the great football field in the sky’).

Het siert Rod dat hij nog steeds graag zingt en ook minder bekende songs voor Echte Zangers bracht. Iets van Hendrix ('Angel’), iets van Tom Waits (‘Downtown Train’)… Allemaal in wat mij betreft iets te kitscherige, overladen arrangementen. Maar zeker niet ondermaats. En mij stoort het toch een tikje dat hij blues zingt terwijl foto’s worden getoond van bluespioniers (Muddy Waters, B.B. King…) en arme zwarten uit pakweg 1930, terwijl je niet verder van blues en arme zwarten uit 1930 vandaan kan komen dan Showbizz Rod.

Het was even onvermijdelijk als gepast dat meezingers ‘Sailing’ en ‘Da Ya Think I’m Sexy?’ het feest afsloten. Maar ook hier gold: ze waren goed, maar niet groots.

Blondes have more fun. Maar géven blonde sterren meer? Ik heb me bij deze kwajongen van 71 niet verveeld, de fans evenmin. En dat is wat telt. Waar voor je geld. Maar het was dan ook veel geld. En het was allemaal iets trager, lauwer en minder intens dan weleer. Het verschil tussen blond en geblondeerd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234