null Beeld

Saint Amour: Gustaaf Peek bezingt zaad en zweet in zijn erotische roman

Seks heeft met eenzaamheid gemeen dat het het mooist gedijt in de intieme transitzone die een hotelkamer is. Nergens verzoenen twee lichamen zich definitiever dan in de geur van voorlopigheid en inwonende motten, op geleend tapijt, tussen lakens met een geschiedenis. Marius en Tessa, de hoofdpersonen uit ‘Godin, held’ van Gustaaf Peek, vrijen voornamelijk in hotelkamers. Pagina na pagina lokken ze met pik en vulva de eenzaamheid weg. Hun liefde is glorieus.

Gesprekken gedijen dan weer het mooist in woonkamers: Gustaaf Peek (40) ontvangt me in zijn aardige appartement in Amsterdam. We praten over ‘Godin, held’, zijn vierde roman, en zijn eerste die zich aan de voeten van het grote publiek wierp – 25.000 verkochte exemplaren and counting. Het is het achterstevoren – van dood tot jeugd – vertelde verhaal van Marius en Tessa, twee van hunker levende zielen die elkaars lichaam uitspellen, en doorheen hun hele leven van een mespuntje passie een schuimbad van onstuimige liefde weten te maken. Met z’n tweeën, zonder evenwel een stel te worden: er staan onduidelijke wetten en duidelijke praktische bezwaren – echtgenoten – in de weg.

Straks treedt Peek aan op Saint Amour, de literaire liefdeskaravaan die vanaf donderdag door Nederland en België trekt, nu serveert hij me gewoon een laat ontbijt. Aan de overkant van de straat spot ik een gitaarwinkel. ‘Daar sta ik soms vanop m’n balkonnetje verlekkerd naar te kijken,’ bekent de schrijver, die ernstig praat, maar gul lacht.

Gustaaf Peek «Toen ik jong was, wilde ik een bandje. Dat is nooit gelukt, want mijn vriend en ik speelden beiden gitaar. We hadden geen bassist of drummer – dan houdt het snel op, hè. Toen ik jaren later als schrijver begon op te treden, dacht ik: ‘Hé, dit is ook leuk!’ Op een podium je eigen woorden voorlezen is toch ook een beetje rebellenclub spelen.

»Ik kijk uit naar Saint Amour – ’t is één van de geschenken die nu mijn kant opkomen.»

HUMO Wat ga je precies doen op het podium?

Peek «Een hoofdstuk uit ‘Godin, held’ voorlezen. Daar verheug ik me op. Want ik heb de afgelopen tijd flink wat opgetreden, maar vreemd genoeg heb ik heel weinig voorgelezen uit het boek. Laatst mocht ik in Dordrecht een bibliotheek openen. ‘Wow,’ dacht ik, ‘ik heb het tot officiële lintjesknipper geschopt!’ De organisatie informeerde vooraf naar wat ik zou voorlezen – en of ik er rekening mee kon houden dat er ook gezinnen met kinderen in het publiek zouden zitten? Ik word dus wel uitgenodigd, maar vaak is men toch niet zo happig om iets uit ‘Godin, held’ te horen.»

HUMO Dat ligt natuurlijk aan de onverbloemde seksscènes die het geraamte van je roman vormen. Wat opvalt: je personages zijn zo góéd in bed. Marius en Tessa vrijen altijd stomend en wervelend, met een passionele handigheid waar ik wat beteuterd naar sta te kijken.

Peek «Is het niet ráár dat je dat bijzonder vindt? En dat er zo weinig over goeie seks geschreven wordt?

»Ik wilde het intieme domein betreden, en daarbij heb ik me niet te veel aangetrokken van de literaire mores. Ik begon zo onbevangen mogelijk aan mijn zoektocht, en vervolgens rolde het er allemaal uit. Algauw begreep ik waarom Marius en Tessa zich zo tot elkaar aangetrokken voelen: het gaat gewoon goed in bed. En vervolgens besefte ik dat dat behoorlijk nieuw is in de literatuur. Hoe pijnlijk is dat? Hoe pijnlijk is het om in de kunsten zo’n gebrekkig discours over de fysieke liefde te hebben? Er wordt wat afgevreeën op aarde, en dat vrijen kent vele vormen en manieren. Vaak is het ook absoluut níét lekker, en ik begrijp dat het artistiek interessant is om het daarover te hebben. Maar ik vind het minstens even interessant om te onderzoeken wat er gebeurt als het wél goed gaat.

»Vrijen is naar elkaar zoeken, en soms vinden mensen elkaar in bed. Hoe fijn is dat toch! Het is één van die grootse sensaties die een mens kan ervaren. Lezers zeggen me nu dat ze verrast zijn dat ik het daarover heb in ‘Godin, held’, sommigen noemen het zelfs een naïeve keuze – ze geloven niet in de mogelijkheid, in wat Marius en Tessa hebben. Dan denk ik: ‘Je moet toch wat beter vrijen.’ Ik geloof zeer in goed eten, goed kijken, goed luisteren – in goed leven. En goed vrijen hoort daarbij. Ik vind het echt heel vreemd dat fijne seks iets controversieels blijkt.»

HUMO We moeten beter neuken, en daar horen we het met z’n allen eens diepgaand over te hebben?

Peek «Ja. Seks wordt voortdurend vermarkt, om op een heel bedenkelijke, seksistische wijze allerlei troep te verkopen. Maar zélf zijn we er nog altijd niet klaar mee: we mogen er nog steeds niet over praten, ook al hebben we het on the brain. Treurig! Tragisch! Terwijl seks zo ingrijpend is: het is het verlangen om een ander heel diep te vertrouwen, om die ander te kénnen. Dat lijken me belangrijke waarden om goed te krijgen in een samenleving.

»Ik was vooral op zoek naar de communicatieve kracht van seks: wat zeggen we nu eigenlijk als we elkaar zo intiem bejegenen? Er wordt flink wat gevreeën in ‘Godin, held’, maar er wordt altijd iets anders gecommuniceerd, de machtsverhoudingen veranderen de hele tijd.»

HUMO Woorden die daarbij vaak terugkomen: ‘bezitten’, ‘bemachtigen’, ‘vergelding’. Seks is agressie?

Peek «Klopt, en dat is niet per definitie erg. Agressie hoeft niet te betekenen dat je iemand met een knots de kop inslaat. In seks zit zucht, verlangen. Je moet iets doen om dat verlangen te bevredigen, iets dat de passiviteit overstijgt en misschien dus wel iets gewelddadigs heeft. Twee mensen willen elkaar letterlijk en figuurlijk raken als ze vrijen. En als het goed is, verdwijnt de grote wereld, en vernauwt je bewustzijn zich tot alleen die ander: die moet van jou worden, en van niemand anders. Goeie seks is: elkaar bezitten. Is dat dierlijk en agressief? Vast wel: het zijn heel primitieve impulsen die ons op zo’n moment voortdrijven. Maar het is mooi dat de gecultiveerde en gesofisticeerde mens zich toch nog door zo’n oerdrift laat leiden.

»Tegelijk onderscheiden we ons ook van de dieren, omdat we de zuivere voortplantingsdrang overstijgen: we zijn in staat om echt werk te maken van een band met de ander. Dieren hebben elkaar maar even nodig, mensen zijn in staat tot intimiteit. Dat is toch wonderlijk? Het voelt aan als een triomf op de natuur, en die triomf moeten we koesteren.»

HUMO Toch blijft de daad op zich iets heel dierlijks. Mensen schrikken vaak van zichzelf in bed, denk ik.

Peek «Zeker. Het is zoals in een gesprek. Wat ga je blootgeven? Hoe wil je dat de ander je ziet? Dat zit ook heel erg in m’n boek: wie geeft wat prijs op welk moment? Hoe je het doet, zegt veel over je: vrijen kan heel onthullend zijn. Ongetwijfeld vragen veel mensen zich na de seks af of ze niet te veel van zichzelf hebben prijsgegeven.»

HUMO Post coitum omne animal triste est, wist een weemoedige Romein al, en ik kan het hier in alle exclusiviteit bevestigen: geen onpeilbaardere melancholie dan in de minuten na een vrijpartij. In ‘Godin, held’ zit eigenlijk weinig postcoïtale sadness.

Peek «Alleszins niet bij Tessa: zij gaat altijd opgeruimd naar huis, knoopt meteen weer aan met haar dag en haar leven. Marius heeft er soms wel last van. Hij wil de afspraak eigenlijk breken, verlangt naar meer dan een lichamelijke relatie, en wordt na het vrijen dus wél al eens bevangen door die curieuze tristesse.»

HUMO Ben je zelf weleens postcoïtaal uit je hum?

Peek «Ik heb het gekend, ja. Het is de overrompelende ervaring van dat allergrootste, en het teneerdrukkende besef meteen daarna dat het maar een korte illusie was. Wat net nog groots en essentieel leek, blijkt dan toch maar een vluchtig hongertje geweest te zijn. Maar ik heb er geen last meer van. Wat ik met mijn vrouw heb, voelt zeer blijvend aan: in onze relatie bestaat op elk moment de kans op iets groots. En dat troost me zeer.»


Hemelhoog juichend

HUMO Je hebt in ‘Godin, held’ een ideale liefde beschreven: ze is niet statisch, en het wordt nooit minder dan euforisch tussen Marius en Tessa.

Peek «Marius is voortdurend op zoek naar waar hij Tessa mee kan behagen. En Tessa doet op haar manier hetzelfde. Zij is zeer doordrongen van het idee van spel: uitlokken, uitdagen, iets geven, iets niet geven. Wat die twee hebben, staat niet vast. En omdat het niet vaststaat, kunnen ze telkens verder. Er is altijd weer een kans op iets anders: het spel blijft open en spannend, tot het eind.»?

HUMO Maar ze komen niet tot...

Peek «...een echte, burgerlijke relatie, nee. Ze lopen niet als kalme, beste vrienden gearmd door het park. (Geagiteerd) Dit. Is. Geen. Boek. Over. Relaties. Ik was op zoek naar iets ánders.

»Nu, ik snap de terughoudendheid van mensen. Ik begrijp dat ze weerstand voelen tegenover een roman waarin het geluk niet in het echtelijke bed ligt. Het is wat hemelhoog juichend: mensen zien zichzelf niet op die manier hun leven inrichten, zó doordrongen van heftige emoties. En als ze die heftige emoties wél hebben, willen ze die niet altijd onderkennen. Fine by me: een mens moet verder, de samenleving moet door. Maar mensen moeten nu ook niet flauw wezen en doen alsof dat soort dingen niet bestaat. Je beliegt jezelf als je gelooft dat die hemelbestormende passie niet zou kunnen heersen bij vrouw, zoon, buurman of premier. Dit leeft, dit bestaat. Dus dicteert mijn hoofd me om daar een beetje volwassen over te doen.»

HUMO Psychologen en seksuologen hoor ik dezer dagen vaak verkondigen dat gewoon al gek genoeg is. Dat een mensenleven en bij uitbreiding een maatschappij nood heeft aan middelmaat: rustige tevredenheid in plaats van roekeloos het grootse najagen.

Peek «Prima. Ik aanvaard dat de samenleving naar een middentoon moet streven. Maar als de individuele mens los wil gaan, dan mag die van mij zo hoog vliegen als-ie wil. En dan moet ik dat noteren, want dat is mijn taak als schrijver: de naakte menselijke conditie beschrijven, de ongebreidelde impulsen van mensen in taal gieten.

»In een samenleving moeten er mensen zijn die zich aanstellen. En kunstenaars zijn mensen die zich aanstellen. Ze doen vreemd, ze doen moeilijk – en zo geven ze je de ruimte om te dromen. Want het leven is niet frivool, het moet frivool gemaakt worden.»

HUMO Je laatste hoofdstuk – dat dus eigenlijk het begin van het verhaal van Marius en Tessa is – kletste me nogal meedogenloos in het gezicht: hoe weinig weten we toch over wat komen gaat wanneer we jong zijn.

Peek «Dat laatste hoofdstuk was eerst wezenlijk anders, en dat voelde niet lekker. Ik heb zitten zoeken: waar heb ik het over? Wat me toen te binnen schoot, is exact wat jij nu aanhaalt. En het is raar om te zeggen, maar het brak ook mijn hart. De jonge Tessa somt haar dromen op, kijkt hunkerend naar een elegante toekomst – en jij als lezer weet al wat die zal worden. Jezus, wat een treurig einde! Maar het was onvermijdelijk. Ik heb het bij al mijn boeken gehad: op een bepaald moment stoot ik op dingen die ik niet wil, maar wel móét opschrijven. Ik kan er niet over liegen, maar het breekt mijn hart.

»Tja, die jeugddromen... Ik denk dat mensen barmhartiger moeten zijn tegenover zichzelf. We proberen veel van onze oude dromen uit te wissen omdat ze niet ingelost zijn. Maar daar word je niet lichter of gelukkiger van. Je moet tegen jezelf durven te zeggen: ‘Hey, het is niet erg. Er gáán dingen mis. Probeer iets nieuws te dromen, er blijft genoeg over.’»

HUMO Maar dat doen we zelden.

Peek «Ik droom echt een halve wereld bij elkaar. En al duizenden van die dromen hebben een abortusje gekregen. Maakt niet uit! Een mens moet door, en dromen zijn essentieel. Als je die niet hebt, waar haal je dan de kracht om te leven?»

HUMO Mensen halen hun comfort misschien uit een leven in een vaste bedding. Voorspelbaar en een tikje saai, maar degelijk en veilig.

Peek «Een mens hoort niet vast te zitten. De grot dient om in te slapen, niet om in te leven.

»Maar je hebt gelijk, hoor: mijn vrienden zijn veelal beginnende veertigers, en nooit nog hoor ik in die kring iemand vragen hoe het met onze dromen gaat. Niemand laat zich nog hardop voorstaan op een gekke ambitie. Want het wordt erg bevonden als een droom kapseist, en dus dromen we maar lekker niet meer. Wat is dat toch? De wereld moet niet altijd iemand aan zijn woord willen houden. Roep maar uit wat je wilt! Gebeurt het: prima. Gebeurt het niet: niet erg, loop door, fantaseer iets nieuws!»

HUMO Je bent een romanticus.

Peek «Als kind al geloofde ik veel te erg in de werkelijkheid van films en boeken. Ik nam het altijd veel te serieus, en dat doe ik nu nog altijd. Dat heeft me in m’n leven al veel teleurstelling bezorgd, maar ook een heleboel opgeleverd.

»Na mijn debuut in 2006 vroeg iemand me in een publiek interview: ‘Wat wil je nou met je boeken? Wat wil je hieruit halen?’ Waarop ik antwoordde: ‘Heb elkaar in godsnaam lief.’ Dat vond men zeer naïef van mij (lacht). Maar ik ben één van die jongens die het meent. Dat wil niet zeggen dat ik zoetsappige onzin neerklieder – eigenlijk schrijf ik behoorlijk ferme, wrede boeken. De wereld is ook hard en meedogenloos en onverschillig. Maar wie erin slaagt om dat te overstijgen, wie liefde en passie in zich draagt, die krijgt mijn volle aandacht.»

undefined

[FOTOSPECIAL_31125]

undefined


Maya erbij

HUMO Je bent opgegroeid in Hoenderloo, een dorp als een voetnoot, en later naar Amsterdam verhuisd. Keer je nog vaak terug naar je jeugd op de Veluwe?

Peek «Pas nu begint het weer te komen. In 2012 is mijn vader overleden, en sindsdien is het bos een beetje terug. Ik merkte het toen ik aan ‘Godin, held’ zat te werken: plots was ik weer bomen aan het beschrijven. Ik schrok daar zelf van. Tessa’s doodsdroom, in het begin van het boek, speelt in het landschap van mijn jeugd. Het zijn herinneringen van me die ik opschrijf als dromen van een personage. Dat geeft wel zo’n beetje aan hoe ik me verhoud tot het decor van mijn jeugd: het voelt elk jaar een stukje minder werkelijk aan.»

HUMO Je had een flink getroebleerde relatie met je vader, die later uitliep op het verbreken van alle contact. In ‘Godin, held’ port Tessa Marius aan om zijn vaderboek te schrijven.

Peek «Misschien is dat een boodschap aan mezelf – ik weet het niet. Af en toe schrijf ik over mijn vader, hoor, laatst nog negen brieven waar hij prominent in zit. Ik las ze voor op een literaire middag waar Adriaan van Dis ook was, en die zei meteen: daar zit een boek in.

»Ik herinner me nog hoe ik ‘Armin’, mijn debuut, een jaar na verschijnen weer eens doorbladerde, en meteen merkte dat er een getroebleerde vader-zoonrelatie in zit, met een vader die heel kloekerig en overheersend is, en last heeft van verslavingen. Dat boek gaat over afkomst, erfzonde, Lebensbornklinieken en eugenetica, maar dát verhaal is er dus toch ook maar mooi ingeslopen.»

HUMO Je ontkomt niet aan je eigen biografie, bedoel je?

Peek «Wie mij zoekt, vindt mij makkelijk in mijn boeken. Daar vecht ik niet tegen. De sterfscène van de vader in ‘Godin, held’ is het meest autobiografische dat ik ooit heb geschreven, het minst gestileerde ook. Het is bij mijn vader gegaan zoals het daar staat – ik ontkwam er niet aan om daar iets mee te doen.»

HUMO Je had het vroeger weleens over ‘het zelfreinigende vermogen’ van een mens. Kun jij goed met jezelf leven?

Peek «Ja. Ook al omdat ik me er zeer van bewust ben dat een mens in de loop van zijn bestaan aan meerdere versies van zichzelf doet. Mijn persoonlijkheid voelt niet versteend aan. Ik ontken mijn eigen geschiedenis niet, maar ik wil er alleen dát uitplukken waar ik als mens mee verder kan. Er zijn ook mensen die geloven dat er dingen zijn die vaststaan, dat er een core is die ze altijd zullen zijn. Nou, dat stukje diamant wil ik dan weleens zien.»

HUMO Hoe verschil jij nu van je vorige versie?

Peek «Ik ben rustig, terwijl ik vroeger erg bezig was met de indruk die ik op mensen maakte. Ik was voortdurend aan het schatten en aan het wegen – alsof er de hele tijd een camera op me gericht was. Op een bepaald moment kwam ik erachter wat een onzin en ijdelheid en gelul dat was.

»Daarnaast voel ik me ook comfortabeler bij mijn dwarsigheid. Ik ben een linkse jongen in rechtse tijden, en dat outsiderschap zit me, in tegenstelling tot vroeger, prima. Ook als ik in ‘Reyers laat’ te gast ben, als die fameuze Marc Coucke en de hoofdredacteur van die zakenkrant (Isabel Albers van De Tijd, red.) elkaar proberen te overtreffen in abjecte rechtse praatjes, terwijl ik probeer om mijn mond niet té ver te laten openvallen.»

HUMO Ben je ernstiger geworden, of komt er net meer lichtheid?

Peek «Als kind en tiener wilde ik altijd veel ouder zijn. Zodra het mocht, noemde ik mezelf een man. Iedereen om me heen liet zich zolang mogelijk jongen noemen, maar toen ik 25 was, dacht ik: ‘Mag het nu eindelijk?’

»Ernstig ben ik dus altijd al geweest. Maar ik ben de afgelopen jaren wel meer ontspannen geworden. Het voelt goed aan om een volwassen vent te zijn. Ik ben sterk, en er zijn een heleboel beslommeringen en bullshit die me niet meer raken. Ik heb mezelf een plek veroverd. Fijn! Goed! Leuk!»

HUMO Je bent in januari 40 geworden.

Peek «Mijn leven is exponentieel beter geworden na mijn 30ste – exponentiéél.

»Mijn jaren als twintiger waren een strijd. Na mijn 30ste kon ik oogsten, maar het decennium daarvoor was een fucking bitch. Onrust, hard werken met weinig rendement: ik deed zo veel, maar er kwam zo weinig uit. Ik heb die jaren allicht nodig gehad, maar godzijdank waren ze op een gegeven moment klaar. Ik denk er niet met een warm gevoel aan terug.

»Op een bepaald moment had ik er zo het schijt aan dat ik besloot om met alles te kappen: ik zou om te beginnen niet meer naar de kapper gaan, en me vervolgens van alles onthechten. Iedereen om me heen begon huizen te kopen en een gezin te stichten, en ik was vast van plan om vrolijk het tegenovergestelde te doen. Maar toen ontmoette ik Maaike, en kwam ik thuis. Goed! Fijn! Grandioos!»

HUMO Herinner je je die verliefdheid nog?

Peek «Jazeker. Ik kan niet even terloops verliefd worden: het is per definitie heftig en meeslepend. En in het verleden vooral een bron van frustratie en ongeluk. Door de kracht van je gevoel verwacht je weerklank van de ander. Maar als die uitblijft, stort je universum genadeloos in. Zo’n gekmakende teleurstelling is me meermaals overkomen. Toen ik voor Maaike viel en zij die diepe liefde óók bleek te voelen, wist ik niet wat er gebeurde. Dat was me nog nooit eerder overkomen!»

HUMO Jullie hebben samen een dochter van 4.

Peek «En er hoeft niemand meer bij. Maaike, Maya en ik: wij zijn compleet. Het werkt op alle vlakken.

»In weerwil van het cliché heeft vader worden geen rem op mijn leven gezet. Ik heb de afgelopen vier jaar voor Maya gezorgd, maar er is ook zoveel meer gebeurd. Ik heb ‘Godin, held’ en een filmscenario gemaakt. Ik ben iets autobiografischer gaan schrijven. Ik ben weer met poëzie begonnen. Mijn God, alles knalde open! Het bewéégt: ik kan weer een nieuwe versie van mezelf worden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234