null Beeld

Route du Soleil: Onze Man lift naar Venetië (Dag 1)

Et c'est parti! Gisterochtend vertrok Onze Man op Route du Soleil - de geweldig populaire liftwedstrijd voor Vlaamse jongeren. Start: Leuven. Finish, volgende week woensdag: Venetië. De manier om er te geraken: autostop, en alléén autostop. Over hulpeloos staan wezen in een droef regenspektakel, de lekkerste Bifi-worst ooit, en tegen tweehonderd per uur over de Champs-Elysées knallen: dag één van Onze Man.

Jeroen Maris

Driehonderd jongeren in een kleine provinciestad, geilogend op een lift: het is een spektakel. Als dinsdag om elf uur op de Oude Markt in Leuven het startschot gegeven wordt, rennen de 130 deelnemende duo's en trio's en masse de straatjes van het stadscentrum uit, richting Ring. Pieter - m'n partner in crime bij deze onderneming - en ik beseffen meteen dat we deze Route du Soleil niet gaan winnen. De pro's versieren immers meteen een lift, gevolgd door de meisjesduo's. Wij zijn géén pro's, en koket lonken en temerig lachen is bepaald niet onze core business.

Na een uur komt er schot in de zaak: Pascal neemt ons een eindje mee, en daarna maken Pablo en Carmen - een koppel uit Ecuador dat in Brussel woont - zelfs een hele omweg voor ons. We belanden op de autosnelwegparking in Nijvel. Daar zijn we niet alleen: het is een komen en gaan van Route du Soleil-ers - fijn om smalltalkend een colaatje te drinken (en in mijn geval: de héérlijkste Bifi-worst ooit te eten), moeilijk om een lift te vinden. Twee uur van proberen, bidden, smeken en verwensen ('son of a bitch de fils de pute!') later is er eindelijk Giovanni, die ons naar Bergen voert.

Bergen - Mons pour les amis - wordt ons Waterloo. Drie uur lang zullen we vergeefs langs de kant staan. Duim onafgebroken omhoog, bordje met 'Direction Paris' goed zichtbaar, koortsige glimlach op de lippen gesnoerd. Niets helpt. Vuile regen drupt een ellendig tik-tak-wijsje op onze hoofden, honderden auto's razen snoeverig voorbij, en als twee hulpeloze jongetjes staan we naast de kant het eitje te wezen. Mons, c'est nul. Dromen van Venetië, stranden in Bergen.

Tot er toch een auto stopt: een jonge persfotograaf die ons tien kilometer verder kan brengen. 'Ja,' happen we naar adem. 'Ja: alles beter dan hier eeuwig voor lul staan.' En zo belanden we op een autosnelwegparking in Saint-Ghislain, op een boogscheut van de grens - het is ondertussen al avond.

Daar keert ons geluk: na wat zoeken vinden we Kevin, een laidback mec die met een kleine vrachtwagen rijdt. Het ding rammelt en briest, maar het is heerlijk om weer te rijden, en we juichen als dronken dorpsidioten op het moment dat we Frankrijk binnenrijden. Kevin brengt ons tot Thélus, niet ver van Lens.

Even ziet het er toch weer somber uit: we zijn op een péage beland waar landerigheid regeert. Er passeren nauwelijks auto's, en het donker doet zijn ding al. Hopeloos, denken we, tot plots David stopt: een man die in een snelwegwinkeltje een tiental kilometer verderop straks de nachtshift verzorgt. Op die parking vinden we al snel Thomas, een vriendelijke Belg die richting luchthaven Charles De Gaulle rijdt, waar hij een privé-vlucht moet superviseren - zijn job.

Het is al na elven wanneer we op de laatste aire voor Parijs gedropt worden. Een lift vinden blijkt geen probleem: Dimitri, een sympathieke black, biedt ons spontaan een plaatsje aan. Hij oogt gemoedelijk, à l'aise - de man die ons slakkengangend de lichtstad zal binnenrijden terwijl hij vrolijke verhaaltjes vertelt. Were we wrong: al op de oprit van de autosnelweg geeft Dimitri plankgas - enkele seconden, en de kilometerteller is al vér over de honderd. Een grapje, denken we, wat plagerig spierballengerol. Maar op de autosnelweg wordt het nog erger: Dimitri duwt zijn kilometerteller voorbij de 150, en wanneer hij écht vrije baan heeft, gaat het tot boven de tweehonderd. Ik word tegen de rugleuning gekwakt, voel mijn slapen bonzen en mijn maag krimpen. Achter mij zie ik het gezicht van Pieter een kleur krijgen waar men zelfs in het mortuarium zorgelijk van wordt. Dimitri is een haastige jongen, zegt hij zelf, kakelend lachend, terwijl hij zijn opgevoerde auto laat bulderen. En met een achteloos je-ne-sais-quoi vertelt over uitgaan in Parijs, Brussel en Charleroi.

'Een mooie stad, toch,' humt hij tevreden wanneer we zonder kleerscheuren hartje Parijs bereikt hebben. 'Ja,' piep ik, en dan draaien we de Champs-Elysées op. 'Het ergste moet nu wel voorbij zijn,' denk ik er nog bij. Maar het blijkt vrij rustig in hartje Parijs, en wanneer hij vrije baan heeft, gaat Dimitri nog één keer helemaal loos. We roffelen over de kinderkopjes, het gebrul van de motor wordt één langgerekte zoem, en het wijzertje van de kilometerteller knikt naar rechts. Twee, misschien drie seconden lang rijden we tegen tweehonderd kilometer per uur. Op de fucking Champs Elysées. Mijn maag dreigt met zelfontploffing, nooit was mijn auto-angst zo groot, en ik kan alleen maar denken: 'Mogen de 72 maagden hemelhoog een béétje pit hebben.'

Maar we overleven het - Dimitri dropt ons net voor middernacht onder de Eiffeltoren, en neemt enthousiast afscheid. Pieter en ik staan nog een halfuur na te trillen. Wel een mooi decor voor een bijna-doodervaring, dat Parijs.

Die nacht zal ik dromen over Ayrton Senna.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234