Rolmodellen voor de 21ste eeuw: het tweede seizoen van 'Safety First'

‘Safety First’ – winnaar van de Ha! van Humo – begint op woensdag 29 oktober aan zijn tweede seizoen, op VTM. De cast én regisseur-bedenker Tim Van Aelst leggen in Humo nog eens uit waar de reeks écht over gaat.

Het decor is een klein café in Antwerpen. Het is er druk, de espressomachine maakt veel lawaai, en Bruno Vanden Broecke nipt van zijn koffie, vervolgens van zijn pint en likt dan zijn lippen. Even lijkt het alsof hij zich op de meest idyllische plek ter wereld bevindt, zo gelukzalig ziet hij eruit.

Tim Van Aelst «Drink jij nu echt een koffie én een pint tegelijk?»

Bruno Vanden Broecke «Ja. Nog nooit gedaan? (Overenthousiast) Dat is keilekker, jong!»

Van Aelst «Meende gij da nu?»

Vanden Broecke «Maar natuurlijk! Dat bittere van die pils en dat bittere van die koffie, dat gaat perfect samen. (Neemt ostentatief nog twee slokken) Aaah! (hilariteit) Maar zeg eens, Ben: jij hebt een prijs gewonnen, heb ik gelezen.»

Ben Segers «De Ups & Downs-prijs, van een vereniging van mensen met een bipolaire stoornis of een chronische depressie. Héél raar. Oké, ik heb in de gazetten en op televisie toevallig eens over mijn bipolariteit gepraat, maar dat je daar een prijs voor krijgt? Ik heb daar voor de rest niks voor moeten doen, hè. Ik zei dat ook tegen die gasten: ‘Ik snap het eigenlijk niet goed, mannen.’»

Vanden Broecke «Ik snap dat juist heel goed, Ben. Dat is voor je moed, omdat je dat hebt durven te zeggen.»

Segers «Dat zeiden ze dus ook, dat het voor hun leden en andere mensen met onze aandoening heel veel betekent als iemand die in de belangstelling staat, daarvoor durft uit te komen. Tja, dat zal wel, maar om dan in een aula aan de KU Leuven voor driehonderd man een applaus in ontvangst te nemen… Gewoon omdat je ziek bent, eigenlijk? Nu, het viel nog mee. Ik dacht: die zaal gaat vol getormenteerde en gedeprimeerde bejaarden zitten. En op het podium gaan professoren met grijze baarden veel te moeilijke woorden gebruiken en ik ga daar voor spek en bonen bij staan. Maar zo was het gelukkig niet.»

HUMO Jij vindt niet dat er moed nodig was om over je ziekte te praten?

Segers «Pfff. Toen ‘Reyers laat’ me belde, heb ik wel een halve dag moeten nadenken of ik het zou doen, omdat ik er niet graag mee uitpak, maar het is ook niks om je over te schamen, hè? Ik mankeer gewoon sommige stoffen in mijn hersenen, waardoor ik bepaalde dingen niet kan relativeren en ik één en ander soms heel zwart inzie. Daar krijg ik pillen voor, om dat wat uit te vlakken. Eigenlijk is het niet meer dan dat. En daar heb ik nu dus een schilderij voor gekregen, zie.»

Matteo Simoni «Wat staat erop?»

Segers «Ikke! Twee keer! (lacht)»

Ruth Beeckmans «Nee!»

Segers «Ah, ja. Bipolair, hè.»

Nonkel Dendiejen

HUMO Voor de eerste reeks moesten jullie van nul af aan vertrekken. Was het nu makkelijker?

Vanden Broecke «Minder spannend, alleszins. In het eerste seizoen moesten we onze personages nog al doende ontdekken en dat was hard zoeken, terwijl we ons nu volledig op het spelen konden concentreren.»

Segers «Ik vond het eigenlijk heel dubbel.»

Van Aelst «Bipolair, zoals we zeggen?» (hilariteit)

Segers «Hoe moet ik dat nu uitleggen? Wat Bruno zegt, klopt helemaal: je hebt je personage onder de knie, dus is er minder spanning, maar net omdat er minder spanning is, heb je soms het gevoel dat je het misschien niet zo goed doet. Snap je? Als je het echt niet meer weet, kom je soms zonder het te beseffen tot heel goeie dingen. Nu was er wél zekerheid, en daar word ik dan een beetje onzeker van. Omdat ik weet dat ik soms beter presteer als ik me onzeker voel.»

Van Aelst «Ik vond eigenlijk alleen Matteo onzekerder op de set. Het zal de kijker absoluut niet opvallen, maar het was wel zo, hè, Matteo?»

Simoni «Ja. Ik was voortdurend bang om mezelf te herhalen, ik vreesde in een stramien vast te raken. Ik voel me graag vrij als ik speel, ik ga graag op ontdekkingstocht, maar nu moest ik me neerleggen bij de wetten van de sitcom, namelijk dat een personage niet evolueert. Je móét herkenbaar blijven.

»Wat ook meespeelde: die Smos heeft de vorige keer wel iets losgemaakt bij het publiek, hè. Facebookpagina’s en zo… Op de set ging het daar nooit over, maar in mijn kop speelde dat wel. Ik wilde de mensen niet teleurstellen.»

Beeckmans «Dat had ik ook. Toen we het eerste seizoen aan het draaien waren, deden we natuurlijk ook ongelofelijk ons best, maar niemand kende het programma, er was geen verwachtingspatroon. Als het op een mislukking uitgedraaid zou zijn, was dat niet fijn geweest, maar iedereen zou het ook zo vergeten zijn. En dat was nu anders. Nu hebben we fans en die wil je toch niet ontgoochelen. Dat zat wel voortdurend in mijn achterhoofd: het moet even goed zijn als het eerste seizoen, en liefst nog een beetje beter.»

Van Aelst «Dat was ook mijn uitgangspunt. Ik wilde absoluut niet in herhaling vallen. Toen we de eerste aflevering van het tweede seizoen hadden geschreven, zei iemand: ‘Precies een best of van seizoen 1.’ Meteen in de vuilnisbak gekieperd.

»In het eerste seizoen ging er veel aandacht naar de ontwikkeling van de personages. Die moesten gaandeweg meer vorm krijgen, en soms ging dat ten koste van het verhaal. Nu konden we ons veel meer op sterke verhaallijnen toespitsen.»

HUMO Toen jij jezelf voor het eerst als Smos zag, was je teleurgesteld, Matteo. Je vond Smos veel te karikaturaal. Vind je dat nog altijd?

Simoni «Eerlijk? Het is nog altijd niet helemaal zoals ik het zou willen, maar blijkbaar werkt het wel. Ik vind het ook niet meer slecht, zoals toen. Soms kan ik zelfs om mezelf lachen. Ik heb me er dus mee verzoend, maar het blijft heel confronterend om naar jezelf te kijken. Het ziet er toch altijd anders uit dan je had gedacht.

»Waar ik wel heel blij mee ben, is dat Smos in het tweede seizoen toch iets volwassener, iets rijper is geworden. Of beeld ik me dat alleen maar in, Tim?»

Van Aelst «Sorry, Matteo, da’s wishful thinking. (hilariteit) Alleen Dirk Porrez is geëvolueerd. Die is nog straffer dan in het eerste seizoen, vind ik.»

Vanden Broecke «Hij is beminnelijker geworden. Hij laat de boel nog altijd in het honderd lopen, maar het is iets makkelijker om empathie voor hem te voelen. Hij is minder op zijn carrière gefocust en meer op zijn vrienden, omdat hij beseft dat zijn geluk dáár ligt. In die friendship.»

HUMO Klinkt bijna melig.

Van Aelst «Het is melig. Súpermelig, zelfs. En daar heb ik geen enkele gêne over. Vriendschap, dat maakt ons mensen toch tot wie we zijn? Die vier van ‘Safety First’ zijn professionele mislukkelingen, maar in het leven vind ik ze behoorlijk geslaagd.»

Segers «Onze maatschappij is compleet misvormd. Het woord ‘succes’ wordt aan geld en carrière gelinkt, niet meer aan liefde en vriendschap. Terwijl die vier in mijn ogen wél succesvol zijn. Ze hebben altijd iemand op wie ze kunnen terugvallen. Wat moet je nog meer hebben in het leven?»

Simoni «Oké, maar hoeveel vrienden zouden die vier nog hebben buiten hun collega’s, denk je?»

Segers «Drie goeie vrienden, da’s toch genoeg?»

Vanden Broecke «Het is gewoon een heel stevig, actueel thema. Hoeveel veertigers zitten er niet thuis met een burn-out? Hoeveel mensen zijn er niet ongelukkig omdat ze hun geluk van hun carrière laten afhangen? Zij doen dat niet. Hun werk is één grote catastrofe, maar ze zijn blij omdat ze elkaar hebben.»

Beeckmans «En omdat ze elkaar hebben, vinden ze ook de kracht om door te gaan. Elke keer staan ze weer recht en gaan ze er vol goede moed samen tegenaan. Dat doen losers niet. Losers geven op, die worden cynisch en verzuurd. Dit zijn positieve mensen die initiatief nemen.»

HUMO Eigenlijk zijn Dirk, Ingrid, Luc en Smos rolmodellen voor de 21ste eeuw.

Vanden Broecke «Je hebt het begrepen! Dát moet de titel boven je artikel worden! (hilariteit) Ik háát het woord losers. Daar sluit je mensen mee uit, en daar heb ik een hekel aan. Ik heb kinderen en één van de vragen waar ik mee worstel, is deze: ‘Wil ik nu dat ze pesters worden, of dat ze gepest worden?’ Geen van beide, natuurlijk, maar een keuze is er niet. Of je pest, óf je doet mee met de pesters, óf je wordt gepest. Vreselijk, toch? Als kind heeft een turnleraar me ooit tijdens de turnles in mijn zwembroek op de speelplaats laten lopen, terwijl de andere kinderen stonden te kijken en te lachen. Ik dacht dat we zouden gaan zwemmen en had alleen mijn zwemgerief bij. Ik heb die anekdote ooit zelfs gebruikt in een voorstelling die ik met Wim Helsen heb gemaakt.»

Van Aelst «En dat heb je me nog nooit verteld?! Dat vind ik nu shocking.»

Vanden Broecke «Waarom?»

Van Aelst «Omdat de hele tweede aflevering van dit seizoen over een turnleraar gaat die iets traumatisch met je heeft uitgehaald, tiens!»

Vanden Broecke «Diezelfde leraar had ook de gewoonte om jarige kindjes over zijn knie te leggen en dan met een nijptang in hun lycra broekje te nijpen terwijl de rest van de klas ‘Lang zal hij leven’ zong.»

Simoni «Dat méén je niet.»

Vanden Broecke «Echt waar. En mij heeft hij per toeval in mijn billen genepen met die tang. Ik had een bloeduitstorting, ik hinkte terug naar mijn plaats terwijl de rest van de klas ‘In de glooo-rie-jaaaa’ zong.»

Van Aelst «Maar waarom zeg je mij dat allemaal niet? Allee, dat is nu toch niet normaal?»

Vanden Broecke «Het heeft wel even door mijn hoofd geflitst, maar… People move on, zeker? Ik vond het niet zo belangrijk.»

HUMO Heb je nog meer gemeen met Dirk Porrez?

Vanden Broecke (fel) «Maar neen! Niks.»

HUMO Typisch voor veel komische personages, en ook voor Porrez, is dat hun zelfbeeld niet klopt met de werkelijkheid.

Van Aelst (lacht)

Vanden Broecke «Waarom lach jij daar nu mee?»

Van Aelst «Omdat ik de vraag al voel aankomen.»

HUMO Zou het kunnen dat je zelf niet ziet hoe hard je wel op je personage lijkt?

Vanden Broecke (stellig) «Ik heb niks, maar dan ook niks met Dirk Porrez gemeen. Ik lijk er natuurlijk uiterlijk op, en ook de mimiek, de gestiek en de stem zijn in grote mate dezelfde, maar wij zijn wezenlijk twee verschillende karakters.»

Van Aelst «Sorry, jongens, maar er is nooit een auditie voor ‘Safety First’ geweest, hè. Jullie zijn allemaal gecast. We wilden jullie en niemand anders. Hoe zou dat komen, denken jullie?»

Simoni «Omdat je zag dat wij allemaal elementen in ons droegen die overeenstemden met onze personages. Dingen die er al waren en die we alleen maar moesten uitvergroten om tot een goed resultaat te komen. Neen?»

Segers «Oké, Matteo, maar jij bént Smos toch helemaal niet?»

Simoni «Neen, maar er zit wel een stukje Smos in mij. Ik ben opgegroeid tussen zulke figuren en had mijn leven geen andere wending genomen, was ik niet naar de theaterschool gegaan bijvoorbeeld, dan had ik misschien wel een Smos kunnen worden. Da’s ook de reden waarom ik dat personage kan spelen. Je gaat toch bij jezelf te rade om zo’n personage vorm te geven? As ik een dief moet spelen, denk ik niet: ‘Hoe zou een dief dat doen?’ Dan denk ik: ‘Hoe zou ik dat doen, mocht ik een dief zijn?’»

Vanden Broecke «Ik speel gewoon de tekst, meer niet eigenlijk. Ik heb me niet één keer afgevraagd: ‘Hoe speel je nu een fucking loser?’ Ik zou dat niet eens weten. Het karakter van Dirk Porrez staat in het scenario en ik moet gewoon zorgen dat ik die rol zo geloofwaardig mogelijk speel. En daar ga ik niet voor bij mezelf te rade.»

Segers «Ik ook niet. Of toch niet bewust. Want toen ik de reeks voor het eerst zag, schrok ik wel een beetje omdat ik toch een paar kozijns en nonkels uit Arendonk herkende in de Luc die ik had neergezet. Soms dacht ik: ‘Nu klink ik écht wel gelijk Nonkel Dendiejen!’»

HUMO Misschien klink je wel veel vaker als je neven en ooms dan je vermoedt. Ook tijdens dit gesprek heb je al aan paar keer als Luc Turlinckx geklonken.

Segers «Dat komt omdat ze de teksten van de Luc helemaal naar mijn mond schrijven. Als ik die scenario’s voor het eerst lees, denk ik vaak: ‘Godverdoeme, zo zou ik dat dus écht zeggen, hè!’ Er zijn er nog die al geprobeerd hebben om mijn dialogen min of meer in mijn dialect op te schrijven, maar dat is nooit goed. Altijd heb ik er werk aan, en meestal véél werk. Maar bij ‘Safety First’ klopt bijna elk woord. Ik heb me al vaak afgevraagd wie dat bij Shelter doet, want die scenario’s worden door een heel team geschreven.»

Van Aelst «Natuurlijk zijn jullie allemaal anders dan jullie personages, maar geloof me: er zijn véél raakpunten. Meer dan jullie misschien zelf denken. Allee, Bruno, jij kunt toch ook soms panikeren zoals Dirk Porrez? Dat wij moeten zeggen: ‘Rustig, Bruno, het komt allemaal in orde’? Weet je nog die keer dat ik je ontmoette in de IKEA in Wilrijk? Ik vond de weg niet en ik vroeg het aan jou. ‘Het is de eerste keer dat ik hier kom,’ zei ik erbij. Je keek mij aan met grote ogen en je vroeg: ‘Ben jij nog nooit in de IKEA geweest?’ Alsof ik een ongelofelijke bekentenis had afgelegd! Dat was helemáál Dirk Porrez!»

Vanden Broecke «Ik ben vanochtend naar de IKEA geweest en bij de kassa bleek dat we iets vergeten hadden. Tegen de richting in terug naar de afdeling keukens. Op een zaterdagmorgen. Wat je dan meemaakt! Wel twintig selfies! En ‘Hey’ en ‘Hallo’ en ‘Zie eens’! On-waar-schijn-lijk!»

Segers «Tegen de richting in? Dat je effenaf met je gezicht naar de mensen toeloopt, eigenlijk? Tja, dan is dat niet zo onwaarschijnlijk, hè, Bruno?»

Vanden Broecke «Wie denkt dààr nu aan?»

Simoni «Zoals je nu bezig bent, ben je wel weer helemaal Dirk Porrez, Bruno.»

Beeckmans «Jij bent toch ook iemand die graag overdrijft? En die ongelofelijk lief is? Soms pak je ons vast alsof je ons in weken niet hebt gezien, terwijl het met moeite een dag geleden is. Dat doet Dirk Porrez toch ook allemaal?»

Vanden Broecke (zucht) «Ik geef het op.»

Van Aelst «Erik Van Looy, die een gastrol speelt, kwam het me na de eerste opnamedag ook zeggen: ‘Onwaarschijnlijk hoe dicht die acteurs tegen hun personage hangen.’ Zoals Matteo er nu bij zit, denk je: ‘Dat is helemaal niet die ADHD’er Smos,’ maar geloof me, Matteo is vandaag belachelijk kalm.»

Segers «Hij is moe, denk ik. Hij heeft juist een fotoshoot voor Nina achter de rug. Ik denk dat je dat niet mag onderschatten.»

Van Aelst «Maar hij heeft wel al alle mooie meisjes gezien die hier het café zijn binnengestapt (lacht).»

Iedereen Dirk

HUMO Toen Tim en zijn schrijversteam ‘Safety First’ nog aan het bedenken waren, zag het er een tijdje redelijk belabberd uit. Tim heeft toen op een vergadering met enige zin voor dramatiek gezegd: ‘Ik ben de kapitein, ik ga dit schip niet verlaten.’ Misschien heb je Dirk Porrez wel op jezelf gebaseerd?

Van Aelst (lacht) «Toch niet, maar als je leiding geeft, dan kom je vanzelf in situaties terecht waarin je een beetje Dirk Porrez wordt. Ik vrees dat niemand daaraan ontsnapt. Waarom slaat ‘Safety First’ aan bij een redelijk groot publiek? Omdat het herkenbaar is, natuurlijk. Je kijkt in een spiegel.»

HUMO De meeste mensen denken toch dat ze naar figuren kijken met wie ze maar weinig gemeen hebben. Zelfs je acteurs denken dat, blijkbaar.

Van Aelst (lacht)

Beeckmans «Wel, ik denk dat niet. Ik herken mezelf voortdurend in die personages. Het is natuurlijk uitvergroot, maar ik ben er zeker van dat we allemaal wel van die stommiteiten uithalen, dat we ons allemaal weleens aanstellen. Ik alleszins. Verliefd worden op iemand, ten onrechte denken dat die ook verliefd is en daardoor vervolgens allerlei gênante dingen uit je botten slaan? Het is Ingrid overkomen, maar mij ook! (lacht)»

HUMO Jij bent nochtans de enige die tegen Tim kan zeggen: ‘Je hebt me niet voor deze rol gecast.’ Ingrid was, toen je gevraagd werd, nog een agressief manwijf met een gevaarlijke hond.

Beeckmans «Dat sloot dan weer wél aan bij hoe ik in het echt ben (lacht). Het is te zeggen: dat is een rol die ik vaak speel, in theater en op tv, maar ook in het dagelijkse leven. Voor de grap kom ik vaak nogal grof uit de hoek. Maar de Ingrid die ik nu speel, met al die onzekerheden, daar zit toch veel van mezelf in. Tim kent me: ik merk dat hij voor deze rol echt trekjes van mij gebruikt.»

HUMO Van de vier hoofdrolspelers ben jij het minst komische personage. Nooit eens jaloers op de mannen, die vaak wel alle registers mogen opentrekken?

Beeckmans «Neen. Ik kop ze zelf ook heel graag binnen, en ik ben superblij als er toch eens een grapje voor mij in het scenario staat, maar ik geniet er even hard van om aangever te zijn. Het lijkt misschien niet zo, maar het is wel een belangrijke rol. Ingrid zorgt ervoor dat de reeks voeling houdt met de werkelijkheid. Mocht zij even hard doorslaan als de andere drie, dan was het veel moeilijker om je met de personages te identificeren.»

HUMO Welke figuur uit een andere bekende komische reeks hadden jullie graag gespeeld?

Simoni «Ik ga voor Gareth Keenan uit ‘The Office’, die lange magere die net zoals Smos alles voor zijn baas zou doen. Mackenzie Crook is zo’n acteur die zijn hele lijf in een rol gooit. Ook in ‘Pirates Of The Caribbean’ doet hij dat. Geweldig.»

Vanden Broecke «Ik zou doodgraag Ron Swanson uit de Amerikaanse reeks ‘Parks and Recreation’ spelen: whiskydrinker, vleeseter, jager…»

HUMO Sympathieke man?

Vanden Broecke (lacht) «Totáál niet.»

Beeckmans «Ik zou David Brent uit ‘The Office’ kiezen.»

HUMO Ook niet sympathiek.

Beeckmans «En toch: ik heb de twee reeksen in één ruk uitgekeken, in twee dagen tijd, en ik kreeg hoe langer hoe meer met hem te doen. Zo’n vreselijk eenzame man. En ja, hij is onuitstaanbaar, maar hij wéét het niet van zichzelf. Ik kreeg goesting om hem even apart te nemen en het hem te zeggen.»

HUMO Dirk Porrez is een goedmoedige versie van David Brent, neen? Heb je de scherpe kantjes er bewust afgeslepen?

Van Aelst «David Brent is een geweldig personage, maar hij is zo weerzinwekkend – behalve voor Ruth, blijkbaar – dat je er bijna fysiek ongemakkelijk van wordt. Op een zender als 2BE of VTM kun je dat niet maken, want het brede publiek wil zoiets niet zien. Dus moesten we Dirk Porrez zachter maken. Het mooie is: ik heb nooit het gevoel gehad dat ik daarvoor compromissen moest sluiten, want ik heb zelf ook graag dat het wat dubbel is. Ik hou net zo veel van ‘Friends’ als van ‘The Office’. Ik vind ‘Fawlty Towers’ goed, maar ‘Taxi’ ook. Ik vind niet dat comedy constant voor kromme tenen moet zorgen, ik heb het graag ook gewoon amusant. ‘Het eiland’ was ook zo’n reeks. Op Bucky na zat daar geen enkel afschuwelijk personage in. Het waren allemaal lovable losers, zoals dat in het vakjargon heet. En zo is het in ‘Safety First’ ook.»

Segers «En in ‘De collega’s’ eigenlijk ook, hè? Als ik een rol zou mogen kiezen, zou het Jean De Pesser zijn. Daar is het voor mij allemaal begonnen. Dankzij ‘De collega’s’ ben ik acteur geworden. Later zijn daar Gaston Berghmans en Leo Martin bij gekomen, maar eerst waren er Jaak Van Assche en ook Tuur De Weert. Ik vond die geweldig. Van Assche durfde toen al heel klein te spelen, helemaal niet vettig of zo. Ik zit nu samen met hem in ‘De Zonen van Van As’ en ik vind dat een hele eer.»

Zo onzeker, zo lief

HUMO Tim had het er net over: Erik Van Looy speelt een gastrol in ‘Safety First’. Wie van jullie heeft toen niet extra zijn best gedaan omdat er een Hollywoodregisseur voor zijn neus stond?

Segers «Wel, ik heb redelijk wat scènes met hem gespeeld en ik heb daar niet één keer aan gedacht. Vooral omdat Erik zelf zo zenuwachtig was, denk ik.»

Vanden Broecke «Die stond soms letterlijk te beven.»

Segers «Zo twijfelen, jong. Hij stelde mij de hele tijd vragen. ‘Doe ik dat goed? Is het er niet over?’ Ik dacht bij mezelf: ‘Ja maar, gij zijt hier toch de regisseur?’»

Beeckmans «En de hele tijd zeggen: ‘Ja maar, ik vind jullie alle vier zo vreselijk goed, ik ben bang dat ik het niet kan.’ Ik had op den duur met hem te doen.»

Segers «Zo’n onzekere mens, en zo lief: zo kende ik hem helemaal niet.»

Van Aelst «Ik begrijp dat héél goed. Voor gastacteurs – en Erik is niet eens acteur – denk ik dat het heel intimiderend is om met jullie te spelen. Jullie zijn ondertussen zo ongelofelijk goed op elkaar ingespeeld, dat het niet evident moet zijn om je daar als buitenstaander tussen te wringen.»

Segers «Maar wij omarmen die toch allemaal? Wij stellen die toch allemaal op hun gemak?»

Simoni «Ja, maar als wij spelen, is het echt wel een machine, hè. Het tempo ligt hoog, da’s echt tsjak, tsjak, tsjak: passje, voorzetje, binnenkoppen.»

Beeckmans «En het straffe, vind ik, is dat die chemie er al vanaf de eerste dag was. Dat kom je echt niet vaak tegen. Ben, Bruno en ik kenden elkaar wel, maar dat jonge ventje hier kenden we van haar noch pluimen en toch klikte het meteen.»

Simoni «‘Safety First’ is echt teamsport. En ik leg evenveel nadruk op team als op sport. Als ik na een draaidag thuiskom, ben ik kapot. Dan heb ik zoveel gegeven dat ik niks meer kan doen. Dat heb ik bij andere opdrachten nog maar zelden gehad.»

Vanden Broecke «Focus, hè? (lacht)»

Segers «On the job!»

Simoni «Dedication!»

Beeckmans «Discipline!» (hilariteit)

Vanden Broecke «We lachen daar nu mee, maar we ménen het wel. Om maar iets te zeggen: wij repeteren twee volle dagen voor 20 minuten televisie. Waar vind je dat nog? Bijna nergens. Zonder vriendschap, discipline, focus en toewijding breng je een project als dit nooit tot een goed einde.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234