Ruben Van Gucht komt uit de kleedkamer: 'Ik wil altijd blijven winnen!'

Ruben Van Gucht (29), één van de blonde exportproducten van Breendonk (zie verder: Duvel), komt net van de tandarts. ‘Nog even spoelen,’ heeft de man gezegd. En daarmee is het belangrijkste instrument van het Sporza-anker weer geoptimaliseerd: de pertinente vragen, de intelligente beschouwingen en de lieve woordjes voor zijn Laurence kunnen weer naar buiten zonder over tandplak te hoeven klimmen.

In ‘De kleedkamer’, zijn eerste eigen programma, brengt Van Gucht vanaf 18 april een selectie voetballers samen die hun club een jaar van goud en glorie cadeau deden. Komen aan bod: RSC Anderlecht (1972), SK Beveren (1979), KV Mechelen (1988), Club Brugge (1988), Eendracht Aalst (1994) en Germinal Ekeren (1996). Vier iconen voert hij telkens mee naar hun kleedkamer van weleer, twee andere ploegmaats krijgen een eigen portretreportage. Het gaat over toen, uiteraard, maar ook over het vaak hobbelige leven na de pret: de miezerigste owngoals worden náást het voetbalveld gemaakt.



We ontmoeten elkaar in de lobby van een hotel in het groothertogdom Diegem. ‘Maar in een Senegalese cel had ook gekund,’ zegt Van Gucht.



Ruben Van Gucht «Om vanuit Gambia Senegal binnen te raken – we gingen daar het portret van Tew Mamadou (ex-Club Brugge, red.) draaien – moesten we voorbij ácht douanecontroles. Aan de belangrijkste post zag ik een wagen met tien mensen erin – zo’n gammele bak die al aan z’n zevende leven bezig is. Ik vond dat een prachtig beeld, en maakte een foto met m’n iPhone. Waarop een militair me op de schouder tikte: ‘Jij bent een spion. Meekomen!’ Ik werd naar een klein, veel te warm achterafkamertje gevoerd, waar ik ondervraagd werd door een jonge officier. Tegenover hem zat zijn oudere collega – voeten op tafel – een film te bekijken en een sigaret te roken. Het was een pittig verhoor, en uiteindelijk dreigden ze me mee te nemen naar het hoofdkantoor in Banjul. Waarop onze fixer – een Senegalees – de twee militairen even apart nam. (Glimlacht) Vervolgens mocht ik gaan, zij het met een iets lichtere portemonnee.»

HUMO Slaag je er op zo’n moment in de haast sacrale rust te bewaren die op het scherm je handelsmerk is?

Van Gucht «Ik ben niet zo snel onder de indruk van bijzondere omstandigheden. Met dank aan m’n jeugd: vanaf m’n 10de zat ik in een toneelvereniging, en stond ik dus vaak op een podium. Ik ben al heel lang getraind in het onder controle houden van mijn zenuwen. Als ik dan op het WK in Brazilië in een kolkend stadion sta en voor twee miljoen mensen thuis spreek, besef ik dat dat bijzonder is, maar sta ik niet te trillen op m’n benen. En zo was het dus ook in dat kantoortje op de grens tussen Gambia en Senegal.»

HUMO Je bent ook niet bang van een wandelend palmares. In ‘De kleedkamer’ ga je naast Jan Mulder en Paul Van Himst zitten zonder dat je houding ook maar een beetje kreukt.

Van Gucht «Ik heb nog bij EXQI gewerkt, en daar zochten we op een bepaald moment een co-commentator voor het wielrennen. Ik stelde voor om Johan Museeuw te bellen. Nu moet je weten dat Museeuw mijn enige échte jeugdidool is, maar toch zat ik niet met klamme handjes naast hem. Ik deed gewoon mijn werk, en stelde op een normale manier de vragen die gesteld moesten worden. Misschien is dat net waarom die grootheden me appreciëren: ik zit niet beaat te dwepen.»

HUMO Wie zijn idool benadert, loopt het risico de vollédige mens te leren kennen. Bewondering is gebaat bij afstand, toch?

Van Gucht «Laten we het voorbeeld van Museeuw aanhouden: Johan raakt zichzelf soms even kwijt, en kan dan heel bizar uit de hoek komen. Maar ik kan dat plaatsen: ik weet dat het voor een groot stuk te maken heeft met het hersentrauma dat hij heeft overgehouden aan een motorongeval.

»Het is ook exact wat we in ‘De kleedkamer’ willen doen: de héle mens laten zien. Ik wil een voetballer niet reduceren tot z’n carrière.»


Topsportmentaliteit

HUMO Gezondheidsproblemen, een zelfmoordpoging, een permanent alcoholadempje, criminaliteit, Philippe Vande Walle: bladerend door de persmap trof ik veel ellende aan.

Van Gucht «De portretten en de gesprekken in de kleedkamer zijn soms zwaar, ja. Daar heb ik me wel even zorgen over gemaakt: het was niet de bedoeling om een depressieve reeks te maken. Maar er zit ook veel humor en anekdotiek in, en dat brengt het allemaal wat in balans. Het zullen ongetwijfeld wel de zwaarste verhalen zijn die het hardst blijven kleven.»

HUMO Zoals dat van Gille Van Binst, de cultheld van Anderlecht: in de eerste aflevering zien we hem in een smoezelig hotelletje zijn blessuretijd volmaken. De Grote Wrede Scheidsrechter heet Parkinson.

Van Gucht «Terwijl we Van Binst kennen als een flamboyante feestneus, iemand die joyeus door het leven scheurde – dat is heftig, ja. In die aflevering zit ook het portret van zijn gewezen ploegmaat Inge Ejderstedt, de Zweed die op het eerste gezicht de anti-Van Binst is: hij heeft zich teruggetrokken op het platteland en gaat met zijn vrouw bessen plukken in het bos. Grote tragiek versus klein geluk, dacht ik, maar Luc Van Langenhove (manager van Sporza, red.) deed me er anders naar kijken: ‘Ik vind dat die Zweed óók maar een triestig leven leidt.’ Hoe je kijkt, hangt af van wie je zelf bent.»

HUMO Jij bent Ejderstedt, niet Van Binst.

Van Gucht «Absoluut, maar ik zie wel dat Van Binst een fantastisch leven heeft gehad. We lopen één keer rond op deze planeet, en hij heeft uit die korte periode álles gehaald. Je kan, zoals Van Binst, ervoor kiezen om de losbol te zijn, om het zotteke te spelen. Dan maak je fantastische dingen mee, en kun je tot het einde van je leven opwindende verhalen vertellen. Maar de keerzijde is wel dat je misschien in grote eenzaamheid eindigt, en met een lichaam dat niet meer wil.

»Mijn leven is saaier: ik heb een huis gebouwd, ik ben getrouwd, ik werk hard en ik sport veel. That’s it, en dat mag het zijn voor de volgende vijftig jaar. Waar haal je voldoening uit? Dat is de cruciale vraag in een mensenleven. En ik haal voldoening uit mijn werk, en uit mijn stabiele privéleven. Maar ik oordeel niet over wie fundamenteel ándere keuzes maakt. Je kan over Van Binst zeggen: ‘Hoe tragisch, toch.’ Maar je kan net zo goed over mij zeggen: ‘Hoe saai, Ruben, ga je nu echt nooit eens buiten de lijntjes kleuren?’»

HUMO En?

Van Gucht «Het zal niet gebeuren, want dat is niet wie ik ben. Maar het betekent niet dat ik niet intens leef. In mijn werk, in mijn huwelijk en in mijn sport ga ik all the way. Wat anderen misschien zoeken in het wilde leven – het beteugelen van hun demonen – vind ik in mijn looptochtjes. Al zou ik begot niet weten hoe die demonen er dan precies uitzien. Ik heb niet het gevoel dat er iets donkers borrelt in mij: er is geen leeuw in een kooi die er hoogdringend uit wil.»

HUMO Uit alles wat je doet, spreekt wel één groot verlangen: voortreffelijk willen zijn.

Van Gucht «Ik heb de topsportmentaliteit: ik wil de allerbeste zijn. En ik denk niet dat ik dat nu al ben. Ik hoop ook dat ik het nooit écht helemaal zal zijn, want dan vrees ik voor verzadiging. Het voordeel van de beste te willen zijn is gelukkig dat je je ambitie stelselmatig kunt oprekken, haast tot in het oneindige: wie de beste in zijn vakgebied is, kan de beste van zijn generatie worden, en wie de beste van zijn generatie is, kan de beste aller tijden worden. Het is de honger van Sven Nys: willen blijven winnen. En die honger zit dus in mij.»

'Ik wil de héle mens laten zien. Niet iemand reduceren tot z'n carrière.'

HUMO Maar toch: wat als het winnen ophoudt? Kijk naar een aantal gewezen voetballers die je opvoert in ‘De kleedkamer’. Ze beleefden hun hoogtepunt als twintiger, en keken als dertiger reddeloos om zich heen: ‘Wat nu, in hemelsnaam?’

Van Gucht «Klopt, maar ik vertrouw erop dat ik over de nuchterheid beschik om m’n eigen situatie goed in te schatten, en altijd wel weer een geschikt nieuw doel te vinden. Want het gebeurt, hoor, dat ik tijdens het lopen denk: ‘Wat over vijftien jaar?’ Maar ik geloof dat dat wel goed komt. Ik weet bijvoorbeeld dat er ook een goeie ondernemer in me zit. Niet dat ik al concrete ideeën heb, maar als het nodig is, vind ik vast wel iets helemaal anders waar ik die winnaarsmentaliteit aan kan vasthaken. Het zal altijd doordacht zijn bij mij: ik ga niet plots in een klein dorp een casino openen en vervolgens geloven dat dat het grootste casino van het land wordt.

»Eén van mijn grote voorbeelden is Mark Uytterhoeven. In zijn vak de grootste aller tijden, wat mij betreft, en op een bepaald moment had hij álles gedaan. Er viel niets meer te winnen. Wel, nu geeft hij met diezelfde passie les aan studenten journalistiek, houdt hij zich bezig met KV Mechelen en overlaadt hij zijn kleinzoon met liefde. En daar heeft hij vrede mee.»

HUMO Niet iedereen neemt met zo veel opluchting afscheid van de schijnwerpers.

Van Gucht «In de aflevering over het KV Mechelen van 1988 zegt Koen Sanders: ‘Ik heb het beste in mijn leven al gehad.’ Dat is hard, hè. En ik heb er niet bij iedereen naar gepolst, maar ik geloof dat de meerderheid van mijn gasten dat zou zeggen. Je moet je dat inbeelden: vijftien jaar lang word je op handen gedragen. De materiaalmeester legt je kleren klaar, de vervangmama in het spelershome zorgt voor je eten, de supporter doet je ego gloeien. En overal waar je komt, ben je de man, en word je getrakteerd. Alleen wie nuchter omgaat met het heldendom, zal het later redden. Ik sprak er laatst over met Vincent Mannaert (algemeen manager bij Club Brugge, red.), en die zei me dat gasten als Timmy Simons en Ruud Vormer nooit metersdiep zullen vallen. Maar dat hij ook het andere type kent: de voetballers in wie je nu al de catastrofe van straks ziet.

»Je mag niet vergeten dat veel voetballers ooit begonnen zijn met het spelletje omdat het hun enige uitgesproken talent was. Ze beginnen niet per definitie met een grote bagage aan het leven na hun carrière, en ze nemen dus ook niet altijd heldere, doordachte beslissingen. Het is zoals Mike Verstraeten over Tony Herreman zegt in de Germinal Ekeren-aflevering: ‘Het is een harde wereld daarbuiten.’»

'Ik ben getrouwd, heb gebouwd, werk hard en sport veel. That's it. En dat mag het zijn voor de volgende vijftig jaar'


Don van Breendonk

HUMO Je komt uit een gezin met drie kinderen.

Van Gucht «Ja, met een oudere en een jongere broer. Het ging er geregeld pittig aan toe – lappen gehad en lappen uitgedeeld (lacht). Maar er bleef nooit iets hangen. Jongens kunnen snel weer verder na een conflict, hè. En de basis was stevig: we gingen naar dezelfde jeugdbeweging en naar hetzelfde jeugdhuis, en voetbal was de lijm die ons samenhield.

»Ik zie die gasten echt enorm graag. Eén van de twee was bij de eerste match van de Rode Duivels in Brazilië, tegen Algerije. Plots zag ik hem in de massa staan. We zijn elkaar toen in de armen gevlogen – ik in m’n kostuum, want ik moest een uurtje later op antenne, en hij in z’n shirt van de Duivels. Dat was zo’n innig, intens moment: pure broederliefde.»

HUMO Jullie voetbalden en vlogen elkaar regelmatig in de haren, zeg je. Komt daar je competitiedrang vandaan?

Van Gucht «Eerder van mijn grootvader, denk ik. Een icoon in onze familie: hadden we in Italië gewoond, dan was hij een don geweest. Hij was met relatief weinig aan het leven begonnen: thuis had hij hard moeten werken, tijdens de oorlog had hij als 15-jarige zijn hachje gewaagd als smokkelaar, en hoewel hij heel clever was, had hij niet de kans gekregen om te studeren. Maar dat heeft hem nooit belemmerd zich te ontwikkelen. Samen met mijn grootmoeder voedde hij negen kinderen op. En zo’n groot gezin is vaak een chaotische boel, maar bij hen was er alleen orde en discipline. Mijn grootvader werd een begenadigd lasser: tot in Wallonië werd hij gevraagd.

»Hij is het die me heeft meegegeven dat je vanuit jezelf heel veel kunt bereiken. Of beter: zo heb ik het begrepen, want hij was helemaal geen boodschapperige man. Hij lachte veel en zat vol sappige anekdotes, maar tegelijk straalde hij een zekere ernst uit. De ernst van: ‘Neem het leven serieus. Doe je best.’

»Mijn grootvader – hij was ook mijn peter, trouwens – is gestorven toen hij net geen 85 was.»

HUMO Terwijl jouw woordenboek het begrip ‘verlies’ asiel weigert te verlenen.

Van Gucht «In dit geval kon ik het aanvaarden: zijn lichaam was op, zijn leven was geleefd. Maar mijn grootmoeder, een ongelooflijk lieve vrouw die me de liefde voor de koers heeft doorgegeven, stierf op haar 67ste, en dat zit me nog altijd niet lekker. (Mijmert) Ik zou er veel voor overhebben om die twee mensen nog eens terug te zien.

»Ik ging als kind al gebukt onder de wetenschap dat mijn ouders ooit zouden sterven. Dan lag ik in bed, dacht ik aan hoe ze er ooit niet meer zouden zijn, en kreeg ik een paniekaanval. Mijn moeder was daar heel bezorgd over: ze vond het niet normaal dat een jongetje van 9 daarvan wakker lag. Nu heb ik die paniekaanvallen niet meer, maar het gebeurt wel nog dat ik eventjes in elkaar krimp bij het besef van de eindigheid van het leven.

»Sterfelijkheid benauwt me, en dus houdt het thema me ook bezig in ‘De kleedkamer’. Leo Van der Elst vertelt hoe hij, tijdens één van zijn laatste matchen voor Eendracht Aalst, zijn vader in de tribune in elkaar zag zakken, en later in het ziekenhuis de vraag moest beantwoorden die je nooit wilt beantwoorden: ‘Mogen we hem laten gaan?’ En in de aflevering over Club Brugge zit het verhaal van Luc Beyens, die 18 was toen hij zijn vader dood op het toilet vond. Dat is voor eeuwig, hè: dat krijg je niet van je netvlies.»


Madonna van Breendonk

HUMO Je wordt dit jaar 30. In ‘Het leven van Vernon’, een roman van Virginie Despentes, las ik daar net iets vrolijks over: ‘Rond je dertigste beginnen de dingen hun glans te verliezen, of je nu in een wankele situatie verkeert of een megaster bent, daar ontkomt niemand aan.’

Van Gucht «Ik geloof in elk geval niet dat ik het beste van mijn leven al gehad heb. Het helpt ook dat ik geluk niet met grootsheid associeer: tijdens een looptochtje de geur opsnuiven van een akker die wakker wordt in de zon is me even dierbaar als in een vol stadion in Brazilië presenteren. Zolang ik dat kan vasthouden, is er geen probleem.»

HUMO Maar hoe dan ook: na je dertigste zijn er niet zo heel veel dingen meer die je voor het eerst in je leven zal doen.

Van Gucht «De extase zal inderdaad afnemen. En ja, als je Johan Museeuw vraagt welke overwinning in de Ronde van Vlaanderen zijn mooiste was, antwoordt hij zonder nadenken: ‘De eerste.’ Maar is dat zo erg? Ik heb geen extase nodig om gelukkig te zijn. Geef mij maar de constante: ik leef liever op een stabiel hoog niveau. Veel van de voetballers met wie het mis is gegaan, zijn mensen die voortdurend zoeken naar pieken, en daardoor ook heel diep vallen. (Haastig) Maar ik begrijp dat, hoor.»

HUMO Da’s al de tweede keer dat je benadrukt veel begrip te hebben voor wie het leven anders inkleurt dan jij.

Van Gucht «Omdat empathie een mooi goed is. Marc Baecke speelde ooit met de Rode Duivels tegen het Argentinië van Diego Maradona, maar raakte na zijn carrière op de sukkel. We hebben hem gefilmd net nadat zijn vrouw overleden was aan kanker, en zijn been was afgezet. Die ellende ráákt je toch? Je gaat dan toch niet zeggen: ‘Ja maar, Marc, je had maar niet zo veel moeten drinken en roken!’

»Je kunt je empathie natuurlijk ook niet eindeloos oprekken. Het moeilijkste gesprek was dat met Godwin Okpara, die tot de succesgeneratie van Eendracht Aalst behoorde. In 2008 werd hij samen met zijn vrouw veroordeeld voor het jarenlange misbruik van een minderjarig meisje. Dat is iets waar ik me in de verste verte niet mee wil associëren. Maar als hij dan vertelt over hoe zijn zoontje gestorven is aan kanker tijdens zijn celstraf, zie ik naast de smeerlap ook wel de vader die zijn zoon verliest.

»Drie jaar geleden is Okpara vervroegd vrijgelaten, en hij woont nu opnieuw in Nigeria. Hij heeft zijn leven weer op de rails, maar verlangt naar Europa, waar zijn kinderen wonen. Maar de rechter heeft hem verboden ze te zien. Dan leef ik mee, uiteraard, maar tegelijk zegt hij dat hij geen spijt heeft van wat hij heeft gedaan – en dan haak ik af.

»Toen ik Okpara vroeg hoe hij denkt dat zijn kinderen naar hem kijken, antwoordde hij schouderophalend: ‘In a normal way.’ Dat gaat niet, hè. Die kinderen zijn opgegroeid in een weeshuis: die kunnen niet ‘in a normal way’ naar hem kijken.»

HUMO Kwam je vaker mensen tegen die niet goed naar zichzelf kijken?

Van Gucht «Daar gaat het heel hard over bij Jean-Marie Pfaff. ‘Waarom die keuze, en waarom die, en is het niet jammer dat je niet in de eerste plaats bekendstaat als de fantastische keeper die je was?’ Maar hij zit vast in zijn complotdenken: iedereen is tegen hem.»

HUMO Ken jij jezelf goed?

Van Gucht «Ik geloof van wel. En ik ben blij met mezelf. Als ik op iets stoot waar ik zelf moeilijk mee kan leven, probeer ik het te corrigeren. Mijn koppigheid bijvoorbeeld, die me in mijn jeugd weleens in de weg zat, gebruik ik nu als doorzettingsvermogen.»

'Het gebeurt weleens dat ik eventjes in elkaar krimp bij het besef van de eindigheid van het leven'

HUMO Je gelooft duidelijk dat een mens zijn leven zélf in handen heeft.

Van Gucht «Tot op zekere hoogte, ja. Het hangt toch allemaal heel erg af van de keuzes die je maakt. Ik weet wat de consequenties zijn als ik mijn vrouw bedrieg: dan kwets ik haar, volgt er ellende, en loopt het uit op een scheiding. Een mens kan toch inschatten wat de gevolgen van zijn daden zijn?»

HUMO Je kiest niet toevallig net voor dát voorbeeld: in elk interview benadruk je dat je huwelijk geen tijdelijke frivoliteit is.

Van Gucht «Ik geloof heel erg in ‘voor altijd’. Mijn vader en moeder zijn nog altijd samen, maar ik behoor wel tot de generatie met de gescheiden ouders. Misschien heeft dat een zaadje in mijn hersenen geplant? Dat ik het toch anders wil? De clichés over de wereld van de media en de showbizz kloppen ook: je ziet daar, euh, wel wat gebeuren. (Beslist) Ik wil de andere zijn. Laten zien dat het zo niet hóéft.

»Laurence, mijn vrouw, is soms wat onzeker. ‘Ga jij wel bij me blijven?’ Maar natuurlijk ga ik bij haar blijven! Hier, kijk zelf. (Toont een foto op z’n iPhone)»

HUMO (Onder de indruk) De Madonna van Breendonk!

Van Gucht «En dan schuilt er ook nog eens een knappe persoonlijkheid achter. Ze zeggen weleens dat mannen een vrouw zoeken die op hun moeder lijkt. Dat zou wel kunnen kloppen. Mijn moeder was – sorry, moeke: ís – een ongelooflijk knappe vrouw. De sensatie waar op familiefeesten iedereen mee wilde dansen. Maar tegelijk is ze vooral een zorgende vrouw die altijd op het nest wil zijn om het daar iedereen naar de zin te maken. Ik herken Laurence daarin. Mijn vader had het groot lot gewonnen, en ik nu ook: ik heb gewoon geen andere optie dan gelukkig zijn.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234