null Beeld

Rundskop genomineerd voor een Oscar

'Rundskop' is genomineerd voor de Oscar Beste Niet Engelstalige film. Het was al geleden van 2000 ('Iedereen Beroemd' van Dominique Deruddere) dat er nog eens een Belgische langspeelfilm een nominatie in de wacht sleepte. Humo-journaliste Stefanie de Jonge sprak vorig jaar met regisseur Michaël R. Roskam.

(Verschenen in Humo 3679 op 8 maart 2011)

Herlees de filmbespreking »

De debuutfilm van regisseur Michaël R. Roskam (38) – een snijdende combinatie van een oer-Vlaamse gangsterfilm en het persoonlijke drama van hoofdfiguur Jacky – is alles wat een film moet zijn: een klap in je gezicht, een aanslag op je traanbuizen, je hart en… ‘Vooral de bijnier,’ vult Roskam aan.

En dát is het natuurlijk, dat is waarom je je zo onherroepelijk aan het verhaal moet overgeven: omdat de adrenaline van het scherm spat, en omdat je samen met Jacky wordt opgefokt en meegesleurd naar de noodlottige apotheose.

Matthias Schoenaerts is al genoeg bejubeld: je zou bijna vergeten dat er vóór de held de film was, het verhaal waar Michaël R. Roskam vijf jaar met hart en ziel – en bijnier – aan heeft gewerkt.

HUMO Al is het natuurlijk waar dat Matthias Schoenaerts nog nooit zo goed is geweest.

Michaël R. Roskam «Misschien omdat hij nog nooit een rol had gespeeld waarbij er ook bij hem zoveel adrenaline vrijkwam. Omdat hij iets deed waarbij de onrust behalve mentaal ook fysiek was.

»De verhalen van Ernest Hemingway gaan altijd over mannen in zulke situaties. Priesters, soldaten, wielrenners, Jezus… Ken je dat niet, dat je iets doet omdat je vindt dat je het moet doen, dat het allemaal uit jou moet komen en dat je dus helemaal alleen staat, en dat daardoor de spanning zo hoog oploopt dat je wilt roepen en kloppen en slaan?

»Dat is die bijnier die adrenaline door je lichaam pompt. De bijnier: dé garantie voor oorlogen. Pas als dat ene orgaan evolutionair uit ons systeem verdwijnt, maakt de wereldvrede een kans. Het is ongelofelijk wat klieren en hormonen met een mens kunnen doen.»

HUMO Ons gedrag wordt veel meer biologisch gestuurd dan we willen toegeven, bedoel je.

Roskam «Dat denk ik, ja. En die strijd tussen geest en lichaam houdt me bezig. Ik heb graag controle, maar als de biologie het van je overneemt, ben je die kwijt.»

HUMO Ik ken je uit de tijd dat je diep in het Brusselse nachtleven zat. Daar placht men de controle nogal eens te verliezen.

Roskam «Ja, daar liep nogal wat stuurloos volk rond. Ik weet dat sommige mensen in die tijd van mij dachten: ‘Die gaat hier over twaalf jaar nog aan de toog hangen en zeggen dat zijn grote werk eraan komt.’ De meeste mensen die dat toen zeiden, zitten daar nu zelf nog (lacht)

HUMO Je was toen een roman aan het schrijven.

Roskam «Die is zelfs af geraakt, maar hij was gewoon niet goed genoeg om mee naar een uitgever te stappen. Ik kreeg niet getemd wat ik allemaal wou vertellen. De opzet was hyperambitieus, het ging van Rabelais-achtige uitspattingen tot de meest intieme bekentenissen – van de wereld haten tot ze verheerlijken, van minderwaardigheidscomplex tot grootheidswaan.

»Het goeie is dat ik in dat boek zoveel autobiografische klets ben kwijtgeraakt dat ik later, in mijn films, niet meer in die val ben getrapt.»

HUMO Jacky uit ‘Rundskop’ is als kind een frêle en fijnzinnig jongetje, dat niet echt op zijn plaats is in de keiharde boerenwereld.

Roskam «Dat gaat ergens wel terug naar mezelf. Het is natuurlijk een beetje een cliché – de schrijver, de verbale mens die als kind fysiek niet op kon tegen de rest – maar ook ik was de kleinste van de klas. Voetballen ging niet echt, want alle gasten van mijn leeftijd waren al mannen: ik moest maar tegen ze oplopen en ik was al uitgeteld.

»Ik ben dan maar gaan tennissen, maar daar ben ik na een tijdje ook mee gestopt. Ik kan niet goed tegen competitie. Ik haatte het als ik niet kon winnen, ik werd dan vreselijk kwaad. In het tennissen zelf was ik zeker geen nul, maar ik had het gevoel: hier kan ik niet in schitteren, dus fuck it

HUMO Waar komt dat vandaan, die drang? Is je vader zo?

Roskam «Niet echt, nee. Mijn vader restaureert schilderijen – waar hij trouwens wel heel knap in is. Maar ik heb op een college gezeten waar schitteren naast God zwaar werd gepromoot. Het belang van uitblinken werd er bijna ingehámerd. En thuis wilden ze toch ook wel graag dat ik het goed deed.»

HUMO Voor je kon uitblinken, heb je een lange weg afgelegd. Je wilde eerst striptekenaar worden, je hebt op Sint-Lukas schilderkunst gedaan, je hebt dat boek geschreven…

Roskam «De kern was altijd: verhalen vertellen over hoe mensen functioneren en wat mensen bezighoudt.

»Het is begonnen bij Johan, van stripwinkel De Galliër in Sint-Truiden. Daar gaf ik mijn eerste geld uit. Op den duur zei Johan: ‘Wil je eens iets anders lezen dan De Blauwbloezen?’ Hij heeft me toen Corto Maltese van Hugo Pratt gegeven, en mijn eerste Crumb.

»En via hem heb ik Tardi leren kennen, die de tekeningen maakte bij Célines ‘Reis naar het einde van de nacht’. Dat boek was een openbaring. Het verwoordde geniaal de machteloosheid die mij zo bezighield, het gevoel: gekloot ben je altijd (lacht).

»Céline schreef met een macaber soort humor – anders dan Boon, die in het begin nog met enige liefde voor de mens schreef. Céline haat onze soort, maar dan uit liefde, omdat hij de mens zo graag iets béters had toegewenst. Dat te moeten lezen was een klap, maar tegelijk ook heel bevrijdend.

»Als kind delf je vaak het onderspit, zeker op een college. Zelfs al ben je een discussie aan het winnen, zelfs al haal je bijna je gelijk, dan nog zit je in een machtsstructuur waarin jij dingen móét aannemen. Dan sta je daar: je weet hoe het zit, maar toch moet je de duimen leggen.

»Ik ben een paar keer blijven zitten, gewoon omdat ik me weigerde te schikken, niet klakkeloos dingen wilde aannemen van mensen die het duidelijk allemaal niet wisten en die vooral een probleem met zichzelf hadden.

»Je kent dat verhaal van de schorpioen die aan de kikker vraagt hem de rivier over te zetten? Eerst wil de kikker niet: ‘Dan prik je me natuurlijk dood.’ ‘Natuurlijk niet,’ antwoordt de schorpioen: ‘Dan ga ik er zelf ook aan, want ik kan niet zwemmen.’ ‘Oké dan,’ zegt de kikker, maar halverwege prikt de schorpioen de kikker toch. ‘Waarom doe je dat nu?’ vraagt de kikker nog voor hij sterft. En dan zegt de schorpioen: ‘Because it’s in my nature.’

»Daar gaat ‘Rundskop’ over: over de twee soorten onmacht die op een mens inwerken. De kikker is machteloos omdat hij is overgeleverd aan krachten van buitenaf; de schorpioen is machteloos omdat hij niet in staat is de krachten van binnenin te beheersen. Céline heeft gelijk: er is geen ontsnappen aan (lacht)

Bekijk de trailer

Michael R. Roskam: Jezus aan het kruis

HUMO Je hebt vier kortfilms gemaakt, en eigenlijk zijn dat allemaal voorstudies voor ‘Rundskop’. ‘Carlo’ begint bijvoorbeeld ook met een monoloog: over pech en geluk, en dat je daar geen vat op hebt.

Roskam «Volgens mij is het allemaal begonnen met mijn fascinatie voor Jezus. Ik denk dat ik acht was toen ik naar zo’n dertien-in-een-dozijn-Jezus-aan-het-kruis-film keek. Zo’n goed mens – want het was natuurlijk de clichéversie van Jezus – die zo gestraft werd… Ik kón dat niet snappen, kon die onrechtvaardigheid en onmacht niet aan. Ik heb toen keihard gehuild. Dat gevoel ken ik nog altijd.

»Ieder mens heeft in mijn ogen een punt waarop hij zo onschuldig wordt als een dier. Dat gevoel heb ik toch heel vaak bij mensen, dat ik denk: ‘Oké, eigenlijk kan ik je niet uitstaan, maar als ik helemaal op je inzoom, je tot op je vezels uitkleed, dan kan ik alleen maar denken: ocharme.’ Omdat je dan ziet dat zelfs de grootste klootzak ook maar een amechtig, wanhopig mens is.

»Ik geloof dat mensen die zogenaamd slecht zijn – of die, nu ja, dingen doen die wij niet goed vinden – zo zijn geworden. Ik geloof dat de allereerste daad van een mens altijd goedbedoeld is. Alleen krijg je als reactie daarop nooit een daad terug die voor jouw gevoel even goed bedoeld is – daar zit ruis op. ‘Slechte’ mensen zijn mensen die daar niet mee om kunnen gaan.

ÐDe volgende keer zijn hun bedoelingen al wat minder goed, en de keer daarop nóg iets minder, want de reacties worden natuurlijk ook steeds negatiever. Zo neemt hun goedheid na elke daad een paar procent af, en blijft er op den duur weinig meer van over.

»Ik wou van meet af aan gangsterfilms maken. Voor mij is de gangster bij uitstek zo’n type man dat na zijn eerste goede daad nooit meer even goed is geweest. Omdat hij een deal in zijn hoofd had: als ik 100% goed ben voor jou, dan ben jij 100% goed voor mij. Zo’n deal is onmogelijk, en daar kan hij niet tegen. Wie hem maar 90% teruggeeft, is in zijn ogen niet loyaal.»

HUMO Wat Michaël en mij bindt, vertelde Matthias Schoenaerts ons, is dat wij allebei heel absoluut zijn. Jij bent ergens ook iemand van 100% of niks.

Roskam «Ja. Misschien is films maken voor mij wel een manier om daarmee om te gaan. Misschien kan ik daarin honderd procent goed zijn zonder dat ik ontgoocheld hoef te zijn: omdat die film ook honderd procent goed is voor mij.»

HUMO Maar jij hebt nooit op het punt gestaan slecht te worden.

Roskam «Dat was misschien gewoon omdat ik iets minder pech heb gehad: mijn ouders waren er altijd net op het goede moment voor me, ik ben net niet genoeg gepest op school… Als ik analyses van moordenaars, psychopaten en narcisten lees, begint mijn hart altijd sneller te kloppen.

»Dan denk ik: ‘Wat ik hier lees, is mij niet vreemd.’ Ik herken vooral de strijd met je eigen zelfbeeld: die ligt aan de basis van veel afwijkend gedrag – het conflict tussen grootheidswaan en minderwaardigheidscomplex, en het gevoel van: er is mij onrecht aangedaan maar ik kan het niet bewijzen, ik kan het niet staven voor de wet want het is gewoon Het Leven.

»Psychopaten en narcisten reageren daarop met afwijkend gedrag, maar misschien is kunstenaar zijn ook wel een aberratie. Wie is er nu zo zot om verhaaltjes te zitten bedenken en daar vijf jaar voor af te zien? In sporters zit dat ook, dat extreme, dat absolute.

»Dus ja: net als Matthias vind ik het niet de moeite om aan iets te beginnen als ik niet zeker weet dat ik het 100% kan doen zoals ik het voor ogen heb. Dat absolute delen wij wel degelijk, ja.»

HUMO ‘Rundskop’ gaat ook over vriendschap en loyaliteit. Je eerste kortfilm ‘Haun’ was daarvoor de oefening.

Roskam «Ja. Omdat striptekenen op Sint-Lukas geen richting was, ben ik schilderkunst gaan volgen. Ik begon heel figuratief, en dat werd natuurlijk volledig afgekraakt. Maar ik deed dat met opzet, want het stoorde me dat er zo werd neergekeken op striptekenaars. Dat vond men waardeloos en banaal, iets voor op de wc.

»Terwijl ik hedendaagse kunstenaars ken die nog niet tot aan de énkels van sommige striptekenaars komen. Pas sinds Art Spiegelman in 1992 met ‘Maus’ de Pulitzerprijs won, mogen er opeens graphic novels in de boekenkasten van kunstkenners staan.

»Uiteindelijk heb ik voor mijn schilderijen op Sint-Lukas wel waardering gekregen, maar toch heb ik er me nooit honderd procent in thuis gevoeld. Na Sint-Lukas heb ik nog één schilderij gemaakt: dan ben ik gaan schrijven, en ben ik aan wat rare video-installaties begonnen.

»Op een avond had ik op straat in Sint-Truiden iets gezien wat ik maar niet kon vergeten. Een jongen werd door twee andere jongens in elkaar geslagen, tot zijn vriend ertussen sprong en riep: ‘Maar hij heeft helemaal niks gedaan!’ Die jongen werd zo emotioneel van wat zijn vriend overkwam, dat hij ondanks het gevaar voor zichzelf tussenbeide kwam en dat éne zinnetje bleef zeggen. Het leek wel alsof hij niet begreep wat er gebeurde, en dacht dat het antwoord vanzelf zou komen als-ie die zin maar zou blijven herhalen: ‘Maar hij heeft helemaal niks gedaan!’

»Ik wou dat beeld gebruiken: die vier jongens op straat, en eentje die voortdurend datzelfde zinnetje zei, terwijl de emotionele lading van de situatie langzaam veranderde. Toen zei de vriend die me met die filmpjes hielp – hij is helaas overleden: ‘Maar dat is een scenario voor een kortfilm! Schrijf dat uit.’ Zo is ‘Haun’ ontstaan, en zo is het begonnen.

»Op de set van ‘Haun’ voelde ik meteen: ‘Dit is het, dit is wat ik moet doen.’ Regisseren, samenwerken met acteurs: ik had het nog nooit gedaan, maar alles ging vanzelf, alles klopte. Het was puur: thuiskomen. Daarna heb ik producent Bart Vanlangendonck van Savage Film leren kennen, en met hem ben ik sindsdien blijven samenwerken.»

undefined

Michaël R. Roskam: Trekken aan de nekhaartjes

HUMO Dat bijna karikaturaal mannelijke vechten en schelden zit in al je films, terwijl jij…

Roskam «Ja, ja (lacht). Rub it in! Ik vocht natuurlijk nooit, ging altijd op tijd lopen, zocht altijd allianties met sterke jongens achter wie ik kon schuilen. Ik zat op een college met zeshonderd jongens van twaalf tot achttien, in een ommuurde abdij. Daar werd élke dag gevochten.

»Dan stond iedereen om de vechtersbazen heen te roepen van ‘Heeee hup! Heeee hup!’, de armen in elkaar gehaakt zodat de surveillanten er niet door konden en de jongens op de grond zeker zouden doorvechten. Dat was griezelig, want de surveillanten konden elk moment achter jouw rug proberen door die kring te breken. Dan trokken ze aan je nekhaartjes – héél pijnlijk.

»En ja, natuurlijk zaten al die sterke kerels soms ook achter mij aan, en vond ik dat lange tijd niet eerlijk. En natuurlijk wou ik ook groot en sterk zijn, en ook eens een conflict of zelfs maar een ongenoegen kunnen beslechten met een vuistslag, in plaats van met duizend gedachtekronkels en een paar snelle beentjes. Dat sláán, de kracht van je lichaam gebruiken om een ander tot de orde te roepen: dat is me blijven fascineren.»

HUMO Zijn de vrienden die toen je rug dekten nog altijd je vrienden?

Roskam «Dat zijn nog altijd mijn beste maten, ja, mijn boezemvrienden. Ik heb dit weekend weer met ze afgesproken.»

HUMO In ‘Rundskop’ is er tussen Stieve en Jacky ook een onbreekbare broederliefde.

Roskam «Zo is dat bij mij ook: mijn broer Alexandre is ook mijn beste maat. We hebben ons weleens afgevraagd of we ook beste maten zouden zijn als we niet samen waren opgegroeid. We denken van niet, maar uiteindelijk weet je het niet. Maar ik weet wel: wat Stieve voor Jacky doet, zou ik ook voor mijn broer doen, en hij voor mij.

»Ik hou wel van dat principe: dat je iets of iemand niet in de steek laat, zelfs al moet je ervoor tegen je natuur ingaan. Ik vind dat mooi, dat je voelt: ik zou nu liever wat anders doen, en toch zegt: ‘En ik doe het niet, wánt ik heb het beloofd, wánt ik heb het me voorgenomen.’ Als ik dat anderen zie doen, vind ik dat ook uitermate inspirerend.

»Het doet me denken aan twee boezemvrienden in de oorlog. De één raakt zwaargewond. De ander zegt, uit loyaliteit: ‘Ik blijf bij je.’ Waarop die ene zegt, óók uit loyaliteit: ‘Nee, je moet weggaan, anders ben jij er ook geweest.’ Moeten ze samenblijven of niet? Tot welk punt ben je loyaal?»

HUMO Hoever zou jouw loyaliteit gaan in zo’n oorlogssituatie? Zou jij bij je vriend blijven ten koste van jezelf?

Roskam «Ik zou graag van mezelf denken dat ik blijf, maar of ik dat ook echt zou doen, kan ik vanuit mijn comfortabele situatie hier op café natuurlijk onmogelijk zeggen. Jacky’s jeugdvriend Diederik gaat telkens lopen. Dat maakt hem daarom niet slecht; dat is zijn lot, zijn bestemming. Dat is wat de man doet.»

HUMO Kiezen we niet allemaal – biologisch gestuurd als we zijn – uiteindelijk voor ons eigen belang?

Roskam «Ja, maar liefde en vriendschap en warmte zijn óók ons eigen belang. Niemand wil alleen maar tegen een boom praten; praten doe je het liefst met mensen, en het allerliefst met mensen die een beetje denken zoals jij. Het is heel fijn om te weten dat iemand ook gevoelsmatig je rug dekt. Het leven is een tocht, en die leg je beter niet alleen af: dat doe je met mensen die je kunt vertrouwen.»

HUMO Maar we leven in een tijd waarin opportunisme bijna een religie is geworden. Wat doe je als je op mensen stuit voor wie vriendschappen en principes niet zo absoluut zijn?

Roskam «Ik denk dat ik dat gewoon niet aanvaard. Ik laat me niet doen, en ik pas mijn waarden, mijn idee van hoe het volgens mij moet, zeker niet aan. Natuurlijk word ik gekwetst, en dat raakt me ook, maar het blaast me niet omver. Op zo’n moment denk ik wat wij vroeger als maten al tegen mekaar zeiden als er iets niet goed liep: ‘Niet zagen: be a soldier.’ (lacht)

»Ondertussen heb ik ook begrepen dat ik het niet persoonlijk moet nemen. Als mensen dingen doen die je kwetsen, dan is dat niet omdat ze je per se kapot willen. Als je dat denkt, ben je een vogel voor de kat. Je moet de tijd nemen om na te denken over hoe het werkelijk zit, en dan zie je dat het allemaal gewoon deel uitmaakt van Het Leven.»

HUMO ‘Today Is Friday’, een verhaal van Hemingway dat jij verfilmde, is een gesprek tussen drie Romeinse soldaten die net Jezus aan het kruis hebben gespijkerd. Ze gaan daar alledrie heel anders mee om.

Roskam «De eerste is empathisch. Hij voelde dat Jezus, ook al schreeuwde hij het uit van de pijn, toch wou blijven hangen en dat hij daarvoor een reden had, een hoger doel. Hij bewondert die houding. ‘Onzin,’ zegt de tweede: ‘zodra de pijn begint, wil iedereen van dat kruis áf.’ Hij gelooft niet in dat soort overgave, denkt dat iedereen, net als hij, kiest voor de gemakkelijkste weg. De derde is gewoon ziek, ziek omdat hij al drieduizend man aan het kruis heeft moeten nagelen.

»Daar heeft nummer twee geen last van: hij zal zonder problemen de volgende vastspijkeren. Nummer één zou dat misschien ook nog hebben gekund, ware het niet dat hij is gaan reflecteren, doorheeft dat het nergens toe leidt wat hij doet, en aanvoelt dat de mensen die hij kruisigt ooit vrijheidssymbolen zullen worden. Ik denk dat we de mensheid grofweg in die drie categorieën kunnen indelen.»

Michael R. Roskam: Dronken van liefde

HUMO Jacky voelt dingen juist aan, heeft bijna altijd gelijk. Maar hij komt er niet ver mee. Hij houdt wel vol, maar op het einde lijkt hij te besluiten: ‘Als het niet gaat zoals ik vind dat het moet, doe ik niet meer mee: ik stap eruit!’

Roskam «Hm. Ik zie het meer als: I ain’t going down! En als het dan toch moet, dan is het: I’ll go down with a bang! Als een echt mannetjesdier, against all odds (lacht).

»Je weet op het einde ook niet hoe hij ’t ervan afbrengt. Het is niet dat hij bewust zijn einde opzoekt, neen. Hij heeft twintig jaar geen liefde gevoeld, en opeens… Hij is dronken van liefde. Tot dan toe voelde hij weinig of niets, had hij alles onder controle. Maar met die liefde komt zijn verleden terug, en zijn menselijkheid, en dan, ja, dan begint hij fouten te maken.

»Iedereen weet wat een slecht beantwoorde liefde met je kan doen.»

HUMO Daar weet jij ook wel iets van, kan ik me uit onze caféperiode herinneren.

Roskam «Ja. Dat ik in mijn boek zo extreem tekeer ben gegaan, zal ook wel zijn geweest omdat ik toen verder geen houvast had. En als je dan bij iemand een beetje houvast denkt te hebben gevonden en dan gaat het ook nog eens fout, tja…

»Maar kijk, nu heb ik een vriendin en een zoontje, en blijkt dat de rest gewoon een leerschool is geweest. Dankzij haar én hem loopt alles in mijn leven net iets efficiënter. En zoveel liefdevoller. Heel belangrijk voor me.»

HUMO Maar Jacky begint dus fouten te maken omdat hij weer iets voelt. Met andere woorden: emoties nekken je.

Roskam «Neen. Wat ik zeggen wil is: menselijk zijn betekent fouten maken. De schoonheid van de mens zit niet alleen in zijn succes, maar ook – en misschien zelfs nog méér – in zijn falen.»

HUMO Als jij het lichaam had gehad van Jacky…

Roskam «Dan was ik wielrenner geworden. Of formule 1-coureur (lacht)

HUMO Jij denkt wel altijd heel groot, hè? Is dat waarom je op Sint-Lukas je schilderijen altijd met een pseudoniem ondertekende? Je heet eigenlijk Michaël Reynders, maar als artiest gebruik je de naam van je moeder.

Roskam «Ja. Ik heb wel aan mijn vader gevraagd of hij het goed vond. Uiteindelijk heb ik die R. er nog tussen gezet, Michaël R. Roskam, als teken van mijn respect voor hem en voor mijn familienaam. Het is zeker geen vadermoord. Ja, op Sint-Lu-kas was ik wel met dat soort dingen bezig. Veel stripauteurs gebruikten pseudoniemen: ik stapte dus in een traditie. En Roskam klonk ook gewoon veel cooler.

»Eén van mijn grote dromen is ooit het verhaal van Frank Vandenbroucke te verfilmen. Een schitterende renner in wie al het menselijke verenigd was, maar dan uitvergroot: extreem talent, extreme kracht en schoonheid, maar ook extreme zwakte, overmoed, ontkenning en camouflage van zijn beperkingen, narcisme.

»Ik denk echt dat ik geluk heb dat ‘Rundskop’ me overkomt nu ik al achtendertig ben en mijn draai heb gevonden. Stel dat je een talent hebt waarmee je zo kan winnen, zonder dat je er maturiteit voor nodig hebt: je bent twaalf en je fietst iedereen naar huis. Hoe kan je dan nog normaal blijven? Mocht ik op mijn twintigste het succes hebben gehad van VDB, dan was het met mij misschien ook misgegaan. Ik kén die drang naar perfectie die hem kapot heeft gemaakt.

»Nu, anderzijds weet ik gewoon dat ik mezelf nooit kapot zou maken. Ik denk dat ik nét voldoende relativeringsvermogen heb. VDB wou perfect zijn in alles wat hij deed: de perfecte vrouw, de perfecte relatie, de perfecte fietscarrière. Minder kon echt niet. Ik heb gelukkig de tijd gehad om mensen tegen te komen die me hebben uitgelegd hoe destructief die drang kan zijn, en die me dwongen om over mezelf na te denken.

»Ik bén eens beginnen te fietsen. Ik ging meteen met mezelf in competitie. Ik fietste bijna elke dag dezelfde zestig kilometer, ik kende elk heuveltje van mijn traject en elke dag moest mijn snelheid omhoog. In zes maanden heb ik mijn gezondheid naar de zak gefietst – ijzertekort, noem maar op.»

HUMO Je bent ook met vijfduizend euro en een paar telefoonnummers naar Los Angeles vertrokken omdat je opeens had beslist dat je ‘Today Is Friday’ dáár wilde maken.

Roskam «En ik héb ’m daar gedraaid, in de woestijn van LA, met een gratis camera van Panavision. Ik had toen ook weer een enorme drang om mezelf op de proef te stellen. En hoe meer iedereen zei: ‘Dat lukt je nooit,’ hoe sterker die drang werd. Homo ludens, hè. Het was een spel, maar ik speelde het met bloederige ernst. Ik moest winnen.

»Ik ben teruggevlogen met de filmspoelen op mijn schoot. Ik heb ze die hele trip geen moment losgelaten, van zondagmiddag tot dinsdagochtend, want daarop stond mijn materiaal, de bewijzen dat het me was gelukt. Dat was mijn opdracht: keer terug met bobijnen met een film erop.»

undefined

Michaël R. Roskam: Het nut van ijdelheid

HUMO Je bent zo dodelijk serieus dat je het scenario voor ‘Rundskop’ tweeëntwintig keer hebt herschreven.

Roskam «Ja, een hele hevige periode was dat. Je moet weten: in de tijd dat ik aan mijn boek werkte, vond ik dat ik in navolging van Pessoa, Nescio en Kafka overdag maar eens een nine to five-job moest zoeken. Ik wist helemaal niks van ’t gewone leven: als ik in die tijd pendelaars zag, dan was dat om acht uur ’s ochtends, als ik van het café naar huis ging, tegen de stroom in (lacht).

»Ik vond dat het niet kon dat een schrijver de binnenlanden van het alledaagse niet kende. Ik ben toen bij een farmaceutisch bedrijf handleidingen voor medische computerprogramma’s gaan schrijven. ’s Avonds schreef ik aan mijn roman, en de rest van de tijd zat ik te discussiëren op café. Het perfecte drieluik, dacht ik, maar omdat ik zo opga in alles wat ik doe, begonnen die drie dingen op den duur door elkaar te lopen. Ik begon het leven te leiden zoals ik erover schreef, en begon in alles te ver te gaan.

»Dat het allemaal goed is gekomen, heb ik voor een groot stuk te danken aan mijn huidige vriendin en aan Dagmar Benke – die helaas ook al niet meer leeft. Zij was de eerste scripteditor van ‘Rundskop’. Het Binger Filmlab in Amsterdam had mij geselecteerd: ik mocht daar vijf maanden mijn scenario uitwerken onder begeleiding van iemand uit de filmindustrie, en dat was Dagmar.

»Zij heeft toen tegen mij gezegd: ‘Je moet uitkijken dat je niet je ergste vijand wordt. Je zelfkritiek, dat jezelf zo de hele tijd in het oog houden en analyseren, je principes en je drang om daar volkomen naar te leven: dat kan op den duur tegen je gaan werken.’

»De spelletjes die ik met mezelf speelde, waren een beetje neurotisch aan het worden. Als iets af moest zijn, ging ik zelf met opzet obstakels opwerpen. Dan ging ik uit terwijl ik wist dat ik de volgende ochtend fris moest zijn, om te testen of het me tegen de kater in tóch nog zou lukken. En natuurlijk ook om een excuus te hebben voor als het níét lukte.

»Ik ben daarover na gaan denken, en op den duur was ik klaar met die spelletjes – ook doordat ik gestaag met Dagmar aan ‘Rundskop’ werkte. In de plaats kwam een soort vrede en liefde voor mezelf. Vroeger kon ik mezelf saboteren, uit vrees dat anders weleens al té pijnlijk duidelijk zou kunnen worden dat ik misschien niet de talenten had om te doen wat ik wilde doen.

»Toen ik eenmaal kon accepteren wat mijn beperkingen waren, viel die vrees weg. Dát maakt iemand tot zijn grootste vijand, die angst: zal het wel lukken wat ik zo absoluut wil? Da’s natuurlijk het probleem als je zo ambitieus bent (lacht).

»Aan de andere kant ben ik het helemaal eens met wat Luc Tuymans twee weken geleden in Humo zei: dat je maar beter ijdel kan zijn en kan dromen over wat onmogelijk lijkt, want als je niet droomt en probeert, lukt het zéker niet. En ondertussen moet je gewoon blijven doordoen. ‘Talent is één ding, maar genialiteit zit ’m in werkijver,’ dixit Walter Benjamin

HUMO Nu is het allemaal gelukt. Ben je dan nu niet opnieuw in paniek? Want nu moet het wéér, en minstens even goed.

Roskam «Neen. Ik ben niet in paniek. Integendeel. Stel je voor dat het anders was gelopen met ‘Rundskop’. Ik maar roepen en strijden met al die ambitie, en dan kom je af met… niks. Het idee alleen al dat ik eerst nog drie films had moeten maken om te staan waar ik nu sta en de kans te krijgen om een nieuwe film te maken: dát zou pas erg zijn.»

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234