null Beeld

Rudi Vranckx: Oorlogsdagboek uit Syrië

Vorige week liet VRT-reporter Rudi Vranckx u in Humo een eerste keer proeven van de waanzin van de Syrische burgeroorlog. Deze week krijgt u het volledige relaas: over hoe hij aan de hand van een gezochte extremist het land binnenkomt, over de bommen en de doden, en over de levenden - vrouwen en kinderen in geïmproviseerde kampen langs de grens.

rudi vranckx

'Dit is de terrorist waar de leeuw Assad zo'n schrik voor heeft!'

'Revolutie is ook: theedrinken en eindeloos palaveren'

Angst is besmettelijk. Het zweeft rond in de lucht als een ziekte. Ik proef het al enkele dagen en het maakt me misselijk. Plots, op een onbewaakt moment, schieten er beelden door mijn hoofd, beelden die me verscheuren.

Zinnen klauwen zich naar boven, zoals de laatste geschreven woorden van Marie Colvin in de belegerde stad Homs: 'Vandaag zag ik een kleine baby sterven. Afschuwelijk. Een shrapnel had zich in de linkerborst van het tweejarige kindje geboord. De dokter zei dat hij niets meer kon doen. Zijn buikje bleef op en neer gaan. Tot hij stierf. Dit gebeurt opnieuw en opnieuw. Ik begrijp niet waarom de wereld aan de kant blijft staan.'

Een beetje later was ze zelf dood, getroffen door een granaat, vermoedelijk om wat ze schreef, om wie ze was: een journalist.

Enkele weken voor de dood van Colvin was ik zelf ook in Homs. Een andere collega werd toen gedood door een granaat die vlakbij ons insloeg. De hele scène spookt soms nog door m'n hoofd, en dan zie ik altijd de schaduw van de man die achter mij neerstort.

Het is die collega, Gilles. Het lijkt alsof hij slaapt, hij is niet verminkt, maar zijn ogen zijn opengesperd. Een meisje met jeansbroek en rode trui wordt binnengedragen. Haar bloed spuit als een klein fonteintje in het rond. De mensen rond mij schreeuwen. Ik zie hen de mond opendoen, maar ik hoor niks.

Zou ik de waanzin van Homs deze keer opnieuw meemaken? Tenslotte is de oorlog in Syrie sindsdien alleen maar erger geworden. Augustus was de dodelijkste maand tot nu toe. Gisteren vielen er 138 doden, meer dan de helft zijn burgers. Hoe tellen ze dat in hemelsnaam?

Het is vier september en ik zit op het vliegtuig naar Oost-Turkije. Naast me zitten Jan en Patrick, het team waar ik al jaren mee optrek. Dat stelt me enigzins gerust. Zouden zij ook schrik hebben? Ik speur naar andere journalisten aan boord. Het hebben van een scoop telt hier niet. Hoe meer getuigen, hoe beter.

Er worden over Syrië immers te veel leugens verteld. Nogal wat mensen verwarren 'evenwichtige' oorlogsverslaggeving met een politiek debat, waar meningen pro en contra gelijkwaardig zijn. Het internet is een vuilbak van vooroordelen en propagandapraat geworden. Ik word er soms helemaal gek van. Oorlogsmisdaden worden begaan door mensen en regimes, wetens en willens. Hoog tijd dus om te gaan kijken.

Het vliegtuig zet de landing in. 'Hopelijk stelt de douane niet te veel vragen over onze kogelvrije vesten,' flitst het door mijn hoofd. We hebben niet echt de standaarduitrusting van een toerist in onze bagage zitten. En zonder ons materiaal en de vesten gaan we zeker de grens niet over.

Ons eerste doel is Antakya, een grensstadje in Oost-Turkije. Het oude Antiochië uit de tijd van de kruisvaarders. Als jongen droomde ik ervan om deze stad te bezoeken. Later misschien, als dit goed afloopt, beloof ik mezelf. De volksbuurten zijn een wirwar van steegjes met witgekalkte lage huizen. Op de daken groeit een woud van schotelantennes.

Onze contactpersoon heeft gereageerd op mijn telefoontje, dat is alvast een hele opluchting. Een naam en een nummer is immers het enige dat ik heb. Wat magertjes misschien om mijn leven aan toe te vertrouwen, maar ik heb geen keuze.

Via de telefoon geeft hij instructies aan de taxichauffeur. Sommige zaken weet ik ook liever niet, dan kan ik later ook niet verraden waar het safe house zich bevindt, het onderduikadres van de rebellen die me op sleeptouw zullen nemen.

Op de binnenkoer wacht hij me tenslotte op: Abdelrahman Ayachi, de zoon van Bassam Ayachi, de omstreden Syrische imam uit Molenbeek. De zoon staat geseind bij Interpol: hij is kort voor de zomer bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf.

Volgens de politie is hij één van de leiders van een netwerk dat would-bejihadisten uit ons land naar Irak hielp. Nu is Abdelrahman een figuur met aanzien bij één van de brigades van de Syrische rebellen. Ik had me hem wel anders voorgesteld: voor mij staat geen geharde guerrillero, maar een magere man met een rosbruine pluisbaard, lichtjes kalend.

'Ik heb nieuws voor jullie,' glimlacht hij. 'We hebben net op een geheime vergadering in Istanboel het Islamitische Front voor de Bevrijding van Syrië opgericht. Het moet nog even geheim blijven, maar zeker tien brigades van salafisten en islamisten gaan nu de krachten bundelen,' zegt hij met enige trots. Ik betwijfel of dit in het Westen op gejuich zal onthaald worden. 'We zijn niet Al Qaeda,' bezweert hij me. 'Zij zaaien terreur tegen burgers, wij veroordelen dat.'

undefined

Op de Facebook-pagina: 'In het spoor van Rudi Vranckx'; wordt een videodagboek over Syrië bijgehouden. Eind september verschijnt het boek 'Het gezicht van de oorlog' bij De Bezige BIj Antwerpen, een fotodagboek over tien jaar oorlogsverslaggeving.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234