null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

'Brommer op zee'

Ruth Joos & Wilfried de Jong: ‘Vaak bellen wij elkaar omdat we net een mooie zin gelezen hebben’

Zij woont in Antwerpen, hij in Rotterdam, maar wat doet dat er eigenlijk toe: beiden hebben ze hun domicilie in boeken. Ruth Joos (44) heeft voldoende dienstjaren bij de VRT om er de toren met de voornaam te mogen aanspreken (Godelieve), en leent brein en stem momenteel aan ‘De ochtend’ op Radio 1. Wilfried de Jong (63) is televisiemaker, acteur, cabaretier, schrijver en gelovige in de kerk van Feyenoord. Samen zijn ze beeldig, en dus presenteren ze straks ‘Brommer op zee’, een boekenprogramma dat op Canvas en de VPRO in roezige smokkelwaar zal doen: liefde voor de elegante zin.

HUMO Goeie naam, ‘Brommer op zee’.

RUTH JOOS «Ik heb er het langst over getwijfeld. Hoeveel mogelijke titels hadden we ook weer?»

WILFRIED DE JONG «Héél veel.»

JOOS «Ik ben vooral blij dat het geen knullige woordspeling is geworden, of een geforceerde allusie op een meesterwerk. Nee, gewoon de fantastische titel van een fantastisch kort verhaal: ‘Brommer op zee’. Goed ook dat Biesheuvel geen kleurloze figuur was, wel een beetje rock-’n-roll. Dat ís literatuur namelijk: een beetje rock-’n-roll.»

DE JONG «Niet dat het verder wat uitmaakt – een titel is ook maar een titel – maar er kleeft veel goeds aan Biesheuvel. Bijzondere man, begenadigd schrijver, bevlogen absurdist. Toen ik 16 was, heb ik m’n scriptie over hem geschreven.»

HUMO Heb je die recent nog herlezen?

DE JONG «Ik heb er onlangs enkele stukjes uit voorgelezen aan Ruth. (Droog) Daar werd ik niet vrolijker van dan strikt nodig.»

JOOS (plagerig) «Ja, wat was jij als 16-jarige zwaar op de hand, zeg.»

DE JONG «Ik ging even definitief uitmaken of de man nou vooral gek dan wel geniaal was. Terwijl ik amper wist wie ik zelf was. Ja, dat was misschien een tikje hoogmoedig (lacht).»

HUMO Wordt ‘Brommer op zee’ een bijzonder programma?

JOOS «Dat zullen we dan maar hopen, zeker? Nee, laat ik de valse bescheidenheid en de ironie maar achterwege laten: ik geloof écht dat het mooi wordt. We maken het programma dat we wíllen maken, en voorlopig heb ik nog niets gemerkt van de machinerie waarvoor je altijd weer wordt gewaarschuwd als je je aan televisie waagt: geen marketing-lingo, geen gemors met cijfers en doelen, geen gedoe.»

DE JONG «Dat heeft veel met de VPRO te maken. Dat is toch nog altijd de omroep van de makers. Er loopt een vrolijk lijntje van Van Kooten en De Bie tot Arjen Lubach: allemaal mensen met hun eigen standaard, hun eigen gedachten, hun eigen nukkigheidjes.»

HUMO Jij trok met het idee voor een boekenprogramma naar de VPRO, Wilfried, en je stelde voor om het samen met Ruth te doen. Waarom met haar?

DE JONG «Omdat het sinds onze eerste ontmoeting vaststond dat we ooit samen iets zouden doen. Zes jaar geleden was dat. Ik werd door Ruth uitgenodigd in ‘Kraakland’, het programma dat ze toen op Radio 1 presenteerde. Vinylplaatjes draaien en daar gepassioneerd over doorlullen: dat was het concept, en toevallig ook wat ik graag doe. Ik geloof wel dat ik toen iets te veel heb gepraat (lacht).»

JOOS «Ik heb geen enkele vraag moeten stellen. Maar in dat uurtje was ik wat te weten gekomen, had ik gelachen en was ik ontroerd. En dacht ik: ik wil dóórgaan!»

DE JONG «‘Zeg het maar, jongen’, zo voelde het toen. Ruth begreep mijn verteldrift.»

JOOS «Het contact bleef, we volgden elkaars werk. En nu was de mogelijkheid er.»

HUMO Je doet het voor het eerst samen met iemand, Ruth.

JOOS «Ja. Ik presenteer altijd alleen – tenzij er aanslagen worden gepleegd of Beerschot plots kampioen wordt. Ik verlang er ook niet naar om het met zijn tweeën te doen, tenzij die andere Wilfried is.»

DE JONG «We hebben eerst een proefaflevering gemaakt, met Simone Atangana Bekono en Stefaan Degand. Heerlijke man, trouwens, die Stefaan Degand: op een bepaald moment begon hij met gespeelde boosheid op de tafel te kloppen. (Geeft een verdienstelijke Degand-imitatie ten beste) ‘Wat is dat verdomme toch met jullie? Met jullie vragen-vragen-vragen!’ (lacht) Die proef voelde goed, het wás ook gewoon goed, en vervolgens heeft Ruth het aan de VRT laten weten.»

JOOS «Het plichtsgetrouwe, loyale meisje dat ik ben, was dat al voor het eerste gesprek aan haar bazen gaan vertellen.»

DE JONG «En toen ze bij de VPRO naar Canvas belden, vonden ze het daar meteen óók interessant, en zo is er dus eindelijk een Nederlands-Vlaams boekenprogramma. Champagne!»

DE GOEIE GULP

HUMO In elke aflevering interviewen jullie samen twee schrijvers. Aan een tafel, niet in een confituurbad, en zonder jolige intermezzo’s en epileptisch gemonteerde filmpjes. Halleluja!

DE JONG «Ik begrijp wat je bedoelt: een goed boekenprogramma is een sober boekenprogramma. Het is in wezen zo eenvoudig: een schrijver schrijft een boek, en als een televisiemaker daar vervolgens iets mee wil doen, dan vraagt hij die schrijver naar dat boek.»

JOOS «Ja! Hoe heeft hij of zij het gemaakt?»

DE JONG «Waarom?»

JOOS «Wat krijgen we te lezen?»

DE JONG «Waarom moet dat werk bestaan?

»Het is allemaal zo eenvoudig, evident en logisch. We willen in ‘Brommer op zee’ niet uitpakken met krullen en tierlantijnen. Nee, we willen de literatuur laten schitteren.»

JOOS «Ik geloof dat je dat ook in onze manier van interviewen zult terugzien. Wilfried en ik zitten daar niet om te winnen – niet van elkaar, niet van de schrijver. Het kan spannende televisie opleveren, hoor, presentatoren die elkaar graag afkatten en een wedstrijdje om het briljantst spelen. Maar dít programma zou het geen deugd doen: het gaat om de schrijver.»

DE JONG «Niet dat die een promenade krijgt waarop hij mag komen flaneren: ik hou ervan om een gesprek met een dwarse vraag in een andere bedding te leggen. Maar de basis is inderdaad: interviewen met compassie. We willen geen vuurpeloton zijn.»

HUMO Wat alvast in jullie voordeel spreekt: jullie kunnen dat goed, gloedvol interviewen.

DE JONG «En nog veel belangrijker: we doen dat allebei zo gráág.»

JOOS «We willen het ook op dezelfde manier. En dat is niet: een lijst van twintig vragen opstellen en die vervolgens netjes onder ons tweeën verdelen.»

DE JONG «Terwijl het vaak wel zo werkt in tv-programma’s.»

JOOS «Maar dat kunnen wij niet. Dan is het na een maand gedaan.»

HUMO Excuus dat ik zo openlijk uit mijn dagboek loop te citeren, maar: wat is er zo fijn aan vragen stellen aan iemand?

DE JONG «Het wonder van de communicatie, natuurlijk! En van de miscommunicatie, voorál van de miscommunicatie. Dat we elkaar maar moeizaam begrijpen, dat is toch wat de hele mensheid verbindt? We doen zo ons best om ons verstaanbaar te maken, we sloven ons zo uit om goed te luisteren, en toch hapert er altijd iets. Maar de schoonheid zit in de poging, telkens weer. En precies dat is een goed interview: een probeersel, een poging om elkaar een beetje te begrijpen.»

HUMO Je hebt al prachtige interviewprogramma’s gemaakt. Goed praten en goed luisteren: dat heb je in de vingers, toch?

DE JONG «Neen. Neen-neen-neen. Het is zo spannend en onvoorspelbaar, telkens weer. Dat is geen pose, geen valse bescheidenheid. Ik blijf het oprecht een lastig, delicaat vak vinden. Je hebt daar aan tafel alleen jezelf, hè. En dus ook: je eigen onzekerheid. Want die verdwijnt niet met de jaren. Integendeel, ze wordt alleen maar erger. Ik ben de 60 voorbij, maar dat betekent niet dat ik stevig op mijn poten sta. Iemand interviewen, dat is: wankelen.»

JOOS «Eigenlijk vind ik het geruststellend om dat te horen. Na een uitzending van ‘De ochtend’ raas ik nog een halfuur door: ‘Dit had ik beter moeten doen! Daar stokte het! Morgen moeten we dát proberen!’ Ik moet dan even landen en weer van de imperfectie leren houden. Allicht komt het nooit, het moment waarop ik tevreden zucht: ‘Ja, het was goed genoeg.’ Maar is dat erg? Is dat een probleem? Natuurlijk niet. Het leven is falen. En dat doe je bij voorkeur zo mooi mogelijk.»

HUMO Ik hou van de absurde, artificiële opzet van een interview. Je gaat voor een wildvreemde zitten, je zet de camera of de bandrecorder aan, en je zegt: ‘Nu wil ik graag al je hartkamers zien.’

JOOS «En toch sta ik er nog vaak versteld van hoe goed dat artificiële concept werkt. Je stelt één vraag, en het gebeurt: het jasje wordt opengeritst, iemand laat zich zien. Dat is niet altijd het geval, natuurlijk, en het hangt ook af van het soort interview. Als ik in ‘De ochtend’ Frank Vandenbroucke vragen over de vaccinatiecampagne stel, is het niet de bedoeling dat ik te weten kom hoe hij ’s avonds laat de melancholie bedwingt. Maar voor iemand die wordt geïnterviewd, kan het als een bevrijding aanvoelen om die ene goeie vraag te krijgen, en soms gulpt alles er dan in één keer uit. Dat gaat over vertrouwen: bij een goeie interviewer ben je veilig.»

DE JONG «Op een vlucht van New York naar Amsterdam zag ik eens hoe een stewardess na de veertigste ‘Coffee? Tea?’ besloot niet nog eens ‘Coffee? Tea?’ te zingen, maar naast mij te komen zitten – de meeste mensen in het vliegtuig sliepen, ik zat wat te lezen. Binnen het kwartier kende ik haar hele levensverhaal. Haar twijfels, haar angsten, haar geluk: ik kreeg het allemaal, zonder één vraag te stellen. Dat is de luxe van twee onbekenden die elkaar even ontmoeten. Het is net makkelijker om dan tot de ander door te dringen, want je bent elkaar niets verschuldigd.»

HUMO Zijn jullie ook aan het interviewen wanneer jullie niet aan het werk zijn?

JOOS «Neen. Totaal niet.»

DE JONG «Ik krijg dat in een privégesprek weleens te horen, ja: ‘Ben je mij aan het interviewen, Wilfried?’ Maar ik zie dat gewoon als nieuwsgierigheid.»

JOOS «Misschien is het verschil niet zo groot? Je zei het daarnet al: uiteindelijk draait het in het leven toch om de poging om met elkaar te praten.»

APP UIT DE MOUW

HUMO Naast je werk voor de radio, Ruth, interview je ook vaak schrijvers op literaire evenementen en boekvoorstellingen. Als ik weer eens naar het plafond lig te staren, denk ik vaak: dat is wat ze het liefst doet.

JOOS «Stiekem wel, ja. En weet je waarom? Voor die interviews moet ik vaak het volledige oeuvre van een schrijver lezen. Dat is een prachtige manier om héél dicht bij iemand te komen. Als ik alle boeken van een schrijver na elkaar lees, zie ik de verscheidenheid, de evolutie, de thema’s… En als ik er tijdig klaar mee ben, heb ik nog een week om het allemaal in mijn hoofd te laten gisten. (Bevlogen) We voelen en we denken voortdurend, we maken wat mee, we schrammen ons aan het leven. En al die dingen blijven doorgaans onzichtbaar voor de wereld: we kruisen elke dag zoveel onbekenden zonder ooit iets te weten te komen van elkaar. Maar schrijvers leggen dat allemaal in hun boeken vast, en die kun je gewoon lezen! Dat is toch een opwindende gedachte?»

DE JONG «En vraag je zo’n schrijver dan het vel van het lijf?»

JOOS «Ik doe het zachtjes, altijd zachtjes. Een beetje zoals we het in ‘Brommer op zee’ van plan zijn: niet het antwoord al in de vraag leggen. Je wilt toch dat zo’n schrijver het zélf zegt.»

Ruth Joos: ‘Allicht komt het nooit, het moment waarop ik tevreden zucht: ‘Ja, het was goed genoeg.’ Maar is dat erg? Natuurlijk niet. Het leven is falen. En dat doe je bij voorkeur zo mooi mogelijk.’ Beeld Diego Franssens
Ruth Joos: ‘Allicht komt het nooit, het moment waarop ik tevreden zucht: ‘Ja, het was goed genoeg.’ Maar is dat erg? Natuurlijk niet. Het leven is falen. En dat doe je bij voorkeur zo mooi mogelijk.’Beeld Diego Franssens

HUMO In Nederland bestaat een mooie traditie van boekenprogramma’s, in Vlaanderen liep het altijd weer mis. Terwijl het, denk ik toch, heel eenvoudig is: om van zo’n programma iets moois te maken, heb je gewoon liefde voor literatuur nodig. Hartstocht voor de letteren. En die hebben jullie.

JOOS «Precies. Als ‘Brommer op zee’ dat uitstraalt, als dát zegeviert, dan zal het goed zijn.»

DE JONG «Vaak bellen wij elkaar omdat we net een mooie zin gelezen hebben.»

JOOS «Soms zelfs omdat we een mooi woord gezien hebben en dat even met elkaar willen delen. Ik vind dat eerder logisch dan bijzonder: we zijn toch allemaal uit taal opgetrokken?»

HUMO Die taal glijdt mee met de tijd. Hoe whatsappen jullie?

DE JONG «Ouderwets: in mijn berichtjes begint een zin met een hoofdletter en eindigt die met een punt. Ik snap waar je heen wilt: nieuwe jeugd, nieuwe taal. Mijn dochter ramt alles er zonder hoofdletters en leestekens doorheen.»

JOOS «Ik pas me aan. Word ik aangesproken in verzorgde, liefdevolle taal, dan antwoord ik ook zo. Maar net zo goed zit ik in WhatsAppgroepen waarin memes en emoji’s de hoofdmoot van de communicatie vormen, en dan word ik zelf ook wat slordiger.»

DE JONG «Weet je dat ik in mijn leven nog nooit een emoji heb verstuurd?»

JOOS «Ik hou wel van de speelsheid van die nieuwe taal. Zo’n goeie Instagrampost waarin tekst en beeld mooi met elkaar dansen, vind ik wel knap – ik beheers het zelf niet. Misschien is het naïef van me, maar ik denk niet dat we zo onze taal stukmaken.»

DE JONG «Natuurlijk niet, de taal is sterk. Maar toch, dat korte, figuratieve communiceren zit me niet lekker. Iemand gaat dood, dat wordt op Instagram of in een WhatsAppgroep gemeld, en dan regent het vervolgens zwarte hartjes. Zo doen we dat nu dus, met iemand meerouwen: even een zwart hartje aantikken. Noem me gerust ouderwets, maar ik vind dat een goedkope aflaat. Wat is er mis met even gaan zitten, nadenken over wat die dode voor je betekende, en dat vervolgens opschrijven – met woorden, in zinnen? We verliezen veel met dat zwarte hartje, hoor. Niemand zegt nog over een dode: ‘God, wat had hij een mooie stem.’ Of: ‘Hoe geduldig was je toch toen je me leerde fietsen.’ Het uitspreken van de dingen wil ik liever niet verliezen.»

JOOS «Ik ook niet, natuurlijk. Maar ik ben misschien wat optimistischer: ik word vrolijk van de manier waarop mijn kinderen met taal aan de slag gaan. Ook al moet ik dan opzoeken wat IMHU en NWLY betekenen – in my humble opinion en never wanna lose you

DE JONG «Nog even en we voelen ons taalkundig gemankeerd.»

JOOS «Maar voor jou zou dat minder erg zijn dan voor mij. Jij bent een zestiger: dan mag dat. Ik ben een veertiger, verdorie.»

DE JONG «Ach, whatever. Ik ben vol overgave ouderwets: ik beleef plezier aan het schrijven van een mooie zin. Ik ga graag zitten voor woorden.»

HUMO Hebben jullie ooit genoeg van het lezen?

JOOS «Nee. Nooit. Als ik aan een boek begin, en het blijkt een góéd boek, dan word ik gelukkig.»

DE JONG «Níét lezen, ik kan het me niet voorstellen.»

JOOS «Als ik straks op de radio het nummer hoor waarop ik op mijn eerste fuif heb geslowd, dan ben ik weer dáár. Ik geniet van beeldende kunst, en om me aan een gebouw te vergapen dat de geschiedenis van de architectuur heeft opgeschud, rijd ik kilometers om. Maar wat me écht overhoophaalt, is de geschreven taal. Het is de kunstvorm die ik het best begrijp. Boeken spreken het diepste in mij aan. Dat is altijd zo geweest, en het is nooit weggegaan – ook niet toen ik moest lezen voor mijn studie, ook niet toen ik moest lezen voor mijn werk.»

HUMO Het vervelende aan ouder worden is dat van alles de glans afgaat, dacht ik?

JOOS (bijna boos) «Niet van woorden. Echt niet.»

DE JONG «Ik beheers nog altijd de kunst van het kippenvel. Passeert het perfecte nummer op de autoradio, dan zit ik geheid mee te blèren en op mijn stuur te kloppen. En zo is het ook met literatuur: ik blijf verslaafd aan de sensatie van woorden die goed vallen. De eerste pagina van een goed boek lezen is als van een glas wijn proeven, en weten dat op het einde van de namiddag de hele fles leeg zal zijn.»

JOOS «O, je bent een dagdrinker?»

DE JONG (onverstoorbaar) «Ik vind het ook fijn als een boek wat nukkig is. Als ik het niet meteen begrijp, maar wel word meegevoerd.»

HUMO Lezen jullie een boek per definitie uit?

DE JONG «Neen. Soms leg ik iets weg na dertig pagina’s en keer ik er later naar terug, als het juiste moment er is. En soms keer ik gewoon niet terug.»

JOOS «Ik lees wel alles uit.»

DE JONG «Echt?»

JOOS «Maar ik probeer om van jou te leren. Om ook eens te zeggen: ‘Dit is niets. Ik hou ermee op.’»

DE JONG «Een schrijver voelt het niet, hè, als je zijn boek weglegt. En je kunt niet iedereen gelukkig maken, Ruth. Als een boek niets is, dan is het niets. Het is net zoals met mensen: je komt geregeld iemand tegen die onverstaanbaar praat, stinkt of in algehele sufheid doet – en de drie samen, als je heel veel pech hebt. Nou, dan wandel je toch lekker door?»

JOOS «Het gaat niet over het mededogen met de schrijver die zo zijn best heeft gedaan. Het is meer een soort… mijn best doen. De gedachte dat, als je aan iets begint, je dat ook moet afmaken.»

OASE IN HET HOOFD

HUMO Je hebt jezelf in interviews herhaaldelijk een fantast genoemd, Wilfried, iemand die het leven bij elkaar fabuleert.

DE JONG «Daar is niets van gelogen. Zodra ik in de buurt ben van fantasie – als maker of als consument – voel ik me op mijn gemak.»

JOOS «Lekker verzinnen!»

DE JONG «Ja. Dan zie ik op straat een triviaal tafereeltje...»

JOOS «...en schrijf je luidop een kort verhaal. (Tot Humo) Het is een geschenk, hoor, naast Wilfried lopen.»

DE JONG «Of heel vermoeiend.»

JOOS «Of heel vermoeiend, ja.»

DE JONG «Maar het is waar: een flits, een fotootje met mijn ogen, volstaat om een heel verhaal te verzinnen. En in mijn hoofd staan er geen schotten tussen fictie en non-fictie.»

JOOS «Jij kunt dat heel goed, in elk moment en elke dag iets bijzonders zien. Je hebt geen talent voor afstomping.»

DE JONG «Ik heb nooit harddrugs nodig gehad om bij de oases in mijn hoofd te komen.»

JOOS «Jij kunt gewoon heel goed leven. Je lijkt me iemand bij wie de demonen ’s nachts komen, maar ’s ochtends weer het huis verlaten.»

DE JONG «Kan wel kloppen, want ik heb een heel vreemde slaaphouding: met mijn vuisten gebald, onder mijn kussen, het tegendeel van ontspannen.»

JOOS «Maar je staat wel heel wakker op, als een kind dat het leven omarmt. Ik ben iemand die goed slaapt. Mijn demonen zijn er gewoon overdag. Niets catastrofaals, hoor, ze verlammen me niet. Maar ik sta soms wel te kijken van die tomeloze energie van je.»

DE JONG «Maar die heb jij toch ook? Jij kunt toch flink doorgaan?»

JOOS «Ja, het is waar. Ik denk dat voor ons beiden geldt: de energie is groter dan de melancholie.

»Ik krijg op mijn werk nog altijd te horen: ‘Ruth, je hebt de vergadering weer gekaapt.’ Dat ligt wel gevoelig bij me, want het is iets wat ik al sinds mijn peutertijd meedraag. Ik ben Ruth, en ik ben altijd heel aanwezig. Dat mocht thuis: luid en veel en vol werd aangemoedigd. Maar er waren ook een hoop plekken waar dat niet werd gewaardeerd. Een kind moet vaak stil zijn, hè. Op al mijn rapporten stond: ‘Ruth praat te veel.’ En dat is geen probleem, maar toch zit het me wat in de weg. Je geeft zo toch snel de indruk dat je denkt dat de dingen rond jou draaien.»

Wilfried de Jong: ‘Ik krijg in een privé-gesprek weleens te horen: ‘Ben je mij aan het interviewen, Wilfried?’ Maar ik zie dat gewoon als nieuwsgierigheid.’ Beeld Diego Franssens
Wilfried de Jong: ‘Ik krijg in een privé-gesprek weleens te horen: ‘Ben je mij aan het interviewen, Wilfried?’ Maar ik zie dat gewoon als nieuwsgierigheid.’Beeld Diego Franssens

HUMO Dat verbaast me: ik vind je net heel dienstbaar. In interviews gaat het bij jou altijd om de man of vrouw aan de overkant.

JOOS «Dat vind ik maar logisch, ook straks in ‘Brommer op zee’: het gaat over diegene die voor ons zit. Hij of zij is de kunstenaar, wij zijn de interviewers. En dat geldt ook voor mijn werk in ‘De ochtend’. Als ik een politicus interview die net een idiote beslissing heeft genomen, doe ik dat kritisch en doortastend. Maar: het blijft over de politicus gaan, nooit over mij.»

DE JONG «Ik heb altijd veel verschillende dingen gedaan. Ook ‘Kijk naar mij!’-dingen: schrijven, in het theater spelen. Toen ik ‘Zomergasten’ presenteerde, kreeg ik verbaasde berichtjes van vrienden. ‘Je zit daar zo ernstig en empathisch mensen te interviewen, maar enkele weken geleden zag ik je nog met je blote pik op het podium, terwijl Martin van Waardenberg (met wie hij al sinds 1985 het cabaretduo Waardenberg en De Jong vormt, red.) deed alsof je eikel de microfoon was waarin hij sprak.’ Dat vind ik prima, dat je de keizer met en zonder kleren ziet.»

JOOS «Wat vraagt de grootste durf: schrijven of op een podium gaan staan?»

DE JONG «Het verschilt van mens tot mens, denk ik. Ook in het theater vind je veel mensen die door onzekerheid verteerd worden. Ik ken heel goeie acteurs, echt grote namen, die elke avond kotsend in de coulissen staan. En ik ken er die achteloos het podium op vlinderen.

»Ik vind schrijvers sowieso wel moedige mensen. Vaak doen ze wat ze doen om hun schaamte en schuwheid te bevechten. Je bespeurt toch vaak een zeker onvermogen om aan het volle leven deel te nemen, een ongemakkelijkheid die flink in de weg zit. Het duel met dat onbehagen leveren schrijvers op papier, en dat vind ik moedig.»

HUMO Daarmee leveren ze ons, de lezers, de troost die we nodig hebben.

DE JONG «Voor mij is troost niet het juiste woord. Het is alleszins niet waarom ik lees. Ik laat de wonde het liefst de wonde: ik ben niet bang van het verdriet in mijn leven.»

JOOS «Daar ben ik het mee eens. Literatuur hélpt niet, boeken troosten niet. Maar ze zijn mooi, en geven je telkens weer nieuw bloed. Dát is de sensatie die lezen is.»

Joosendejong Beeld Humo
JoosendejongBeeld Humo
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234