Roos Rebergen en Wannes Cappelle:'Misschien was het vroeger makkelijker om rond te komen met één groep'

Roos Rebergen en Wannes Cappelle hebben iets met elkaar. Niks amoureus, puur muzikaal. Cappelle zat een tijdlang bij Roosbeef, het groepje waar Rebergen al sinds 2003 mee in de weer is, Roos zong een tijdlang backings bij Het Zesde Metaal. Binnenkort staan ze ook allebei op het Dranouter Festival.

Wannes Cappelle is een afgestudeerd godsdienstwetenschapper en Meester in de Kleinkunst, ex-triatleet en scenarist, die ons al een kleine tien jaar verblijdt met pakkende liedjes in het West-Vlaams (‘Nie voe kinders’ is zijn recentste worp), en die binnenkort ook schrijver wordt. Roos Rebergen is in haar eigen Nederland al langer een naam, maar brak pas eerder dit jaar met haar derde plaat, ‘Kalf’, ook bij ons door.

Cappelle en Rebergen wonen intussen allebei in Antwerpen, waar ze elkaar op de plaats van afspraak hartelijk om de hals vliegen. Niet dat het lang geleden was dat ze nog iets van mekaar gehoord hadden.

'ik ben wel strever genoeg om alles wat ik doe goed te willen doen' Wannes Cappelle

Wannes Cappelle «Ik ben twee weken geleden naar Roosbeef gaan kijken, in De Studio in Antwerpen, en het was één van de beste optredens die ik dit jaar gezien heb. En vorig jaar misschien ook. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik maar twee optredens per jaar zie (lacht).»

HUMO Je hebt niet meegespeeld in De Studio?

Cappelle «Nee, ik speel al een tijdje niet meer mee. De enige plaat van Roos waarop ik heb meegespeeld, was ‘Omdat ik dat wil’, uit 2011 toch alweer.»

Roos Rebergen «Tien jaar geleden heb ik met Roosbeef in Diskmuide in het voorprogramma van Wannes gespeeld, en toen heb ik hem gevraagd of hij hetzelfde wilde doen voor ons in Nederland.»

Cappelle «Ik heb meteen ja gezegd, maar toen ik van Roos de data kreeg, bleek het om dertig concerten te gaan (lacht).»

Rebergen «En omdat hij er toch was, heb ik ’m maar meteen ook gevraagd om in mijn groep te komen spelen.»

Cappelle «Mijn eerste concert met Roosbeef was in het café van het Burgerweeshuis in Deventer. Ik was gestopt met roken, en om wat rustiger te worden voor het optreden had ik een paar trekjes van een joint genomen: al mijn partijen vergeten (lacht). Maar Roos is heel vriendelijk gebleven, achteraf zei ze: ‘Hartstikke goed gedaan!’»

HUMO Heb jij ooit in dienstverband gespeeld, Roos?

Rebergen «Nee, op wat backing vocals na dan. Ik ben niet zo, euh, gedienstig (lacht). Ik heb wel samengewerkt. Zo zit ik met Torre Florim van De Staat bijvoorbeeld in het project ‘De Speeldoos’. Maar als instrumentalist voel ik me te onzeker om echt in een groepje te gaan meespelen. De gitaar en de piano zijn voor mij meer middelen om te schrijven. Ik heb wel altijd bandjes gehad, maar dat waren míjn bandjes. Het eerste was op mijn 12de. Op mijn 14de zijn we gesplit, en ik weet nog dat ik dacht: ‘Ik moet snel een nieuwe band vinden, want anders wordt het niks met die carrière van me. Straks ben ik al 15!’ (lacht)»

Cappelle «Ik zat op muziekschool, maar op mijn 16de ben ik daarmee gestopt om me volledig op mijn triatloncarrière te kunnen toeleggen. Ik was er toen vast van overtuigd dat ik nooit nog iets met muziek zou gaan doen. Muziek was zeker geen grote liefde, thuis stond er een piano en ik volgde muziekles omdat mijn broer dat deed. Tot mijn 16de deed ik zo ongeveer alles wat mijn broer deed. Maar ik ben wel strever genoeg om alles wat ik doe goed te willen doen.»

HUMO Hoe was je bij triatlon verzeild geraakt?

Cappelle «Het lief van mijn zus deed triatlon, dus ik dacht: ‘Dan ga ik dat ook maar doen.’ (lachje) En mijn vader en moeder waren ook triatleten.»

Rebergen (lacht) «Ik zie jullie al lopen, met z’n allen.»

Cappelle «Ik heb ook gevoetbald, maar het was vrij snel duidelijk dat ik het daarin niet ver zou schoppen. Ik was meer bezig met commentaar geven dan met spelen. Mijn vader schaamde zich zo hard dat hij niet meer wilde komen kijken.»

HUMO Commentaar geven zoals Johan Cruijff, met regieaanwijzingen en instructies voor je medespelers?

Cappelle «Nee, zoals een reporter, ik gaf livecommentaar bij de wedstrijd (lacht). Ik was rechtsback, en na één of andere domme actie zei de trainer: ‘Wannes, als je dat nog eens voorhebt, schiet de bal dan maar beter buiten.’ Een raad die ik niet in de wind heb geslagen: vanaf dan trapte ik de bal gewoon áltijd buiten. Niet lang daarna ben ik gestopt (lacht).»

Rebergen «Ik ben bang voor ballen.»

Cappelle «Ik denk dat dat een voorwaarde is om singer-songwriter te worden (lacht).»


Bloot voor kerst

HUMO Rebelleren zat bij jullie niet in de genen?

Cappelle «Bij mij is dat pas later gekomen, toen ik na mijn triatloncarrière aan de Studio Herman Teirlinck ben gaan studeren. En zelfs toen was het geen bewust rebelleren. Maar er was wel een botsing met mijn ouders. Ze zijn eens naar een voorstelling komen kijken waarin ik volledig naakt op het podium stond, en dat was, euh, niet goed. Ook omdat ze wisten dat we met die voorstelling nog naar Wevelgem zouden komen, waar we woonden.»

Rebergen (lacht)

HUMO Wisten ze op voorhand dat er bloot volk aan te pas zou komen?

Cappelle «Ik denk dat ik ze dat was vergeten te zeggen (lacht). Die voorstelling was bovendien vlak voor Kerstmis, wat voor extra spanningen zorgde voor met de kerstdis in het vooruitzicht.»

HUMO Je hebt dat jaar kleren gekregen onder de kerstboom?

Cappelle (lacht) «Dat herinner ik me niet meer. Kerst is toen zonder al te veel tumult verlopen, maar het was geen rimpelloze periode.»

HUMO Was Herman Teirlinck voor jou geen cultuurschok, als jonge snaak uit Wevelgem?

Cappelle «Niet echt. Veel nieuwe dingen, dat wel, maar allemaal dingen waarvan ik dacht: hier zat ik al lang op te wachten. Ik wist eindelijk wat ik wilde doen.»

HUMO Heb jij gerebelleerd, Roos?

Rebergen «Ik deed alles wat ik wilde, maar ik mocht ook alles. Ik hoefde er niet voor te vechten. (Stopt abrupt als onze fotograaf rond ons tafeltje aan het werk gaat) Mag ik even onderbreken? Wannes, je hebt een snottebel aan je neus hangen. Ik weet niet hoe ijdel je bent, maar voor de foto’s is het misschien aangewezen om ze even weg te doen.»

Cappelle «Dank je wel, Roos, je bent een echte vriendin (lacht).»

Rebergen «Wat was ik aan het zeggen? Ja, dat rebelleren. Mijn ouders vonden het wel leuk als ik thuis was, en zelf was ik ook gewoon graag thuis. We woonden op een boerderij, met allemaal dieren en zo. Ik wilde niet weg. Ik ging ook niet uit. Al mijn vrienden en vriendinnen kwamen naar ons. We hebben ook altijd op de boerderij gerepeteerd. We hadden er zelfs ons eigen festival: De Koeioneur.»

HUMO Jullie wonen intussen allebei in Antwerpen, maar het landelijke zit nog altijd in jullie muziek.

Cappelle «Het zit er zeker nog in, maar ik heb toch het gevoel dat mijn muziek plaat na plaat aan het verstedelijken is.»

Rebergen «Dat kan ook niet anders, denk ik. Mensen vragen me vaak waar ik mijn inspiratie haal en ik weet nooit goed wat ik daarop moet antwoorden. Ik leef gewoon, weet je wel, en mijn leven bepaalt mijn muziek.»

Cappelle «Je leven en je muziek veranderen, maar anderzijds ben je achttien jaar lang gevormd door een bepaalde omgeving, in een periode waarin je erg vatbaar bent voor impulsen. Ik denk niet dat dat er ooit helemaal uit zal gaan.»

Rebergen «Het belangrijkste is dat je met verbazing naar de dingen blijft kijken. Vind ik althans.»

Cappelle «Als je als artiest uit een klein dorp komt, heb je wel het gevoel dat je met een achterstand begint, waardoor je harder je best gaat doen, strijdvaardiger te werk gaat.»

HUMO Stel je hier als inwijkeling een Antwerpse mentaliteit vast?

Cappelle «Ik stel vooral vast dat er nog altijd zoiets is als een Antwerpse scene, en een Gentse, en een Kortrijkse, enzovoort. En dat die, een uitzondering buiten beschouwing gelaten, strikt gescheiden blijven. En ik stel ook vast dat bijna niemand nog tijd heeft. Iedereen speelt in minstens twee groepen. Misschien is dat gewoon nodig om te kunnen overleven, en was het vroeger makkelijker om rond te komen in één groep.»

Rebergen «Ofwel maakten ze vroeger minder kinderen.»

Cappelle «Of ze zorgden er niet voor (lacht).»

Rebergen «Ik heb tijd zat.»

HUMO Jij hebt twee kinderen, Wannes?

Cappelle «Twee jongens, 4 en 6.»

HUMO Jij geen ambitie in die richting, Roos?

Rebergen «Nee. Ik word nu tante, dat vind ik al heel wat. Ik vind het veel te leuk om veel tijd te hebben. Ik heb geen man, misschien zit dat er ook voor iets tussen (lacht).»

'Ik beleef zelf zoveel deugd aan het van mij af zingen der dingen, dat ik niet meer merk hoe donker het eigenlijk is' Wannes Cappelle


Donker en gelukkig

HUMO Jullie zijn allebei in het Engels begonnen.

Rebergen «Echt Engels kon je het in mijn geval niet noemen. ‘I Hate School’ en zo, dat soort liedjes. Maar wel uit het hart, want ik haatte school ook echt. Gewoon het principe: in een klas zitten met mensen die je niet leuk vindt. Ik was nogal gevoelig, vond het bijvoorbeeld heel erg als mensen ruziemaakten. Op mijn 17de ben ik gestopt.»

HUMO De boerderij waar je bent opgegroeid bestaat niet meer, of heb ik dat fout begrepen uit het liedje waarin ‘de boerderij een spuitje krijgt’?

Rebergen «Nee, ze is weg. Sinds mijn 18de al. Ze was niet van ons, we zorgden er gewoon voor. Ben ik lang verdrietig om geweest, want ik ben sowieso iemand die moeite heeft met de voorbijgaande aard van de dingen. Verandering zit me niet lekker, in hart en nieren blijf ik een autist (lacht).»

HUMO Helpt schrijven wat dat betreft? Werkt het therapeutisch?

Rebergen «Voor mij wel, ja. Of het echt helpt, weet ik niet, maar ik doe het in ieder geval liever dan er met iemand over praten.»

Cappelle «Ik schrijf niet echt dingen van mij af. Wat ik schrijf, ligt wel altijd dicht bij mezelf, maar dat is omdat ik korte armen heb (lacht). Nee, ik werk erg intuïtief, en het is best confronterend om later – soms op het podium, als ik aan het zingen ben – vast te stellen: ‘Ha, daar gaat dat liedje over.’ Ik schrik soms ook pas jaren later van de zwaarte van mijn teksten. Onlangs speelden we op het Cactusfestival, en omdat het stralend weer was, had ik mijn best gedaan om een stevige, opgewekte rocksetlist op te stellen. Achteraf kwamen mensen mij vertellen dat ze het toch wel een opmerkelijk donker concert vonden. Er gaapt blijkbaar een kloof tussen hoe ik mijn muziek gewaarword en de perceptie van het publiek. Wat misschien een bewijs is voor de therapeutische werking ervan: ik beleef zelf zoveel deugd aan het van mij af zingen der dingen, dat ik niet meer merk hoe donker het eigenlijk is. Ik zie mezelf niet als een somber mens, integendeel: ik zou me zelfs gelukkig durven te noemen. Ik vind trouwens ook niet dat je een nummer moet herbeleven om het goed te kunnen zingen. Je moet het gewoon brengen, performen. Als ik iets niet goed vind bij anderen, is het vaak dat: dat ik niet geloof dat ze daar op het podium echt staan te lijden.»

HUMO Over lijden gesproken. Jullie hebben allebei al projecten gedaan waarvan de opbrengst naar mentaal gehandicapten of mensen met psychische problemen ging. Waar komt jullie engagement vandaan?

Rebergen «Ik heb zelf wel last. Maar ik werk er hard aan, en het gaat steeds beter.»

Cappelle «Zelf ben ik er nog redelijk van gespaard gebleven, maar in mijn persoonlijke omgeving zijn er meer mensen met een psychiater dan met een hond. Ik ben intussen zover dat ik weet dat het gradaties zijn van dingen die we allemaal in ons hebben. We proberen er wel labels op te plakken, maar daar is het veel te complex voor. (Denkt na) Wat je in je jeugd meemaakt, is zó belangrijk. Ik ben nu zelf kinderen aan het opvoeden en dagelijks maak ik fouten. Ik probeer het goed te doen, omdat ik weet dat alles wat je doet een impact heeft. We belasten elkaar niet alleen erfelijk, maar ook psychologisch. En weet je: sommige mensen hebben het volste recht om depressief of kwaad te zijn. Ik ken meerdere voorbeelden van mensen die een dozijn pillen moeten slikken om te dag te kunnen doorkomen, terwijl degene die het hen heeft aangedaan op vrije voeten is. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Wat ik trouwens ook ga doen.»


Een tweede leven, graag

HUMO Je manager vertelde me dat je na dit interview op schrijfretraite vertrekt.

Cappelle «Naar De Stiltehoeve in Damme. Een gerenoveerd boerderijtje met heel weinig afleiding. Je krijgt er eten en een kamer, en het is de bedoeling dat je de andere gasten met rust laat. Je telefoon mag er bijvoorbeeld ook niet aanstaan, en met de auto raak je er niet. De parking ligt op drie kilometer van de hoeve. Ik heb het nooit eerder gedaan, dus ik ben benieuwd. Ik ga er aan mijn boek werken, ja. Thuis kom ik er gewoon niet toe, zijn er altijd wel dingen die dringender zijn. Om die reden schrijf ik mijn liedjes de laatste jaren samen met onze bassist, Robin Aerts. Maar een boek schrijven móét ik alleen doen.»

HUMO Waarover gaat je boek?

Cappelle «Het is op vraag en naar aanleiding van De Maand van de Spiritualiteit. Ze brengen elk jaar een boek uit, telkens door iemand anders geschreven. De eerste was Guillaume Van der Stighelen, die het over authenticiteit had. Het mijne moet over zorg gaan. Maar ik mag het erg breed interpreteren. Ik denk dat ik een kleine novelle aan het schrijven ben.»

'Ik plan mijn leven zodanig dat ik nog genoeg dingen meemaak om het over te hebben in mijn liedjes' Roos Rebergen

Rebergen «Ik schrijf elke dag. Van alles: liedjes, maar ook verhaaltjes en zo. Vind ik steeds leuker. Ik lees nog maar pas sinds twee jaar boeken. Ik ben nu aan het oefenen om het minder over mezelf te hebben. Ik maak al platen sinds mijn 17de, ik ben nu 27: dat is een periode waarin je heel veel dingen voor het eerst meemaakt. Eerste grote liefde, eerste liefdesverdriet, eerste dit, eerste dat… Je kunt het wel twee keer over hetzelfde hebben, misschien drie keer, maar dan is het wel goed geweest. Ik plan mijn leven zodanig dat ik nog genoeg dingen meemaak om het over te hebben, maar ik moet wel opletten dat ik niet in herhaling val. Dat is het laatste wat ik wil.»

Cappelle «Ik speel zeker niet elke dag, daarvoor zijn er te veel andere dingen die ik wil doen. Geef mij een tweede leven en ik zou meteen weten hoe ik het zou vullen. Na Herman Teirlinck wilde ik bijvoorbeeld nog jazzstudio gaan doen, omdat ik het frustrerend vond dat ik geen enkel instrument echt beheerste. Ik zou er geen probleem mee hebben om vijf uur per dag te studeren. Dat zal ook wel weer de strever in mij zijn. Ik ben vorig jaar terug beginnen te lopen – wat ik zeventien jaar niet meer had gedaan – en na amper een kilometer had ik al de reflex: volgend jaar een triatlon (lacht). Dat allemaal gezegd zijnde, vind ik Het Zesde Metaal wel het krachtigste wat ik in mij heb. Dat is het meest ik.»

HUMO Omdat het in je moedertaal is?

Cappelle «Dat speelt zeker mee. Ik heb onlangs met Bart Vanneste, alias Freddy De Vadder, het scenario voor ‘Bevergem’ geschreven, een fictiereeks die binnenkort op Canvas komt en die zich volledig in het West-Vlaams afspeelt. Als het echt authentiek moet zijn, kan ik niet anders dan naar het West-Vlaams grijpen. Voor de ondertitels hebben we trouwens verscheurende keuzes moeten maken: sommige dingen zijn gewoon onvertaalbaar.»

HUMO Roos, versta jij alles wat hij zingt?

Rebergen «Tuurlijk niet.»

Cappelle «Maar ze kan het wel meezingen. ‘Keuning van de jacht’: dat doet ze integraal.»

Rebergen «Ik versta wel wat, natuurlijk. Wannes gebruikt regelmatig dezelfde woorden, en die ken ik intussen. Versta jij alles wat ik zing, Wannes?»

Cappelle «Ja, hoor. Jij zingt net als ik in je moedertaal, maar jouw voordeel is dat iets meer mensen die taal verstaan. Ook al is het, en ik hoop dat ik je niet beledig, niet echt altijd Algemeen Nederlands, hè. Maar dat maakt het net heel erg van jou. Jij bent bijvoorbeeld heel moeilijk te coveren, omdat niemand Roos Rebergen kan zingen zoals Roos Rebergen. Sommige rare zinsconstructies of uitdrukkingen: die hadden van niemand anders kunnen komen.»

Rebergen «Mensen denken vaak dat die constructies bewuste keuzes zijn, maar vaak weet ik gewoon niet hoe het in correct Nederlands is, hoor.»

HUMO ‘Zich zorgen maken’ is in het Engels ‘to worry’. Het Nederlands impliceert een actief eigen aandeel dat in het Engels achterwege blijft. Noem eens een woord dat de West-Vlaamse volksaard typeert.

Cappelle (denkt lang na) «Tjolen misschien? Willem Vermandere gebruikt dat ook vaak, tjolen. Dat is een soor zwerven, op de dool zijn, sukkelen, maar niet per se op een negatieve manier. Ik zou niet weten wat het Nederlandse equivalent daarvan is. Andersom hebben we in het West-Vlaams niet echt een woord voor angst. ‘Benauwdighie’ is het enige wat een beetje in de buurt komt.»

Rebergen «Jullie zijn dus eigenlijk nooit bang?»

Cappelle «We hebben alleen maar woorden die het in het belachelijke trekken. Skitte, of peurre. Alsof bang zijn niet mag, alsof het een vorm van zwakte is.»

HUMO Om af te ronden wil ik een aantal woorden checken die in elk dialect mooi zijn. Lieveheersbeestje, bijvoorbeeld: in de twee dialecten die ik spreek, Uikhovens en Diepenbeeks, wordt dat meulepeerdsje en frobolleke.

Cappelle «Mooi. Wij zeggen hemelbeestje. In Ieper is het pimpampoentje.»

Rebergen (lacht) «Ik kan niet helpen, hoor, wij zeggen gewoon lieveheersbeestje.»

HUMO En zakdoek wordt bij ons maalplak en maosslad.

Cappelle (denkt na) «Zakkendoek? Volgens mij hebben we daar geen speciaal woord voor.»

Rebergen «Tuurlijk niet, jullie snutten gewoon nooit jullie neus (lacht hard).»


Bekijk ook:

'Boomtown door de ogen van Het Zesde Metaal' »

'Down The Rabbit Hole door de ogen van Roosbeef »

Beluister hieronder integraal 'Nie voe kinders' van Het Zesde Metaal en 'Kalf' van Roosbeef:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234