Ry Cooder, lone wolf in L.A.: 'Ik zit niet in een groep. Ik heb een hekel aan wrijvingen, ruzies en nodeloze discussies'

‘Ik ga nooit nog op tournee, da’s niets voor oude mannen als ik,’ zei Ry Cooder in 1988 in Humo. Dertig jaar later, op zijn 71ste, staat hij nog altijd op de planken en dit najaar komt hij naar Antwerpen en Oostende. Zijn nieuwe cd, ‘The Prodigal Son’, ligt deze week al in de winkel.

'Vooruitgang betekent al te vaak dat iemand rijk wordt door anderen uit te buiten of ons patrimonium af te breken'

Het is ongelofelijk op hoeveel platen en in hoeveel verschillende genres het unieke gitaarspel van Ry Cooder te horen is. Op ‘Kokomo’, die late hit van The Beach Boys. Op platen van Captain Beefheart, Nancy Sinatra, Eric Clapton, Van Morrison, Johnny Cash, Randy Newman, Aerosmith en Bob Dylan, maar ook van Vishwa Mohan Bhatt, Manuel Galbán en Ali Farka Touré. En via een omweg op ‘Honky Tonk Women’ van The Rolling Stones, want hij en niet de heer Keith Richards bedacht volgens getuigen de riff van die song. Al zegt hij nu dat ‘we het allebei van John Lee Hooker geleend hebben’.

Cooder vond in 1984 met ‘Paris, Texas’ ook de soundtrack opnieuw uit, en alsof dat niet volstaat, redde hij met de Buena Vista Social Club een generatie Cubaanse genieën van de vergetelheid. Hij is zelfs de enige Amerikaan die het handelsembargo met Cuba doorbrak. In z’n jonge jaren was hij de knapste muzikant van zijn generatie, ook al had hij een glazen oog (als kind stak hij per ongeluk het andere uit met een mes – ik ben hem vergeten te vragen hoe je zoiets in godsnaam per ongeluk doet). Nu bokst hij om fit te blijven. Vóór het interview is me opgedragen om alleen vragen te stellen over de nieuwe plaat, ‘The Prodigal Son’. Ry is het kotsbeu dat mensen hem nog maar eens vragen waarom hij indertijd weigerde om de nieuwe gitarist van The Rolling Stones te worden. Maar een man met zo’n cv níéts over z’n verleden vragen is onmogelijk.

HUMO Op de hoesfoto van ‘The Prodigal Son’ zien we een man die op weg lijkt naar ergens. Ik zou zeggen: een foto uit de jaren 20, een moedwillig ouderwets en tegelijk tijdloos beeld.

Ry Cooder «Klopt. Die man loopt door de 2nd Street Tunnel in Los Angeles, in 1928. Toen was die verkeerstunnel één van de symbolen van een nieuw tijdperk, een geweldige technische verwezenlijking en een symbool van hoop. Niemand stond stil bij alle prachtige oude gebouwen en volkswijken die waren platgegooid om de tunnel aan te leggen, en ook niemand dacht aan de luchtvervuiling die het extra verkeer door die tunnel met zich zou meebrengen. Ook veelzeggend: hij is te voet. Nu gaat niemand te voet in Los Angeles, behalve arme mensen en excentriekelingen.»

HUMO De sfeer suggereert het aanbreken van een nieuw tijdperk, maar het kan ook rampzalig aflopen.

Cooder «Hij is wellicht op weg naar z’n werk, een job die snel tot het verleden zal behoren, omdat de beurscrash van 1929 eraan komt. Die man heeft geen idee welke ellende hem boven het hoofd hangt. Het licht aan het einde van die tunnel kan zonlicht zijn, het aanbreken van een nieuw tijdperk van welvaart, maar het kan ook een aanstormende trein zijn, of de flits van een nucleair ongeluk.»

HUMO Uit ‘Chávez Ravine’ en andere projecten van je had ik al de indruk dat je geen onvoorwaardelijke fan van de vooruitgang bent.

Cooder «Vooruitgang betekent al te vaak dat iemand rijk wordt door anderen uit te buiten of ons patrimonium af te breken. Alles moet er ook voor wijken. De wolkenkrabber was, wat architecten ook mogen beweren, nooit een esthetische of artistieke keuze, het was simpelweg de stijl waarmee het meest te verdienen was. Je verpatst zoveel mogelijk appartementen op zo weinig mogelijk grond. De truc die de vastgoedlobby altijd gebruikt is: eerst mooie oude gebouwen bewust laten verkrotten en vervolgens zeggen: ‘Dat is een onbewoonbaar krot, we kunnen het beter afbreken.’»

HUMO En als ergens oeroud hout of steen wordt vervangen, komt meestal zielloos plastic in de plaats.

Cooder «Juist. Plekken en gebouwen krijgen na jaren een soort patina dat je niet kunt faken. En al wat nieuw is, begint met zielloos te zijn. Je kunt een prachtig, verweerd gebouw uit 1890 vervangen door één dat meer comfort biedt, maar het zal minder karakter hebben. Is dat altijd een goede ruil? Ik denk het niet. Los Angeles is finished, man. Al wat mooi was, is afgebroken.»

HUMO Geef eens een voorbeeld van een gebouw dat jouw jeugd symboliseert en dat nu niet meer bestaat?

Cooder «Toen ik klein was, in de jaren 50 van de vorige eeuw, had je in Los Angeles overal coffeeshops in Googie-stijl. Dat waren diners, die stuk voor stuk unieke architecturale kenmerken hadden. Menselijke, gezellige, karaktervolle plekken. Vergelijk dat eens met de huidige burgertenten, die onderling inwisselbaar zijn. Googies was oorspronkelijk een eettent op de hoek van Sunset Boulevard en Crescent Heights, en heeft z’n naam gegeven aan een architecturale stijl die gebruikt werd voor alle fifties-diners. Bijna al die heerlijke plekken zijn nu afgebroken, inclusief de oorspronkelijke Googies. Op één na, omdat die in een zwarte wijk ligt en dus ongeschikt is om gerenoveerd en ontwikkeld te worden (grijnst). O, ironie: in het oosten van L.A. vind je alleen nog authentieke gebouwen in wijken die werden bevolkt door achtereenvolgens Joodse, Mexicaanse en Aziatische immigranten, en die daardoor aan de bouwwoede zijn ontsnapt.

»Man, de cheeseburgers en chocolate malts die ik in Googies heb verorberd! Dat was écht eten, met liefde bereid, niet de troep die ze je nu bij McDonald’s en dergelijke serveren. Nu, het is niet onmogelijk dat mijn herinnering ietwat gekleurd is omdat daar vaak mooie meisjes rondhingen, en omdat de al even bevallige diensters sexy knaloranje schorten droegen.»

HUMO In ‘Gentrification’ verwijs je naar een bekende acteur: ‘This building’s been sold to Johnny Depp’. Toeval?

Cooder «Ik had zijn naam zomaar in de tekst verwerkt, als grapje en omdat het aantal lettergrepen klopte. Maar toen zei een vriend van me: ‘Da’s heel toepasselijk, want Depp heeft geïnvesteerd in bedrijven die oude gebouwen ombouwen tot hipster-lofts. Hij is één van de miljonairs die achter de schermen aan de touwtjes trekken bij zielloze nieuwe projecten.’»

HUMO Ben je honkvast?

Cooder (lacht) «Ik heb platen gemaakt met klanken uit India, Mali en Mexico, maar ik reis niet, tenzij ik op tournee moet. En één van de heerlijke aspecten van soundtracks componeren is dat ik er mijn huis niet voor uit hoef (grinnikt). Ik woon nu al 71 jaar in Santa Monica, honkvast is dus een understatement. Maar het is nu onherkenbaar geworden, dus ik kom amper nog buiten. Ik ga zwemmen in het YMCA-hostel en ik spring binnen in de lokale gitaarwinkel als ik snaren nodig heb, meer niet.»

HUMO Jij lijkt me iemand die sowieso niet van verandering houdt. Andere muzikale groten werken vaak samen met jonge producers en muzikanten om een nieuw project een trendy air te verlenen, maar jij zweert bij oude getrouwen.

Cooder «Right. Waarom zou ik samenwerken met mensen met wie ik karakterieel geen enkele voeling heb? En trendy? (Snuift verachtelijk) Not for me. Ik zweer bij al wat écht, doorleefd en authentiek is.»

HUMO Je hebt, op Little Village na, nooit in een groep gespeeld – wel even bij Little Feat of bij Captain Beefheart, maar nooit als groepslid. Tegelijk ben je de soloartiest die het meest met andere artiesten heeft gejamd.

Cooder «Ik heb een hekel aan… heel veel dingen (grinnikt). Ruzies, wrijvingen, nodeloze discussies. Daar verspillen groepen heel wat tijd aan. John Hiatt is een vriend, dus wat ik met hem heb gedaan, zag ik meer als een gezellig onderonsje dan als groepswerk. Zo ook bij Rising Sons met Taj Mahal. Maar ik ben ook allesbehalve een natuurlijke frontman, en in die zin een onorthodoxe soloartiest.»

HUMO Volgens mij heb je twee soorten beroemde muzikanten: de ene soort hangt al de gouden platen en foto’s van andere legendarische muzikanten met wie ze samengewerkt hebben netjes aan de muur. De tweede soort stopt alles weg.

Cooder «Ik heb geen trofeeënmuur (lacht). Ik woon in een oud huis uit de jaren 20, waarin is gelééfd.’t Is mooi en gezellig, maar een designtijdschrift zou er niet in geïnteresseerd zijn. Het heeft een tijdje als brandweerkazerne gediend. Ik heb de natuur z’n gang laten gaan, en nu is mijn huis overwoekerd: in elke kamer groeien planten en gitaren. Repeteren doen we nog steeds in die oude vliegtuighangar die ik ooit heb gekocht om te voorkomen dat ze ook die tegen de grond zouden gooien.

»Ons huis staat in een kleine beach canyon, dus we hebben groen en frisse lucht. Maar de straat is door de jaren heen een sluipweg naar de Pacific Coast Highway geworden, en het wordt onleefbaar. We zijn omsingeld. We praten al jaren over verhuizen, maar waar naartoe? Ik wil niet weg van de oceaan. En mijn zoon woont naast me, dus dan moet die mee verhuizen. Soms denk ik dat de mutanten die achter de schermen aan de touwtjes trekken denken: ‘Hé, daar woont nog wat onkruid dat we moeten verdelgen, het speelt muziek.’»

HUMO Ik vind het aandoenlijk en ontroerend dat je zoon jouw vaste drummer is geworden. Als wij iemand niet konden uitstaan, deden we zijn kind een drumstel cadeau.

Cooder (lacht) «Da’s gemeen. Joachim en ik amuseren ons te pletter. ’t Is héérlijk om met hem te werken. Generatie-kloof? Nooit wat van gemerkt. We vullen elkaar perfect aan, hij kan alles wat ik niet kan. Ik weet niet of ik zelfs nog muziek zou maken zonder hem. Onze repetities zijn één groot feest.

»Toen hij 8 was, zat ik te zwoegen op een song van Teddy Bunn. Hij luisterde en zei toen droog: ‘Je speelt wel de juiste noten, pa, maar je hebt zijn touch niet.’ (lacht) Als ik een eerlijke mening wil, kan ik nog altijd bij hem terecht.»

HUMO In de hoestekst van ‘The Prodigal Son’ bedank je ene Paloma voor haar inspirerende invloed. Ik gok dat zij geen muze of minnares is, maar je kleindochter.

Cooder «Betrapt (lacht). Ach, wat een heerlijk wezentje. En we hebben nog zo’n ster, een kleinzoontje. Familie, daar gaat het om.»

HUMO Toen jij amper 4 jaar was, schonk een vriend van je ouders jou een echte gitaar. Ik las ergens dat die man op de zwarte lijst stond: had dat te maken met de heksenjacht op communisten door senator Joe McCarthy?

Cooder «Ja. Leo Breger was violist bij de Los Angeles Philharmonic. Hij was een communist, of toch links, progressief en anti-establishment, en de commissie van senator McCarthy had hem onder druk gezet om andere linkse vrienden van hem te verraden. Voor jouw jongere lezers: McCarthy was een paranoïde extreemrechts zwijn dat een heksenjacht begon, waarbij iedereen die kritiek durfde te geven op de machthebbers onterecht werd gebrandmerkt als een spion van de communisten. In Hollywood vond toen een zuivering plaats en iedereen die niet in de pas liep, werd geviseerd. Die vriend weigerde zijn maten te verklikken, waarop McCarthy de directie van het orkest onder druk zette om hem te ontslaan. En dat konden die rechtse types makkelijk doen, want de L.A. Philharmonic werd gefinancierd en gesubsidieerd door de overheid. Na wat ik met bijna zeventig jaar ploeteren op gitaren heb bereikt, mag duidelijk zijn dat ik Leo nog steeds heel dankbaar ben. ’t Is allemaal zijn schuld (lacht).»

'Mijn stem is flexibeler dan vroeger omdat ik niet meer roep en niet meer rook. En omdat ik oud ben – ik klink eindelijk alsof ik heb gelééfd'


Commerciële zelfmoord

HUMO Ik heb een theorie dat de naam van het label veel zegt over het karakter van de artiest. Maar toen ik Zegema Beach Music googelde, kwam ik terecht bij ‘Star Wars’, wat ik niet met jou associeer. En bij Hi-Lo Shag Music vond ik niets.

Cooder «Zegema Beach Music is het bedrijf van Joachim en hij heeft dat al járen, dus misschien dateert de naam wel uit de tijd dat hij geobsedeerd was door ‘Star Wars’. En Hi-Lo Shag verwijst naar tapijt. Ik wed dat je dat wél met mij associeerde (lacht). Toen ik jong was, in de vroege middeleeuwen, werd veel reclame gemaakt voor die revolutionaire tapijtsoort. Dat spul zag er niet uit, maar het was toen alomtegenwoordig. Ik wilde een naam die vooral níét trendy, cool of professioneel klonk.»

HUMO Weet je dat ‘shag’ in het Nederlands ‘neuken’ betekent? ‘Shag carpet’ is het hoogpolige tapijt dat je vaak in goedkope bordelen vindt.

Cooder «Echt? Fine by me, laat maar komen.»

HUMO Ik sprak een tijdje geleden Randy Newman. Ook al heeft hij nooit een gitaar aangeraakt, toch hebben jullie veel gemeen. Om te beginnen doen jullie eigenwijs jullie zin. Zeldzaam in de popmuziek.

Cooder «Maar maak ik nog popmuziek? Ik ken Randy al heel lang. Gek dat je dat zegt, want ik herinner me dat ik ’m demo’s liet horen en dat hij iets zei als :‘Dit is commerciële zelfmoord, Ry.’ (grinnikt) We deelden lang dezelfde platenfirma. De baas daar gaf ooit één van mijn platen aan George Harrison, toch één voordeel van een platenfirma.»

HUMO De song ‘Jesus and Woody’ biedt een originele invalshoek. Als ik het goed begrijp, vraagt de man die Woody Guthrie heeft geschapen, hem om muzikale tips.

Cooder «Ja, zoiets. Woody heeft heel wat van z’n bekendste nummers in de periode rond de Tweede Wereldoorlog geschreven. Nadat de geallieerden de fascisten hadden verslagen, was hij heel optimistisch over de nieuwe wereldorde, zoals veel mensen. Hij geloofde rotsvast dat de gewone man erop zou vooruitgaan, en dat de moderne democratie alleen maar voordelen bood. Ondertussen weten we dat ‘This Land Is Your Land’ heel relatief is, en ook Woody’s ‘All You Fascists Bound to Lose’ is relatief, als je ziet dat uiterst rechts in heel wat landen opnieuw terrein wint. Ik heb lang gezocht naar een manier om dat gevoel weer te geven zonder te vervallen in de preken en clichés van een ouderwetse protestsong. En toen bedacht ik: wat Woody Guthrie en Jezus gemeen hebben, is dat ze allebei dromers zijn. Het zijn allebei idealisten van wie de goede bedoelingen zijn gekaapt en mismeesterd.

»Wat je op plaat hoort, is de enige take die we hebben opgenomen. De vader van mijn schoondochter was die dag onverwacht gestorven, en ik geloof dat je kunt horen dat er iets op ons woog.»

HUMO Er is iets merkwaardigs aan de nummers op ‘The Prodigal Son’: in het ene klink je alsof je 30 jaar bent, en op andere…

Cooder «…alsof ik 130 ben?»

HUMO De ene keer klink je als een oude wijze, de andere keer als een bronstige jongeling, en op nog andere tracks als iemand die te weinig heeft geslapen. Pas je je stem aan naargelang het onderwerp van de tekst?

Cooder «Dat van dat slaaptekort kan kloppen, want op mijn leeftijd raak je moeilijk in slaap en word je vroeger wakker. Mijn stem is ook flexibeler dan vroeger. Omdat ik niet meer roep en niet meer rook, vermoed ik. En omdat ik oud ben – ik klink eindelijk alsof ik heb gelééfd. En ik heb een goede geluidstechnicus die de dynamiek van elke song perfect balanceert.»

HUMO Ik zag beelden van Joseph Spence die omstreeks 1950 ‘Jesus on the Mainline’ zong, een song waarvan iedereen denkt dat die van jou is. Spence zingt de helft van de tijd onverstaanbaar koeterwaals. Heb jij de rest verzonnen?

Cooder «Nee, ‘Jesus on the Mainline’ is een gospelstandard die dateert uit de periode dat de telefoon werd uitgevonden. Sommige naïevelingen dachten dat je ook naar de hemel zou kunnen bellen en Jezus of een overleden familielid aan de lijn krijgen. Ik heb Joseph Spence nog ontmoet. Volgens mij heeft hij zich nooit de moeite getroost om de tekst uit het hoofd te leren en gebruikte hij z’n stem gewoon als een extra instrument. Uniek, dat wel.

»Bij de Buena Vista-jongens was Compay Segundo ook zo. Ik lette bij elke repetitie goed op zijn vingerzetting, maar voor zijn gitaarspel gold: nothing what you see, is what you hear. Die gasten hadden zulke kromgegroeide en eeltige vingers dat ze altijd iets anders speelden dan wat wij zouden definiëren als een a- of een g-akkoord. Nu, dat geldt ook vaak voor mij. Ik heb ooit een songbook van een brave ziel gezien die al mijn songs netjes had genoteerd, met de akkoorden erbij. Er klopte er geen één van (lacht).»

‘The Prodigal Son’ verschijnt op 11 mei bij Caroline. Ry Cooder staat op 11 oktober in Stadsschouwburg Antwerpen en op 12 oktober in Casino Oostende.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234