Saint-Amour: Jamal Ouariachi, schrijver met meningen én een grote mond

Bij de grap die liefde heet, levert Saint Amour in februari traditiegetrouw de krachtigste punchline. De Behoud de Begeerte-karavaan rijdt dit jaar onder de banier ‘Funny Valentine’, en biedt u vanaf 12 februari wellustige voordrachten. Jamal Ouariachi zal u zwierig onderhouden over de krankzinnigste neveneffecten van de minne. Wij zwengelen hier alvast het voorspel aan.

'In elke relatie word ik iemand anders'

De Amsterdammer Ouariachi schiet, zowel in als naast zijn romans, met scherp. In zijn voor de Gouden Boekenuil genomineerde ‘Vertedering’ wordt het liefdesdialect getolkt met de vuisten, ‘25’ is een adembenemende geilroman, en het recente ‘Een honger’ knoopt verhaallijnen over ontwikkelingshulp, pedofilie en lost love aan elkaar. Ouariachi – grootste gemene deler van een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader, ‘een oer-Hollands multicultigezin’ – heeft thuis ook een diploma psychologie aan de muur hangen, en is dus prima geplaatst om uitleg te verschaffen bij zijn chronisch verknipte verbeelding.


Dimitri Leue en Tine Embrechts maken reclame voor Saint-Amour (filmpje) »

HUMO Je treedt vaak op, in nogal uiteenlopende omstandigheden. Het leven van een schrijver is minder romantisch dan de lezer soms denkt, maar je maakt vast al eens iets mee. Wanneer had je voor het laatst het gevoel dat je in een stripverhaal was beland?

Jamal Ouariachi «Bij mijn publieke interview met Salman Rushdie, afgelopen november op het Crossing Border Festival in Den Haag. Het is een schrijver die ik al heel lang lees, en dáárvoor was ik als 9-jarige al onder de indruk van de hele rel rond zijn ‘Duivelsverzen’: ‘Jezus, dus dit kan een boek allemaal aanrichten?’

»Het interview was een paar dagen na de aanslagen in Parijs, en de beveiliging in Den Haag was extreem. Rushdie was daar kwaad om: hij wil te allen prijze weer een normaal leven. Zelfs het voedsel werd gecontroleerd door de security; dat vertelde men ons natuurlijk net voordat we backstage iets zouden eten met mensen van de uitgeverij en de organisatie. De rare paradox van de veiligheid: pas op dat moment begon ik me zorgen te maken. Ik nam een hap van een eitje. Het smaakte raar. Ik heb het restant toen toch maar naar de rand van mijn bord geschoven.»

'Ik wil een leider die zegt: 'Wij vinden het belangrijk om een ethische daad te verrichten, om mensen in een moeilijke situatie op te vangen, en jullie hebben dat te accepteren''

HUMO Tijdens je interview met Rushdie is je in het publiek aanwezige moeder onwel geworden.

Ouariachi «Ja, het was op elk vlak een clowneske, groteske avond (lachje). Mijn moeder slikte sinds kort een nieuw medicijn, en dat viel die avond helemaal verkeerd. Ergens driekwart ver in het gesprek gebeurde er iets in de zaal – het was donker, de spotlights waren op het podium gericht, ik zag security komen aanrennen; ik dacht meteen aan een aanslag.

»Toen duidelijk werd wat er aan het gebeuren was, zei Rushdie: ‘Ga jij maar met je moeder mee, dan doe ik wel een ‘Vragenuurtje aan Salman’.’ Een showman, hoor.»

HUMO In Humo zei je ooit: ‘Ik ben oud en wijs genoeg om te weten dat ontmoetingen met auteurs die je bewondert, vrijwel altijd op een teleurstelling uitlopen.’ Kunnen we daar een gezicht op plakken?

Ouariachi «Ik herinner me die uitspraak, maar ik denk niet dat ik ’m nog onderschrijf. Ik moet toen iemand in het bijzonder in gedachten gehad hebben, maar ik ben vergeten wie. Het gros van mijn schrijvershelden vind ik leuke types. A.F.Th. van der Heijden, Oek de Jong, Rushdie: allemaal reuze meegevallen.

»Ik weet sinds enige tijd wel dat Leon de Winter een nog grotere klootzak is dan ik al dacht. Een jaar of twee geleden wou Das Magazin een samenwerking met uitgeverij De Bezige Bij aangaan om ‘De tien’ uit te geven, een boek met teksten van de volgens hen tien beste schrijvers geboren in of later dan 1980. Voor de duidelijkheid: ik zat er sowieso niet bij – ik ben van 1978. Dat boek was min of meer klaar, het zou bijna in productie gaan, toen De Bezige Bij de samenwerking ineens stopzette. Blijkbaar omdat Das Magazin had geweigerd afstand te nemen van iets wat ik ooit voor hen had geschreven: een Handleiding Antisemitisme voor Beginners. En ik weet pertinent zeker dat Leon de Winter en die vrouw van hem, Jessica Durlacher, daarachter zaten.

»Dat vond ik ontiegelijk treurig. Ten eerste hadden ze mijn stuk niet begrepen – natuurlijk was het niet écht antisemitisch – en ten tweede: jezus, wat voor rare macht eigen je jezelf op die manier toe? Je blokkeert jonge mensen die iets moois willen maken. Heel gestoord.»

'Het alcoholverbod voor minderjarigen wordt streng nageleefd, maar daardoor is het xtc-gebruik onder tieners wel gevoelig toegenomen'

HUMO Bloemlees eens uit de teleurstellingen die je je eigen fans bezorgd hebt.

Ouariachi «Nogal wat mensen vinden mijn opiniërende werk maar niets. Afgelopen zomer schreef ik een reeks zomerco-lumns voor het dagblad Trouw, en mensen zeiden me toen geregeld: ‘Je schrijft zulke gevoelige romans, maar in je meningen ben je een lompe zak.’»

HUMO Misschien waren het fans van Geerten Meijsing, de schrijver die je er – omdat hij over de bezuinigingen bij het Letterenfonds had geklaagd – eerder al van langs had gegeven: ‘Het onredelijke gejank van een klein kind dat nog een snoepje wil, maar het niet krijgt.’

Ouariachi «Het zou kunnen. Meijsing heeft een soort vereringsgemeenschap om zich heen: ze stoppen hem geld toe, en vanuit die hoek heb ik toen allerlei commentaar gekregen: een beginneling als ik zou meer respect moeten hebben voor iemand die zoveel heeft bereikt. Het zal wel.»

'Ik debuteerde in dezelfde week als Peter Buwalda. Bij hem schoot – bám! – de verkoop gigantisch de hoogte in. En ik had het nakijken.'

HUMO Als beginneling werd je de voorbije jaren bovengemiddeld vaak gerekend tot de schrijvers die de literaire toekomst van de Lage Landen uitmaken. Over welke collega’s denk je zelf: ‘Van hén moet het komen’?

Ouariachi «Ik ken er weinig die boeken schrijven waarvan ik erg kapot ben. De uitzonderingen zijn David Pefko en Gustaaf Peek. En Saskia de Coster, natuurlijk: die gaat niet stoppen. Verder lees ik vooral veel waarbij ik denk: ‘Dit is erg overschat, en daar komt de rest van de wereld over een paar jaar ook wel achter.’»

HUMO Nog uit Humo: ‘Ouariachi is een alom geprezen talent. Hij moet zich hoeden voor de dood ten gevolge van overmatig knuffelen.’ Kun je je daar iets bij voorstellen?

Ouariachi «Nee, maar dat komt omdat mijn literaire carrière een bescheiden begin kende. Ik debuteerde in augustus 2010, en ongeveer in dezelfde week verschenen twee andere debuten: van Joost de Vries en van ene Peter Buwalda. Aanvankelijk ging dat heel rustig, de maanden gingen voorbij, af en toe verscheen er een recensietje, nooit iets urgents. En opeens schoot bij Buwalda – bám! – de verkoop gigantisch de hoogte in. Daar had ik het nakijken.

»Tweeënhalf jaar later vroeg ik hem iets te vertellen op de boekpresentatie van ‘Vertedering’, mijn tweede. Ik leidde hem in als ‘die klootzak die er met de buit vandoor was gegaan.’ Hij zei: ‘Dat is wel waar, Jamal. Maar jij hebt ondertussen wel je tweede boek klaar en ik niet.’ Klopt: ik heb in de luwte en zonder druk mezelf opnieuw kunnen uitvinden: dat is goud waard. En het blijft bij: ik zal me niet licht doodgeknuffeld voelen.»


Win een ticket voor Saint-Amour »

HUMO Krijg je ook lof waar je het niet mee eens bent?

Ouariachi «‘Een honger’ werd in NRC Handelsblad ‘een ‘Max Havelaar’ van deze tijd’ genoemd. Ik ken uiteraard de historische waarde van dat boek, maar literair vind ik het een verschrikking. In ‘Een honger’ laat ik het personage Laszlo nota bene op ‘Max Havelaar’ kankeren. Verwar personage nooit met auteur, maar deze keer valt het samen: onding.

»Een ander gangbaar compliment waar ik niet op zit te wachten: mensen die ‘mijn boek in één ruk hebben uitgelezen’. Over ‘Vertedering’ – 364 pagina’s! – hoorde ik van iemand dat hij het ‘in één nacht’ had uitgelezen. Ik heb bijna een jaar aan dat boek gewerkt en zij jassen het er in één keer door (lacht).»

HUMO Ontving je na ‘Een honger’, waarin het personage Alexander Laszlo een pleidooi houdt voor nuancering in het pedofiliedebat, eigenlijk veel reacties uit pedofiele hoek?

Ouariachi «Ja, en voornamelijk positieve. Er is één pedofiel die een lijst bijhoudt van boeken over zijn geaardheid, en scores toekent op basis van in hoeverre het de clichés en vooroordelen over pedofielen al dan niet bevestigt. Inge Schilperoord – die vorig jaar ook een boek had waarin een pedo voorkwam en met wie ik weleens samen ben geïnterviewd – vertelde dat zij daar niet zo goed uitkwam, ik een stuk beter. Een compliment, maar het geeft me niet noodzakelijk een warm gevoel.

»Drie keer ben ik samen met Inge geïnterviewd, daarna had ik het wel gehad. Heel toffe dame, maar voor je het weet sta je bekend als ‘dat pedo-duo’ (lachje).»


Beroemde lul

HUMO Twee weken geleden zei Karl Ove Knausgård in Humo: ‘De schrijver die zich niet bescheiden kan opstellen, zijn ego niet aan de deur kan achterlaten, weet niet wat schrijven is.’

Ouariachi «Dat net hij dat moet zeggen: in elk boek zit hij vooral over zichzelf te zeiken.»

'Mijn boeken steken er wel bovenuit, zéker als ik naar mijn eigen generatie kijk'

HUMO Snap je wat hij bedoelt?

Ouariachi «Ik denk het wel: het is elke keer weer moeilijk om aan een nieuw boek te beginnen. Elke literaire prijs, elke nominatie, elke goeie recensie waar je je misschien ooit even trots over hebt gevoeld: dat is wég, niets meer waard. Het is elke keer weer bescheiden bij nul beginnen.

»Ik hou erg van Nabokov, maar er is een punt geweest – volgens mij net vóór het boek ‘Ada’ – dat hij te veel in zijn eigen mythe begon te geloven. Je ziet aan die tekst dat hij zichzelf de Grote Schrijver Nabokov vond; dat stoot af.»

HUMO Heb je jezelf ooit op divagedrag betrapt?

Ouariachi «Op zijn minst heb ik een zekere arrogantie ten aanzien van de kwaliteit van mijn werk. Ik durf te stellen dat dat er wel bovenuit steekt, zéker als ik naar mijn eigen generatie kijk. Ik moet mezelf er soms ook aan herinneren dat, als ik geïnterviewd word, het wel een beetje een gesprek blijft – dat het niet té duidelijk verglijdt in een monoloog. Interviews zijn gek: de ondervraagde gaat zichzelf nogal snel belangrijk vinden. Ik moet oppassen dat ik het niet vanzelfsprekend ga vinden dat mensen naar me luisteren.

»Een tijdje geleden maakte de Nederlandse presentator Filemon Wesselink een programma over roem. Filemon is verder een lul-de-behanger, maar dat was wel een leuk programma. Hij nam zichzelf uitgebreid onder de loep, praatte met mensen die al lang met hem samenwerkten en vroeg hen: ‘Heeft de bekendheid mij veranderd?’ Het antwoord bleek – tot zijn onaangename verrassing – nogal duidelijk ‘ja’: ‘Je krijgt woedeaanvallen, je wil steeds in het middelpunt van de belangstelling staan, je bent moeilijk om mee te werken...’ Ik snap wel waar dat soort divagedrag vandaan komt – de presentator is steeds het gezicht, hij moet alle kritiek opvangen – maar het is best tragisch om te zien dat het zo werkt.»

HUMO Je schreef eens: ‘Een oude vuistregel in filmland luidt: goede boeken leiden tot slechte films, matige boeken kunnen grootse films opleveren.’ Zou het je een eer zijn als jouw boeken in beelden werden omgezet?

Ouariachi «Niet in Nederland. Ik zou niet ‘nee’ zeggen als het zich zou voordoen, maar dan puur omwille van de promotie voor het boek. Ik heb een grondige, gruwelijke hekel aan de Nederlandse film: die is namelijk zeer slecht. Er zijn veel meer goede Belgische films. Herman Brusselmans’ ‘Ex-drummer’ – overigens een goed boek – is bij jullie bijvoorbeeld wél geslaagd verfilmd. De filmmaker had er een compleet eigen beeldtaal voor ontwikkeld – zo duister, zo absurd en zo heftig – en juist daarom werd het een nieuw, op zichzelf staand kunstwerk. De enige manier waarop het werkt, volgens mij. Ga het te letterlijk verfilmen, en het wordt iets heel banaals. Ik zou het verschrikkelijk vinden als ze mijn boek op die manier zouden verkrachten.

»Theater zie ik daarentegen weer wél zitten.»

HUMO Zelf heb je net ‘Macbeth’ bewerkt: het stuk gaat in maart in première.

Ouariachi «In samenspraak met regisseur Lucas De Man zijn we heel radicaal afgeweken van de Shakespeare-versie. We zetten Macbeth neer als een soort Generaal Van Uhm. Dat is de Nederlandse generaal die leiding gaf aan onze troepen in Afghanistan. Net op de dag dat hij Commandant der Strijdkrachten werd, sneuvelde zijn eigen zoon, die daar in het leger zat. Van Uhm bleef commandant, en kwam daar ook geregeld over op televisie vertellen. Een heel bizar voorbeeld van hoe emotie en werk gescheiden kunnen blijven. Van Uhm heeft tot nu altijd zijn zelfbeheersing behouden, dat zal bij onze Macbeth minder het geval zijn.»

HUMO Wat plan je te doen op Saint Amour?

Ouariachi «Ik ben er nog niet helemaal uit. Mogelijk lees ik voor uit ‘Een honger’, misschien wat uit ‘Vertedering’, het zal in ieder geval met de liefde te maken hebben, en voornamelijk met de misverstanden ervan.

»In het derde deel van ‘Vertedering’ wordt bijvoorbeeld een neprelatie opgestart: het hoofdpersonage wil van zijn agressie af en zoekt daarom, samen met een vrouw, moeilijke situaties op die agressie zouden kunnen opwekken. Om meteen maar op het juiste niveau van intimiteit te komen, stelt hij bij hun eerste afspraak voor meteen met elkaar naar bed te gaan. Die scène zou op Saint Amour voor het juiste soort ongemak bij het publiek kunnen zorgen.»

HUMO Wat is het laatste dat je zelf over de liefde hebt geleerd?

Ouariachi «Dat zal wel met overgave te maken hebben. In elke relatie word je een ander iemand, de ene keer afhankelijk, de andere keer word je zelf gek van de afhankelijkheid van de ander. Ik ben sinds eind 2013 samen met mijn vriendin, dit is volgens mij wel de evenwichtigste relatie die ik ooit heb gehad.

»Het heeft er mogelijk mee te maken dat ik sinds een jaar of drie fulltime schrijver ben: dat schept een zekere rust in mijn hoofd.»


Jamal de seksist

'De elite kijkt zogezegd neer op het volk, maar volgens mij is het eerder omgekeerd: het volk kijkt ontzéttend neer op de elite.'


HUMO Op je Wikipediapagina staan er onder het kopje ‘Biografie’ amper vier zinnen, maar dat blijkt plaats genoeg om te vermelden dat je halverwege het vijfde middelbaar van school werd getrapt. Zou het een mijlpaal zijn?

Ouariachi «Voor mij niet. Maar ik zette dat ooit zelf – niet helemaal ernstig – in de biografie op mijn website, daar komt het wellicht vandaan. Het spreekt tot de verbeelding dat nogal wat schrijvers drop-outs zijn: Grunberg is de bekendste, maar er zijn veel voorbeelden.

»Dat ik van het Barlaeus Gymnasium gegooid werd, was het gevolg van een aantal dingen. Enkele artikelen in de schoolkrant, bijvoorbeeld; ik was kritisch over de directie, maar ik had ook wat geschreven over religie, naar verluidt beledigend voor bepaalde groepen. Verder had het vooral met kattenkwaad te maken. Een emmer water op een leraar gaf de doorslag, geloof ik (lacht).»

HUMO Een trauma lijkt het niet te hebben opgeleverd.

Ouariachi «Ik heb een rare golfbeweging gemaakt: ik ben opgegroeid in de volksbuurt Amsterdam-Oost, tussen mensen van allerlei etnische afkomsten. Als tiener ging ik dus naar het Barlaeus Gymnasium, een compleet witte Amsterdam-Zuid-eliteschool, en nadat ik daarvan was getrapt, deed ik een paar jobs voor laagopgeleiden. Ik heb dus altijd een beetje tussen de twee werelden in gezweefd; dat beschouw ik als een bevoorrechte positie.

»Overigens heb ik moeite met beide uitersten. Binnen de Amsterdamse tak van mijn familie had je lieden die nogal neerkeken op iedereen die hoogopgeleid is. Dan noemden ze mij ‘de professor’ omdat ik naar dat gymnasium ging. Er bestaat een verongelijktheid over de elite, die zogezegd neerkijkt op het volk – terwijl het volgens mij eerder omgekeerd is: ‘het volk’ kijkt ontzettend neer op de elite.

»Dat is een stem die je nu, door het populisme en de sociale media, steeds meer hoort. Nochtans heeft de elite veel goeds te bieden én ze is behoorlijk toegankelijk. Als een halve allochtoon als ik, die in een volkswijk is opgegroeid, toch zomaar naar het gymnasium kan: waar klagen we dan over?»

HUMO Dat Saskia de Coster de haar toegekende literatuurprijs van het feministische blad Opzij heeft aanvaard, vond je jammer. Je noemde het ‘een paralympische excuusprijs’. Welke prijs zou je zelf weigeren, als je daar de kans toe kreeg?

Ouariachi «Karin Amatmoekrim startte afgelopen zomer een discussie over de zwarte stem in de Nederlandse literatuur, en het ontbreken daarvan. Iemand stelde daarop onder meer voor een prijs voor allochtone schrijvers uit te reiken. Nu ben ik zelf dus officieel een allochtoon – mijn vader komt uit een niet-westers land – maar zo’n prijs zou ik coûte que coûte weigeren. Ik wil aandacht voor iets wat ik zelf doe – een goed boek schrijven – niet voor iets waar ik niks aan kan doen.

»Amatmoekrim citeerde columnist Jan Kuitenbrouwer die had geschreven: ‘Misschien zoeken allochtonen gewoon minder toegang tot de Nederlandse literatuur’, en hop, meteen was hij volgens Amatmoekrim een racist. Zo gaat dat. Naar aanleiding van mijn opmerkingen over de Opzij-prijs was ik ook plots een gore seksist, terwijl ik mezelf toch eerder als een feminist zie. Het zou razend interessant kunnen zijn om uit te zoeken waarom pakweg vrouwen minder literair werk uitgeven, maar om dat te kunnen onderzoeken moet je wel eerst durven vast te stellen dát het zo is. Nu verzandt het debat in extreme standpunten en politieke correctheid.»

HUMO Rutger Bregman schreef laatst een stukje over de vaststelling dat het zogenaamd politiek incorrecte tegenwoordig mainstream is. Zo bekeken is het bijna incorrect om politiek correct te zijn.

Ouariachi «Het is heel gek: ik heb mezelf altijd als een linkse jongen beschouwd, maar ik merk dat ik de laatste jaren op sommige standpunten steeds rechtser word. Nu is dat onderscheid tussen links en rechts op zich niet interessant, maar soms stel ik vast dat ik meningen heb die men in het vreselijke kamp van Wilders óók blijkt te hebben.»

HUMO Deel je ook weleens ‘verzetsspray’ uit, om vrouwen te helpen zich te verdedigen tegen ‘islamitische testosteronbommen’?

Ouariachi «Toevallig verscheen er vandaag in de Volkskrant een stuk van de Marokkaans-Nederlandse schrijfster Nadia Ezzeroili. De kop was: ‘Ik ben geen Nederlander meer’. De teneur: ‘Ik heb me hier nooit thuis gevoeld, en voel me ook steeds minder thuis. Ik zou bijna in Marokko willen gaan wonen. Daar heb ik het als vrouw niet makkelijk, maar ik word er wél warm welkom geheten.’ En ze somt een paar situaties op waarin ze hier onheus behandeld werd. De politieke correctheid schrijft voor dat, als iemand op die manier zijn of haar ziel blootlegt – een allochtone ziel, nog wel – je geacht wordt medelijden te voelen. Terwijl: ik vind het gezeik. Dit is het soort stem waar we geen zak aan hebben. Ezzeroili zou zich moeten inzetten voor de goede zaak, hier voor haar rechten moeten knokken – maar zij geeft liever op. Nochtans heeft iederéén soms moeite met de wereld, iederéén verkeert soms in kringen waarvan hij of zij denkt: ‘Hoe ben ik hier nu terechtgekomen?’ Maar dan zeggen: ‘Ik ben geen Nederlander meer’ – ik zou er bijna rechts-populistisch van gaan brullen: ‘NOU, GÁ DAN NAAR MAROKKO!’ Of naar een psycholoog. Wentel je persoonlijke crisis in ieder geval niet op de maatschappij af.

»Op het vlak van racisme en seksisme is het gemakkelijk om over de grens van de politiek correcte orde heen te gaan. Dat zou verleidelijk kunnen zijn, maar zoals je zegt: het is een populistisch cliché geworden om ‘tegen de schenen van de politieke correctheid te schoppen’. Ik heb vastgesteld dat tegenwoordig elke Nederlandse politicus ‘begrip kan opbrengen’ voor mensen die tekeergaan tegen vluchtelingen en asielzoekerscentra. Ik heb moeite met dat ‘begrip’. Ik wil in Nederland een leider die zegt: ‘Wij vinden het belangrijk om een ethische daad te verrichten, om mensen in een moeilijke situatie op te vangen, en jullie hebben dat te accepteren. We gaan niet doen alsof het normaal is dat jij je achtertuin dicht wil houden voor dat volk.’»


Zuipen voor kinderen

HUMO Een recente Ouariachi-tweet: ‘Volgens één van mijn neefjes moet mijn volgende boek ‘Zuipen voor kinderen’ gaan heten.’ Die mag je uitleggen.

Ouariachi (lacht) «Dat was na een kerstfeestje met de familie. De oudste van mijn neefjes, al 14, mocht een glaasje cava drinken. De jongste is pas een jaar of 11 en ik zette mijn glas voor hem neer: ‘Moet je hier niet even wat van zuipen?’ Daarna kwam die uitspraak.

»Ik vind het leuk om dat op Twitter te melden, voornamelijk omdat ik moeite heb met hoe truttig er de laatste jaren met alcohol wordt omgegaan. Vóór je 18de mag er in Nederland nu geen alcohol meer aan je verkocht worden. Dat wordt streng nageleefd, en één van de gevolgen is dat het xtc-gebruik onder Nederlandse tieners de afgelopen jaren gevoelig is toegenomen (lacht). In mijn middelbareschooltijd heb ik fantastische dronkenschappen gekend; die had ik niet willen missen.

»In Amerika mag je pas vanaf je 21ste drinken. Dat zie je goed als je op een feestje komt waar Amerikaanse studenten zijn: ze gaan meteen voor de vierliterflessen wodka.»

HUMO ‘Ik heb de hele wereld afgereisd, nergens heb ik een standbeeld van een recensent gezien,’ zei Leonard Bernstein ooit. Hoe ga jij om met negatieve kritiek op je boeken?

Ouariachi «Op het eerste moment: steevast slecht. ’t Is luxegedrag: ‘Een honger’ is overal ontzettend goed besproken, alleen in de Volkskrant was de recensente een beetje lauw. Ze schreef dat ik in het boek ‘aan het schoolmeesteren was over pedofilie’, en ze maakte daarbij natuurlijk een kapitale fout. Ik vond dat ik daarop moest reageren.»

HUMO Ha, je ‘hoer’-tweet!

Ouariachi «Ik schreef: ‘Oudste beroep ter wereld: hoer. Oudste leesfout ter wereld: ideeën van personages verwarren met die van hun auteur.’ Uiteraard noemde ik haar géén hoer, maar toch vind ik het een zwak moment van mezelf.

»Je moet niet willen dat iedereen je geweldig vindt – allemansvrienden zijn vreselijk. Maar dat neemt niet weg dat het lastig is als iemand onterechte kritiek levert op iets waar je lang aan gewerkt hebt.

»Je zou me nu de vraag ‘Wat is dan teréchte kritiek op je werk?’ kunnen stellen.»

HUMO En?

Ouariachi «Ik laat je nog iets weten als ik daar een antwoord op heb gevonden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234