Ruud Vormer (Club Brugge): 'Ik kan keihard zijn, maar je schopt toch niet zomaar iemand doormidden?'

Nog voor er één bal had gerold in het kampioenentoernooi, morste Club Brugge al met de punten dat het een aard had. Analisten zoeken naar verklaringen en de fans morren, maar één man lijkt te ontsnappen aan de kritiek: Ruud Vormer (28), de Nederlandse kilometervreter op het Brugse middenveld.

'Ik ga niet terug naar Nederland: ze weten heus wel dat het goed met me gaat, en ik ben niet uit op revanche'

Dan speel je na een eeuwigheid nog eens Champions League, word je meteen met 0-3 in de pan gehakt. Het overkwam Club Brugge twee weken geleden tegen de Engelse kampioen Leicester City. In Kopenhagen krijgt Club op dinsdag 27 september de kans zich te herpakken. Mocht het toch anders uitdraaien, dan zal het niet aan Ruud Vormer gelegen hebben. Vormer stelt zelden teleur en mag het bijgevolg ook keer op keer komen uitleggen voor de camera’s als het weer eens niet is gelopen zoals verwacht.

Ruud Vormer (lacht) «Dat valt me ook op, maar ook in slechte tijden moet er iemand voor de camera’s gaan staan. Dat doe ik dan. Vind ik helemaal niet erg: het hoort bij de job. Soms moet je uitkijken, zeker als het wat minder draait, maar ik zeg vrijuit wat ik ervan vind.»

HUMO Dat treft. Jullie seizoensstart loopt niet echt gesmeerd. Waaraan ligt het?

Vormer «Weet ik niet.»

HUMO Decompressie na de titel?

Vormer «Ach, nee. Ben ik het niet mee eens. Na een titel moet je juist vertrouwen uitstralen, zoals in onze eerste wedstrijd op KV Mechelen. Die was zo goed dat ik het niet voelde aankomen dat het daarna zoveel minder zou gaan.»

HUMO Na een titel moet een selectie weer scherp worden gezet met nieuw bloed, hoor je vaak. Misschien is dat te weinig gebeurd: Club deed amper transfers.

Vormer «We zijn toch versterkt? Pina is erbij gekomen, en Limbombe. Alleen moet het er nog uit komen. Dat zie ik ook wel gebeuren als iedereen weer het goede gevoel heeft.

»(Zucht) Ik weet echt niet waar het aan ligt. We moeten er gewoon iedere wedstrijd voor knokken en dan komt het voetbal vanzelf terug. Daar blijf ik bij.»

HUMO Het was na de titel lang onduidelijk of Michel Preud’homme zou aanblijven als coach. Uiteindelijk kwam er een halfslachtig compromis uit de bus: hij bleef, maar hij zou minder vaak op het trainingsveld staan. Mist de kleedkamer zijn dagelijkse aanwezigheid?

Vormer «Totaal niet! We moeten blij zijn dat Preud’homme hier nog zit. Ik vind het ook allemaal nogal meevallen: alleen de dag na de wedstrijd is hij er niet. Verder is hij nog altijd elke dag op de club. Er is echt niet veel verschil met de voorbije seizoenen. Deze groep heeft een trainer als hij nodig: iemand die er bovenop zit.»

HUMO Wat is de ambitie dit seizoen?

Vormer «De titel. En van de Champions League verwacht ik ook nog veel. Ik hoop dat we kunnen verrassen tegen Kopenhagen. Twee jaar geleden hebben we er gewonnen: we kunnen het dus. Tegen Leicester hadden we ook 1-0 voor kunnen komen: en dan? Daar blijf ik echt bij. Dan moet de tegenstander komen en gaat Izquierdo lekker rennen, toch? Dan had ik het nog wel willen zien, echt waar. We zaten er goed in, ik had echt een lekker gevoel.»

HUMO Het werd 0-3, Ruud.

Vormer «Maar het kon wel, hè, met die eerste kans voor Izquierdo. Dat het 0-3 werd, was erg, maar die keer dat we met 5-0 bij Napoli de boot ingingen, vond ik nog erger. Toen hadden we écht niets te vertellen.

»Hoe die spelers van Leicester elkaar coachten: mooi, hoor. Daar hou ik van. Bij Club probeer ik het zelf ook: wat lullen met de gasten, tegen ze bezig zijn. Dat heeft altijd een beetje in mij gezeten, en nu steeds meer: ik ben ook al 28. Maar goed team, hoor, Leicester. Natuurlijk hebben ze Vardy en Mahrez, maar ze strijden als een team. Dát moet je hebben: dat je ’t voor elkaar doet.

»’t Was mijn eerste keer in de Champions League en da’s toch een ander niveau, dat voel je. Maar ’t was leuk: ik heb er een positief gevoel aan overgehouden.»

HUMO Je bent een man van het halfvolle glas.

Vormer «Nou, ja… Als ik me met al die dingen waar jij naar vraagt bezig zou houden, dan slaap ik niet meer (lacht). Nu lig ik alleen wakker na een wedstrijd: dan slaap ik sowieso niet.»


Louis van Gaal zag het in me bij AZ. Dat is het geluk dat je óók moet hebben.

Geluk genaamd Van Gaal

HUMO Je neemt nooit een blad voor de mond. Van wie heb je dat?

Vormer «Van m’n vader, denk ik. Mijn ouders zijn echte Amsterdammers, uit de Jordaan dan nog: Amsterdamser kan niet. Daar groei je toch mee op, al ben ik zelf als enige van de familie geboren en getogen in Hoorn. M’n ouders verhuisden er naar een rustige nieuwbouwwijk en toen kwam Rudy – m’n echte naam – ter wereld. Het was er heerlijk wonen, lekker gemoedelijk. Ik heb ook twee jaar in Rotterdam gewoond en dat is toch harder. Dat ligt me minder, al was het er wel aangenaam, vlak naast de Erasmusbrug.»

HUMO Hoorn, da’s waar Vader Abraham in dat kleine café aan de haven de inspiratie haalde voor zijn wereldbekende smartlap, las ik.

Vormer «O, ja? Staat dat op het internet? Nu je het zegt: ik heb dat ook weleens gehoord.»

HUMO Volgens je ouders was je een vrolijke, opgeruimde jongen.

Vormer «Zo ben ik buiten het veld, zoals nu: kalm en relaxed. Misschien omdat ik van Hoorn ben: wij zijn rustige mensen. Maar op het veld doe ik alles om te winnen. Dan moet je iemand kunnen aanspreken op wat hij fout doet: dat mogen ze ook met mij doen.»

HUMO Je was een jaar of 12 toen je Hoorn verliet en voor AZ in Alkmaar ging voetballen.

Vormer «Ik bleef in Hoorn wonen, maar ik werd ’s ochtends vroeg opgepikt en ’s avonds weer thuisgebracht. Ik was meer in Alkmaar dan thuis, maar je moet er wat voor overhebben om iets te bereiken. Dat zat toen al in mij. Ik wist wat ik wilde: voetballer worden, en daar moet je veel voor laten. Het was af en toe best zwaar, zeker naarmate ik ouder werd en m’n vrienden begonnen uit te gaan. Dan was het weleens lastig als m’n ouders zeiden: ‘Nee, Ruud, thuisblijven. Morgen moet je spelen.’ Ben ik nu heel blij en dankbaar om.»

HUMO Zaten zij je dicht op de huid?

Vormer «M’n vader wel, qua voetbal. School was meer iets voor m’n moeder. M’n vader zegt altijd dat hij ’t meteen zag dat ik een voetballer zou worden. Kwam ik van school, gingen we gelijk het veldje op. Lekker schieten. Links, rechts. Of dan schoot-ie de bal omhoog, moest ik hem aannemen. Fantastische tijd! Hij was ook heel kritisch, maar daardoor sta ik hier nu wel. Ik ben iemand die het af en toe makkelijk opvat en denkt: het komt wel goed – vroeger meer dan nu. Dan is het goed dat iemand je bij de les houdt.

»Ik zat bij de A1 van AZ, de hoogste jeugdselectie, toen Louis van Gaal me naar het eerste elftal haalde. Hij zag het in me. Dat is het geluk dat je ook moet hebben. Ik had al opgevangen dat hij met me wilde praten, en precies op m’n 18de verjaardag gebeurde dat ook. ‘Ruud,’ zei hij, ‘jij gaat met ons meetrainen, laat het maar zien!’ Nou, dat heb ik gedaan. Lekker gas gegeven. Ik was zo trots dat ik het iedereen ben gaan vertellen. Mooi toch, dat je bij zo’n grote trainer in z’n kantoortje mag zitten?»

HUMO AZ greep dat seizoen naast de titel en verloor de bekerfinale, waarin jij op de bank zat. Je brak er nadien niet door.

Vormer «Ik heb er wel m’n wedstrijdjes gespeeld, hoor. Maar voor mijn ontwikkeling was het beter dat ik wekelijks kon spelen. Bij AZ had ik Demy de Zeeuw en David Mendes da Silva voor me. Die speelden allebei bij het Nederlands elftal: daar win je ’t niet van. Ik ben toen naar Limburg vertrokken, naar Roda JC.»

HUMO Daar werd je door de krant De Telegraaf uitgeroepen tot de op twee na beste speler in de Nederlandse competitie, waarna je zelf mocht kiezen door wie je je Bronzen Schoen wilde laten overhandigen. Je koos voor Van Gaal.

Vormer «En hij kwam! Niet voor De Telegraaf, zei hij – hij is niet zo vriendjes met de media (lachje) – maar voor mij. We zaten aan dezelfde tafel, met m’n vrouw – toen nog m’n vriendin –, m’n ouders en m’n schoonouders. Lekker samen gegeten. Hij heeft toen mooie woorden gesproken op het podium: dat ik uit een boerengehucht kwam, maar een mannetje was en het toch heb laten zien. Ik had een speciale klik met hem.»

HUMO Is het toeval dat de beste Ruud Vormer naar boven kwam in het gemoedelijke Limburg en nu in het al even gemoedelijke West-Vlaanderen, en dat hij daar in het rauwe Rotterdam, bij Feyenoord, niet in slaagde?

Vormer «Misschien wel, maar je moet ook de kans krijgen: die heb ik bij Feyenoord nooit gekregen. Ik had best kunnen samenspelen met Jordy Clasie (Nederlands international die de voorkeur kreeg als middenvelder, red.), maar Ronald Koeman zag het anders: dan houdt het op. Ik baal daar af en toe nog van, want ik ben 100 procent zeker dat ik het er had kunnen redden. Zeker in de rol die ik nu bij Brugge heb. Clasie was een controlerende middenvelder, en zo zag Koeman mij ook, maar Michel Preud’homme maakte van mij een lopende 8. Mocht ik die rol bij Feyenoord hebben gehad, had ik 100 procent zeker met Clasie kunnen samenspelen.»

HUMO Heb je getwijfeld aan jezelf?

Vormer «Nooit. Ik weet wat ik kan. Ik heb er weleens over gesproken met Koeman en ben ook echt boos geweest. Iedere week negentig minuutjes op het bankje zitten is niet leuk. En dan op maandagavond met het tweede elftal spelen: erger kan niet! Vreselijk.»

HUMO Toen kwam Club Brugge.

Vormer «Een topclub in België. Toen m’n zaakwaarnemer belde – ik zat met Feyenoord op de bus voor het Europa League-duel tegen Loehansk – hoefde ik niet eens na te denken: ‘Direct doen!’ En nu zit ik hier. Beker en titel gewonnen, kwartfinale Europa League gespeeld: het heeft heel goed uitgepakt. Beter kan niet.»

HUMO Zou je ze in Nederland niet graag nog eens laten zien…

Vormer (onderbreekt) «Totaal niet, joh! Lekker laten gaan. Ik heb niet iets van: kijk eens hoe goed ik bezig ben! Dat zien ze zo ook wel in al die praatprogramma’s waarin ze je verder helemaal afmaken. Ze volgen het Belgische voetbal niet zo, maar ze weten heus wel dat het goed met me gaat. Ik ben niet uit op revanche, dat zit niet in mij.»


0-3 tegen Leicester was erg, maar die 5-0 bij Napoli vond ik nog erger. Toen hadden we écht niets te vertellen.

Leven zonder Oranje

HUMO Als Club en Feyenoord iets gemeen hebben, is het misschien wel hun fanatieke aanhang. Maar supportersfanatisme heeft ook een keerzijde, daar weet jij alles van. In Sint-Martens-Latem, waar je woont, stonden boze AA Gent-fans in april aan je deur, en bij Roda overkwam het je eerder ook.

Vormer «Die keer bij Roda was ik niet thuis, maar m’n vrouw wel. De laatste keer was ik gelukkig alleen. We hadden gewonnen van AA Gent, maar om dan zoiets te doen: een echte schande was het (de fans hadden zijn auto met stickers beplakt en intimideerden de speler, red.). Mijn vrouw woonde in die periode nog samen met onze zoon Valente in Dordrecht voor haar opleiding tot spoedarts. Dat was ook de reden waarom we in Gent waren gaan wonen: het was iets dichter dan Brugge. Maar voor geen goud ga ik er weg: ik zit er goed.

»Ik heb zelf ooit eens tussen de harde kern van Roda gestaan. We speelden tegen Cambuur-Leeuwarden, in een play-offduel tegen de degradatie. Ik was geblesseerd en samen met een ploegmaat en de vrouwen stonden we daar. Echt super. Blij ook dat we wonnen, met penalty’s. Maar toen draaide het uit op rellen. Die van Cambuur waren teleurgesteld, dus die wilden de Roda-supporters aanpakken. Stond ik blijkbaar in de weg en incasseerde ik enkele stokslagen van een agent. (Laconiek) Dat was ook weer een ervaring.

»Ik vind het in Brugge allemaal wel meevallen, hoor. Hier fluiten ze toch nooit iemand uit? Ja, Proto (lacht), maar da’s de enige. Mooie wedstrijden zijn het altijd thuis, vind ik. Héérlijk.»

HUMO Je noemde je transfer naar Feyenoord ooit ‘een droom die uitkwam’. En dat voor iemand uit een Amsterdams nest: is Ajax dan niet de natte droom?

Vormer «Ik heb Feyenoord altijd een heel mooie club gevonden. In de Kuip op het veld staan en toegejuicht worden door het Legioen: dat is nergens mee te vergelijken! Natuurlijk vond m’n vader het niet leuk dat ik naar Feyenoord ging: hij is een Ajacied. Maar hij kwam wel kijken: ik bleef z’n zoon en daar is hij trots op.

»Ik héb als kleine jongen de kans gehad om bij Ajax te spelen, maar ik ben toen naar AZ gegaan. Als kind was dat mijn droomclub. Naarmate je ouder wordt, heb je dat niet meer zo, al heb ik altijd een zwak gehad voor Manchester United. Vanwege Van Nistelrooij en Van der Sar, natuurlijk, maar ook Roy Keane en Paul Scholes: spelers naar m’n hart.»

HUMO Nu je ’t over Keane hebt: je vergeleek jezelf ooit met Edgar Davids, de Pitbull. Je mag dan een karakterspeler zijn, voor zo’n vergelijking ben je toch te weinig een schopper?

Vormer «Dat is zo. Ben ik ook wel blij om. Ik kan keihard zijn, maar je schopt toch niet zomaar iemand doormidden: waar gaat het dan nog over? Een te late tackle en rood pakken: het is me ook weleens overkomen. Maar een elleboog zetten? Daar hou ik niet van.»

HUMO Doorgaans word je omschreven als een krijger, een aanjager. Is dat ook hoe je jezelf ziet? Of doet het jou tekort?

Vormer «Hou ik me niet zo mee bezig. Ik doe altijd 200 procent m’n best: meer kan ik niet doen. Maar als je me nu een stofzuigertje zou noemen, dan doe je me tekort, want dat ben ik niet: ik kom ook aan de 16 meter van de tegenstander. Alleen kent men mij zo niet in Nederland: van Koeman moest ik in de middencirkel blijven. Ik wist ook niet beter op dat moment. Zonde.»

HUMO Oranje doet het niet fantastisch, jij pakt prijzen en je bent in de fleur van je carrière: waarom denken ze niet aan jou?

Vormer «Ze kijken niet naar België. Ik had verwacht dat Stefano Denswil er de laatste keer bij zou zijn. Zie ik die Van Dijk op links staan, tja.»

HUMO Is Oranje te hoog gegrepen voor jou?

Vormer (ferm) «Nee, dat kan ik aan! Maar ik weet hoe ze in Nederland over mij denken. Ze kennen me van bij Feyenoord, waar ik niet speelde, en dan krijg je altijd weer dat negatieve sfeertje. Ach, ik lig er niet wakker van. Trouwens, ze hébben aan me gedacht: dat stond toch op het internet, dat Danny Blind (bondscoach van Oranje, red.) dat had gezegd. Maar ik heb niemand gehoord.»

HUMO ‘Club Brugge is de ideale club voor spelers die niet aan de bak komen bij de grote clubs in Nederland,’ zei Denswil onlangs in een Nederlandse krant.

Vormer «Ben ik het niet mee eens. Dat heb ik hem ook gezegd. Wij doen heus niet onder voor Ajax, Feyenoord of PSV. Stel dat je van België terug kunt naar Ajax: is dat dan een stap voorwaarts?»

HUMO Je hebt bijgetekend tot 2020, maar je zei er meteen bij dat je een stap hogerop niet uitsluit.

Vormer «In het voetbal kan er veel gebeuren. Ik ben tevreden, maar misschien komt er nog iets leuks op m’n pad. Je moet altijd proberen de lat ietsje hoger te leggen. Daar moet je ook wat geluk bij hebben. Komt het niet, dan blijf ik gewoon hier. Soms moet je ook tevreden zijn met wat je hebt.»

HUMO Italië zegt je niets, zei je ooit.

Vormer «Da’s een uitspraak van lang geleden: je hebt echt alles gelezen (lachje). Stom eigenlijk, dat ik dat toen heb gezegd. Túúrlijk is Italië ook mooi. Engeland is mooi, Duitsland is mooi, álles is mooi. Ik doe gewoon m’n best en dan zie ik het wel. Je kan het toch niet plannen.»


Tukkie doen

HUMO Je vrouw is spoedarts. Waar praten jullie over aan de ontbijttafel?

Vormer «Euh… Auto’s? (lacht) Ik ben een enorme liefhebber. Als ik een nieuwe wil, zal ik er zeker over babbelen. Verder hebben we het over de normale dingen: de kids, de familie.»

HUMO In je jongensslaapkamer hingen geen posters van voetballers, maar van auto’s.

Vormer «Nou, van allebei dacht ik, hoor. M’n vader houdt ook van auto’s: van hem heb ik het. En m’n zoon ook: die heeft het dan weer van mij.»

HUMO Rijd je nog in je Porsche?

Vormer «Niet meer. Met een tweede kind erbij heb je niet veel aan zo’n wagen (lachje).»

HUMO Ik las dat je thuis ook graag over voetbal praat.

Vormer «Tuurlijk, dat moet! Ik kijk ook naar alles.»

HUMO De meeste voetballers nemen het voetbal liever niet mee naar huis.

Vormer «Dat begrijp ik niet. Je bent toch een liefhebber? En mijn vrouw vindt het leuk, hoor. Het is mijn job, zegt ze, dus het hoort erbij. Vannacht heb ik nog alle bekerwedstrijden in Nederland gezien. Leuk samenvattinkjes kijken, ik had toch niets te doen.»

HUMO Een spoedarts en een voetballer: geef toe, een evidente combinatie is het niet.

Vormer «Maar het werkt wél. Al negen jaar.»

HUMO Veel vrouwen cijferen zich weg voor hun voetballer. De jouwe niet. Vond je ’t vanzelfsprekend dat Roos voor haar eigen carrière ging?

Vormer «Tuurlijk! Je zit toch niet te wachten op een vrouw die elke dag thuiszit?

»Ik kon van Roda naar Rusland: heb ik niet gedaan, voor Roos. Lokomotiv Moskou: mooie club, toch? Mocht ik alleen zijn geweest, had ik het wellicht gedaan. Nu niet. Ik ben daar erg makkelijk in: we doen alles samen.

»Ze heeft haar specialisatie tot spoedarts nu achter de rug. Binnenkort begint ze in het ziekenhuis van Knokke of dat van Gent. We hebben heel lang uit elkaar geleefd. Dat was erg naar, maar het positieve was dat ik veel kon rusten. Dat was minder toen we in Rotterdam woonden en Valente werd geboren. In Gent kon ik na de training thuis gewoon lekker wat gaan liggen. Lekker koken erna, beetje voetbal kijken en slapen. Rust is superbelangrijk: ik noem het ook gewoon werk.»

HUMO Dat schiet er nu weer bij in: deze zomer is jullie dochter Julie geboren.

Vormer «Maar het gaat goed. Als m’n vrouw thuiskomt, zegt ze: ‘Ga jij nou maar lekker effe liggen. Ik zorg wel voor de kids, ik zie je straks.’ Als ze weer gaat werken, hebben we een oppas voor de kids. Kan papa lekker blijven liggen (lacht).»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234