null Beeld

Ronde van Frankrijk: de Belgische spurttreinen van André Greipel en Marcel Kittel

De openingsetappe van de Tour de France brengt het peloton van de Mont Saint-Michel naar Utah Beach, één van de stranden waar de geallieerden voet aan de grond zetten en zo het einde van de nazi’s hielpen inluiden. De inzet is deze keer iets romantischer: de winnaar mag de zo begeerde gele trui omgorden. Ook de Belgen zetten hun hakken in het zand: zij staan deze keer aan de kant van de Duitsers en brengen de twee topsprinters van het peloton in stelling: Marcel Kittel en André Greipel.

'Sprinten is oorlog: een elleboog mag, een kopstoot is erover'

Bij Lotto-Soudal moeten vooral Jürgen Roelandts (30) en zijn schoonbroer Jens Debusschere (26) Greipel naar de slotkilometer loodsen. Bij Etixx-Quickstep vroeg Kittel expliciet naar de diensten van Iljo Keisse (33), de Keizer van ’t Kuipke. Ook zijn jonge West-Vlaamse ploegmaat en notoir hardrijder Julien Vermote (26) mag mee. Als kleine jongens kijken ze uit naar de avonturen van de volgende drie weken, maar eerst nemen ze ons nog mee in de wondere wereld van de massaprint: ‘Het zou kunnen dat het voor jullie niet zo plezant lijkt, als wij hier staan te vertellen.’

Iljo Keisse «Ik krijg nu al kippenvel als ik denk aan die eerste etappe. Het is meteen alles of niets. Een sprinter krijgt maar zelden zo’n kans om het geel te pakken. Voor mij is het mijn eerste Tour. Dat ik mee mocht op voorspraak van Marcel geeft veel vertrouwen.»

Julien Vermote «Het is voor hem de belangrijkste wedstrijd van het jaar, en alle signalen wijzen op een sterke conditie. De trein is er klaar voor, en de kopman ook.»

Jens Debusschere «Als je in Utah Beach wint, is de Tour al grotendeels geslaagd. De ploeg is dan op zijn gemak, en André barst van het vertrouwen: je weet dat er snel nóg een zege zal volgen. En als je de gele trui hebt, drijf je daar de hele Tour op. Het móét onze dag worden, alleen denken alle sprintersploegen er ook zo over.»

Jürgen Roelandts «Ja, dat is een probleem: in de Tour rijdt iedereen met zijn beste ploeg, alle sprinttreinen zitten op 100 procent.»

HUMO Wanneer in de etappe begint de voorbereiding op de sprint?

Keisse «Vanaf kilometer nul! Zelfs nog voor de officiële start is gegeven, proberen we al goed vooraan te zitten. Gaat de vlag naar beneden, dan zetten we ons op kop.»

Vermote «Iljo en ik zijn de eerste pionnen van de trein. Wij laten een paar renners ontsnappen: de zogenaamde ‘ontsnapping van de dag’. Daar mogen geen al te grote ploegen in vertegenwoordigd zijn, en het aantal renners is best ook niet groter dan zeven of acht. Die groep krijgt een voorsprong van drie, vier of nog meer minuten, waarna wij dan urenlang op kop rijden om dat gat terug te dichten. Dat is in theorie compleet onlogisch, en eigenlijk absurd. Als ik daar te lang over nadenk, word ik stekezot (lacht).

»Je moet als knecht snel in the zone geraken, in een cocon, en je niet te veel vragen stellen. In de Ronde van Dubai heb ik dit jaar vaak op kop gereden, waarbij ik alleen maar woestijn voor me zag. De hele tijd 350 à 400 watt trappen in een dor landschap, met de wind op de neus: begin er maar aan. Je kunt ook tegen niemand praten, want niemand rijdt naast jou. Het peloton zit te lachen in je wiel. Daarom: focussen, en blijven gaan. Om u een idee te geven: uit de data van mijn vermogensmeter bleek dat mijn wattages in Dubai 30 procent hoger lagen dan die van de rest van de ploeg. Ik heb dus 30 procent harder moeten werken dan mijn ploegmaats.»

Keisse «Je kunt het peloton als knecht wel pijn doen. Daar kick ik op. Bij wind op kop is dat quasi onmogelijk, maar bij zijwind kun je op de kant rijden tot het breekt. Dan zegt een ploegmaat in het oortje: ‘’t Kot staat open achteraan.’ Of: ‘Half of the bunch will hate you guys.’ Het geeft je vleugels als de koersradio meldt dat het peloton in vier stukken breekt. Maar het omgekeerde gebeurt ook. Dan zit je urenlang in de wind te rijden en zegt de ploegleider plots in het oortje: ‘Het tempo mag een beetje de hoogte in, jongens.’

»Ik heb in de Ronde van Italië ooit een groep van negen renners met een voorsprong van acht minuten teruggehaald, samen met Jens Mouris van Orica-GreenEdge. Dat was de beste koers die ik ooit heb gereden, maar niemand weet dat.»

Vermote «Hoe langer wij meegaan, hoe beter de anderen hun krachten kunnen sparen om Kittel te lanceren. Maar ons werk valt inderdaad niet op. Als Lukaku scoort op het EK, op voorzet van De Bruyne, dan zegt iedereen: ‘Prachtig van Lukaku, maar De Bruyne is wel de draaischijf.’ Dat is in de wielrennerij anders. Daar wint de sprinter, en daarmee uit. Terwijl onze rol toch ook niet onbelangrijk is. Maar goed. Ik heb me daar bij neergelegd (lacht).»


Door tot aan het gaatje

HUMO Jens en Jürgen, in het eerste deel van de rit komen jullie nog niet in actie.

Roelandts «Nee, onze taak begint pas de laatste 50 kilometer. Neem het van mij aan: vanaf dat moment wordt het héél stresserend.»

Debusschere «Dan begint de wedstrijd echt, werkelijk iedereen gedraagt zich nerveus: ook de klassementsrijders zitten er nog tussen, hè. Ook zij hebben een treintje van acht man rond zich: Alberto Contador neemt speciaal Daniele Bennati mee om hem op het vlakke te beschermen. Bij Team Sky is dat Ian Stannard, een onwaarschijnlijk sterke renner en een beer van een vent.»

Roelandts (knikt) «En hij klimt hij ook nog goed. We zaten eens achteraan te zwoegen en af te zien, en we vroegen ons af welke ploeg er op kop aan het rijden was. Bleek het Stannard te zijn, in zijn eentje (lacht). Nu ja, wij hebben Thomas De Gendt: als hij zijn motor in gang trekt, ben ik content dat hij in mijn ploeg zit.

»Het klinkt raar, maar ik ben altijd blij dat we in de laatste kilometers komen, en met ons treintje richting de meet kunnen stormen. Daar zit ik rustiger: je zet je op kop, en rijdt zo hard mogelijk. Zeker als je het beste treintje hebt, hoef je niet meer te wringen.»

undefined

' Als Lukaku scoort op het EK, op voorzet van De Bruyne, dan zegt iedereen: 'De Bruyne is de draaischijf.' In de wielrennerij wint de sprinter, en daarmee uit'

HUMO Waar zit Greipel op dat moment?

Roelandts «André moet je de laatste 10 kilometer op zijn gemak kunnen zetten. Al is dat relatief: het gaat er áltijd hectisch aan toe. We proberen hem rond de 15de positie naar de finish te loodsen, hij heeft graag veel ruimte voor zich.»

Debusschere «In de laatste kilometer zit hij zo vol adrenaline, dat hij zijn weg wel kan vinden. Maar voordien moet je hem beschermen, zodat hij niet te veel moet wringen. Hij loopt het risico zich naar achter te laten drummen, en dan ben je hem kwijt voor de sprint.»

Roelandts «Om dat te verhinderen laten we André in het midden van ons treintje rijden, Jens en ik zitten altijd achter hem. Niet eenvoudig, want iedereen wil in André’s wiel zitten, en wij mogen dus de klappen opvangen (lacht). Hij rijdt meestal achter Marcel Sieberg, die meet twee meter en rijdt dwars door het peloton. En vóór Sieberg zetten we Lars Bak en Adam Hansen

Keisse «Ook Marcel heeft ruimte nodig. Hij is een flink uit de kluiten gewassen atleet, die kruipt niet zomaar in het kleinste gaatje, zoals Cavendish dat kan. En iedereen in het peloton weet dat je Kittel moeilijk remonteert als hij vrije baan heeft, dus gúnnen ze hem ook geen gaatje.

»Onze trein bestaat, net als die van de concurrentie, uit renners die allemaal een verschillend profiel hebben. De laatste 20 kilometer van de etappe rijdt de ploeg meestal op een lint, aan een constante snelheid, met Kittel achteraan. Op 5 kilometer van de streep moeten kerels als Tony Martin en Petr Vakoc aan de bak. Die drijven het tempo serieus op en rijden tot 1,2 kilometer van de finish de longen uit hun lijf.»

Vermote «Daarna komen de mannen met een explosief acceleratievermogen in beeld: eerst onze Argentijn Maximiliano Richeze en daarna de Italiaan Fabio Sabatini, die de laatste honderden meters voor zijn rekening neemt. Hij bewaart het overzicht en is de echte lead-out.»

undefined

null Beeld

undefined

'Een sprintersrit kan weleens saai uitvallen. Niet alleen op televisie, maar ook voor ons. Dan denk je: 'Het mag hier eens gaan beginnen.''

HUMO De lead-out of de laatste man in de trein: in de ploeg van Greipl is dat Jürgen of Jens.

Roelandts «Wij rijden sowieso achter mekaar: wie die dag uiteindelijk de laatste man wordt, beslist André. Stel dat het Jens is, dan rijd ik achter Sieberg en wacht tot hij teken doet om over te nemen. Enfin, wij rijden al zo lang samen: ik weet en zie meteen wanneer hij snelheid dreigt te verliezen. De regel is: het zo lang mogelijk proberen vol te houden.»

Debusschere «Als lead-out trek ik door tot 200 meter van de finish, we baseren ons op de bordjes die langs het parcours hangen. Ik overbrug de kortste afstand, maar ik moet de sprint echt in gang trekken. Ik rij op dat moment al meer dan 60 kilometer per uur en dan zie je André aanzetten: indrukwekkend welke power er bij hem loskomt. Je ziet hem nog eens tien kilometer versnellen, en je denkt: ‘Hoe is het mogelijk?’»

Roelandts «Dat doet je toch even met je ogen knipperen. Het geeft veel voldoening als je hem goed afzet: je hebt je job goed gedaan, en het is bijna altijd prijs. Enkel een Kittel in supervorm kan er misschien nog over. Maar als hij van te ver moet komen, zal hij het nooit halen. Daarom is onze trein zo belangrijk.»

undefined

null Beeld

undefined

'Dat ik op voorspraak van Marcel Kittel mee mag naar de Tour, geeft veel vertrouwen.' Iljo Keisse


Boksen en oorlog

HUMO Wie of wat bepaalt de volgorde in de sprinttrein?

Keisse «Bij ons heeft een trainingsstage afgelopen winter dat al bepaald. Marcel was nieuw in de ploeg, en allerlei combinaties werden uitgeprobeerd. Verschillende renners op verschillende plaatsen. Zo werd ook duidelijk hoeveel paardenkracht er in onze ploeg schuilt.»

HUMO En wie bepaalt het tactische plan in de openingsrit?

Vermote «Tom Steels, ploegleider en trainer bij Etixx, heeft als ex-topsprinter heel veel ervaring. Hij verkent telkens de aankomst en maakt er soms een filmpje van. Ook Google Earth helpt om de finish correct in te schatten. De info die hij verzamelt, wordt in een powerpointpresentatie gegoten die dan op hotel, of in de ploegbus, wordt geprojecteerd op een scherm. De raad van Steels is zeer belangrijk voor de uiteindelijke tactiek.»

Keisse «Na die uiteenzetting neemt Kittel het woord en komt met een concreet plan. Hij vraagt om op die specifieke kilometer, op die specifieke plaats, door die specifieke renner afgezet te worden. Die communicatie is heel duidelijk.»

HUMO Hoe heftig gaat het er in de laatste kilometer aan toe? De Fransman Nacer Bouhanni, een ex-bokser, speelt oorlogje: hij slaat zijn concurrenten met de vuisten of een kopstoot uit koers.

Keisse «Het is oorlog, ja. Soms wordt er geroepen of gescholden, maar dat kost je alleen maar kracht en levert niks op. Het is vechten voor iedere meter. Wie zich in de sprint aan de kant laat kwakken, is eraan voor de moeite. Zelf probeer ik zo weinig mogelijk kwakken uit te delen. Maar als het moet, dan moet het.

»Ik heb een zwarte lijst van renners die ik te allen prijze moet vermijden. Bouhanni staat daar bij mij niet op. Die is altijd vriendelijk, komt iedere koers een babbelke doen. Er zijn coureurs die keihard zijn in de sprint, maar heel zacht naast de fiets. Jürgen bijvoorbeeld: die rijdt in de koers echt wel op het randje, maar in het hotel is dat een topkerel. Marcel Sieberg, ook van Lotto Soudal, is net dezelfde. Die zou je in de dranghekken rijden als het moet. Allemaal om de sprinter in de beste positie af te zetten.»

Vermote «Sommige renners proberen je ook te intimideren. Maar geloof me: het zijn alleen de benen die dat kunnen. Je mag roepen zoveel je wil, als je benen slecht zijn, rijdt de rest je zo voorbij.»

Debusschere «Wij rijden op de limiet, ja, en we laten ons niet doen. Maar we hanteren één regel: je handen hou je altijd aan je stuur. Een elleboog mag je zetten, maar een kopstoot zoals Bouhanni in de Dauphiné is erover. Als hij en Alexander Kristoff in elkaar blijven haken, liggen achter hen zeker 20 renners op de grond. Het zijn altijd dezelfde waar je problemen mee hebt, en je past op als je ze ziet komen.»

undefined

'Als Greipel tijdens de rit zelf bidons gaat halen, weet ik: 'Hij zit écht goed, we winnen straks.''

HUMO Nooit bang om aan zo’n hoge snelheid en met zoveel renners een scherpe bocht in te gaan?

Vermote «Soms wel. Maar je moet die angst uitschakelen. Anders is het gedaan met sprinten.»

Keisse «Soms hoor je op kop van het peloton het geschreeuw achter je, het gekrijs, het geluid van fietsen die hard over de grond schuren. Dan mag je vooral niet achterom kijken en niet twijfelen. Stuur hard vasthouden en doortrappen. Het is onze job. In een kleine koers durf je al eens te remmen, maar straks in Utah Beach rem ik niet. Hoe groter de belangen, hoe sneller je de angst vergeet. Het gaat om geel in de Tour.»

Roelandts «Ik ben in 2012 zwaar gevallen in de Tour Down Under, in de sprint. Ik brak een halswervel, en ontsnapte aan veel erger. Daar denk ik wel regelmatig aan, ook tijdens de wedstrijd. Ik vrees valpartijen, maar niet tijdens de laatste vijf kilometer. Dan neemt de adrenaline het over.»

undefined

null Beeld

undefined

'Als we in Utah Beach winnen, is de Tour al grotendeels geslaagd.' Jens Debusschere

HUMO Werkt die adrenaline verslavend?

Roelandts «Die laatste vijf kilometer zijn het plezantst, en daar verlang je wel naar. Het scherp aansnijden van bochten tijdens de finale, met André in je wiel, is echt kicken.»

Debusschere «Een sprintersrit kan saai uitvallen. Niet alleen op televisie, maar ook voor ons. Eens de ontsnapping weg is en alles gecontroleerd verloopt, zit je te wachten en denk je: ‘Het mag hier eens gaan beginnen.’»

Meester Cav

HUMO Van wie hebben jullie de stiel geleerd?

Vermote «Van Cavendish.»

Keisse «In 2013, toen Cav in onze ploeg kwam, was er van een sprinttrein nog geen sprake. We deden eigenlijk maar wat. Nog tien kilometer? Ah, nog even wachten. Nog zeven kilometer? Kom, rijden, we geraken er wel. Dat was een beetje de gang van zaken. Er zat geen systeem of methode achter. Na een mislukte sprint in de Scheldeprijs, waar Kittel Cavendish versloeg, begon het ons te dagen: ‘Hoe vorm je dat eigenlijk, zo’n sprinttrein?’ Tom Steels heeft toen alles op de rails gezet. In de Ronde van Turkije werd specifiek getraind op positionering en lancering, zonder dat Cavendish er bij was, waarop we nadien in de Ronde van Italië vijf ritten wonnen met Cav. Die Giro 2013, die was magisch. Alles lukte in de sprint.»

Vermote «Cavendish was aanvankelijk bang dat de Vlamingen in onze ploeg zich niet wilden leegrijden in de sprint. Die twijfel verdween na die vijf ritzeges in de Giro. Dat was geweldig voor Cav, maar ook voor mezelf: het was mijn doorbraak binnen de ploeg. In een welbepaalde rit reed ik mij echt kapót voor Cav. Hij won, en toen ik twee minuten later over de meet bolde, stond hij mij op te wachten aan de finish. ‘Incredible job, my friend.’ Fantastisch was dat. Het was zijn honderdste profzege.»

HUMO Het geschenk van Cavendish was ook fantastisch. Jullie kregen een luxehorloge cadeau.

Vermote «Dat toont de grote persoonlijkheid die Mark Cavendish is.»

HUMO Hij is ook een woelwater, een alfamannetje dat durft ontploffen na een verloren sprint.

Keisse «Na dat verlies tegen Kittel in de Scheldeprijs in 2013 was hij razend. Achteraf stapte hij de bus op en zei letterlijk niks. Niemand zei een woord. Hij zette zich neer en ik zag zijn kaakbeenderen bijna trillen van woede.»

Vermote «Kittel is op dat vlak veel rustiger. En dat straalt ook af op de ploeg. Kittel roept nooit in de oortjes, en ook na een nederlaag blijft hij rustig. Chapeau, want makkelijk is dat niet.»

Debusschere «Als André verliest, zal hij nooit iemand van ons de schuld geven. Hij houdt zijn teleurstelling voor zich, en stelt eerst zichzelf in vraag.»

undefined

'Je moet de angst uitschakelen, anders is het gedaan'

HUMO In de Tour van 2011 hebben we hem toch ‘Scheisse Mannschaft!’ horen roepen aan jullie bus.

Roelandts (lacht) «Daar was ik bij, ja. Philippe Gilbert was in de laatste kilometer weggesprongen. Hij won dat jaar alles, en dacht opnieuw een grote kans te hebben, ook al reden we die dag voor André. Alleen had hij Cavendish in zijn wiel zitten én had hij André ingesloten. Toen Cavendish hem nipt versloeg, was het kot even te klein. We zijn naar het hotel gereden en iedereen moest in de bus blijven zitten: eerst alles uitpraten. Phil gaf toe dat hij een fout had gemaakt, en de plooien werden gladgestreken. Dat moest ook, we zaten nog maar in de eerste week: je kan niet riskeren zo’n conflict een hele Tour mee te slepen. Maar dat is het enige voorval op al die jaren: André is een crème van een mens, heel dankbaar om voor te rijden. Hij is met de jaren ook de echte leider van de ploeg geworden.»

Debusschere «Na een overwinning vertelt iedereen op de bus zijn verhaal van de sprint, door mekaar. Als je even zwijgt, is het fantastisch om aan te horen: ‘Die van Cofidis kwam me nog van de weg duwen,’ of ‘Ik heb alles moeten geven om die van Katusha voor te blijven’. Als een bende uitgelaten kinderen (lacht).»

undefined

null Beeld

HUMO Hoe wordt bij Lotto-Soudal een overwinning gevierd?

Debusschere «Tijdens de Tour wordt er bij een overwinning getrakteerd, maar het is vooral de staf die ervan kan genieten. Wij, renners, drinken nauwelijks: ik pak een half glaasje om mee te toosten. Want je weet: morgen is het weer van dattum. Attenties worden geapprecieerd, maar we delen al in de winstpremie – dat telt ook.»

Roelandts «André zorgt voor een attentie. Na het seizoen gaan we met de Tourploeg uitgebreid eten én eens goed op stap. We zijn met de jaren allemaal goede vrienden geworden. Dat scheelt ook, in zijn sprinttrein: wij hoeven niet na te denken om voor mekaar een tandje bij te steken. Sprinten is echt teamwerk, hoor.»


De snelle gek

HUMO Waarin verschillen sprinters van andere renners?

Roelandts «Een sprinter moet een beetje gek zijn.»

Debusschere «Klopt. En ze zijn van nature licht ontvlambaar. Dat explosieve van de sprint vind je ook terug in hun karakter: ze zullen sneller een keer ontploffen dan een klimmer. Dat zijn eerder rustige types, terwijl een sprinter van snelheid en risico’s houdt.»

undefined

null Beeld

undefined

'Sommige renners proberen je tijdens de sprint te intimideren.' Julien Vermote

HUMO Spreken jullie nu ook over jezelf?

Debusschere «Zeker, als er iemand ons iets misdaan heeft, zal hij het geweten hebben.»

Roelandts «Elke Tour heb je wel iemand die voortdurend in je weg komt rijden, waartegen je moet zeggen: ‘Kerel, hoe zit het hier?’ En meestal verstaat hij je niet, omdat het een Rus is. Ook al rijden er 180 renners mee, hem lijk je elke dag op je pad tegen te komen. Na drie dagen weet je al wie het zal worden.»

HUMO Iljo en Julien, jullie kunnen het allebei goed met Cavendish vinden, ook buiten de koers. Doen jullie in volle finale de deur dicht?

Keisse «Op een professionele manier wel, ja. Wij rijden nu voor Kittel.»

Vermote «In Dubai kwam Cavendish dit jaar naar me toe. Hij had het er zichtbaar moeilijk mee dat hij nu tégen ons moest rijden, en sprak dat ook uit. Maar dat is nu eenmaal de koers. Er zijn veel vriendschappen in het peloton, maar die tellen niet in de sprint.»

HUMO Hoe is de verstandhouding tussen de Duitsers Greipel en Kittel? In het bijzijn van Cavendish mocht je de voorbije jaren de naam Kittel niet vermelden.

Roelandts «Ik zie ze in het begin van een rit toch geregeld praten met mekaar, ik bespeur geen vijandschap. Ook in de sprint zullen ze mekaar niet opzij zetten.»

Debusschere «Ze hebben een gelijkaardig karakter, zijn allebei relax. Beide zijn ze ook krachtsprinters, die van ver moeten komen. Geen gasten met een kattensprong, die de laatste vijftig meter plots opduiken, zoals Viviani en Bouhanni.»

HUMO Greipel koerst beter dan Kittel, zegt Marc Sergeant.

Roelandts «Ja, als hij de Ronde van Vlaanderen rijdt, is hij in zijn element. Hij heeft dan een vrije rol, en gooit er altijd de beuk in.»

Debusschere «Hij is ook de eerste om bij zijwind te komen vragen: ‘En? Trekken we een waaier?’ En dan rijdt hij vol mee.»

Roelandts «Dat zie je niet veel sprinters doen. Soms denk ik ook: ‘Rij eens wat minder op kop, je moet straks nog spurten.’ En als hij bidons gaat halen, zelfs tijdens een vlakke rit, weet ik: ‘Hij zit écht goed, we winnen straks’.»

Keisse «Kittel is dan weer mentaal keihard. Hij bereidt iedere sprint zeer gestructureerd voor, echt tot in de puntjes. En hij weet ook dat weinig renners hem bij een goede lancering nog kunnen remonteren.»

undefined

null Beeld

undefined

'André is een crème van een mens, heel dankbaar om voor te rijden.' Jürgen Roelandts

HUMO Vindt Kittel zichzelf sneller dan Greipel?

Keisse «Dat denk ik wel ja.»

HUMO Tot slot, jullie beschikken ook over behoorlijk veel talent: nooit goesting om in de Tour voor eigen rekening te rijden?

Roelandts «Ik krijg mijn kans als kopman in de klassiekers en in sommige rittenkoersen, zoals onlangs de Ronde van Zwitserland. De Tour is voor een topsprinter of een topklimmer, al de rest kan beter in dienst rijden en zich 120 procent dubbel plooien. Zelfs in die zogenaamde tussenritten heb je nauwelijks kans.»

Debusschere «Ik ben een subtopper in de sprint, en vind het belangrijk om af en toe mijn eigen kans te krijgen. Maar André is veel sneller dan ik, en dan vind ik het logisch om in de Tour voor hem te rijden.»

Keisse «Geloof me: als de kopman dankzij ons werk de koers wint, dan is dat een gelukzalig gevoel.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234