null Beeld

Ruben Van Gucht rijdt de Ronde in slow tv

Twee dagen voor de Ronde Van Vlaanderen zal Ruben van Gucht het hele Ronde-parcours afleggen. De kijkers zullen hem twaalf uur kunnen volgen in slow tv. Twee jaar geleden gaf Humo al aan hoe de VRT kon inzetten op 'trage televisie'. Een Noorse regisseur gaf toelichting bij hun succesformule en blijkbaar heeft de VRT dat goed gelezen: 'Slow tv is ongewone tv en dat zorgt voor een drempel bij het publiek. Om die weg te nemen, kies je best een onderwerp waarmee de kijkers zich makkelijk kunnen identificeren. Iets waarvan een kijker denkt: dit is echt van bij ons. Rond het programma kan je een community creëren op de sociale media. En daarmee doet de openbare omroep een gouden zaak.. Ze staat urenlang in de belangstelling omdat ze iets durft, omdat ze iets on gewoons onderneemt. (…) Je krijgt massaal veel kijkers die ineens trots zijn op hun nationale zender. '

De VRT moet volgend jaar 22 miljoen euro besparen. Een bedrag dat met de jaren nog zal oplopen, tot 39 miljoen in 2019. Voorlopig gaat de openbare omroep in zijn personeel en zijn programma-aanbod snijden. Maar er is een alternatief. De VRT zou ook kunnen kiezen voor slow tv: langere programma’s maken voor minder geld. Voor twíntig keer minder geld, zelfs. Dat is wat ze in Noorwegen doen.

'In Noorwegen keken 3,2 miljoen mensen naar een boottocht die 134 uur duurde; 1 miljoen kijkers stemden af op een groot brandend houtvuur'

Tegenover fastfood heb je slow food, tegenover het rushen van de ene bestemming naar de andere heb je slow travel, en zo is ook slow tv een reactie op de snelle hap, een reactie op de caloriebom van opgefokte en snel gemonteerde tv-programma’s. Slow tv schakelt bewust terug naar een lager toerental. Wie te vlug oordeelt, denkt nu: übersaaie televisie, even spannend als verf zien drogen of gras zien groeien. Maar slow tv is méér dan ennui, méér dan een elitaire vorm van anti-tv. Het kan uitgepuurde televisie zijn, die ondanks dat minimalistische toch miljoenen kijkers aan zich bindt.


De pioniers

Als mediakenners op zoek gaan naar de allereerste slow tv, dan komen ze onvermijdelijk bij de film ‘Sleep’ van Andy Warhol terecht. De kunstenaar filmde zijn slapende vriend John Giorno gedurende 5 uur en 20 minuten. Niet bepaald een actiefilm, en ook niet bepaald een succes: bij de première op 17 januari 1964 waren negen toeschouwers aanwezig, van wie er twee wegliepen na het eerste uur. Maar ‘Sleep’ was een film, géén tv-programma. Waardoor we kunnen stellen dat het allicht de BRT was die als eerste slow tv presenteerde, en dan nog in primetime. Op 20 november 1965 bracht het uiterst populaire programma ‘Echo’ vier werkmannen van de gemeente Aarschot in beeld. De stratenmakers wrikten één kassei uit de straat, een karwei dat bijna 2 minuten in beslag nam, vanwege de vrieskou en de handen die in de broekzakken bleven. Het fragment boorde zich in het collectieve geheugen: in elk overzichtsprogramma van de Vlaamse televisie zijn deze archiefbeelden te zien. Maar wat iedereen tot nu toe over het hoofd zag, is dat die kasseileggers, en cameraman Charlie Laureys, de grondleggers zijn van de slow tv in ons land. En ze hadden succes: het voorval hield de publieke opinie dagenlang bezig. In 2000 kregen de ‘kasseistampers’ een standbeeld, en in 2013 zelfs een Echostraat.


De visionaire jaren 50

Strikt genomen bestaat slow tv al vanaf het begin van de televisie. Nagenoeg alles was slow in de jaren 50 en de vroege jaren 60. In de beginjaren begon de BRT pas uit te zenden om halfacht, en het eerste kwartier was er alleen een testbeeld in zwart-wit te zien. Gedurfd, en hardcore trage tv! Ook de programma’s zelf moesten het niet van snelheid hebben. Zo had je de reeks ‘In vogelvlucht uit…’, die volledig aan fabrieksbezoeken gewijd was. Men stelde camera’s op, en enkele dagen later werd die werkende fabriek op tv getoond. Allicht zullen er daar machines rap gedraaid hebben, maar het bleef hoe dan ook trage televisie. Ook in vrouwenprogramma’s was traag de mode. Zo zagen we op 23 december 1959 ‘het strijken van een manshemd’. En op 29 juni 1960 ‘het strijken van een mansbroek’. Zelfs in autoprogramma’s was vitesse nauwelijks aan de orde. Het programma ‘Autorama’ had een rubriek ‘De pechvogel van de maand’: kijkers die een ongeval hadden meegemaakt, mochten een brief naar de BRT schrijven en hun ongeval werd volledig naverteld en gereconstrueerd in de studio. Redelijk stationaire televisie, maar het werd wel de populairste rubriek: al na enkele weken zat de regisseur met zeshonderd brieven!

Bij een hapering of een hiaat tussen twee programma’s had de BRT ook een bobijn met trage tv klaarliggen. Onder de titel ‘Interludium’ kregen de kijkers dan minutenlang twee witte zwanen op de Brugse reien te zien, of wuivend koren dat zich naar de wind plooide, of een stapvoets bezoek aan het Lierse begijnhof. Gust Geens, toen cineast voor de BRT: ‘Je had nog rustpunten tussen de programma’s. Nu jagen ze je op. Naar de programma’s van straks, morgen en overmorgen.’ De BBC deed trouwens hetzelfde. Bij hen heette het ‘Interlude’ en zag je twee handen die een aarden pot aan het draaien waren.


De Duitse voorruit

Mijn eerste kennismaking met hedendaagse slow tv was in 1995. Het tweede Duitse net ZDF had toen ‘Das kleine Fernsehspiel’, een uitzending met nieuwe of merkwaardige films, en als je bleef hangen tot vier uur ’s nachts, kreeg je het ‘experimentele’ ‘Strassenfeger’ te zien. Gedurende een uur reed een auto door een Duitse stad of een Duits landschap en al wat je zag was het uitzicht door de voorruit. Op de achtergrond speelde een radio en verder was er alleen het vage geluid van de motor. Op YouTube staat nog een filmpje van 2 minuten ‘Strassenfeger’, heerlijk slome televisie met een krakende radio op de achtergrond. Niet zomaar een klankband, maar de echte uitzending van Deutschlandradio Berlin van dat moment: kurkdroog nieuws, kale weerberichten en verder alleen bigband of easy listening.

Ik heb slechts enkele keren gekeken, maar ik ben ‘Strassenfeger’ nooit vergeten: alsof er elke nacht een anonieme Wim Wenders op de buis kwam. Toen Jan Eelen drie jaar later met de voorbereiding van ‘In de gloria’ begon, heb ik hem zelfs voorgesteld of hij geen ‘Strassenfeger’ kon maken, maar dan van kerkhoven, een vorm van memento mori. Elke nacht zou een camera langzaam langs de zerken van een begraafplaats glijden, en elke nacht zou de trage camera een ander kerkhof bezoeken.

Duitsland was in de jaren 90 opgezet met die nachtelijke slow tv, want het eerste Duitse net ARD begon in 1995 met ‘Die schönsten Bahnstrecken Deutschlands’: treintrips binnen een strak format. De camera stond in de bestuurderspost, je zag alleen het spoor en het aanpalende landschap: in Keulen was dus géén glimp van de dom te zien. Van die treinreizen waren kijkcijfers voorhanden: tussen vier en halfvijf ’s nachts keken gemiddeld 80.000 mensen. De uitzendingen werden pas in oktober 2013 stopgezet.


Slow tv voor de Noorse massa

Zeggen dat Noorwegen het epicentrum van de slow tv is, is te weinig gezegd. Als er érgens ter wereld over slow tv wordt gerept, dan gaat het altijd over Noorse programma’s. Omdat hun tv-projecten zo ongewoon zijn en zo veel kijkers trekken. Het begon in 2009, toen de Noorse openbare omroep NRK een documentaire wilde draaien over het 100-jarige bestaan van de spoorlijn Oslo-Bergen. Eén van de makers kwam toen met het plan om het volledige traject vanuit de stuurcabine te filmen en dat materiaal op een latere datum uit te zenden: 7 uur non-stop televisie, die met een bang hart werd afgewacht. ‘Eén week tevoren dachten we: waar zijn we aan begonnen? Stel dat er geen kat kijkt, dan staan we voor joker.’ Maar er keken op die gedenkwaardige novemberavond in 2009 zowaar 1,2 miljoen mensen, één vijfde van de totale Noorse bevolking. Ik heb zelf een uur op internet gekeken. Het was slow tv par excellence. Een trein, een raam, een zicht op rails en dwarsliggers, en langszij een panorama van bomen, nog meer bomen, bossen, bruggen over rivieren en rivieren die langs rotsen stroomden. Het vertragen ter hoogte van een afgelegen station was een sensatie: je ging jezelf afvragen wie in dat godvergeten gat de trein zou nemen.

Dat was ook wat de makers hadden beoogd, dat elke kijker ‘zijn eigen verhaal zou maken’. Het had enige moeite gekost om de omroepbazen te overtuigen – er waren ook tunnels, waardoor het scherm minutenlang duister zou zijn – maar ook zij waren zéér tevreden. Het was innoverende televisie, zegden ze aan de Volkskrant, ‘en dat soort tv behoort tot de taak van een openbare omroep. Wij willen risico’s nemen die de commerciële omroepen nooit zouden nemen.’

Die 7 uur televisie was ook spotgoedkoop, en de reacties waren ongemeen positief: 100.000 mensen keken ook nog eens naar de samenvattingen, en voor sommige Noren had ‘het programma gerust nog langer mogen duren’.

In 2011 kwam de Noorse omroep dan ook met een klapper. Op 16 juni scheepte een cameraploeg van de Noorse tv in op het cruiseschip van Hurtigruten voor een vijfdaagse boottocht langs de westkust – een reis die 134 uur zou duren. Er was geen commentaarstem, er was alleen de wind, het schuimende water en af en toe een vleugje lichte muziek. Elf camera’s lieten beurtelings de boeg, de brug, een wandeldek of de omgeving zien. De reis werd in real time uitgezonden, en dat maakte de betrokkenheid nog groter: 3,2 miljoen Noren, bijna 70 procent van de bevolking, zaten korte of langere tijd voor het scherm. Zelfs op elk uur van de nacht waren er honderdduizenden kijkers. De uitzending was ook een uitgesproken hit op de sociale media. Kijkers vertelden op Facebook dat ze niet wég konden van deze place to be en dat ze 72 uur zonder ophouden hadden gekeken. Tienduizenden mensen liepen naar de oevers van de fjorden om de boot te begroeten. Er waren bevlagde huizen, feestelijke fanfares, nachtelijke vreugdevuren, kanonschoten en kerkklokken die luidden. Kortom, een schip dat al jaren met dagelijkse regelmaat door de fjorden voer, werd plots een once in a lifetime-event. Vele kijkers lieten weten dat ze tot tranen toe bewogen waren, en – kijkend op het internet – heb ik zelf ook die vreemde ontroering ondergaan van dat stille, witte schip te midden van die grote geestdrift en allesomarmende samenhorigheid.

Later volgden nog andere slow tv-uitzendingen. Zo was er in november 2013 de ‘Nationale breishow’: in één uitzending werd een schaap geschoren en de schapenwol tot breiwol gesponnen, en breiden ‘snelbreiers’ er een trui mee. Dat alles duurde 13 uur, en ook toen werd er massaal gekeken, ‘omdat Noren een hang hebben naar een eenvoudig bestaan, een leven in de natuur en alles wat daarmee samenhangt’.

Mijn persoonlijke favoriet is de ‘Nationale houtnacht’ van 15 november 2013. Eerst werden 4 uur lang houtblokken vakkundig opgestapeld, en na het aansteken kon er 8 uur naar een houtvuur gekeken worden. Af en toe klonk muziek, en poëzie, en het was ook interactief: kijkers mochten aanwijzingen geven over hoe de houtblokken op het vuur moesten komen. Bij het NRK kregen ze zestig sms’en van vuurkijkers die verdeeld waren over de vraag of een blok nu het best met de schorskant in het vuur moest komen of net níét. ‘Schors is iets wat de Noren verdeelt,’ zei een droge tv-commentator achteraf.

Waren verder nog te zien: een boottocht langs het Telemarkkanaal (12 uur vanwege de handbediende sluizen), zalmvissers (18 uur plus 3 uur nabeschouwing), en een kersttreinreis door het besneeuwde noorden (10 uur). Laatste in de rij was een ‘peepshow’ in mei 2014. Kijkers kregen 14 uur lang een vogelhuisje te zien, een voedertafel in de buitenlucht die een miniversie was van een bekende koffiebar in Oslo. Vaste bezoekers waren een verstrooide koolmees, een boomklever ‘met een kort lontje’, en nog tal van ander gevogelte dat op of onder de toog zat om granen en noten te consumeren. Party pooper was een drieste eekhoorn die af en toe binnenviel en in luttele tijd de hele bar leeghaalde. Deze ‘Piip show’ liep eerst drie maanden online, en de gevederde vrienden kregen elke dag een paar tienduizend mensen op hun site.


De goedkope succesformule

Soms wordt slow tv (in het Frans: téléscargot!) alleen maar voorgesteld als een tegenhanger. Tegenover de lawine aan opdringerige programma’s staat die bedaarde behangpapier-tv. Maar slow tv is meer dan behang, het blijkt beklijvend en intrigerend. Terwijl er haast niks gebeurt op het scherm, gebeurt er wél iets in de huiskamer. Kijkers raken geboeid, bijna gehypnotiseerd door die oneigenlijke televisie: ‘Ik wilde maar enkele minuten kijken, en ik ben uren blijven zitten.’ Maar hoe kan deze tv-met-de-handrem-op zo’n overweldigend succes worden? Dat vroegen we aan Rune Møklebust, programmadirecteur van de Noorse openbare omroep NRK en realisator van meerdere slow tv-projecten.

HUMO Is succesvolle slow tv vooral een kwestie van nationale iconen in beeld brengen, zoals die ferry en die spoorlijn?

Rune Møklebust «Slow tv is geen voor de hand liggende televisie. Het is vreemde, ongewone tv, en dat zorgt voor een drempel bij het publiek. Om die watervrees weg te nemen, kies je in eerste instantie dus best een onderwerp waarmee de kijkers zich makkelijk kunnen identificeren. Iets waarvan een kijker denkt: dit herken ik, dit is echt van bij ons. Later kun je met onderwerpen komen die minder voor de hand liggen, zoals dat brandende houtvuur. De kijker is dan vlugger mee omdat hij al vertrouwd is met het format.»

HUMO Het vreemde is: iedereen herkent het onderwerp, maar omdat het zo doodgewoon is, verwacht je het niet op tv, en zeker niet zo langdurig. Waardoor je ook nieuwsgierig wordt: what the fuck brengen ze nu op het scherm?

Møklebust (lacht) «Ja, je denkt het te kennen, maar op deze manier had je het nog nooit bekeken, namelijk in real time en uren aan een stuk. Het doet ook iets met de menselijke geest. Wij zijn erop ingesteld geraakt dat er om de paar seconden gemonteerd wordt, en hier is niks gemonteerd. Er waren op dat schip elf camera’s, en onze regie wisselde traag af, maar nergens is die reis ingekort. Die uitzending duurde de volle 134 uur, 42 minuten en 45 seconden!»

HUMO Rond die marathon-tv groeit snel een community op de sociale media. Was dat de bedoeling?

Møklebust «Dat hadden wij allerminst voorzien. Zeker niet met dat eerste project op de trein. Bij de boottrip hadden we het evenement wel aangekondigd, maar zeer low profile. Mensen moeten het zelf oppikken. Als je ze te veel de pap in de mond geeft, lopen ze weg.

»Eigenlijk zijn dergelijke programma’s geknipt voor de sociale media, want je kunt kijken, op Twitter of op Facebook zitten en toch niks missen, omdat alles zo traag gaat. En de community rond de uitzendingen was zo betrokken: zowel de reizigers op de boot als de kijkers thuis hadden het gevoel dat ze sámen op reis waren. En zo’n bal rolt dan verder: omdat mensen weten dat er zo veel volk kijkt, gaan ze spandoeken maken om de groeten te doen aan hun lief. Zo krijg je een tv-gemeenschap zoals we die nog maar zelden gekend hebben.»

HUMO En is het echt goedkope televisie?

Møklebust «Absolutely! Die vijf dagen Hurtigruten hebben ons 235.000 euro gekost, dat is 1.753 euro per uur. Daarmee was álles betaald: de loonkosten aan boord en in de studio, zelfs ons verblijf op het schip. De trein was duurder, die kostte 3.300 euro per uur.»

HUMO Dat is tv die vijftien à twintig keer goedkoper is dan bij ons. Nu kost één uur tv de VRT gemiddeld 42.000 euro. Zelfs het goedkoopste net (OP 12) kost nog altijd 20.000 euro per uur.

Møklebust «Je mag het niet alleen als een fikse besparing zien. Het belangrijkste is dat de openbare omroep een gouden zaak doet. Ze staat dagenlang in de belangstelling omdat ze iets durft, omdat ze iets ongewoons onderneemt. Tegelijk heb je dat oude gevoel terug van miljoenen mensen die naar hetzelfde tv-programma kijken, want in bejaardentehuizen, ziekenhuizen, cafés én bedrijfskantines staat de tv aan, en overal is het gespreksonderwerp nummer één. Je krijgt ook massaal veel kijkers die ineens trots zijn op hun nationale zender. Sommigen schreven zelfs dat ze vanaf nu met plezier hun kijk- en luistergeld betaalden!»

HUMO Een hele dag een rondvaartboot volgen in Brugge, zou dat een slow tv-idee kunnen zijn?

Møklebust «Ik kén Brugge! Ja, Brugge is een icoon, daar valt zeker iets te doen. Maar het zal een omslag vragen in het denken van de tv-makers. Want nu maken ze dingen die 25 of 50 minuten duren, en na afloop moeten ze bidden en smeken dat de kijker niet wegloopt. Ineens zeven uur tv programmeren zonder te weten of de kijker wel zal blijven, is een grote sprong. Maar ik zeg altijd: steek je nek uit als openbare omroep. Probeer het eens unedited. Dát is pas het leven zoals het is.»


De trage toekomst

Slow tv wordt stilaan ook een exportproduct van de Noren. In november 2013 werden de rechten op een aantal Noorse projecten gekocht door een productiehuis in Hollywood (LMNO Productions) en in juni 2014 besliste British Airways om de zeven uur durende treintrip Oslo-Bergen op te nemen in het menu van zijn ‘rugleuningtelevisie’: ‘We hebben gemerkt dat sommige vliegtuigpassagiers uren naar die landkaart met het traag vorderende vliegtuig zitten te kijken. Alleen de snelheid, de afstand en de buitentemperatuur veranderen op dat beeld. Dus we veronderstellen dat onze passagiers zo’n langzame treintrip ook wel zullen appreciëren. Het -kan lange vluchten alleen maar relaxter maken.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234