Roy Aernouts van 'Clinch': 'Mijn ouders wilden van mij de mannelijke Silvy Melody maken. Dat is dus mislukt'

Het lijkt mij, als ik mezelf even genereus meereken, niet onaannemelijk dat de kijkers van ‘Clinch’ interessante mensen zijn, die zelfs als ze tv-kijken op avontuur uit gaan. Als je ‘Clinch’ hebt bedacht, ben je wellicht ook een interessant mens.

'In mijn leven en gelukkig ook in dat van Canvas zijn er nog altijd waarden die zich niet in cijfers laten uitdrukken'

Roy Aernouts, die ook van zingen, gitaar- en pianospel, conferences en liedjesschrijverij weet, won in de hoedanigheid van cabaretier zowel de jury- als de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival in 2007. Hij was toen 26. Weldra had hij in Nederland een carrière waar menigeen in Vlaanderen geen idee van had. Ik probeer hem, nu ik hier toch zit, even in z’n totaliteit in woorden te vatten.



HUMO Toen ik je belde om voor dit gesprek af te spreken, zei je dat je even ‘niets omhanden had’. Is zo’n luwe periode prettig, of juist niet?



Roy Aernouts «Niet bezig zijn betekent voor mij: gewoon thuiszitten, wat ik veeleer vervelend vind. Er ontstaat dan een leegte die ik onaangenaam vind, maar ’t is wel net die leegte die ervoor zorgt dat er in mijn geest iets nieuws ontstaat. Als ik dat nietsdoen iets te lang heb aangehouden, volgt er meestal een explosie van ideeën. Voor de rest ben ik nogal lui. Gelukkig is mijn vrouw dat absoluut niet: heeft ze een vrije dag, dan weet ze niet hoe of waar te beginnen – mogelijkheden zat. Daar heb ik dan weer geen last van. Als ik niets omhanden heb en dat ook zég, vraagt ze zich hardop af hoe dat in godsnaam mogelijk is. Nu ja, ondertussen begrijpt ze wel dat mijn nietsdoen functioneel is: zonder die specifieke leegte was ‘Clinch’ nooit ontstaan. En als ik een idee heb, is mijn vrouw de eerste die ervan hoort. Ik hecht veel waarde aan wat ze erover zegt, omdat ze mij heel goed aanvoelt. En ik haar.»

HUMO Heeft ze mogelijk iets met podiumkunsten of met scheppend werk te maken?

Aernouts «Helemaal niet. Ze is huisarts.»

HUMO Je bent 35, een mooie leeftijd – alles is nog mogelijk, maar ’t moet stilaan wel gebeuren. Noem eens een scharniermoment in je leven tot nog toe?

Aernouts «In 2007 heb ik het Leids Cabaret Festival gewonnen.»

HUMO Wat in Nederland prestigieus is.

Aernouts «Toen dacht ik: ‘Nu begint het echt’, wat nog waar bleek te zijn ook. ’t Is te zeggen: het overviel me. Ik herinner me dat ik erg geconcentreerd was in de week van die wedstrijd, terwijl er evengoed om de minuut in me opkwam: ‘En nu loop ik hier weg, ik stop ermee.’ Dat zorgde ervoor dat ik helemaal opgeladen was toen ik daar op het podium stond, en die spanning voelde het publiek wel aan. Mijn hele leven zat in dat beslissende halfuurtje gepropt. Ik zit eigenlijk al vanaf mijn 5de in het entertainment. Ik zat al in de Vlaamse showbizz vóór ‘Tien om te zien’ er was. Vóór de Vlaamse showbizz goed en wel bestond, eigenlijk.»

HUMO Het is me bekend dat je ooit een zangertje naar het model van Danny de Munk was. Hoe heb je dat deel van je kindertijd beleefd?

Aernouts «Ik vond het eerst volkomen normaal. En ik kreeg er thuis ook een hoop aandacht door, de aandacht die elk kind wel van zijn vader en zijn moeder wil. Ik merk aan mijn eigen kinderen hoe ze naar dat soort belangstelling verlangen. Als kind zong ik liedjes op zolder; ik denk niet dat ik overdreven veel talent had – wat kun je overigens zeggen over het talent van een 5-jarige? In ieder geval hoorde en zag mijn vader veel in mij toen ik ‘Ik voel me zo verdomd alleen’ zong. Ik kon er wel de nodige hartstocht in stoppen.»

'Toen mijn vader de manager van Grace Jones was, ben ik haar voorprogramma geweest'

HUMO Wat deed je vader voor de kost?

Aernouts ««Hij was eerst opvoeder bij mentaal gehandicapte kinderen. Hij organiseerde van alles voor die gasten: toneel, bonte avonden. In ons dorp, Sint-Job-in-’t-Goor, stond hij ook als organisator bekend. Op een dag liet hij een kist bouwen waarop ‘The Family & Partners’ stond. Hij engageerde danseressen en een goochelaar. Uit die kist kwamen dan alle deelnemende artiesten tevoorschijn, en één van hen was een jongetje dat een liedje zong: ik. Ik zorgde voor vertedering. Ik kan nog steeds niet naar ‘The Voice Kids’ kijken, omdat dat programma herinneringen oproept aan de tijd dat ik dat zingen ineens minder leuk begon te vinden: het werd namelijk werk. Op een gegeven moment draaide het hele gezin om dat rondreizende showprogramma. Mijn vader begon een artiestenbureau, waar je behalve zangers en zangeressen ook stripteasedansers en -danseressen en goochelaars kon boeken. Hij is in de jaren 90 ook een tijdlang manager van Grace Jones geweest. Zij was toen vooral aan de drugs, en ze had dan ook snel geld nodig. In elk land had ze wel een mannetje dat ervoor zorgde dat ze actes de présence in discotheken kon doen: 100.000 frank (2.500 euro, red.) voor twee uur. Uiteraard heb ik haar de hand geschud, en sterker nog: ik ben haar voorprogramma geweest. En mijn oudere broers hebben wilde nachten met haar beleefd.

»Ik wil sowieso ooit nog iets doen met dat deel van mijn verleden: een fictieproject lijkt mij het meest voor de hand te liggen. Ik zou de marginaliteit van dat showbizzwereldje kunnen accentueren, of de humor, maar evengoed kan ik er de schoonheid van laten zien, of de tristesse. Ik herinner me een man die na een ongeluk voor de rest van zijn leven in een rolstoel zat. Hij had 1 miljoen frank van de verzekering gekregen, en wou met dat geld een groots evenement organiseren. Hij kwam bij mijn vader terecht, die meteen dacht: ‘Nu kan ik all the way gaan.’ Hij engageerde de ene artiest na de andere, maar er kwam zo goed als geen publiek op dat evenement af. De feesttent bleef leeg, wegens de slechte organisatie, en die man in de rolstoel was zijn miljoen kwijt. Ik heb heel lang niet over mijn verleden kunnen praten…»

HUMO Hoe kwam dat?

Aernouts «In Studio Herman Teirlinck hoorde ik op een keer een docent tegen een andere docent zeggen dat ik ‘een soort kermisjongen’ was. Achter m’n rug om. Dat raakte me toen. Nu zou ik het niet eens meer zo erg vinden.»

HUMO Dacht je toen ook: ‘Ik ben géén kermisjongen’?

Aernouts «Op de toneelschool wilde ik mezelf in artistiek opzicht interessanter maken, waardoor ik het niet kon verdragen dat iemand het etiket ‘kermisjongen’ op mij plakte. Ik had het gevoel dat ze mij daardoor onderschatten. Maar goed, nu zie ik veel meer de kracht van mijn verleden in dan toen.»

HUMO Spreek je er nog met je oudere broers over?

Aernouts «Jawel. Wij blijken het allemaal anders beleefd te hebben, want zowel voor mijn vader als voor mijn moeder was ik het sterretje. Eén van mijn twee oudere broers had allerlei talenten op het podium, maar hij moest de volgspot bedienen, en dat frustreerde hem. Later kwamen daar wrijvingen tussen hem en mij van.»

HUMO We hebben het nu ongetwijfeld over Steve Aernouts. Hij is later acteur geworden.

Aernouts «Ja. Ik mocht wel een sterretje zijn in de ogen van mijn ouders, maar het is toen nooit echt gelukt. Ik heb één keer opgetreden in ‘Tien om te zien’, maar ik ben niet de mannelijke Silvy Melody geworden, wat toch de bedoeling was. Maar goed, thuis draaide het toch altijd om mij – ik kreeg duidelijk een voorkeursbehandeling. Mijn vader vroeg zich maar één ding af: ‘Hoe kunnen we van Roy een bekendheid maken?’ Hij kocht mijn singles op, opdat ik toch maar in de hitparade zou belanden. Steve heeft het allemaal op eigen kracht moeten doen: eerst bij Dora van der Groen, en daarna in de toneelschool van Maastricht. Hij had het talent en de drive wel om acteur te worden, hij wílde zo graag, maar hij werd niet door mijn ouders gestimuleerd. Toen Steve enige bekendheid dreigde te verwerven als maker van en speler in de tv-serie ‘Amateurs’, liet hij me voelen: ‘En nu sta ík in de spotlights, nu ben ík aan de beurt.’ Dat heeft hij natuurlijk nooit zo bedoeld, maar zo heb ik het ervaren. In die periode zat ik niet goed in mijn vel en dacht ik: ‘Inderdaad, de spotlights hadden misschien altijd al op mijn broer gericht moeten zijn.’»


Kersthorror

HUMO Had je ook het gevoel dat je als showbizzkind meer de droom van je ouders dan je eigen droom was?

Aernouts «Absoluut. Ik zat al op de toneelschool toen ik een oude videoband terugvond. Er stond een optreden op van toen ik een jaar of 6 was. Mijn vader kondigde mij aan, ik liep het podium op en bleek exact dezelfde kleren als hij te dragen: ik was hem in miniatuur, wat ik achteraf bekeken choquerend vond. Omdat mijn vader blond was, blondeerde hij ook mijn haar. Ik ben ooit heel boos op hem geweest omdat ik dacht dat hij dat allemaal op een kamer had zitten te bedenken. Nu besef ik dat hij ook maar wat deed, de ingeving van het moment blindelings volgend. De tijd dat ik telkens weer de confrontatie met mijn vader wilde aangaan, is ondertussen lang voorbij. Meer bepaald sinds 2008, toen hij een kerstdiner organiseerde voor mijn broers en mij en mijn toenmalige vriendin. ’t Begon in het appartement van mijn vaders vriendin, waar we ineens aan een quiz moesten meedoen, terwijl wij nooit hadden gequizd in gezinsverband. ’t Was werkelijk heel ongebruikelijk. Als we iets niet wisten, konden we een hulplijn bellen: dat was een vriend van hem die ergens had postgevat. Die man gaf ons dan tips. Die quiz heeft een uur geduurd: mijn broers en ik keken elkaar de hele tijd niet-begrijpend aan, zo van: ‘Wat ís dit?’ Mijn toenmalige vriendin, een Nederlandse, zag mijn vader die avond voor het eerst. Ook zij had het gevoel dat er iets niet helemaal in de haak was.»

'Halina Reijn, mijn toenmalige vriendin, is de bioscoop uitgelopen toen mijn vader ons met kerst naar een horrorfilm had meegenomen'

HUMO Kenners horen te weten dat je toenmalige Nederlandse vriendin de actrice Halina Reijn was, die ook het ambt van tafeldame bekleedt bij ‘De wereld draait door’.

Aernouts «Ja. Daarna moesten we met mijn vader mee naar een restaurant, waar een ladderzatte man de hele tijd aan onze tafel kwam zeuren. Zo van: ‘Ken ik u ergens van?’ Nu ja, ik had een paar weken tevoren in ‘De laatste show’ opgetreden. Er stond een fles sterkedrank op het tafeltje van die dronkenlap en ik dacht: ‘In geen enkel restaurant zet men zomaar een fles sterkedrank op tafel.’ Dus vroeg ik bijna intuïtief aan mijn vader: ‘Die vent is toch geen grap van jou, hè?’ Halina keek mij raar aan: ‘Wat voor vraag is dat nou?’ En mijn vader werd boos: ‘Waarom zou ik dat doen? En dan nog wel op kerstavond!’ Nadat die dronkenman ons voor de tiende keer had lastiggevallen, riep mijn broer er de baas van het restaurant bij. Of hij die meneer wilde verwijderen. Ondertussen zaten alle andere klanten ons aan te kijken, en mijn vader viel door de mand. Die man was inderdaad een act, een cafévriend die mijn vader had ingehuurd om ons tijdens een kerstdiner in verlegenheid te brengen. Ik heb die man toen geroepen: ‘Kom er maar bij zitten. Sorry dat je zoiets gênants hebt moeten doen.’ En mijn vader begon te mopperen over hoe slecht die man zijn rol wel had gespeeld: ‘Het leek nergens naar! Hij moet hier nu ook niet bij ons aan tafel komen zitten.’ Een halfuur later gaf hij ons een envelop met 500 euro in, zomaar. Terwijl we door zijn toedoen weleens geldproblemen hadden thuis. Daarna had hij geregeld dat we, om kerstavond in schoonheid af te sluiten, samen naar de bioscoop zouden gaan. De film die hij voor ons had uitgekozen, was ‘Saw II’, een horrorfilm – een splatterfilm, meer bepaald. De kerstsfeer, hè? Halina is toen de zaal uitgelopen.»

'Het Ich, het Über-Ich en het Es van Freud die met elkaar in de clinch gaan: dat is toch een grappig idee?'

HUMO Waarom verdacht je hem meteen in dat restaurant?

Aernouts «Omdat hij ook op de school waar hij werkte, zulke streken uithaalde en daar graag over vertelde. Ineens zat er bijvoorbeeld een nepleerling in zijn klas, die dan één schooldag lang de boel op stelten zette.

»De rest van die bewuste kerstnacht heb ik bijna de hele tijd zitten huilen. Wellicht omdat ik toen en daar besefte dat hij nooit meer zou veranderen. Maar uitgerekend dat inzicht maakte dat ik hem eindelijk kon aanvaarden als wie hij is. Zoals iedereen had ik wel een vader gewild naar wie ik kon opkijken, iemand van wie ik veel kon leren, maar hij is altijd een kind, nu ja, een puber gebleven. Ik ben hem wel schatplichtig, want alles wat ik nu doe, heeft op één of andere manier met mijn verleden te maken.»

HUMO Ik ben geen naaste familie van hem, zodat ik je vader, zoals je me hem nu schetst, ook heel bijzonder kan vinden.

Aernouts «O, maar dat is hij ook. Hij is een boerenzoon uit Sint-Lenaarts en de enige uit zijn naaste familie die aan zijn milieu is ontsnapt. Hij wilde altijd dat er iets gebeurde. Actie! Amusement! Toen hij jong was, was zijn beste vriend een homo. ’t Was toen nog lastig om homo te zijn in een dorp. Om zich te amuseren, en uiteraard ook om te provoceren, paradeerden die twee in een roze hemd en in een wit pak door het centrum van Sint-Job-in-’t-Goor. Dat is bijzonder. Ik ga geregeld iets met hem drinken en ik amuseer me nu met hem, zonder me nog langer met hem te identificeren. Ik moet nu vaak om hem lachen.»

HUMO Misschien heb je wel meer met je vader gemeen dan je denkt.

Aernouts «Fysiek leek ik, toen ik in de 20 was, erg op hem. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik mijn moeder in mezelf herken.»

HUMO Welke rol heeft zij in je merkwaardige jeugd gespeeld?

Aernouts «Mijn vader is zo’n extreme figuur dat ik makkelijker over hem vertel dan over mijn moeder. Ze was belachelijk jong toen ze haar eerste kind kreeg: 18. Ze had een heel dominante vader. Om aan hem te ontsnappen was er maar één mogelijkheid: zwanger worden en trouwen. Mijn moeder is altijd schoonmaakster geweest in de school waar mijn vader opvoeder was. Ik weet nog dat ze het samen heel goed hadden: het was een goed huwelijk, tot mijn vader in de showbizz terechtkwam, want toen begon de miserie ook voor haar. Ze is een café begonnen in Antwerpen, maar dat liep niet goed. En daarna een broodjeszaak, die ook al geen succes was.»

HUMO Op een bepaald moment heb je als jonge jongen de Vlaamse showbizz op eigen houtje vaarwel gezegd. Hoe heb je dat toen precies gedaan?

Aernouts «Door tegen mijn vader klaar en duidelijk te zeggen: ‘Volgend weekend treed ik niet op.’ Ik was 14 toen. En mijn moeder heeft me in die beslissing gesteund. Later zijn mijn ouders uit elkaar gegaan, maar ze zeiden nooit iets over hun scheiding, wat voor ons nogal verwarrend was. Ik ben toen in de kunsthumaniora terechtgekomen – muzische vorming – waar ik in de lessen met echte acteurs en muzikanten kennismaakte. Toen ging er een heel nieuwe wereld voor me open, waar ik eerst onzeker in rondliep, maar het duurde echt niet lang of ik voelde me er helemaal thuis. En ik wist dat er geen weg terug meer was.»

HUMO Wat heb je aan je prille jeugd in de Vlaamse showbizz overgehouden?

Aernouts «Liefde voor het levenslied. Het zit me in de genen, denk ik. Ik zing die liedjes nog altijd met het trio Los Speedy Bobs (met Gregory Frateur en Tom Pintens, red.). ’t Is gek, maar ik voel me onmiddellijk thuis in dat repertoire. Toen ik aan de kleinkunstafdeling van Studio Herman Teirlinck studeerde, probeerde ik dat aspect van mijn persoonlijkheid juist weg te moffelen. Nu schaam ik me er al lang niet meer voor. Johnny Cash zingt toch ook levensliederen? Als Gregory en ik iets van Willeke Alberti of Will Ferdy of Bobbejaan Schoepen zingen, dan krijgt dat nummer meteen een extra lading. Het leukste is: iets onvermoeds uit zo’n nummer halen, een extraatje dat erin verzonken ligt.»


Niet in het nu

HUMO Ik wil het en passant even over je geestesleven hebben: tijdens mijn voorbereidingen voor dit gesprek kwam ik te weten dat je je ooit in de gedachten van de spirituele leraar Krishnamurti hebt verdiept.

Aernouts «In die tijd zat ik in een relatie die niet echt gelukkig was. Ik dacht dat het aan mij lag. Ik vond dat ik in mezelf moest beginnen te graven, om iets dat slecht was goed te maken. Ik las toen ook biologieboeken over de onderlinge aantrekkingskracht van mensen. Ik wou mezelf helemaal doorgronden. Op een gegeven moment besefte ik dat ik weinig van die boeken begreep. Ik las ze eigenlijk om iets anders uit de weg te gaan. Ik zat ‘De kracht van het nu’ van Eckhart Tolle te lezen op de tram en dacht: ‘Hoezeer ben je niet in het nu als je dit boek zit te lezen op de tram?’ Ik moest gewoon toegeven dat m’n relatie slecht was, en daar m’n conclusies uit trekken. Wat ik toen ook heb gedaan.»

'Zodra ik mijn ex-vriendin terugzag, wist ik: alleen met haar wil ik kinderen'


HUMO Is je jeugd nog bezig?

Aernouts «Ik denk het wel, ook al heb ik zelf kinderen – er is een derde op komst. Ik wou met niemand anders kinderen dan met mijn huidige partner. Ik was al eerder met haar samen: tussen mijn 21ste en mijn 23ste. En na een omzwerving ben ik bij haar teruggekeerd. Op een keer werd mijn been blauw. ’t Bleek een trombose te zijn, iets waarvoor mijn vader ook al een keer of vijf in het ziekenhuis heeft gelegen. Ik belde toen Liesbeth op, de moeder van mijn kinderen die toen nog een ex-vriendin van me was. Zodra ik haar terugzag, wist ik het zeker: ‘Zij is het.’»

HUMO Nu moet ik aan ‘Ik ben een meisje’ denken, een mooi liedje dat je in 2012 hebt uitgebracht. Het maakte deel uit van je volgens mij miskende cd ‘De basis is weg’. De clip was terecht een hit op YouTube: een keur aan Vlaamse en Nederlandse actrices, plus Kristien Hemmerechts en Benny Claessens, die dat liedje in close-up lippen. Prachtig van eenvoud.

Aernouts «Dat filmpje, dat ik samen met beeldend kunstenaar Stijn Dierckx heb gemaakt, heeft wellicht te veel succes gehad op YouTube. De kranten zijn er meteen op gesprongen, zodat de meeste aandacht naar dat filmpje uitging en niet naar het liedje in kwestie. Misschien daarom ook dat het niet meteen door de radio werd opgepikt: ze vonden wellicht dat de clip al genoeg aandacht had gekregen.»

HUMO Weet je nog waarom je ‘Ik ben een meisje’, een lieflijke mijmering over vrouwenlevens, hebt geschreven?

Aernouts «Ik denk dat het gewoon uit de beginzin ‘Ik ben een meisje’ is voortgevloeid, wat vaker gebeurt als ik aan het schrijven ben. ’t Is zeker niet ontstaan uit het idee: ‘Nu ga ik de vrouw eens op een piëdestal zetten.’ Veel is gewoon taalspel, hè? De ene zin lokt de andere uit. Als ik één goede zin heb opgeschreven, dan weet ik dat de rest een kwestie van geduld oefenen is, vol vertrouwen wachten tot het vervolg zich aandient.»


Een tijd van cijfers

HUMO Laten we het nu eens over je geesteskind ‘Clinch’ hebben, één van de tv-programma’s waar ik in deze tijd het liefst, en dus louter voor mijn plezier, naar kijk. Ik las een aantal keren dat het ongemakkelijke trio van ‘Clinch’ op de theorie van Freud aangaande het ego, het superego en het Id of Es was gebaseerd. Dat vond ik eigenlijk een afknapper, want volgens mij ontsnappen die drie mannen juist aan de psychologie, ergens voorbij goed en kwaad nog wel. Dat je ze niet kunt duiden, maakt ze juist spannend.

Aernouts «Als je een steunaanvraag indient bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, kun je in het dossier niet schrijven dat je personages geen namen hebben, en al helemaal niet dat ze het zonder duidelijke achtergrond moeten stellen. Maar het interessante aan zo’n dossier is dat het je verplicht dingen te verwoorden die je als vanzelfsprekend beschouwt. Vaak kom je zo zelf veel te weten over je eigen project.

»‘Clinch’ is ontstaan in een tijd dat ik even geen uitweg meer zag, want ik was gestopt met cabaret. Toen ben ik aan het conservatorium de lerarenopleiding gaan volgen, en uit de lessen psychologie had ik die theorie van Freud onthouden: Ich, Über-Ich, Es of Id. Met het oog op dat dossier voor het VAF heb ik toen meteen gedacht: ‘Ha, dáár kan ik die drie personages aan ophangen.’ Uiteraard zonder dat de kijker dat ooit door hoeft te hebben. Al vind ik het wel een grappig idee: de drie deelaspecten van één psyche die met elkaar in de clinch gaan. Geen van de drie beantwoordt trouwens consequent aan Ich, Über-Ich of Es. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen, is dat het personage van Wim Helsen het dominantst is.»

'Op de toneelschool kon ik niet verdragen dat ze het etiket 'kermisjongen' op mij plakten'

HUMO Ik wil het in verband met ‘Clinch’ niet over kijkcijfers hebben. Ik wil het nooit over kijkcijfers hebben. Jij wel?

Aernouts «We leven anders wel in een tijd van cijfers. De waarde van iets is wat het in materieel opzicht opbrengt. In mijn leven en gelukkig ook in dat van Canvas zijn er nog altijd waarden die zich niet in cijfers – en dus ook niet in kijkcijfers – laten uitdrukken. Ik heb nooit veel geld gehad, maar nog geen minuut heb ik me arm gevoeld – ik heb dus nog nooit echte armoede gekend. Ik kan het redden met weinig geld, zonder daarom ongelukkig te zijn. Als geluk afhangt van je inkomen, dan zou ik ongelukkig moeten zijn, terwijl ik dat niet ben. Dat gaat ook op voor kijkcijfers. Neem nu dat gemiddeld 150.000 mensen naar ‘Clinch’ hebben gekeken. Op basis daarvan zouden we moeten zeggen: ‘’t Is mislukt.’ Wel, dat vertik ik. Ik had in het persdossier geschreven: ‘‘Clinch’ is de dunne scheidslijn tussen iets en niets, en op die lijn gebeurt er volgens mij iets interessants.’ Meteen greep een journalist zijn kans: ‘‘Clinch’ is voor ons niets.’ In een krant die door meer dan 1 miljoen Vlamingen wordt gelezen, vóór aflevering 1 was uitgezonden. Dat vind ik jammer. Ik ga ervan uit dat elk programma op zijn minst de kans verdient om bekeken te worden. In het geval van ‘Clinch’ zijn diegenen die dat doen, namelijk zelden teleurgesteld.»

HUMO Toen je ‘Clinch’ aan het schrijven was, wou je dat project op een bepaald moment opgeven. Gelukkig heeft Herwig Ilegems je toen op andere gedachten gebracht. Zie je hem als een geestverwant?

Aernouts «Ja. Herwig en ik gaven toevallig samen les in de toneelschool. We hadden niet voor elkaar gekozen, maar we moesten samen een groep studenten begeleiden. Uiteraard kende ik ‘Duts’, en ik had hem ook al bij theatercollectief De Zweep gezien – ik wist wat hij als acteur voorstelde. Hij is ondertussen een vriend, maar eerst voelde ik hem meer als een soort vader aan, als een mentor. Wim, elf jaar ouder dan ik, is veeleer een broer. En allang een vriend. We wonen ook bij elkaar in de buurt.»

HUMO Vrouwen komen nagenoeg niet voor in het universum van ‘Clinch’. Ze zijn hooguit een vage verwijzing in een gesprek, en als ze al van vlees en bloed zijn, dan nemen ze de vorm van een schimmige operazangeres aan, die schielijk aan haar einde komt.

Aernouts «Dat heb ik niet vooraf bepaald. Het draaide zo uit. ‘Clinch’ moet het ook van een specifiek soort humor hebben, en in die context zouden vrouwen misschien wel de spelregels van de serie veranderen. Een erotische component zou volgens mij een spelbreker zijn, of toch iets dat alle verhoudingen verandert, en dan ook iets wezenlijks kapotmaakt in ‘Clinch’. Vrouwen zouden ‘Clinch’ banaler maken omdat die drie mannen in aanwezigheid van vrouwen gewoon mannen zouden blijken te zijn. Terwijl ze in mijn verbeelding generische, onbestemde figuren zijn. Zet een vrouw bij drie mannen in een kostuum, en het zal niet lang duren of de relatie tussen die drie mannen en de vrouw zal de overhand krijgen. ‘Clinch’ gaat niet over verhoudingen, zelfs nauwelijks over hoe die drie mannen zich tot elkaar verhouden.»

HUMO Hoe groot was het publiek dat je in gedachten haalbaar achtte voor ‘Clinch’?

Aernouts «Groot genoeg om een tweede seizoen te kunnen maken (lacht). We hebben maar zes afleveringen gemaakt en we kunnen er gerust nog eens zes maken. Voor alle duidelijkheid: dat tweede seizoen hoeft niet per se, maar de ideeën zijn er wel. Voor de rest wil ik mijn lot niet meer in handen van het publiek leggen. Ik wil ook niets verwachten van een publiek. Ik kan alleen maar iets van mezelf verwachten.»

HUMO Kan het je nog wat schelen wat je vader vindt van wat je doet?

Aernouts «Neen, maar de grap is dat hij alles wat ik doe ongelofelijk goed vindt. Vorige maand kwam hij naar ‘Sketch 1’ kijken, een stuk dat ik samen met Bert Haelvoet heb gespeeld. Hij amuseerde zich kapot, maar hij zal altijd nog wel denken dat ik alles aan hem te danken heb. Ik gun hem dat. Uiteindelijk zijn mijn broers en ik toch nog goed terechtgekomen. We zullen wel voldoende liefde hebben gevoeld. Zonder ervoor in therapie te kunnen gaan, heb ik me in ieder geval met mijn nogal vreemde jeugd kunnen verzoenen. En ik heb vooral gesnapt dat ik niet te veel van anderen moet verwachten. Ach, als de situatie weer eens onduidelijk wordt, zal ik misschien nog weleens naar Krishnamurti grijpen.»

HUMO Krishnamurti zei: ‘Het leven heeft geen doel. Een doel is een beperking.’ Dat lijkt me op ‘Clinch’ van toepassing.

Aernouts «En op één of andere manier klinkt het heel logisch. Ik hou mezelf meestal geen doel voor ogen, en als ik dat weleens doe, vergeet ik dat doel snel. Misschien is dat een handicap, want ik geloof wel dat je iets te doen moet hebben. En iets te doen hebben is voor mij: onder de mensen komen, want de leegte die ik soms ervaar, kan ik niet altijd op eigen houtje opvullen. Ik kan me echt vervelen. Elke dag zie ik Leonard Nolens voorbijlopen…»

HUMO De dichtervorst.

Aernouts «Hij schrijft zijn gedichten bij mij om de hoek. Hij verveelt zich niet. Hij heeft een doel. Elke dag zie ik hem als een ambtenaar naar zijn werkplek gaan, en na gedane arbeid zie ik hem die werkplek weer verlaten. Al één keer heb ik hem durven aan te spreken: dat ik zijn werk fantastisch vind en zo. Misschien zou het wel leuk zijn om eens iets met hem te gaan drinken in de buurt. Maar dat durf ik hem dan weer niet te vragen.»

★★★

Als ik in de trein naar mijn vertrekpunt zit, krijg ik een sms’je van Roy: ‘Ik liep hier net Leonard Nolens tegen het lijf. Hij trok een lederen handschoen uit en schudde me de hand, terwijl hij zei dat hij ‘Clinch’ geweldig vond.’

Alles komt ooit wel goed, eventueel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234